Wet van 18 mei 2022, houdende regels tot invoering van een toets betreffende verwervingsactiviteiten die een risico kunnen vormen voor de nationale veiligheid gezien het effect hiervan op vitale aanbieders, beheerders van bedrijfscampussen of ondernemingen die actief zijn op het gebied van sensitieve technologie (Wet veiligheidstoets investeringen, fusies en overnames)
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is een toets in te richten betreffende verwervingsactiviteiten die een risico kunnen vormen voor de nationale veiligheid gezien het effect hiervan op vitale aanbieders, beheerders van bedrijfscampussen of ondernemingen die actief zijn op het gebied van sensitieve technologie;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Hoofdstuk 1. Algemeen
Artikel 1
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- aandeel: aandeel als bedoeld in:
- a. artikel 5:33, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op het financieel toezicht, in geval van een beursgenoteerde onderneming; of
- b. artikel 82, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek in geval van een naamloze vennootschap, niet zijnde een beursgenoteerde onderneming als bedoeld in onderdeel a, of
- c. artikel 175 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek in geval van een besloten vennootschap, niet zijnde een beursgenoteerde onderneming als bedoeld in onderdeel a;
- aandelenbelang: bepaalde hoeveelheid aandelen, waaronder tevens begrepen een tegoed ter zake van een hoeveelheid van aandelen dat wordt aangehouden bij een partij in de bewaarketen;
- beheerder van een bedrijfscampus: onderneming die een terrein beheert waarop een verzameling van ondernemingen actief is en waar publiek-privaat wordt samengewerkt aan technologieën en toepassingen die van economisch en strategisch belang zijn voor Nederland;
- beursgenoteerde doelonderneming: een doelonderneming die tevens beursgenoteerde onderneming is;
- beursgenoteerde onderneming: onderneming waarvan de aandelen worden verhandeld met gebruikmaking van een effectenafwikkelingssysteem;
- centraal instituut: een centrale effectenbewaarinstelling als bedoeld in artikel 2 van Verordening (EU) nr. 909/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende de verbetering van de effectenafwikkeling in de Europese Unie, betreffende centrale effectenbewaarinstellingen en tot wijziging van Richtlijnen 98/26/EG en 2014/65/EU en Verordening (EU) nr. 236/2012 (PbEU 2014, L 257);
- doelonderneming:
- a. de in Nederland gevestigde onderneming waarin een verwerver een investering doet, die partij is bij een fusie of splitsing als bedoeld in de onderdelen b en d, of die betrokken is bij de totstandkoming van een gemeenschappelijke onderneming;
- b. de onderneming die ontstaat na een fusie tussen twee of meer voorheen van elkaar onafhankelijke ondernemingen waarvan er ten minste een in Nederland gevestigd is;
- c. de tot stand gebrachte gemeenschappelijke onderneming die in Nederland is gevestigd;
- d. de onderneming die na een splitsing als bedoeld in artikel 2, onderdeel d, of artikel 3, onderdeel b, een in Nederland gevestigde onderneming is;
- e. de in Nederland gevestigde onderneming of de persoon handelend voor de in Nederland gevestigde onderneming die is opgehouden te bestaan, waarvan vermogensbestanddelen worden vervreemd; of
- f. de in Nederland gevestigde onderneming die, geheel of gedeeltelijk, voorwerp is van een verkrijging onder algemene titel;
- effectenafwikkelingssysteem: een effectenafwikkelingssysteem als bedoeld in punt 3 van afdeling A van de bijlage van de Verordening (EU) nr. 909/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende de verbetering van de effectenafwikkeling in de Europese Unie, betreffende centrale effectenbewaarinstellingen en tot wijziging van Richtlijnen 98/26/EG en 2014/65/EU en Verordening (EU) nr. 236/2012 (PbEU 2014, L 257) of een daarmee vergelijkbaar systeem dat wordt geëxploiteerd door een instelling buiten de Europese Economische Ruimte met een functie vergelijkbaar met die van een centrale effectenbewaarinstelling als bedoeld in artikel 2 van die verordening;
- investering: verwerving van participaties in het kapitaal of vermogensbestanddelen, door een of meer personen, bij overeenkomst of op elke andere wijze, rechtstreeks of middellijk, over een of meer ondernemingen of delen daarvan;
- meldingsplichtige:
- a. verwerver;
- b. doelonderneming;
- nationale veiligheid: de nationale veiligheid als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van het Verdrag betreffende de Europese Unie, openbare veiligheid als bedoeld in de artikelen 45, derde lid, 52, eerste lid, en 65, eerste lid, onderdeel b, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, of de wezenlijke belangen van de veiligheid van de staat als bedoeld in artikel 346, eerste lid, onderdeel a, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, die strekken tot bescherming van de belangen die binnen Nederland wezenlijk zijn voor het voortbestaan van de democratische rechtsorde, voor de veiligheid of voor andere gewichtige belangen van de staat, of voor de instandhouding van de maatschappelijke stabiliteit, voor zover die zien op het raakvlak tussen economie en veiligheid, te weten:
- i. de instandhouding van de continuïteit van vitale processen;
- ii. het behoud van de integriteit en exclusiviteit van kennis en informatie met kritieke of strategische betekenis voor Nederland; of
- iii. het voorkomen van ongewenste strategische afhankelijkheden van Nederland van andere landen;
- onderneming: een onderneming in de zin van artikel 101, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;
- Onze Minister: Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat;
- stemmen:
- a. bij een beursgenoteerde onderneming, niet toebehorende aan een besloten vennootschap als bedoeld in onderdeel b: stemmen als bedoeld in artikel 5:33, eerste lid, onderdeel d, van de Wet op het financieel toezicht, met inbegrip van stemmen waarover een persoon beschikt of geacht wordt te beschikken op grond van artikel 5:45, eerste tot en met elfde lid, van de Wet op het financieel toezicht;
- b. bij een besloten vennootschap waarop artikel 187 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing is: stemmen die op aandelen kunnen worden uitgebracht, waarbij de artikelen 5:33, eerste lid, onderdeel d, en 5:45, eerste tot en met elfde lid, van de Wet op het financieel toezicht van overeenkomstige toepassing zijn;
- c. bij een niet-beursgenoteerde onderneming: stemmen die op aandelen kunnen worden uitgebracht, waarbij de artikelen 5:33, eerste lid, onderdeel d, en 5:45, eerste tot en met elfde lid, van de Wet op het financieel toezicht van overeenkomstige toepassing zijn;
- d. bij een vereniging of coöperatie: stemmen die kunnen worden uitgebracht in de algemene vergadering, waarbij de artikelen 5:45, vijfde, zesde en negende lid, van de Wet op het financieel toezicht van overeenkomstige toepassing zijn;
- sensitieve technologie: sensitieve technologie als bedoeld in artikel 8;
- significante invloed: significante invloed als bedoeld in artikel 4, eerste tot en met vierde lid;
- toetsingsbesluit: besluit waarin wordt bepaald dat:
- a. een verwervingsactiviteit wordt:
- 1°. toegelaten op voorwaarde dat aan bepaalde eisen of nadere voorschriften als bedoeld in artikel 23 of artikel 24 wordt voldaan; of
- 2°. verboden; of
- b. wordt verboden dat de zeggenschap of significante invloed wordt gehouden, indien er sprake is van een verwervingsactiviteit als bedoeld in artikel 2, onderdeel g, of artikel 3, onderdeel d;
- verordening 806/2014: verordening (EU) nr. 806/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2014 tot vaststelling van eenvormige regels en een eenvormige procedure voor de afwikkeling van kredietinstellingen en bepaalde beleggingsondernemingen in het kader van een gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme en een gemeenschappelijk bankenafwikkelingsfonds en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad (PbEU 2014, L 225);
- verwerver:
- a. de investeerder of investeerders die met een investering in de doelonderneming zeggenschap willen verkrijgen of significante invloed willen verkrijgen of vergroten;
- b. de partijen die willen fuseren waardoor de doelonderneming ontstaat;
- c. de partijen die een gemeenschappelijke onderneming die duurzaam alle functies van een zelfstandige economische eenheid vervult, tot stand willen brengen;
- d. de partij of partijen die willen splitsen waardoor na de splitsing een doelonderneming zal ontstaan;
- e. de partij of partijen die de vermogensbestanddelen van een doelonderneming willen verwerven, indien deze essentieel zijn voor de doelonderneming om te kunnen functioneren als vitale aanbieder of op het gebied van sensitieve technologie;
- f. de partij of partijen die door andere rechtshandelingen dan die als bedoeld onder a tot en met e, in de doelonderneming zeggenschap verkrijgen of significante invloed verkrijgen of vergroten.
- g. de partij die onder algemene titel als bedoeld in artikel 80, tweede lid, van boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, met uitzondering van een fusie of splitsing, in de doelonderneming goederen als bedoeld in artikel 1 van dat wetboek wil verkrijgen om zeggenschap te verkrijgen of significante invloed op de doelonderneming te verkrijgen of te vergroten;
- verwervingsactiviteit: activiteit als omschreven in artikel 2 of artikel 3, waarbij een verwerver betrokken is;
- vitale aanbieder: onderneming die een dienst exploiteert, beheert of beschikbaar stelt waarvan de continuïteit van vitaal belang is voor de Nederlandse samenleving;
- zeggenschap: zeggenschap als bedoeld in artikel 26 van de Mededingingswet.
Hoofdstuk 2. Toepassingsbereik
§ 2.1. Verwervingsactiviteiten
Artikel 2
Deze wet is van toepassing op de volgende verwervingsactiviteiten, indien zij betrekking hebben op een doelonderneming die een vitale aanbieder of beheerder van een bedrijfscampus is of een onderneming is die actief is op het gebied van sensitieve technologie:
- a. investeringen in een doelonderneming door een verwerver die leiden tot het verkrijgen van zeggenschap in die onderneming;
- b. het fuseren van twee of meer voorheen van elkaar onafhankelijke ondernemingen tot een doelonderneming;
- c. het tot stand brengen van een gemeenschappelijke onderneming die duurzaam alle functies van een zelfstandige economische eenheid vervult, indien deze onderneming een doelonderneming zal zijn;
- d. de splitsing van een onderneming, indien:
- 1°. de onderneming die gesplitst wordt een onderneming is die een vitale aanbieder of beheerder van een bedrijfscampus is of op het gebied van sensitieve technologie actief is; en
- 2°. de splitsing gepaard gaat met een verkrijging van de zeggenschap in de onderneming die na de splitsing een doelonderneming is;
- e. het verwerven van een deel van de vermogensbestanddelen van een doelonderneming, indien deze essentieel zijn voor het kunnen functioneren als vitale aanbieder of beheerder van een bedrijfscampus of als onderneming op het gebied van sensitieve technologie;
- f. andere rechtshandelingen dan die als bedoeld onder a tot en met e, die tot gevolg hebben dat een of meer personen, of een of meer ondernemingen, zeggenschap verwerven in een doelonderneming; en
- g. de verkrijging van goederen als bedoeld in artikel 1 van boek 3 van het Burgerlijk Wetboek onder algemene titel als bedoeld in artikel 80, tweede lid, van boek 3 van dat wetboek, met uitzondering van een fusie of splitsing, van een doelonderneming.
Artikel 3
Deze wet is tevens van toepassing op de volgende verwervingsactiviteiten, indien zij betrekking hebben op een doelonderneming die actief is op het gebied van sensitieve technologie:
- a. investeringen tot het verkrijgen of vergroten van significante invloed door een verwerver op een doelonderneming;
- b. de splitsing van een onderneming, indien:
- 1°. de onderneming die gesplitst wordt een doelonderneming is; en
- 2°. de splitsing gepaard gaat met een verkrijging of vergroting van significante invloed op een onderneming die na de splitsing op het gebied van sensitieve technologie actief is;
- c. andere rechtshandelingen dan die als bedoeld onder a en b, die tot gevolg hebben dat een of meer personen, of een of meer ondernemingen, significante invloed verkrijgen of vergroten op een doelonderneming;
- d. de verkrijging van goederen als bedoeld in artikel 1 van boek 3 van het Burgerlijk Wetboek onder algemene titel als bedoeld in artikel 80, tweede lid, van boek 3 van dat wetboek, met uitzondering van een fusie of splitsing, waardoor significante invloed op een doelonderneming wordt verkregen.
Artikel 4
Tenzij is voorzien in een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het derde lid, doet het verkrijgen of vergroten van significante invloed in een doelonderneming op het gebied van sensitieve technologie zich voor, indien:
- a. een persoon ten minste een tiende van de stemmen van de algemene vergadering in een doelonderneming kan uitbrengen of kan laten uitbrengen;
- b. een persoon ten minste een vijfde van de stemmen van de algemene vergadering in een doelonderneming kan uitbrengen of kan laten uitbrengen;
- c. een persoon ten minste een vierde van de stemmen van de algemene vergadering in een doelonderneming kan uitbrengen of kan laten uitbrengen;
- d. de onderneming zich jegens een derde verbindt of heeft verbonden om te bevorderen dat de daartoe bevoegde organen van een doelonderneming een of meer bestuurders die zijn voorgedragen door deze derde, benoemen of ontslaan; of
- e. tussen aandeelhouders is overeengekomen dat een aandeelhouder de significante invloed via een van de mogelijkheden genoemd in onderdelen a tot en met c, verkrijgt of vergroot.
Geen significante invloed als bedoeld in het eerste lid is aanwezig, indien er sprake is van zeggenschap.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen specifieke categorieën van doelondernemingen worden aangewezen waarvoor per aangewezen categorie op basis van de aard van de activiteiten of inrichting van doelondernemingen die onder een categorie vallen, wordt bepaald welke van de onderdelen, genoemd in het eerste lid, daarop van toepassing is of zijn.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.