Podiumregeling Fonds Podiumkunsten

Type ZBO-regeling
Publication 2024-06-25
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 10 lid 4 van de Wet op het specifiek cultuurbeleid en artikel 2 van het Algemeen Reglement van het Nederlands Fonds voor Podiumkunsten

Besluit:

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1.1. Definitie

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 1.2. Doel

Het bestuur verstrekt subsidies aan podia die bijdragen aan een kwalitatief hoogwaardig en pluriform aanbod van professionele podiumkunsten in Nederland en het opbouwen en bereiken van een publiek daarvoor in hun omgeving.

Artikel 1.3. Subsidieperiode

Subsidie wordt verstrekt voor een periode van vier jaren.

Artikel 1.4. Subsidieplafonds
1.

Het bestuur kan een of meer subsidieplafonds vaststellen.

2.

Het bestuur kan eerder vastgestelde subsidieplafonds verhogen of verlagen.

3.

Besluiten als bedoeld in het eerste en tweede lid worden bekendgemaakt via de website van het Fonds Podiumkunsten.

Artikel 1.5. Weigeringsgronden
1.

Het bestuur kan, onverminderd het bepaalde in artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht, subsidie weigeren:

2.

De subsidie wordt in ieder geval geweigerd indien de aanvrager in de aanvraag niet verklaart dat hij de Fair Practice Code en de Code Diversiteit & Inclusie onderschrijft en dat hij zich inzet om de codes toe te passen in het beleid en de uitvoering van de activiteiten van het podium en dit via concrete acties kan aantonen.

Paragraaf 2. Procedure

Artikel 2.1. Wie kan aanvragen

Een aanvraag kan worden gedaan door een rechtspersoon die artistiek en financieel eindverantwoordelijk is voor de programmering van een of meer podia.

Artikel 2.2. Indienen aanvraag
1.

Een aanvraag wordt digitaal ingediend met behulp van een door het bestuur opgesteld formulier.

2.

Het bestuur stelt vast wanneer aanvraagrondes plaatsvinden. De bijbehorende indiendata worden bekendgemaakt via de website van het Fonds Podiumkunsten.

3.

Een aanvraag wordt alleen in behandeling genomen als het volledig ingevulde aanvraagformulier tijdig is ontvangen door het Fonds Podiumkunsten en vergezeld gaat van de op het formulier vermelde bijlagen.

4.

Er kan per rechtspersoon een aanvraag worden ingediend. Meerdere aanvragen zijn alleen mogelijk indien sprake is van een rechtspersoon die verantwoordelijk is voor podia in verschillende gemeenten.

Artikel 2.3. Beoordeling
1.

Aanvragen worden voorgelegd aan een adviescommissie per landsdeel, mits zij voldoen aan de vereisten om voor subsidie in aanmerking te komen.

2.

De adviescommissie beoordeelt de aanvragen aan de hand van de criteria in deze regeling.

3.

De adviescommissie adviseert over de subsidiehoogte op basis van het bepaalde in deze regeling.

Artikel 2.4. Verdeling budget programmeringsbijdrage
1.

Aanvragen die aan de voorwaarden voldoen om voor subsidie in aanmerking te komen worden per landsdeel onderverdeeld in:

2.

Als een subsidieplafond voor een landsdeel ontoereikend is om alle aanvragen met het advies 'honoreren voor zover het budget dat toelaat' te honoreren, worden de aanvragen in een rangorde geplaatst op basis van de van toepassing zijnde criteria.

3.

Het bestuur honoreert eerst de aanvragen met het advies 'honoreren'. Vervolgens worden de aanvragen met het advies 'honoreren voor zover het budget dat toelaat' gehonoreerd in volgorde van de rangorde. Het bestuur verdeelt het beschikbare budget volgens de rangorde, waarbij aanvragen worden toegewezen of gedeeltelijk toegewezen totdat het van toepassing zijnde subsidieplafond is bereikt. De resterende aanvragen worden afgewezen.

4.

Indien het bestuur een subsidieplafond verhoogt, wordt eerst het subsidie van een aanvraag die wegens ontoereikendheid van het budget gedeeltelijk was toegewezen alsnog verhoogd tot het geadviseerde bedrag. Vervolgens wordt steeds de eerstvolgende aanvraag toegewezen totdat het subsidieplafond is bereikt.

5.

In de situatie dat in een of meer landsdelen het subsidieplafond niet wordt bereikt, kan het bestuur besluiten om het resterende budget toe te voegen aan de subsidieplafonds van een of meer van de overige landsdelen.

Artikel 2.5. Verdeling budget productiebijdrage
1.

Het bestuur kan, onverminderd het bepaalde in artikel 2.4, aan een aanvrager een aanvullende productiebijdrage verstrekken voor podia die (co)produceren of bijdragen aan talentontwikkeling.

2.

De adviescommissies dragen per landsdeel een beperkt aantal podia voor dat in aanmerking komt voor een aanvullende productiebijdrage. De adviescommissies doen hun voordracht op basis van een bij de aanvraag ingediend plan waarin de in lid 1 bedoelde (co)producerende rol van het podium of bijdrage aan talentontwikkeling door het podium is toegelicht.

3.

In de situatie dat in een of meer landsdelen het subsidieplafond niet wordt bereikt, kan het bestuur besluiten om het resterende budget toe te voegen aan de subsidieplafonds van een of meer van de overige landsdelen.

Artikel 2.6. Besluit

Het bestuur informeert de aanvrager binnen 26 weken na de uiterlijke indiendatum schriftelijk over zijn besluit. Als voor de motivering van het besluit wordt verwezen naar een over de aanvraag uitgebracht advies wordt de tekst van het advies aan de aanvrager toegezonden.

Paragraaf 3. Programmeringsbijdrage

Artikel 3.1. Waarvoor kan worden aangevraagd

Een aanvraag voor de programmeringsbijdrage kan primair worden ingediend voor het programmeren van voorstellingen en/of concerten van professionele podiumkunstenaars in een of meer theater- en/of concertzalen op een vaste locatie die openbaar toegankelijk is voor publiek.

Artikel 3.2. Instapeisen
1.

Een aanvrager dient aan te tonen dat bij het podium waarvoor wordt aangevraagd in de in het aanvraagformulier vermelde peiljaren gemiddeld minimaal 30 professionele voorstellingen en/of concerten per jaar plaatsvonden.

2.

Een aanvrager dient aan te tonen dat het bedrag aan programmeringskosten in de in het aanvraagformulier vermelde peiljaren gemiddeld minimaal 40.000 euro per jaar bedroeg.

3.

Het bestuur kan besluiten een aanvraag die niet voldoet aan de vereisten uit het eerste en tweede lid in behandeling te nemen als sprake is van een beperkt verschil tussen wat gerealiseerd is en de instapeis.

Artikel 3.3. Beoordelingscriteria

Aanvragen worden beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:

Artikel 3.4. Subsidiehoogte
1.

De hoogte van het subsidie wordt bepaald op basis van de gemiddelde programmeringskosten en het gemiddeld aantal professionele voorstellingen en/of concerten in de in het aanvraagformulier vermelde peiljaren.

2.

Het bestuur kan afwijken van het bepaalde in lid 1 indien een strikte toepassing hiervan zou leiden tot een kennelijk onredelijk resultaat.

Paragraaf 4. Productiebijdrage

Artikel 4.1. Waarvoor kan worden aangevraagd

Een aanvraag voor de productiebijdrage kan worden ingediend voor (co)producerende activiteiten of activiteiten op het gebied van talentontwikkeling.

Artikel 4.2. Voorwaarden
1.

Aanvragers komen alleen in aanmerking voor een aanvullende bijdrage uit het budget voor de productiebijdrage indien de adviescommissie positief heeft geadviseerd over de aanvraag voor de programmeringsbijdrage.

2.

Aanvragers komen niet in aanmerking voor een aanvullende bijdrage uit het budget voor de productiebijdrage indien:

Artikel 4.3. Voordracht
1.

Aanvragen kunnen voor een productiebijdrage worden voorgedragen door de adviescommissies indien:

2.

De adviescommissies doen hun voordracht op basis van de mate waarin een podium van betekenis is voor de lokale maakcultuur.

Artikel 4.4. Subsidiehoogte

De subsidiehoogte van de productiebijdrage bedraagt 29.400 euro per jaar.

Paragraaf 5. Verplichtingen en verantwoording

Artikel 5.1. Aan het subsidie verbonden verplichtingen
1.

De subsidieontvanger meldt onverwijld aan het bestuur als:

2.

De subsidieontvanger plaatst het logo of de naam van het Fonds Podiumkunsten op alle publiciteitsuitingen die betrekking hebben op de gesubsidieerde activiteiten.

3.

Het bestuur kan bij beschikking andere dan de in het eerste en tweede lid opgenomen verplichtingen aan het subsidie verbinden.

Artikel 5.2. Verantwoording

De subsidieontvanger stuurt gedurende de periode waarvoor het subsidie is verleend jaarlijks een verantwoording in over de verrichte activiteiten in de daaraan voorafgaande periode. Hiermee kan worden aangetoond dat de gesubsidieerde activiteiten volgens plan hebben plaatsgevonden.

Artikel 5.3. Vaststelling subsidie
1.

Het bestuur stelt het subsidie vast aan het einde van de subsidieperiode op basis van de verantwoording.

2.

Als de activiteiten volgens plan zijn uitgevoerd en is voldaan aan alle aan het subsidie verbonden verplichtingen stelt het bestuur het subsidie binnen 22 weken overeenkomstig de verlening vast.

Artikel 5.4. Intrekking of wijziging subsidie
1.

Als op enig moment blijkt dat niet is voldaan aan enige voorwaarde van deze regeling of enige aan het subsidie verbonden verplichting, kan het bestuur het subsidie intrekken, ten nadele van de subsidieontvanger wijzigen of lager vaststellen.

2.

De subsidieontvanger wordt vooraf geïnformeerd over een voornemen tot intrekking, wijziging of lagere vaststelling van het subsidie.

Paragraaf 6. Overige bepalingen

Artikel 6.1. Begrotingsvoorbehoud

Subsidie wordt verleend onder voorbehoud van verstrekking van de bijbehorende middelen door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Artikel 6.2. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 6.3. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Podiumregeling Fonds Podiumkunsten.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.