Omzetbelasting, accijns, belasting op personenauto's en motorrijwielen, motorrijtuigenbelasting, overdrachtsbelasting, energiebelasting en opslag duurzame energie- en klimaattransitie en belasting op leidingwater, diplomatieke vrijstellingen

Type Beleidsregel
Publication 2022-06-30
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten.

Dit besluit bevat beleid met betrekking tot diplomatieke vrijstellingen van omzetbelasting, accijns, belasting op personenauto's en motorrijwielen, motorrijtuigenbelasting, overdrachtsbelasting, energiebelasting en opslag duurzame energie- en klimaattransitie en belasting op leidingwater.

1. Inleiding

1.1. Begrippen en afkortingen

Voor de toepassing van dit besluit worden de volgende begrippen en afkortingen gehanteerd:

1.2. Achtergrond

De artikelen 32 tot en met 40 UrAWR bevatten een aantal belastingvrijstellingen voor ambassades, consulaten, internationale organisaties, militaire begraafplaatsen, vertegenwoordigers en functionarissen. Deze vrijstellingen zijn gebaseerd op artikel 39 AWR.

In dit besluit, dat dient ter vervanging van Besluit IFZ2002/1208M van 21 januari 2003, worden verschillende vrijstellingen nader uitgewerkt. Dit besluit heeft hoofdzakelijk een toelichtend karakter. Er is niet beoogd de vrijstellingen te verruimen, tenzij dit uitdrukkelijk is aangegeven.

In dit besluit wordt een onderscheid gemaakt tussen de vrijstellingen die gelden voor het officieel gebruik: het gebruik door de vertegenwoordigingen of internationale organisaties zelf, en de vrijstellingen voor het persoonlijk gebruik: het gebruik door de vertegenwoordigers of de functionarissen. Daarbij wordt ingegaan op de algemene voorwaarden voor, alsmede op een aantal andere van belang zijnde aspecten van de vrijstellingen. Verder worden enkele procedurele aspecten toegelicht.

De belangrijkste wijzigingen ten opzichte van besluit IFZ2002/1208M betreffen de volgende onderdelen:

De overige wijzigingen zijn van redactionele of verduidelijkende aard.

De vrijstellingen die aan bepaalde internationale organisaties en hun functionarissen zijn toegekend, vinden hun basis in internationale overeenkomsten. In dit besluit worden deze vrijstellingen in algemene termen beschreven. Individuele regelingen kunnen afwijkingen daarvan bevatten.

In dit besluit wordt waar nodig verwezen naar de in de artikelen 7:8 tot en met 7:14 Adr opgenomen vrijstellingen van rechten bij invoer. Op deze vrijstellingen wordt in dit besluit echter niet nader ingegaan.

In dit besluit wordt verder niet ingegaan op vrijstellingen van inkomstenbelasting, loonbelasting en kansspelbelasting, alsmede de per 1 april 2018 in de UrAWR opgenomen belastingvrijstellingen ten aanzien van buitenlandse NAVO-strijdkrachten en personeelsleden daarvan.

1.3. Betrokken organen

Binnen de Belastingdienst is de fiscale behandeling van vertegenwoordigingen, vertegenwoordigers, internationale organisaties en functionarissen en daarmee de toepassing van de diplomatieke vrijstellingen ondergebracht bij Team Internationale Fiscale Behandeling in Den Haag.

Dit team is bereikbaar via: particulieren.ifb.bijzondere.kentekens@belastingdienst.nl voor vragen gerelateerd aan motorrijtuigen en via ifb.diplomatieke.privileges@belastingdienst.nl voor overige vragen.

De betrokken directie van het Ministerie van Buitenlandse Zaken is de Directie Protocol en Gastlandzaken.

Deze directie is bereikbaar via: DPG@minbuza.nl.

2. Algemeen

2.1. Wederkerigheid

Bepaalde vrijstellingen worden slechts verleend indien het land waaruit een vertegenwoordiging of vertegenwoordiger afkomstig is, een vergelijkbare vrijstelling verleent aan Nederlandse vertegenwoordigingen of vertegenwoordigers die in dat land verblijven. In dat verband wordt gesproken over wederkerigheid.

De DPG toetst de wederkerigheid per land. Landen waarbij sprake is van wederkerigheid worden op de zogenoemde A-lijst geplaatst, de andere landen op de B-lijst. Vertegenwoordigingen en vertegenwoordigers van een land op de A-lijst kunnen aanspraak maken op de vrijstellingen die zijn opgenomen in het A-pakket (het Wenen-pluspakket). Vertegenwoordigingen en vertegenwoordigers van een land op de B-lijst kunnen aanspraak maken op de vrijstellingen die zijn opgenomen in het B-pakket (het Wenen-sec pakket). In bijlage I bij dit besluit is een omschrijving van beide pakketten opgenomen met verwijzingen naar de relevante wettelijke bepalingen.

Functionarissen van internationale organisaties hebben de AO- of de BO-status. Voor functionarissen met de AO-status wordt aan de voorwaarde van wederkerigheid geacht te zijn voldaan. Ten aanzien van functionarissen met de BO-status is dit niet het geval. Ten aanzien van de internationale organisaties zelf speelt wederkerigheid geen rol. In de betreffende internationale overeenkomst is expliciet vastgelegd op welke vrijstellingen de internationale organisatie recht heeft.

De eis van wederkerigheid speelt in relatie tot de volgende belastingmiddelen en situaties:

Omzetbelasting:

De eis van wederkerigheid geldt voor de vrijstelling van omzetbelasting. Ten aanzien van prestaties in verband met officiële gebouwen gelden afwijkende regels, zie hiervoor nader paragraaf 5.2.3.

Energiebelasting en opslag duurzame energie en klimaattransitie en belasting op leidingwater:

De vrijstellingen van energiebelasting en opslag duurzame energie en belasting op leidingwater worden verleend indien er voor de betreffende producten ook een vrijstelling van omzetbelasting wordt verleend. Daarmee speelt de eis van wederkerigheid ook ten aanzien van deze belastingen.

Accijns:

De vrijstelling van accijns op alcohol en tabak wordt verleend indien de desbetreffende vrijgestelde ter zake in aanmerking komt voor vrijstelling van belastingen bij invoer. Hierdoor is de wederkerigheidseis van de invoervrijstelling voor deze producten, mede van toepassing op de vrijstelling van accijns. Zoals bekendgemaakt in Stcrt.2021, 48636 wordt de invoervrijstelling op tabak, en daarmee ook de vrijstelling van accijns op tabak per 1 januari 2023 afgeschaft.

Belasting van personenauto’s en motorrijwielen en Motorrijtuigenbelasting:

De eis van wederkerigheid geldt met betrekking tot de belasting op personenauto's en motorrijwielen en de motorrijtuigenbelasting slechts voor particuliere bedienden.

Overdrachtsbelasting:

De eis van wederkerigheid geldt ten aanzien van de vrijstelling van overdrachtsbelasting indien de betreffende onroerende zaak is bestemd voor bewoning door andere vertegenwoordigers dan het hoofd van de vertegenwoordiging.

2.2. Gelijkstelling functionarissen van internationale organisaties

Op grond van een internationale overeenkomst kunnen aan functionarissen van internationale organisaties dezelfde fiscale privileges zijn verleend als aan vertegenwoordigers van vergelijkbare rang van buitenlandse vertegenwoordigingen in Nederland. De op vertegenwoordigers van toepassing zijnde voorwaarden en procedures worden overeenkomstig toegepast. De vrijstellingen zijn, net als bij vertegenwoordigers, van overeenkomstige toepassing op inwonende gezinsleden van deze functionarissen.

Functionarissen hebben de AO- of de BO-status. Functionarissen met de AO-status worden gelijkgesteld aan vertegenwoordigers van landen op de A-lijst. Functionarissen met de BO-status worden in beginsel gelijkgesteld aan het ATB-personeel van een vertegenwoordiging op de B-lijst.

Particuliere bedienden in dienst van functionarissen komen niet in aanmerking voor diplomatieke vrijstellingen.

Ten aanzien van functionarissen van bepaalde internationale organisaties kunnen op basis van de van toepassing zijnde internationale overeenkomst, afwijkende regels gelden.

2.3. Voorwaardelijkheid

De vrijstellingen worden voorwaardelijk verleend. Dat houdt in dat een vrijstelling vervalt bij het niet meer voldoen aan de voorwaarden. Van niet meer voldoen aan de voorwaarden is bijvoorbeeld sprake als met een vrijstelling verkregen goederen worden geschonken, uitgeleend, verhuurd of verkocht, of anderszins voor commerciële doeleinden worden gebruikt. Dit geldt ook wanneer de goederen worden gebruikt voor samenvoeging tot een van de vrijstelling uitgesloten goed. Ten aanzien van diensten vervalt de vrijstelling, wanneer de dienst ten goede komt aan een ander dan de betrokken vertegenwoordiging of internationale organisatie.

Bij het vervallen van een vrijstelling is de belasting, waarvan eerder vrijstelling is verleend, verschuldigd door degene ten behoeve van wie de vrijstelling is verleend. Deze instelling of persoon wordt ter zake aangemerkt als belastingplichtige, zodat buiten twijfel staat dat de algemene heffingsbepalingen kunnen worden toegepast.

Wanneer de vrijstelling vervalt, dient de betrokken vrijgestelde vooraf contact op te nemen met Team IFB. De inspecteur stelt vervolgens vast in hoeverre ter zake belasting is verschuldigd. Hierbij worden de volgende regels gehanteerd.

Indien geen sprake is van oneigenlijk gebruik van de vrijstelling, wordt volstaan met heffing naar het tarief en over de waarde van het goed of de dienst op het moment waarop de vrijstelling vervalt, tot ten hoogste het bedrag aan belasting waarvan vrijstelling werd verleend. Indien sprake is van oneigenlijk gebruik van de vrijstelling wordt de verschuldigde belasting vastgesteld op ten minste het bedrag aan belasting waarvan vrijstelling werd verleend.

Uit doelmatigheidsoverwegingen keur ik het volgende goed. In afwijking van het voorgaande is bij het vervallen van de vrijstelling geen belasting verschuldigd, indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

Wanneer aan deze voorwaarden wordt voldaan, hoeft de betrokken vrijgestelde bij het vervallen van de vrijstelling geen contact op te nemen met Team IFB.

2.4. Redelijke hoeveelheden

De vrijstellingen worden verleend voor redelijke hoeveelheden. Ter invulling van dit begrip zijn voor verschillende goederen quota gesteld. Deze quota zijn opgenomen in bijlage II bij dit besluit. Deze quota gelden voor alle vrijstellingsgerechtigden ten aanzien van de totale hoeveelheid van met vrijstelling aangeschafte/ingevoerde goederen. Voor goederen waarvoor geen quota zijn gesteld worden de redelijke hoeveelheden op individuele basis beoordeeld.

Het aantal met vrijstelling aan te schaffen motorrijtuigen hangt samen met de omvang van de vertegenwoordiging of internationale organisatie (officieel gebruik) en van de status van de betrokken medewerker (persoonlijk gebruik).

2.5. Registratie aangemelde en toegelaten personen

Het beleid inzake de toelating van vertegenwoordigers en functionarissen, hun inwonende gezinsleden en hun particuliere bedienden berust, evenals de toekenning van de status en de registratie van bedoelde personen, bij de DPG. Toegelaten personen ontvangen een door de DPG afgegeven identiteitsbewijs.

Vertegenwoordigingen en internationale organisaties melden de betrokkenen aan bij de DPG. Van de toegelaten personen worden aanmeldingen toegezonden aan Team IFB.

Uitwisseling van informatie tussen de DPG en Team IFB met betrekking tot aan- en afmeldingen en (eventuele wijzigingen van) nationaliteit, status, burgerlijke staat of adres geschiedt via PROBAS. Aan de hand van PROBAS en de aanmeldingen beoordeelt de inspecteur of aanspraak op vrijstellingen bestaat.

Indien in verband met toepassing van vrijstellingen, bijvoorbeeld ten aanzien van inwonende gezinsleden, onduidelijk zou zijn of een bepaalde persoon al dan niet is toegelaten of afgemeld, neemt Team IFB hierover contact op met de DPG.

3. Persoonlijk gebruik, algemene voorwaarden

3.1. Geen Nederlander zijn

Nederlanders komen niet in aanmerking voor de in dit besluit behandelde vrijstellingen. Volledigheidshalve zij opgemerkt dat dit ook geldt voor Nederlanders die naast de Nederlandse nationaliteit nog een andere nationaliteit bezitten.

Een uitzondering geldt voor Nederlanders, die vanuit een andere EU of EEU-lidstaat of Zwitserland zijn aangeworven om in Nederland te gaan werken voor een internationale organisatie. Op grond van het vrij werknemersverkeer binnen de Europese Unie komen zij wel in aanmerking voor vrijstellingen.

3.2. Geen duurzaam verblijf houden in Nederland

Personen die duurzaam in Nederland verblijven, komen niet in aanmerking voor vrijstellingen. Of er sprake is van duurzaam verblijf blijkt uit PROBAS. Ingeval van duurzaam verblijf wordt bij de statusvermelding de toevoegingscode 'DV' gebruikt. Team IFB volgt in beginsel de statusvermelding in PROBAS. Beschikt Team IFB over afwijkende informatie dan wordt hierover overleg gevoerd met de DPG.

3.3. Tienjaarstermijn

Ten aanzien van het ATB-personeel worden de vrijstellingen uitsluitend verleend gedurende tien jaar na aanvang van de tewerkstelling in Nederland. Dit geldt voor zowel ATB-personeel van in Nederland gevestigde vertegenwoordigingen als voor functionarissen met de status BO.

3.4. Inwonende gezinsleden

Inwonende gezinsleden kunnen, als zij aan de voorwaarden voldoen, in aanmerking komen voor de belastingvrijstellingen. Hierbij is van belang dat zij als zodanig in PROBAS zijn opgenomen.

Ik keur overeenkomstig internationaal gebruik het volgende goed:

Als inwonende gezinsleden worden tevens aanmerkt uitwonende kinderen die:

3.5. Geen honorair consul

Honoraire consuls hebben, ongeacht hun nationaliteit, geen recht op de in dit besluit beschreven vrijstellingen. Overige leden van consulaire vertegenwoordigingen komen wel voor vrijstellingen in aanmerking. Het maakt daarbij geen verschil of zij werkzaam zijn bij een consulaat dat wordt geleid door een beroepsconsul, of bij een consulaat dat wordt geleid door een honorair consul.

4. Officieel gebruik, algemene voorwaarden

Naar internationaal gebruik is het aan het hoofd van een vertegenwoordiging om, binnen de grenzen van de redelijkheid, te beoordelen welke goederen en diensten bestemd zijn voor officieel gebruik. In lijn daarmee volgt de inspecteur in beginsel de beoordeling van de diplomatieke vertegenwoordiging of de internationale organisatie. Een dergelijke beoordeling zal echter niet worden gevolgd indien hiermee duidelijk buiten de redelijke grenzen wordt getreden.

Zo zal van officieel gebruik bijvoorbeeld geen sprake zijn bij goederen en diensten die worden gebruikt voor activiteiten waarmee in concurrentie wordt getreden met reguliere ondernemers. Van een dergelijke activiteit is bijvoorbeeld sprake als een internationale organisatie artikelen verkoopt in een eigen winkel (‘merchandise’), het bedrijfsrestaurant door medewerkers wordt gebruikt voor bruiloften en partijen of als de sportfaciliteiten op eigen terrein tegen commerciële tarieven worden geëxploiteerd of tegen vergoeding kunnen worden gebruikt door derden.

Ook zal van officieel gebruik geen sprake zijn indien in wezen sprake is van een aankoop door de vertegenwoordigers of functionarissen zelf (voor eigen gebruik) en door aankoop via de vertegenwoordiging of internationale organisatie sprake zou zijn van een belastingvoordeel dat de vertegenwoordiger of functionaris bij eigen aankoop niet zou hebben.

Zaken en diensten die ten behoeve van de werknemer in het kader van goed werkgeverschap worden aangeschaft, kunnen in beginsel kwalificeren als officieel gebruik. Bij de beoordeling van de redelijke grenzen kan, als uitgangspunt, een vergelijking worden gemaakt met hetgeen bij andere in Nederland gevestigde werkgevers gebruikelijk is. Daarnaast dient de betrokkenheid van de werkgever als zodanig voldoende te blijken. Hierbij spelen elementen als de financiering door de werkgever, de mate van privégebruik en de voorwaarden van de regeling een rol.

5. Omzetbelasting

5.1. Persoonlijk gebruik

De vrijstelling van omzetbelasting voor persoonlijk gebruik omvat de binnenlandse levering van alle roerende zaken met uitzondering van levensmiddelen, drank en tabakswaren. Deze vrijstelling geldt, in tegenstelling tot de vrijstelling voor officieel gebruik, niet voor de levering van onroerende zaken en voor diensten.

Deze vrijstelling van omzetbelasting wordt verleend onder voorwaarde van wederkerigheid. Zie hiervoor nader paragraaf 2.1.

Deze vrijstelling van omzetbelasting geldt voor leveringen van ten minste € 225 per factuur (exclusief omzetbelasting).

Hierbij keur ik het volgende goed.

Voor het bepalen van het drempelbedrag van € 225 mogen de facturen die betrekking hebben op de leveranties van dezelfde ondernemer gedurende een kalenderkwartaal bij elkaar worden opgeteld (samentelregel).

Voor accijnsgoederen, aangeschaft in een accijnsgoederenplaats, gelden afwijkende regels. Zie hiervoor nader paragraaf 5.4.

5.2. Officieel gebruik

5.2.1. Algemeen

De vrijstelling van omzetbelasting voor officieel gebruik geldt voor de levering van roerende zaken, onroerende zaken (inclusief de rechten waaraan deze zijn onderworpen) en diensten. Deze vrijstelling geldt daarmee ook voor de levering van levensmiddelen bestemd voor officieel gebruik.

Deze vrijstelling van omzetbelasting wordt verleend onder voorwaarde van wederkerigheid. Zie hiervoor nader de paragrafen 2.1. en 5.2.3.

Deze vrijstelling van omzetbelasting wordt verleend aan het hoofd van de vertegenwoordiging of de internationale organisatie. Deze dient in een verklaring te bevestigen dat de betreffende goederen en/of diensten voor officieel gebruik zijn bestemd.

De in paragraaf 5.1 beschreven drempel van € 225 per factuur is ook hier van toepassing, inclusief de aldaar beschreven samentelregel.

Honorair consulaten komen slechts in aanmerking voor een vrijstelling van omzetbelasting op bepaalde goederen en diensten in verband met de huisvesting van het consulaat en van beroepsconsulaire leden daarvan, zie hiervoor nader paragraaf 5.2.2.

5.2.2. Diplomatieke vrijstelling in verband met de officiële gebouwen

Vertegenwoordigingen en internationale organisaties komen in aanmerking voor vrijstelling van omzetbelasting voor de levering aan de zendstaat of organisatie van onroerende zaken en van rechten waaraan deze zijn onderworpen, voor zover deze bestemd zijn voor officieel gebruik. Onder officieel gebruik wordt in dit verband mede verstaan het huisvesten van vertegenwoordigers, met uitzondering van honorair consuls. In afwijking van de gebruikelijke procedure moet de vrijstelling per geval worden aangevraagd via de DPG, zie nader paragraaf 5.3.3.

Indien gebouwen voor officieel gebruik worden gehuurd, wordt ter zake vrijstelling van omzetbelasting verleend, ingeval er sprake is van belaste verhuur op grond van artikel 11, eerste lid, onderdeel b, ten 5e, van de Wet op de omzetbelasting 1968.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.