Aanwijzing sepot en gebruik sepotgronden

Type Beleidsregel
Publication 2022-07-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Samenvatting

De officier van justitie kan onder meer op gronden aan het algemeen belang ontleend beslissen om niet of niet verder te vervolgen. De zaak wordt dan geseponeerd. In alle gevallen wordt het motief voor de sepotbeslissing – de sepotgrond – vastgelegd. Deze aanwijzing geeft regels voor de wijze waarop sepotgronden gehanteerd en geregistreerd worden. De bijlage bevat een opsomming van de sepotgronden, elk voorzien van een cijfercode en een toelichting.

1. Inleiding

1.1. De wijzigingen ten opzichte van de vorige aanwijzing

De aanwijzing is redactioneel herzien. Ook is de bijlage aangepast. Sepotcode 04 ‘burgerlijk rechter niet bevoegd’ is na heroverweging geschrapt omdat deze geen toegevoegde waarde heeft naast de andere codes of afdoeningsmogelijkheden. Voor de overdracht van een zaak naar arrondissementsparket Oost-Nederland (om daar als militaire zaak te worden afgedaan) is niet vereist dat het overdragende parket seponeert. Bij sepotcode 58 ‘corporatie wordt vervolgd’ en sepotcode 59 ‘leidinggever wordt vervolgd’ is ter verduidelijking een toelichting opgenomen.

2. Seponeren

2.1. Niet (verder) vervolgen om technische of beleidsmatige redenen

Onder sepot wordt in deze aanwijzing verstaan: de beslissing om niet of niet verder te vervolgen.

Bij het seponeren van een strafzaak wordt onderscheid gemaakt tussen technische sepots en beleidssepots.

Indien op grond van het onderzoek geconcludeerd moet worden dat niet vervolgd kan worden of een veroordeling niet haalbaar is, dan wordt geseponeerd met een ‘technisch sepot’.

Indien een vervolging (technisch) mogelijk is, maar op gronden aan het algemeen belang ontleend onwenselijk is, dan wordt een ‘beleidssepot’ toegepast. In art. 167 lid 2 Sv is aan het OM expliciet de bevoegdheid toegekend om van vervolging af te zien op gronden aan het algemeen belang ontleend (opportuniteitsbeginsel). Ook wanneer een rechter in de zaak is betrokken, is het OM bevoegd om af te zien van verdere vervolging op gronden aan het algemeen belang ontleend, zo lang het onderzoek ter terechtzitting nog niet is aangevangen (art. 242 lid 2 Sv). Op grond van art. 167 lid 2 Sv kan het OM, in beginsel slechts onder het stellen van de algemene voorwaarde, de beslissing of vervolging plaats moet hebben voor een daarbij te bepalen termijn uitstellen. In dat geval wordt voorwaardelijk geseponeerd met een beleidssepot.

De beoordeling of sprake is van een technisch sepot gaat vooraf aan de beoordeling of sprake is van een beleidssepot. Wanneer op technische gronden wordt geseponeerd, kan er niet tevens grond zijn voor een beleidssepot van hetzelfde feit.

In de bijlage is een overzicht van de technische sepots en beleidssepots opgenomen.

2.2. Sepot na het uitvaardigen van een strafbeschikking

De officier van justitie kan een strafbeschikking intrekken, ongeacht of verzet is ingesteld (art. 257e lid 9 Sv). Dat geldt ook indien het OM (achteraf) bemerkt dat een sepot op zijn plaats was geweest en wanneer de tenuitvoerlegging van bij strafbeschikking opgelegde straffen of maatregelen geheel of gedeeltelijk onvoltooid is.

Door de intrekking van de strafbeschikking vervalt de genomen vervolgingsbeslissing (de uitgevaardigde strafbeschikking) en wordt afdoening middels een sepot (wederom) mogelijk. Dit brengt mee dat na een intrekking zowel op technische als op beleidsmatige gronden (onvoorwaardelijk) geseponeerd kan worden.

Een strafbeschikking voorwaardelijk intrekken is niet mogelijk. Ook kan een strafbeschikking slechts in haar geheel worden ingetrokken.1Zie Kamerstukken II 2004/05, 29 849, nr. 3, p. 76, onder verwijzing naar het bepaalde in art. 266 Sv.

Intrekking van de strafbeschikking en afdoening met een sepot na een ingesteld verzet is op alle gronden mogelijk. Voor een sepot na een geheel of gedeeltelijk onvoltooide tenuitvoerlegging van een strafbeschikking gelden aparte sepotcodes (zie de bijlage). Bij het bepalen van de recidive blijven deze zaken meewegen.

Voor de toepassing van deze aanwijzing wordt onder een sepot ook begrepen een wijziging van de strafbeschikking als gevolg waarvan een aanvankelijk als misdrijf in de strafbeschikking betrokken feit alsnog als overtreding wordt gekwalificeerd. Hierbij is geen sprake van een sepot van de strafzaak, maar van een sepot van het misdrijf. Het misdrijf wordt in zo’n geval administratief afgeboekt met de sepotcode die de grond weergeeft voor deze beslissing.

2.2.1. Bestuurlijke strafbeschikking (overlast art. 257b Sv en milieu art. 257ba Sv)

Wanneer een bestuurlijke strafbeschikking voor een overlastfeit is aangeboden door een gemeentelijke buitengewone opsporingsambtenaar, geldt als uitgangspunt dat het OM niet seponeert op grond van opportuniteitsoverwegingen. Daarmee is een beleidssepot uitgesloten van de mogelijkheden.

Indien het OM in de verzetsfase constateert dat een bestuurlijke strafbeschikking milieu is uitgevaardigd terwijl een contra-indicatie van toepassing was, kan dit voor de officier van justitie reden zijn om gebruik te maken van zijn bevoegdheid krachtens art. 257e lid 9 Sv tot intrekking of wijziging van de strafbeschikking.2Zie Richtlijn bestuurlijke strafbeschikkingsbevoegdheid milieu en keurfeiten (art. 257ba lid 2 Sv) (Stcrt. 2012, 8342), § 2.8.

2.3. Voorwaardelijk beleidssepot

In beginsel wordt bij een beslissing tot sepot slechts de algemene voorwaarde gesteld dat de verdachte geen strafbare feiten begaat binnen een proeftijd van ten hoogste een jaar. Bijzondere voorwaarden worden in beginsel niet meer gesteld. Voor het buitengerechtelijk stellen van voorwaarden omtrent het gedrag dient de strafbeschikking te worden benut (aanwijzingen als bedoeld in art. 257a lid 3 Sv).3Zie Aanwijzing OM-strafbeschikking.

In zaken met jeugdige verdachten, waarin het aanbieden van een excuus aan het slachtoffer en/of een kleine schadevergoeding kan volstaan, wordt geseponeerd onder de algemene voorwaarde, met sepotcode 70 wanneer de excuses zijn gemaakt en/of de schadevergoeding is voldaan.

In gevallen waarin het aan het strafbaar feit ten grondslag liggend conflict na het maken van excuses of door verzoening, bijv. via mediation of schadevergoeding, zodanig is opgelost dat vervolging om die reden geen zin meer heeft, wordt geseponeerd onder algemene voorwaarde met sepotcode 70.4Dit onderdeel van deze aanwijzing vormt de beleidsmatige uitwerking van het advies van de Commissie ‘Rechtstatelijke grenzen en mogelijkheden bij het afdoen van strafbare feiten door het Openbaar Ministerie’, zie bijlage 5 in het onderzoek dat ten behoeve van de commissie is verricht: J. Bijlsma, Het voorwaardelijk sepot. Normering, praktijk, evaluatie (OM-reeks nr. 4), Den Haag: Boom Juridisch 2019.

2.4. Sepotgronden

Voor elk sepot wordt de motivering – de sepotgrond – aangetekend in het strafdossier. Wanneer op meer dan één grond wordt geseponeerd, worden de sepotgronden in volgorde van belangrijkheid genoteerd, beginnend met de belangrijkste sepotgrond. Alle sepotgronden worden doorgegeven aan de justitiële documentatiedienst.

De officier van justitie registreert de sepotgronden door middel van cijfercodes (zie de bijlage).

De te gebruiken sepotgronden moeten systematisch naast elkaar kunnen bestaan. Zo zal sepotcode 01 per definitie niet gecombineerd kunnen worden met enige andere sepotgrond.

2.5. Kennisgeving

De officier van justitie stelt de verdachte en de belanghebbende(n) in kennis van het sepot en vermeldt daarbij de sepotgronden met een motivering.

In deze kennisgeving wordt ook vermeld dat de beslissing tot niet of niet verdere vervolging slechts kan worden herzien indien:

2.6. Registratie in het Justitieel Documentatie Register

Bij een sepot wordt in het Justitieel Documentatie Register de sepotgrond vermeld.

Als feiten worden geseponeerd op de grond dat de betrokkene ten onrechte is aangemerkt als verdachte (sepotcode 01) of op de grond dat sprake is van een rechtmatige geweldsaanwending door een (politie)ambtenaar (sepotcode 09), worden deze als geheel verwijderd uit het Justitieel Documentatie Register.5Art. 7, eerste lid, onder a van het Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens.

2.7. Behandeling van klachten over sepots

Als een gewezen verdachte het niet eens is met (de codering van) het sepot, kan deze op grond van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een klacht indienen bij de hoofdofficier van justitie van het betreffende parket. Op de behandeling van dit klaagschrift is Titel 9.1 van de Awb van toepassing. De gewezen verdachte kan, indien deze zich niet kan vinden in het oordeel van de hoofdofficier van justitie, een klacht indienen bij de Nationale ombudsman.

Overgangsrecht

De voorschriften in deze aanwijzing gelden voor alle feiten gepleegd op en na de datum van inwerkingtreding van deze aanwijzing.

Bijlage

*Overzicht sepotgronden*

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.