Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, van 20 mei 2022, nr. IENW/BSK-2022/48111, houdende regels voor toekenning van specifieke uitkeringen voor intelligente verkeersregelinstallaties (Tijdelijke regeling specifieke uitkeringen intelligente verkeersregelinstallaties)

Type Ministeriële regeling
Publication 2022-05-24
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 17, vijfde lid, van de Financiële-verhoudingswet en artikel 2, derde lid, van het Kaderbesluit subsidies I en M;

BESLUIT:

Artikel 1. Begripsbepaling

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Kaderbesluit subsidies I en M

De artikelen 6, eerste lid, 8, derde lid, onderdelen a, b en e, 10, eerste, derde en vierde lid, onderdelen a tot en met d en f, 11, 12, onderdelen b tot en met f en i, 14, eerste en vierde lid, 17, eerste lid, onderdelen a tot en met c en e, en tweede lid, 18, 20, eerste lid, en 21,van het Kaderbesluit subsidies I en M zijn van overeenkomstige toepassing op een specifieke uitkering die op grond van deze regeling wordt verstrekt.

Artikel 3. Doel

Deze regeling heeft tot doel om de landelijke invoering van uniforme intelligente verkeersregelinstallaties in Nederland te versnellen om daarmee bij te dragen aan de beleidsdoelen van bereikbaarheid, duurzaamheid, verkeersveiligheid en slimme duurzame verstedelijking.

Artikel 4. Kosten die in aanmerking komen voor een specifieke uitkering

De minister kan een specifieke uitkering verstrekken voor de kosten voor de volgende activiteiten:

Artikel 5. Kosten die niet in aanmerking komen voor een specifieke uitkering

Voor een specifieke uitkering komen niet in aanmerking de kosten voor:

Artikel 6. Voorwaarde

Een specifieke uitkering wordt verstrekt als de ontvanger middelen beschikbaar stelt die ten minste 50% van de kosten bedragen voor de in artikel 4 bedoelde activiteiten.

Artikel 7. Plafond en wijze van verdeling
1.

Het uitkeringsplafond bedraagt in totaal € 10.000.000, inclusief omzetbelasting.

2.

De minister verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

Artikel 8. Hoogte van de specifieke uitkering

De specifieke uitkering bedraagt ten hoogste 50% van de kosten, bedoeld in artikel 4, vermeerderd met de compensabele omzetbelasting, met een maximum van € 605.000 inclusief omzetbelasting per ontvanger.

Artikel 9. Begrotingsvoorbehoud

Artikel 4:34, eerste, derde en vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing op een specifieke uitkering.

Artikel 10. Aanvraag tot verlening
1.

Een specifieke uitkering wordt op aanvraag verleend.

2.

Een aanvraag wordt ingediend bij de minister.

3.

Een aanvraag kan worden ingediend vanaf de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst tot en met 31 december 2023.

4.

Elke ontvanger dient maximaal één aanvraag in gedurende de aanvraagtermijn.

5.

Een aanvraag gaat vergezeld van een plan van aanpak waarin is opgenomen:

6.

De begroting, bedoeld in het vijfde lid, onderdeel e, geeft inzicht in de wijze en hoogte van de bijdrage van de ontvanger, bedoeld in artikel 6, eerste lid.

7.

De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een door de minister digitaal ter beschikking gesteld formulier.

Artikel 11. Verlening
1.

De minister beslist op de aanvraag om een specifieke uitkering binnen dertien weken na de ontvangst daarvan.

2.

Een besluit tot verlening vermeldt in elk geval:

Artikel 12. Afwijzingsgronden
1.

De minister wijst een aanvraag om een specifieke uitkering af:

2.

De minister kan een aanvraag om een specifieke uitkering afwijzen:

Artikel 13. Voorschotverlening

De minister verstrekt bij een besluit tot verlening van een specifieke uitkering, een voorschot van 100% van het verleende bedrag.

Artikel 14. Verplichtingen ontvanger
1.

Een ontvanger besteedt de specifieke uitkering uitsluitend aan de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verleend.

2.

De activiteiten, bedoeld in artikel 4, onderdelen a tot en met c, en de maatregelen om het beheer van de intelligente verkeersregelinstallaties met periodieke software updates te garanderen zijn voor uiterlijk 31 december 2024 gerealiseerd.

3.

De software update bedoeld in artikel 4, onderdeel d, is voor uiterlijk 31 december 2027 gerealiseerd.

4.

Een ontvanger verstrekt jaarlijks in december feitelijke informatie over de voortgang van de uitvoering van het plan van aanpak.

5.

De minister kan bij het besluit tot verlening van een specifieke uitkering nadere verplichtingen opleggen die hij noodzakelijk acht ter verwezenlijking van het doel van de specifieke uitkering.

Artikel 15. Verantwoording

Verantwoording over de besteding van een specifieke uitkering vindt plaats op de wijze die is bepaald in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.

Artikel 16. Vaststelling
1.

De minister stelt de specifieke uitkering uiterlijk op 31 december van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin alle activiteiten waarvoor de uitkering is verleend, volledig zijn uitgevoerd en volledig is voldaan aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 14, ambtshalve vast.

2.

De vaststelling vindt plaats op basis van de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.

3.

De specifieke uitkering kan lager worden vastgesteld indien:

Artikel 17. Intrekking en wijziging voor vaststelling
1.

Zolang de specifieke uitkering niet is vastgesteld kan de minister de verlening van de specifieke uitkering intrekken of ten nadele van de ontvanger wijzigen:

2.

De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip waarop de specifieke uitkering is verleend, tenzij bij de intrekking of wijziging anders is bepaald.

Artikel 18. Intrekking en wijziging na vaststelling
1.

De minister kan de vaststelling van de specifieke uitkering intrekken of ten nadele van de ontvanger wijzigen:

2.

De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip waarop de specifieke uitkering is vastgesteld, tenzij bij de intrekking of wijziging anders is bepaald.

3.

De vaststelling van de specifieke uitkering kan niet meer worden ingetrokken of ten nadele van de ontvanger worden gewijzigd indien vijf jaren zijn verstreken sinds de dag waarop zij is bekendgemaakt dan wel, in het geval, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, sinds de dag waarop de handeling in strijd met de verplichting is verricht of de dag waarop aan de verplichting had moeten zijn voldaan.

Artikel 19. Terugvordering

De minister kan onverschuldigd betaalde bedragen terugvorderen voor zover na de dag waarop de beschikking waarbij de specifieke uitkering is vastgesteld is bekendgemaakt, nog geen vijf jaren zijn verstreken.

Artikel 20. Evaluatie

De minister publiceert voor 31 december 2026 een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de specifieke uitkering in de praktijk.

Artikel 21. Inwerkingtreding en verval

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2028, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op specifieke uitkeringen die voor die datum zijn verstrekt.

Artikel 22. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke regeling specifieke uitkeringen intelligente verkeersregelinstallaties.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.