Beleidsregel reclame commerciële media-instellingen 2022

Type ZBO-regeling
Publication 2022-05-18
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 3.5b, 3.7, 3.8, 3.29a, 3.29d, 7.11 en 7.12 van de Mediawet 2008 en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemeen

Artikel 1. Toepassingsbereik

Deze beleidsregel is van toepassing op het media-aanbod van commerciële media-instellingen in de zin van de Mediawet 2008, daaronder begrepen commerciële mediadiensten op aanvraag (zoals VOD-diensten en video-uploaders).

Artikel 2. Begripsbepalingen

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

Artikel 3. Reclame voor medische behandelingen
1.

Het media-aanbod bevat geen reclame- en telewinkelboodschappen voor medische behandelingen (artikel 3.7, tweede lid, onder a, en 3.29d van de wet).

2.

Onder medische behandelingen wordt hierbij verstaan: behandelingen die alleen op doktersvoorschrift verkrijgbaar zijn.

Hoofdstuk 2. Programma-aanbod (televisie en radio)

Artikel 4. Duidelijk onderscheid
1.

Reclame- en telewinkelboodschappen zijn duidelijk onderscheiden van het overige programma-aanbod (artikel 3.7, eerste lid van de wet). Hieraan is in ieder geval voldaan als in de omlijsting gebruik wordt gemaakt van:

2.

Reclame- en telewinkelboodschappen in de vorm van splitscreen of binnen een kader op een teletekstpagina zijn duidelijk onderscheiden van het overige programma-aanbod indien:

3.

Reclame- en telewinkelboodschappen in de vorm van splitscreen zijn alleen toegestaan tijdens het programma-aanbod voor zover dat aanbod bestaat uit de live verslaggeving van een evenement of uit het verslag of de weergave van een sportevenement.

4.

Het aandeel reclame- en telewinkelboodschappen in de vorm van splitscreen telt mee voor de berekening van de maximale hoeveelheid reclame die is bepaald bij of krachtens de wet.

Artikel 5. Herkenbaarheid
1.

Reclame- en telewinkelboodschappen zijn als zodanig herkenbaar (artikel 3.5b, eerste lid van de wet). Hieraan is in ieder geval voldaan als deze voor het gemiddelde publiek door de vorm en inhoud duidelijk herkenbaar zijn als reclame- of telewinkelboodschap.

2.

Reclame- en telewinkelboodschappen die in het bijzonder bestemd zijn voor kinderen jonger dan twaalf jaar zijn duidelijk door de vorm en inhoud – passend bij het bevattingsvermogen van kinderen – door dit publiek als zodanig herkenbaar.

Artikel 6. Frequentie in films, nieuws en kinderprogramma’s
1.

In programma’s bestaande uit films en (commentaar op het) nieuws worden ten hoogste eenmaal per geprogrammeerd tijdvak van dertig minuten reclame- of telewinkelboodschappen opgenomen. In programma’s die in het bijzonder bestemd zijn voor kinderen jonger dan twaalf jaar kunnen ten hoogste eenmaal per geprogrammeerd tijdvak van dertig minuten reclameboodschappen worden opgenomen, mits de geprogrammeerde duur van het programma meer dan dertig minuten bedraagt (artikel 3.11 van de wet).

2.

Onder geprogrammeerd tijdvak wordt hierbij verstaan: de totale tijd tussen het tijdstip van aanvang en het tijdstip van einde van een programma, inclusief reclame- en telewinkelboodschappen en andere programmaonderbrekingen uitgezonden tijdens dat programma.

3.

Onder geprogrammeerde duur wordt hierbij verstaan: de lengte van het programma, exclusief reclame- en telewinkelboodschappen en andere programmaonderbrekingen.

Artikel 7. Afzonderlijke reclame- of telewinkelboodschappen

In het programma-aanbod bestaande uit het verslag of de weergave van sportevenementen kunnen afzonderlijke reclame- of telewinkelboodschappen worden geplaatst (artikel 3.8, tweede lid van de wet). In het overige programma-aanbod is het bij uitzondering toegestaan om afzonderlijke reclame- of telewinkelboodschappen te plaatsen tot een maximum van twee per uur.

Hoofdstuk 3. Audiovisueel media-aanbod op aanvraag (vod-diensten en video)

Artikel 8. Herkenbaarheid
1.

Reclameboodschappen zijn als zodanig herkenbaar (artikel 3.5b, eerste lid van de wet). Hieraan is voldaan als deze voor het gemiddelde publiek door de vorm en inhoud duidelijk herkenbaar zijn als reclameboodschap.

2.

Reclameboodschappen zijn in ieder geval als zodanig herkenbaar:

3.

Reclameboodschappen die in het bijzonder bestemd zijn voor kinderen jonger dan twaalf jaar zijn duidelijk door de vorm en inhoud – passend bij het bevattingsvermogen van kinderen – door dit publiek herkenbaar.

Hoofdstuk 4. Slotbepalingen

Artikel 9. Citeertitel en inwerkingtreding
1.

Deze beleidsregel wordt aangehaald als Beleidsregel reclame commerciële media-instellingen 2022.

3.

Deze beleidsregel wordt bekendgemaakt door kennisgeving ervan in de Staatscourant en op de website van het Commissariaat voor de Media (www.cvdm.nl).

4.

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na plaatsing in de Staatscourant.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.