Aanwijzing opsporing en vervolging ambtelijke corruptie in Nederland

Type Beleidsregel
Publication 2022-07-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Samenvatting

Deze aanwijzing geeft de kaders waarmee rekening moet worden gehouden bij de opsporing en vervolging van ambtelijke corruptie in Nederland en heeft als doel interne regels te stellen voor de wijze van opsporing en vervolging van ambtelijke corruptie in Nederland. De aanwijzing ziet zowel op de omkopende partij (burgers/bedrijven) als op de omgekochte partij (ambtenaren).

1. Opsporing

Onderzoek naar ambtelijke corruptie in Nederland wordt in beginsel door de rijksrecherche1Taken en inzet van de rijksrecherche zijn geregeld in de Aanwijzing taken en inzet rijksrecherche. uitgevoerd. De rijksrecherche kan op grond van artikel 60 Politiewet bijstand ontvangen van de nationale politie. De rijksrecherche kan gelet op haar bijzondere expertise bijstand verlenen aan andere opsporingsdiensten en/of deelnemen aan gecombineerde onderzoeksteams.

Onderzoeken naar ambtelijke corruptie richten zich zowel op de omkoper als op de omgekochte ambtenaar. Financieel rechercheren is in de regel een vast onderdeel van elk corruptieonderzoek, enerzijds ten behoeve van een eventuele ontnemingsprocedure, anderzijds omdat financieel onderzoek waardevolle gegevens kan opleveren voor de bewijsvoering in de corruptiezaak zelf.

2. Procedure

In alle gevallen waarin in een lopend onderzoek of nog te starten onderzoek inzet van de rijksrecherche gewenst is, informeert de (rijks)rechercheofficier van het betreffende OM-onderdeel de landelijk coördinerend officier van justitie rijksrecherche (LOvJ RR).

De LOvJ RR neemt – in afstemming met de stuurgroep opsporing, de directie of de piketfunctionaris van de rijksrecherche – een voorlopige beslissing over de inzet van de rijksrecherche.

De LOvJ RR informeert de Coördinatiecommissie Rijksrecherche (CCR). De CCR bepaalt of de inzet van de rijksrecherche inderdaad aangewezen is.

Het besluit met betrekking tot de eventuele inzet van de rijksrecherche wordt door de LOvJ RR teruggekoppeld aan de (rijks)rechercheofficier die de melding heeft gedaan.

Over de inhoudelijke aansturing van het rijksrecherche-onderzoek beslist het behandelend OM-onderdeel. Dat onderdeel is ook verantwoordelijk voor de voortgang en de wijze van afdoening.

3. Opportuniteit en (verdere) vervolging

Bij het bepalen van de opportuniteit van de vervolging van de omkoper en de omgekochte spelen verschillende factoren een rol. Zo kan een op het eerste gezicht relatief geringe gift leiden tot een verdenking van corruptie.

Bij het bepalen van de opportuniteit van (verdere) vervolging dient in elk geval rekening te worden gehouden met het initiatief tot de gift, de waarde, de heimelijkheid en de mate van maatschappelijke acceptatie van een dergelijke gift. Daarnaast zijn van belang het al dan niet incidentele karakter van de gift, de functie van de begiftigde ambtenaar, de aard van de relatie tussen gever en ontvanger en de mate van kenbaarheid aan de ambtenaar dat diens handelen verboden was en/of strijdig met bijvoorbeeld een voor die ambtenaar geldende gedragscode. Ook dient rekening te worden gehouden met de gevolgen die het handelen van de ambtenaar heeft gehad.

Toelichting factoren:

Uiteindelijk zal aan de hand van deze niet-limitatieve opsomming van factoren van geval tot geval de opportuniteit van de vervolging moeten worden bepaald.

4. Ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel

Het verkrijgen van inzicht in het vermogen van de omkoper/omgekochte en de geldstromen die gepaard gaan met corruptie is zowel bewijstechnisch als voor het ontnemen van het wederrechtelijk verkregen voordeel belangrijk. Financiële opsporing is dan ook cruciaal als onderdeel van het opsporingsonderzoek, eventueel met gebruikmaking van een Strafrechtelijk Financieel Onderzoek (SFO).

Overgangsrecht

De beleidsregels in deze aanwijzing hebben gelding vanaf de datum van inwerkingtreding.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.