Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 23 juni 2022, kenmerk 3383966-1031067-Z, houdende bepalingen omtrent de in de Zorgverzekeringswet bedoelde vereveningsbijdrage voor het jaar 2021 (Regeling risicoverevening 2021)

Type Ministeriële regeling
Publication 2022-07-02
State In force
Source BWB
artikelen 23
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Hoofdstuk 1. Definities en algemene bepalingen

Hoofdstuk 1. Definities en algemene bepalingen

Hoofdstuk 3. Regels ten behoeve van de vaststelling van de vereveningsbijdrage (ex post) ten behoeve van een zorgverzekeraar

Hoofdstuk 4. Aanvullingen op de vereveningsbijdrage aan een zorgverzekeraar

Hoofdstuk 5. Betaling van de vereveningsbijdrage aan zorgverzekeraar door het zorginstituut

Hoofdstuk 2. Regels ten behoeve van de toekenning van de vereveningsbijdrage (ex ante) aan een zorgverzekeraar

Artikel 21

1.

Wijzigt de Regeling risicoverevening 2019.

2.

Wijzigt de Regeling risicoverevening 2020.

Hoofdstuk 7. Slotbepalingen

Bijlage 1. Normbedragen vereveningsmodel variabele zorgkosten (behorende bij artikel 5 en artikel 11, tweede lid, van de Regeling risicoverevening 2021)

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Bijlage 2. Normbedragen vereveningsmodel geneeskundige GGZ(behorende bij artikel 5 van de Regeling risicoverevening 2021)

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Bijlage 3. Normbedragen vereveningsmodel geneeskundige GGZ bij toepassing van hogekostencompensatie (behorende bij artikel 11, tweede lid, van de Regeling risicoverevening 2021)

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Bijlage 4. Normbedragen vereveningsmodel voor de eigen betalingen ten gevolge van het verplicht eigen risico alleen volwassenen zonder FKG/DKG/HKG/FDG/MVV en niet ingedeeld bij MHK-klasse ‘2 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 10 procent’ of hoger (behorende bij artikel 8, tweede lid, van de Regeling risicoverevening 2021)

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

verstrekking van een duur intramuraal geneesmiddel: verstrekking van een intramuraal geneesmiddel die is uitgezonderd van de zorg, bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, van het Besluit zorgverzekering krachtens het tweede lid van dat artikel, of artikel 2.4a, eerste lid, van dat besluit.

Artikel 2

1.

Het macro-prestatiebedrag voor het jaar 2021 bedraagt € 48.231,4 miljoen.

2.

Het macro-prestatiebedrag is opgebouwd uit de volgende macro-deelbedragen:

  • a. het macro-deelbedrag variabele zorgkosten ad € 45.128,6 miljoen;
  • b. het macro-deelbedrag vaste zorgkosten ad € 283,6 miljoen;
  • c. het macro-deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg ad € 2.819,2 miljoen.

Artikel 3

1.

De opbrengst van de nominale rekenpremie wordt voor het jaar 2021 geraamd op € 20.108,6 miljoen.

2.

De opbrengst van het verplicht eigen risico wordt voor het jaar 2021 geraamd op € 3.227,2 miljoen.

Artikel 4

De beschikbare middelen voor het verstrekken van de bijdragen aan zorgverzekeraars, bedoeld in artikel 32, vierde lid, onderdeel a, van de wet, omvatten voor het jaar 2021, naast de middelen, bedoeld in § 1.5 van hoofdstuk 3 van het Besluit zorgverzekering, een bedrag van € 24.895,5 miljoen.

Artikel 5

1.

De klassen en gewichten, bedoeld in de artikelen 3.4 en 3.6 van het Besluit zorgverzekering, zijn vermeld in de bijlagen 1 en 2.

2.

Bij de indeling van verzekerden in de klassen van de vereveningscriteria, blijven de op grond van de zorgverzekeringen verzekerde zorg of overige diensten in verband met een catastrofe als bedoeld in artikel 33, eerste lid, onderdeel a, van de Zorgverzekeringswet en de kosten van die zorg of overige diensten, in een catastrofejaar als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, van dat artikel en het daaropvolgende kalenderjaar, buiten beschouwing.

3.

Bij de indeling van verzekerden in de klassen van het vereveningscriterium MHK laat het Zorginstituut de kosten van verpleging en verzorging buiten beschouwing.

4.

Bij de indeling van verzekerden in de klassen van het vereveningscriterium GGZ-MHK laat het Zorginstituut de kosten van het tweede en derde jaar intramurale geestelijke gezondheidszorg buiten beschouwing.

Artikel 6

In afwijking van artikel 5 en bijlage 1, tabellen 1.2, 1.3, 1.4 en 1.10, en bijlage 2, tabellen 2.2 en 2.3, wordt een verzekerde die in het buitenland woont ingedeeld in de klassen ‘Geen FKG’, ‘Geen DKG’, ‘Geen HKG’, ’Geen FDG’, ‘Geen FKG psychische aandoeningen’ en ‘Geen DKG psychische aandoeningen’, waarbij voor hem het gewicht van die klassen door het Zorginstituut wordt vastgesteld op een percentage van de gewichten van de desbetreffende klassen zoals deze op grond van de genoemde tabellen voor in Nederland wonende verzekerden gelden.

Artikel 7

1.

De nominale rekenpremie per jaar bedraagt € 1.417 per zorgverzekering waarvoor premie moet worden betaald.

2.

Het Zorginstituut raamt de opbrengst van de nominale rekenpremie per zorgverzekeraar, bedoeld in artikel 3.10, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering, door het geraamde aantal zorgverzekeringen waarvoor premie moet worden betaald te vermenigvuldigen met de nominale rekenpremie.

3.

Het Zorginstituut raamt het aantal zorgverzekeringen waarvoor premie moet worden betaald, bedoeld in het tweede lid, door het geraamde aantal zorgverzekeringen van verzekerden van achttien jaar en ouder bij een zorgverzekeraar, te verminderen met het geraamde aantal zorgverzekeringen van verzekerden als bedoeld in artikel 24 van de wet.

Artikel 8

1.

Het Zorginstituut raamt de opbrengst van het verplicht eigen risico per zorgverzekeraar, bedoeld in artikel 3.10, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering, door per verzekerde van achttien jaar en ouder, met uitzondering van verzekerden als bedoeld in artikel 24 van de wet, de geraamde opbrengst van het verplicht eigen risico te bepalen en vervolgens de geraamde opbrengsten per zorgverzekeraar te sommeren.

2.

Het Zorginstituut gaat voor de bepaling van de geraamde opbrengst per verzekerde, bedoeld in het eerste lid, voor verzekerden van achttien jaar of ouder die zowel onder de klasse ‘Geen FKG’, als onder de klassen ‘Geen DKG’, ‘Geen HKG’, ‘Geen MVV’ en ‘Geen FDG’ vallen en niet worden ingedeeld bij MHK-klasse ‘2 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 10 procent’ of hoger, uit van verzekerdenaantallen onderverdeeld in klassen naar leeftijd en geslacht, AVI, regio en MHK en de in bijlage 4 genoemde gewichten. Hierbij wordt de in de bijlage 4 aangegeven klassenindeling van de criteria aangehouden.

3.

In afwijking van het tweede lid worden verzekerden die in het buitenland wonen niet ingedeeld bij het criterium regio.

4.

De geraamde opbrengst per verzekerde, bedoeld in het eerste lid, bedraagt € 357,26 voor verzekerden van achttien jaar of ouder waarop het tweede lid niet van toepassing is.

Artikel 9

1.

Het Zorginstituut wijst bij samenloop van klassen van een vereveningscriterium alleen de hoogste klasse van dat criterium die voor de betreffende verzekerde van toepassing is toe.

2.

In afwijking van het eerste lid, wijst het Zorginstituut alle toepasselijke klassen van het vereveningscriterium FKG’s toe met inachtneming van de volgende uitzonderingen:

  • a. In geval van samenloop bij twee of meer van de klassen ‘Diabetes type I met hypertensie’, ‘Diabetes type I zonder hypertensie’, ‘Diabetes type II met hypertensie’ en ‘Diabetes type II zonder hypertensie’, deelt het Zorginstituut een verzekerde in bij eerstgenoemde klasse die voor de betreffende verzekerde van toepassing is en niet bij de andere genoemde klassen;
  • b. Indien een verzekerde is ingedeeld bij de klasse ’Psychose en verslaving’, deelt het Zorginstituut deze verzekerde niet in bij de klasse ‘Depressie’;
  • c. Indien een verzekerde is ingedeeld bij de klasse ‘Neuropathische pijn’, deelt het Zorginstituut deze verzekerde niet in bij de klasse ‘Chronische pijn exclusief opioïden’;
  • d. In geval van samenloop bij twee of meer van de klassen ‘COPD/Zware astma o.b.v. add-on’, ‘COPD/Zware astma’ en ‘Astma’, deelt het Zorginstituut een verzekerde in bij eerstgenoemde klasse die voor de betreffende verzekerde van toepassing is en niet bij de andere genoemde klassen;
  • e. Indien een verzekerde is ingedeeld bij de klasse ‘Auto-immuunziekten o.b.v. add-on’, deelt het Zorginstituut deze verzekerde niet in bij de klasse ‘Reuma’ en niet bij de klasse ‘Psoriasis’ en niet bij de klasse ‘Ziekte van Crohn/Colitis Ulcerosa’;
  • f. Indien een verzekerde is ingedeeld bij de klasse ‘Aandoeningen van hersenen/ruggenmerg: multiple sclerose’, deelt het Zorginstituut deze verzekerde niet in bij de klasse ‘Aandoeningen van hersenen/ruggenmerg: overig’;
  • g. In geval van samenloop bij twee of meer van de klassen ‘Kanker o.b.v. add-on’, ‘Kanker’ en ‘Hormoongevoelige tumoren’, deelt het Zorginstituut een verzekerde in bij eerstgenoemde klasse die voor de betreffende verzekerde van toepassing is en niet bij de andere genoemde klassen;
  • h. Indien een verzekerde is ingedeeld bij de klasse ‘COPD/Zware astma o.b.v. add-on’, ‘COPD/Zware astma’, ‘Hartaandoeningen’ of ‘Pulmonale arteriële hypertensie’, deelt het Zorginstituut deze verzekerde niet in bij de klasse ‘Chronische antistolling’;
  • i. In geval van samenloop bij twee of meer van de klassen ‘Extreem hoge kosten cluster 4’, ‘Extreem hoge kosten cluster 3’, ‘Extreem hoge kosten cluster 2’ en ‘Extreem hoge kosten cluster 1’, deelt het Zorginstituut een verzekerde in bij eerstgenoemde klasse die voor de betreffende verzekerde van toepassing is en niet bij de andere genoemde klassen.
3.

Het Zorginstituut deelt bij het vereveningscriterium FKG’s een verzekerde niet in op basis van de verstrekking van een geneesmiddel die in een van de drie aan het vereveningsjaar voorafgaande kalenderjaren is opgehouden een verstrekking van een duur intramuraal geneesmiddel te zijn.

4.

In afwijking van het eerste lid, wijst het Zorginstituut alle toepasselijke klassen toe van:

  • a. het vereveningscriterium DKG’s, waarbij een klasse meerdere malen kan worden toegewezen; en
  • b. het vereveningscriterium HKG’s.
5.

Voor de indeling van een verzekerde bij het vereveningscriterium AVI geldt dat:

  • a. het Zorginstituut een verzekerde van 18 tot en met 64 jaar die in meerdere klassen van het vereveningscriterium AVI is in te delen, in afwijking van het eerste lid, indeelt op basis van de volgorde in de volgende trechtering:
    1. duurzaam en volledig arbeidsongeschikten (IVA);
    1. arbeidsongeschikten;
    1. bijstandsgerechtigden;
    1. studenten van 18 tot en met 34 jaar;
    1. werklozen en loontrekkers, behalve als zij hoogopgeleid en 18 tot en met 44 jaar zijn;
    1. zelfstandigen;
    1. hoogopgeleiden van 18 tot en met 44 jaar;
    1. alle verzekerden die niet zijn ingedeeld onder 1 tot en met 7. Zij vormen samen met de verzekerden onder 5 de referentiegroep.
  • b. het Zorginstituut een verzekerde van 0 tot en met 17 jaar indeelt op basis van de AVI-indeling van de volwassenen op hetzelfde adres. Indien er meerdere volwassenen op hetzelfde adres wonen, deelt het Zorginstituut de verzekerde, bedoeld in de vorige zin, in de relevante AVI-klasse in die het eerst voorkomt in de trechtering van onderdeel a, bij die indeling worden alleen volwassenen betrokken die jonger zijn dan 65 jaar en die ten minste 15 jaar ouder zijn dan de betreffende verzekerde van 0 tot en met 17 jaar; en
  • c. het Zorginstituut een verzekerde van 65 tot en met 69 jaar indeelt op basis van de laatst bekende AVI-indeling van voordat de verzekerde 65 jaar werd.
6.

In afwijking van het eerste lid wijst het Zorginstituut alle toepasselijke klassen van het vereveningscriterium FKG’s psychische aandoeningen toe met inachtneming van de volgende uitzondering: In geval van samenloop bij twee of meer van de klassen ‘Psychose depot’, ‘Chronische stemmingsstoornissen complex’, ‘Psychose’, ‘Bipolaire stoornissen complex’, ‘Bipolaire stoornissen regulier’ en ‘Chronische stemmingsstoornissen’, deelt het Zorginstituut een verzekerde in bij eerstgenoemde klasse die voor de betreffende verzekerde van toepassing is en niet bij de andere genoemde klassen.

7.

Het Zorginstituut deelt verzekerden in een Wlz-instelling bij het vereveningscriterium SES in in de klasse ‘1 (zeer laag)’ en bij het vereveningscriterium MVV verzekerden in een Wlz-instelling van 18 jaar of ouder in de klasse ‘Geen MVV’.

8.

Het Zorginstituut deelt verzekerden ingedeeld in de klassen ‘15’ tot en met ‘18’ van het vereveningscriterium DKG’s psychische aandoeningen bij het vereveningscriterium SES in de klasse ‘1 (zeer laag)’ in.

9.

Het Zorginstituut deelt bij het vereveningscriterium GGZ-MHK verzekerden met kosten op de percentielgrens ’98,5 procent met kosten >10 euro’ naar rato in bij de betreffende klassen.

10.

Het Zorginstituut deelt bij het vereveningscriterium MVV verzekerden met kosten op de percentielgrens naar rato in bij de betreffende klassen.

11.

Indien een percentielgrens als bedoeld in het tiende lid, gelijk is aan nul euro, deelt het Zorginstituut, in afwijking van het tiende lid, verzekerden met kosten op die percentielgrens in bij de klasse ‘Geen MVV’.

12.

Het Zorginstituut stelt als bijlage bij de beleidsregels, bedoeld in artikel 32, vijfde lid, van de Zorgverzekeringswet, referentiebestanden vast voor de vereveningscriteria FKG’s, DKG’s, HKG’s, AVI, SES, PPA, regio, FDG, FKG’s psychische aandoeningen, DKG’s psychische aandoeningen en GGZ-regio ter onderbouwing van de indeling van verzekerden in de klassen van het desbetreffende vereveningscriterium.

Hoofdstuk 3. Regels ten behoeve van de vaststelling van de vereveningsbijdrage (ex post) ten behoeve van een zorgverzekeraar

Artikel 10

1.

Een verzekerde die slechts gedurende een deel van het vereveningsjaar bij een zorgverzekeraar verzekerd was, telt voor het vaststellen van de vereveningsbijdrage voor die zorgverzekeraar mee in een mate die bepaald wordt door het aantal dagen dat hij in dat jaar bij die zorgverzekeraar verzekerd was te delen door het aantal dagen in dat jaar.

2.

Indien een verzekerde gedurende een aantal dagen van het vereveningsjaar bij meer dan één zorgverzekeraar verzekerd was, telt hij voor het vaststellen van de vereveningsbijdrage over die periode mee in een mate die bepaald wordt door het getal 1 te delen door het aantal zorgverzekeraars waarbij hij in die periode verzekerd was.

Artikel 11

1.

Nadat het Zorginstituut de gerealiseerde kosten op de in de artikelen 12 tot en met 15 beschreven wijze heeft toegedeeld, herberekent het Zorginstituut voor de clusters ‘variabele zorgkosten’ en ‘kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’ de relevante deelbedragen met gebruik van de referentiebestanden, bedoeld in artikel 9, twaalfde lid.

2.

Het Zorginstituut gaat bij de herberekening, bedoeld in het eerste lid, uit van de gerealiseerde kosten voor elk van beide clusters en van gerealiseerde aantallen verzekerden per klasse van ieder vereveningscriterium. Voor de herberekening van de vereveningsbijdrage voor het cluster ‘variabele zorgkosten’ past het Zorginstituut de gewichten in de tabellen van bijlage 1 toe. Voor de herberekening van de vereveningsbijdrage voor het cluster ‘kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’ past het Zorginstituut de gewichten in de tabellen van bijlage 3 toe.

3.

De gerealiseerde aantallen verzekerden per klasse van ieder vereveningscriterium worden voor de hiernavolgende criteria aan de hand van realisatiecijfers over de volgende jaren berekend:

  • a. leeftijd en geslacht: 2021;
  • b. FKG’s: 2020;
  • c. DKG’s: 2019;
  • d. HKG’s: 2020;
  • e. AVI: 2021;
  • f. regio: 2021;
  • g. SES: 2020 en 2021;
  • h. MHK: 2018, 2019 en 2020;
  • i. GGZ-regio: 2021;
  • j. FKG’s psychische aandoeningen: 2020;
  • k. DKG’s psychische aandoeningen: 2018, 2019 en 2020;
  • l. PPA: 2020 en 2021;
  • m. GGZ-MHK: 2016, 2017, 2018, 2019 en 2020;
  • n. FDG: 2020;
  • o. MVV: 2018, 2019 en 2020.
4.

In afwijking van het tweede lid, herberekent het Zorginstituut het gewicht van de klasse ‘Geen FKG’ zodanig dat het voor de klassen ‘Auto-immuunziekten o.b.v. add-on’, ‘Kanker o.b.v. add-on’, ‘Groeistoornissen o.b.v. add-on’, ‘Immunoglobuline o.b.v. add-on’, ‘COPD/Zware astma o.b.v. add-on’, ‘Extreem hoge kosten cluster 1’, ‘Extreem hoge kosten cluster 2’, ‘Extreem hoge kosten cluster 3’ en ‘Extreem hoge kosten cluster 4’ gesommeerde verschil tussen de vermenigvuldiging van het gerealiseerde aantal verzekerden met het gewicht in tabel 1.2 en de vermenigvuldiging van het bij toekenning van de vereveningsbijdrage verwachte aantal verzekerden met het gewicht in tabel 1.2, teniet wordt gedaan.

5.

In afwijking van het tweede lid, herberekent het Zorginstituut het gewicht voor elke klasse van het vereveningscriterium DKG’s zodanig dat per klasse het resultaat van de vermenigvuldiging van het herberekende gewicht met het gerealiseerde aantal verzekerden gelijk is aan het resultaat van de vermenigvuldiging van het gewicht in tabel 1.3 met het bij toekenning van de vereveningsbijdragen verwachte aantal verzekerden.

6.

In afwijking van het tweede lid, herberekent het Zorginstituut het gewicht voor de klasse ‘Geen MHK’ zodanig dat voor het criterium MHK de gesommeerde resultaten van de vermenigvuldiging van de gewichten met het gerealiseerde aantal verzekerden, nul bedragen.

7.

In afwijking van het tweede lid, herberekent het Zorginstituut het gewicht voor de klasse ‘Geen MVV’ zodanig dat voor het criterium MVV de gesommeerde resultaten van de vermenigvuldiging van de gewichten met het gerealiseerde aantal verzekerden, nul bedragen.

8.

In afwijking van het tweede lid, herberekent het Zorginstituut het gewicht van de klasse ‘Geen DKG psychische aandoeningen’ zodanig dat voor het criterium DKG’s psychische aandoeningen de gesommeerde resultaten van de vermenigvuldiging van de gewichten met het gerealiseerde aantal verzekerden, nul bedragen.

9.

In afwijking van het tweede lid, herberekent het Zorginstituut het gewicht van de klasse ‘Geen FDG’ zodanig dat het verschil tussen de vermenigvuldiging van het gerealiseerde aantal verzekerden met het gewicht in tabel 1.10 en de vermenigvuldiging van het bij toekenning van de vereveningsbijdrage verwachte aantal verzekerden met het gewicht in tabel 1.10 bij de klasse ‘FDG 2’, teniet wordt gedaan.

10.

In afwijking van het tweede lid, herberekent het Zorginstituut het gewicht van de klasse ‘Geen HKG’ zodanig dat voor het criterium HKG de gesommeerde resultaten van de vermenigvuldiging van de gewichten met het gerealiseerde aantal verzekerden, nul bedragen.

11.

In afwijking van het tweede lid, herberekent het Zorginstituut het gewicht van de klasse ‘Geen GGZ-MHK’ zodanig dat het voor de klassen ‘5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 5 promille‘ en ‘5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 2,5 promille’ gesommeerde verschil tussen de vermenigvuldiging van het gerealiseerde aantal verzekerden met het gewicht in tabel 3.8 en de vermenigvuldiging van het bij toekenning van de vereveningsbijdrage verwachte aantal verzekerden met het gewicht in tabel 3.8, teniet wordt gedaan.

12.

In afwijking van het tweede lid, herberekent het Zorginstituut de gewichten voor elke leeftijdsklasse in tabel 1.5 voor de zelfstandigen, de referentiegroep en de hoogopgeleiden zodanig dat voor de corresponderende leeftijdsklasse voor de bijstandsgerechtigden het verschil tussen de vermenigvuldiging van het gerealiseerde aantal verzekerden met het gewicht in tabel 1.5 en de vermenigvuldiging van het bij toekenning van de vereveningsbijdrage verwachte aantal verzekerden met het gewicht in tabel 1.5, teniet wordt gedaan. Het Zorginstituut past bij de herberekening de betrokken gewichten per leeftijdsklasse met eenzelfde bedrag aan.

13.

In afwijking van het tweede lid, herberekent het Zorginstituut de gewichten voor elke leeftijdsklasse in tabel 3.4 voor de zelfstandigen, de referentiegroep en de hoogopgeleiden zodanig dat voor de corresponderende leeftijdsklasse voor de bijstandsgerechtigden het verschil tussen de vermenigvuldiging van het gerealiseerde aantal verzekerden met het gewicht in tabel 3.4 en de vermenigvuldiging van het bij toekenning van de vereveningsbijdrage verwachte aantal verzekerden met het gewicht in tabel 3.4, teniet wordt gedaan. Het Zorginstituut past bij de herberekening de betrokken gewichten per leeftijdsklasse met eenzelfde bedrag aan.

14.

Het Zorginstituut rondt de op grond van het vierde tot en met dertiende lid herberekende gewichten af op twee decimalen.

Artikel 12

1.

Het Zorginstituut merkt kosten als bedoeld in artikel 3.13 van het Besluit zorgverzekering, voor prestaties van grensoverschrijdende zorg:

  • a. die zodanig zijn gespecificeerd dat uit de specificatie blijkt dat zij gelden als kosten van geneeskundige zorg zoals klinisch psychologen en psychiaters die plegen te bieden die gericht is op het herstel van een psychische aandoening alsmede het daarmee gepaard gaande verblijf gedurende een onafgebroken periode van niet meer dan 1.095 dagen, aan als kosten van het cluster ‘kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’; en
  • b. waarvan de specificatie niet voldoet aan onderdeel a, aan als kosten van het cluster ‘variabele zorgkosten’.
2.

Het Zorginstituut merkt kosten voor prestaties van grensoverschrijdende zorg die gemaakt zijn met toepassing van internationale regelingen inzake sociale zekerheid, aan als kosten van het cluster ‘variabele zorgkosten’.

Artikel 13

1.

Met uitzondering van betalingen uit hoofde van een verplicht of vrijwillig eigen risico, deelt het Zorginstituut zorgkosten die voor rekening komen van de verzekerden niet toe aan een cluster van prestaties.

2.

Het Zorginstituut deelt renteheffingskosten niet toe aan een cluster van prestaties.

Artikel 14

1.

Het Zorginstituut merkt de kosten van prestaties, geleverd door instellingen die meedoen aan experimenten in de zin van de Wet marktordening gezondheidszorg, voor een door hem per instelling vast te stellen percentage aan als kosten van het cluster ‘variabele zorgkosten’.

2.

Het Zorginstituut merkt de kosten van de Stichting Kinderoncologie Nederland voor 75 procent aan als kosten van het cluster ‘variabele zorgkosten’.

Artikel 15

1.

Het Zorginstituut merkt de kosten van prestaties, geleverd door instellingen die meedoen aan experimenten in de zin van de Wet marktordening gezondheidszorg, per instelling voor medisch-specialistisch zorg voor 100 procent minus het door hem op basis van artikel 14, eerste lid, vastgestelde percentage, aan als kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’.

2.

Het Zorginstituut merkt de kosten van de Stichting Kinderoncologie Nederland voor 25 procent aan als kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’.

3.

Het Zorginstituut merkt de kosten van de verstrekking van een geneesmiddel die in het vereveningsjaar of de drie daaraan voorafgaande kalenderjaren is opgehouden een verstrekking van een duur intramuraal geneesmiddel te zijn aan als kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’.

4.

Het Zorginstituut calculeert 100 procent na op het verschil tussen de kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’, vastgesteld ingevolge het eerste tot en met derde lid enerzijds, en het herberekende deelbedrag ‘vaste zorgkosten’ na toepassing van artikel 3.15, tweede lid van het Besluit zorgverzekering anderzijds.

Artikel 16

1.

Het Zorginstituut past als volgt hogekostencompensatie toe op het herberekende deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg, bedoeld in artikel 3.12, derde lid, van het Besluit zorgverzekering:

  • a. de drempelwaarde wordt bepaald, zodanig dat 0,5% van de verzekerden met kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg kosten gelijk aan of boven deze drempelwaarde heeft;
  • b. 90% van de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg van de verzekerde, voor zover deze kosten de drempelwaarde overschrijden, wordt berekend;
  • c. vervolgens worden de uitkomsten uit onderdeel b per zorgverzekeraar gesommeerd;
  • d. daarna wordt het percentage berekend dat voortvloeit uit de verhouding tussen de som van de uitkomsten van onderdeel c van alle zorgverzekeraars samen en de herberekende deelbedragen kosten geneeskundige geestelijke gezondheidszorg van alle zorgverzekeraars samen, en dit percentage wordt toegepast op het corresponderende herberekende deelbedrag van een zorgverzekeraar.
  • e. ten slotte wordt het herberekende deelbedrag per zorgverzekeraar nogmaals herberekend door hierbij het resultaat van onderdeel c op te tellen en vervolgens te verminderen met het resultaat van onderdeel d.
2.

Het Zorginstituut kan bij een voorlopige vaststelling als bedoeld in artikel 3.20, eerste lid, van het Besluit zorgverzekering, de toepassing van hogekostencompensatie achterwege laten. Het Zorginstituut past dan in afwijking van artikel 11, tweede lid, voor de herberekening van de vereveningsbijdrage voor het cluster ‘kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’ de gewichten in de tabellen van bijlage 2 toe.

Artikel 17

1.

De opbrengst van de nominale rekenpremie, bedoeld in artikel 3.19, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering, wordt berekend overeenkomstig artikel 7, met dien verstande, dat wordt uitgegaan van het gerealiseerde aantal zorgverzekeringen waarvoor premie moest worden betaald.

2.

De berekening van het verplicht eigen risico, bedoeld in artikel 3.19, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering, vindt plaats overeenkomstig artikel 8, met dien verstande, dat wordt uitgegaan van het gerealiseerde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder verminderd met het gerealiseerde aantal verzekerden als bedoeld in artikel 24, van de wet.

3.

Bij de berekening, bedoeld in het tweede lid, herberekent het Zorginstituut, in afwijking van artikel 8, tweede lid, de gewichten voor elke leeftijdsklasse in tabel 4.2 voor de zelfstandigen, de referentiegroep en, de hoogopgeleiden zodanig dat voor de corresponderende leeftijdsklasse voor de bijstandsgerechtigden het verschil tussen de vermenigvuldiging van het gerealiseerde aantal verzekerden met het gewicht in tabel 4.2 en de vermenigvuldiging van het bij toekenning van de vereveningsbijdrage verwachte aantal verzekerden met het gewicht in tabel 4.2, teniet wordt gedaan. Het Zorginstituut past bij de herberekening de betrokken gewichten per leeftijdsklasse met eenzelfde bedrag aan. Het Zorginstituut rondt de herberekende gewichten af op twee decimalen.

Artikel 18

De artikelen 5, tweede tot en met vierde lid, 6 en 9 zijn van overeenkomstige toepassing bij de vaststelling van de vereveningsbijdrage ten behoeve van een zorgverzekeraar met dien verstande dat bij toepassing van hogekostencompensatie een verzekerde die in het buitenland woont, in afwijking van bijlage 3, tabellen 3.2 en 3.3, wordt ingedeeld in de klassen ‘Geen FKG psychische aandoeningen’ en ‘Geen DKG psychische aandoeningen’.

Hoofdstuk 4. Aanvullingen op de vereveningsbijdrage aan een zorgverzekeraar

Artikel 19

Het in artikel 3.22, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering bedoelde bedrag per verzekerde bedraagt € 41.

Hoofdstuk 5. Betaling van de vereveningsbijdrage aan zorgverzekeraar door het zorginstituut

Artikel 20

De betaling van de bijdrage geschiedt overeenkomstig door het Zorginstituut te stellen beleidsregels, waarin een betaalschema is opgenomen dat rekening houdt met declaratiepatronen van zorgaanbieders.

Hoofdstuk 6. Wijziging van de Regeling risicoverevening 2019 en de Regeling risicoverevening 2020

Hoofdstuk 7. Slotbepalingen

Bijlage 1. Normbedragen vereveningsmodel variabele zorgkosten (behorende bij artikel 5 en artikel 11, tweede lid, van de Regeling risicoverevening 2021)

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Bijlage 2. Normbedragen vereveningsmodel geneeskundige GGZ(behorende bij artikel 5 van de Regeling risicoverevening 2021)

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Bijlage 3. Normbedragen vereveningsmodel geneeskundige GGZ bij toepassing van hogekostencompensatie (behorende bij artikel 11, tweede lid, van de Regeling risicoverevening 2021)

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Bijlage 1. Normbedragen vereveningsmodel variabele zorgkosten (behorende bij artikel 5 en artikel 11, tweede lid, van de Regeling risicoverevening 2021)

De bijlage betreft kosten van zorg behorende tot het cluster ‘variabele zorgkosten’. De in deze bijlage genoemde gewichten zijn bedoeld voor de ex ante berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar (artikel 5) en vormen de basis voor de ex post berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar (artikel 11, tweede lid).

Variabele zorgkosten
Mannen 0 jaar, geboren in het vereveningsjaar 9737.45
0 jaar, geboren in het voorafgaande jaar 2975.59
1–4 jaar 2265.22
5–9 jaar 2064.01
10–14 jaar 2051.99
15–17 jaar 2134.12
18–24 jaar 1929.98
25–29 jaar 1935.72
30–34 jaar 1941.15
35–39 jaar 2003.29
40–44 jaar 2055.80
45–49 jaar 2183.69
50–54 jaar 2314.34
55–59 jaar 2599.96
60–64 jaar 2834.24
65–69 jaar 3136.78
70–74 jaar 3557.27
75–79 jaar 4019.47
80–84 jaar 4418.99
85–89 jaar 4953.78
90+ jaar 5787.96
Vrouwen en onbepaald geslacht 0 jaar, geboren in het vereveningsjaar 8991.01
0 jaar, geboren in het voorafgaande jaar 2690.76
1–4 jaar 2017.09
5–9 jaar 2041.17
10–14 jaar 2085.87
15–17 jaar 2257.32
18–24 jaar 2187.72
25–29 jaar 2648.55
30–34 jaar 2825.17
35–39 jaar 2473.81
40–44 jaar 2231.80
45–49 jaar 2295.76
50–54 jaar 2365.76
55–59 jaar 2476.68
60–64 jaar 2608.22
65–69 jaar 2855.89
70–74 jaar 3170.03
75–79 jaar 3536.45
80–84 jaar 4006.39
85–89 jaar 4560.76
90+ jaar 5361.62
Variabele zorgkosten
--- ---
Geen FKG –279.95
Schildklieraandoeningen 34.77
Glaucoom 205.38
Depressie 169.47
Psychose en verslaving 394.67
Epilepsie 666.96
Chronische antistolling 686.18
Transplantaties 2267.53
Parkinson 2484.55
Hartaandoeningen 1563.21
Chronische pijn exclusief opioïden 871.32
Neuropatische pijn 1280.64
Diabetes type II zonder hypertensie 419.04
Diabetes type II met hypertensie 830.24
Diabetes type I zonder hypertensie 1423.60
Diabetes type I met hypertensie 1892.81
Cystic fibrosis/pancreasenzymen 4358.58
Groeistoornissen o.b.v. add-on 3120.69
Aandoeningen van hersenen/ruggenmerg: overig 3069.41
Aandoeningen van hersenen/ruggenmerg: multiple sclerose 4856.69
HIV/AIDS 795.86
Psoriasis 622.84
Ziekte van Crohn/Colitis Ulcerosa 645.42
Reuma 877.40
Auto-immuunziekten o.b.v. add-on 5546.81
Nieraandoeningen 7761.17
Acromegalie 13777.78
Immunoglobuline o.b.v. add-on 9969.68
Astma 425.07
COPD/Zware astma 1398.26
COPD/Zware astma o.b.v. add-on 10812.10
Hormoongevoelige tumoren 1219.90
Kanker 1502.33
Kanker o.b.v. add-on 7976.58
Pulmonale arteriële hypertensie 20368.47
Extreem hoge kosten cluster 1 73966.54
Extreem hoge kosten cluster 2 170147.34
Extreem hoge kosten cluster 3 360282.76
Extreem hoge kosten cluster 4 518544.69
Variabele zorgkosten
--- ---
Geen DKG –380.53
1 334.63
2 859.15
3 1151.00
4 1757.36
5 2251.27
6 2772.37
7 3088.46
8 3592.95
9 4510.74
10 4919.71
11 5184.75
12 6132.01
13 6182.27
14 7664.30
15 7832.39
16 10834.58
17 12571.49
18 13019.90
19 13471.83
20 15432.46
21 22441.82
22 17919.13
23 31672.11
24 29242.46
25 47906.79
26 67735.32
Variabele zorgkosten
--- ---
Geen HKG –80.84
CPAP apparatuur 472.50
Therapeutische elastische kousen 300.58
Voorzieningen voor stomapatiënten 2114.57
Vernevelaar met toebehoren 4049.57
Middelen voor urine-opvang 2240.19
Injectiespuiten met toebehoren (excl. diabetes) 2513.78
Zuurstofapparaten met toebehoren 3757.18
Voedingshulpmiddelen (excl. zuigelingen) 6840.85
Slijmuitzuigapparatuur 17121.04
Draagbare infuuspompen 8361.53
Compressiehulpmiddelen 1822.73
Orthesen 936.40
Beenprothesen 2119.77
Insulinepompen 1086.52
Variabele zorgkosten
--- --- ---
70+ jaar 0.00
Duurzaam en volledig arbeidsongeschikten (IVA) 0–17 jaar 149.62
18–34 jaar 1607.95
35–44 jaar 1217.73
45–54 jaar 1040.91
55–64 jaar 781.09
65–69 jaar 645.76
Arbeidsongeschikten excl. IVA 0–17 jaar 176.86
18–34 jaar 407.70
35–44 jaar 491.04
45–54 jaar 484.17
55–64 jaar 395.02
65–69 jaar 397.72
Bijstandsgerechtigden 0–17 jaar 112.59
18–34 jaar 323.44
35–44 jaar 324.64
45–54 jaar 373.54
55–64 jaar 372.45
65–69 jaar 299.07
Studenten 0–17 jaar –54.15
18–34 jaar –172.82
Zelfstandigen 0–17 jaar –93.00
18–34 jaar –85.11
35–44 jaar –124.18
45–54 jaar –167.51
55–64 jaar –233.09
65–69 jaar –14.06
Hoogopgeleiden 0–17 jaar –128.58
18–34 jaar –0.54
35–44 jaar –59.22
Referentiegroep 0–17 jaar 1.28
18–34 jaar 15.33
35–44 jaar –28.18
45–54 jaar –57.26
55–64 jaar –81.35
65–69 jaar –116.37
Variabele zorgkosten
--- ---
1 71.68
2 29.74
3 25.98
4 19.91
5 3.50
6 –27.83
7 –20.37
8 –23.78
9 –28.68
10 –49.52
Variabele zorgkosten
--- --- ---
1 (zeer laag) 0–17 jaar 67.64
18–69 jaar –1.92
70+ jaar –90.46
2 (laag) 0–17 jaar 27.93
18–69 jaar 19.97
70+ jaar –20.33
3 (midden) 0–17 jaar –24.13
18–69 jaar 17.24
70+ jaar 38.39
4 (hoog) 0–17 jaar –39.71
18–69 jaar –29.26
70+ jaar 54.83
Variabele zorgkosten
--- --- ---
0–17 jaar 0.00
Wlz-instelling, blijvend 18–69 jaar –742.43
70–79 jaar –2052.94
80+ jaar –3294.04
Wlz-instelling, instromend 18–69 jaar 8341.39
70–79 jaar 12056.44
80+ jaar 9927.85
Eenpersoonshuishouden 18–69 jaar –14.45
70–79 jaar 149.46
80+ jaar 118.68
Overig 18–69 jaar 2.05
70–79 jaar –100.24
80+ jaar –143.66
Variabele zorgkosten
--- ---
Geen MHK –598.55
Ten minste 1 van de 3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 30 procent 166.47
2 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 10 procent 2573.10
3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 15 procent 2166.75
3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 10 procent 3373.17
3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 7 procent 5066.98
3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 4 procent 8368.67
3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 1,5 procent 17276.39
3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 0,5 procent 43742.27
Variabele zorgkosten
--- ---
Geen FDG –24.17
1 699.50
2 1681.99
3 1721.76
4 13015.52
Variabele zorgkosten
--- ---
Geen MVV –187.13
Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 3,5 procent 1221.13
Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 3 procent 1586.92
Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 2,5 procent 2745.92
Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 2 procent 5245.54
Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 1,5 procent 8218.46
Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 1 procent 11805.95
Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 0,5 procent 16485.16
Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 0,25 procent 28619.85
Kosten V&V voorafgaand jaar in top 0,25%; 0 – 17 jaar 77305.66

Gelet op artikel 32, vierde lid, van de Zorgverzekeringswet en de artikelen 1, onderdelen i, j, aa en ii, 3.1, derde lid, 3.2, 3.4, derde lid, 3.6, derde lid, 3.8, tweede lid, 3.10, tweede lid, 3.11, derde, vijfde en zesde lid, 3.12a, eerste, tweede, vierde en vijfde lid, 3.13, 3.14, 3.15, eerste en derde lid, 3.19, tweede lid, en 3.22, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering;

Besluit:

Hoofdstuk 2. Regels ten behoeve van de toekenning van de vereveningsbijdrage (ex ante) aan een zorgverzekeraar

Hoofdstuk 3. Regels ten behoeve van de vaststelling van de vereveningsbijdrage (ex post) ten behoeve van een zorgverzekeraar

Hoofdstuk 4. Aanvullingen op de vereveningsbijdrage aan een zorgverzekeraar

Hoofdstuk 5. Betaling van de vereveningsbijdrage aan zorgverzekeraar door het zorginstituut

Hoofdstuk 6. Wijziging van de Regeling risicoverevening 2019 en de Regeling risicoverevening 2020

Hoofdstuk 7. Slotbepalingen

Artikel 22

1.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

2.

De artikelen 1 tot en met 20 werken terug tot en met 30 september 2020.

3.

Artikel 21, eerste lid, werkt terug tot en met 30 september 2018 en het tweede lid van dat artikel werkt terug tot en met 30 september 2019.

Artikel 23

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling risicoverevening 2021.

Bijlage 2. Normbedragen vereveningsmodel geneeskundige GGZ(behorende bij artikel 5 van de Regeling risicoverevening 2021)

De bijlage betreft de kosten van zorg behorende tot het cluster ‘geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’.

De in deze bijlage genoemde vereveningscriteria zijn van toepassing voor verzekerden van achttien jaar en ouder; de gewichten zijn bedoeld voor de ex ante berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar (artikel 5). De gewichten bevatten geen correctie voor hogekostencompensatie.

Kosten van geneeskundige GGZ
Mannen 18–24 jaar 236.61
25–29 jaar 230.66
30–34 jaar 216.87
35–39 jaar 213.80
40–44 jaar 201.36
45–49 jaar 181.22
50–54 jaar 175.99
55–59 jaar 170.59
60–64 jaar 170.59
65–69 jaar 167.34
70–74 jaar 167.73
75–79 jaar 167.73
80–84 jaar 176.93
85–89 jaar 170.92
90+ jaar 170.92
Vrouwen en onbepaald geslacht 18–24 jaar 304.00
25–29 jaar 258.19
30–34 jaar 231.12
35–39 jaar 222.71
40–44 jaar 203.71
45–49 jaar 189.70
50–54 jaar 178.68
55–59 jaar 170.59
60–64 jaar 170.59
65–69 jaar 167.34
70–74 jaar 167.73
75–79 jaar 169.22
80–84 jaar 170.92
85–89 jaar 170.92
90+ jaar 170.92
Kosten van geneeskundige GGZ
--- ---
Geen FKG psychische aandoeningen –16.45
ADHD 144.94
Verslaving 242.22
Angststoornissen 553.25
Chronische stemmingsstoornissen 174.23
Bipolaire stoornissen regulier 413.16
Bipolaire stoornissen complex 853.44
Psychose 684.51
Chronische stemmingsstoornissen complex 487.33
Psychose depot 1686.84
Kosten van geneeskundige GGZ
--- ---
Geen DKG psychische aandoeningen –80.75
1 (gebruik basis GGZ in het voorgaande jaar) 194.65
2 243.09
3 608.80
4 1279.43
5 2381.07
6 2851.12
7 2842.81
8 5142.75
9 6467.72
10 6927.22
11 10451.47
12 14506.59
13 22711.75
14 22795.46
15 33791.27
16 31338.93
17 56797.61
18 30528.53
Kosten van geneeskundige GGZ
--- --- ---
70+ jaar 0.00
Duurzaam en volledig arbeidsongeschikten (IVA) 18–34 jaar 360.94
35–44 jaar 166.32
45–54 jaar –8.65
55–64 jaar –3.25
65–69 jaar 0.00
Arbeidsongeschikten excl. IVA 18–34 jaar 300.49
35–44 jaar 245.97
45–54 jaar 86.89
55–64 jaar 34.37
65–69 jaar 0.00
Bijstandsgerechtigden 18–34 jaar 281.81
35–44 jaar 110.47
45–54 jaar 58.71
55–64 jaar –3.25
65–69 jaar 0.00
Studenten 18–34 jaar –54.19
Zelfstandigen 18–34 jaar –39.20
35–44 jaar –39.17
45–54 jaar –14.14
55–64 jaar –3.25
65–69 jaar 0.00
Hoogopgeleiden 18–34 jaar –40.62
35–44 jaar –27.11
Referentiegroep 18–34 jaar –1.85
35–44 jaar –10.94
45–54 jaar –8.37
55–64 jaar –3.25
65–69 jaar 0.00
Kosten van geneeskundige GGZ
--- ---
1 33.88
2 13.17
3 –0.96
4 –6.53
5 –6.53
6 –6.53
7 –6.53
8 –6.53
9 –6.53
10 –6.53
Kosten van geneeskundige GGZ
--- --- ---
1 (zeer laag) 18–69 jaar 11.98
70+ jaar 6.14
2 (laag) 18–69 jaar –9.37
70+ jaar –1.72
3 (midden) 18–69 jaar –10.08
70+ jaar –2.18
4 (hoog) 18–69 jaar 8.07
70+ jaar –2.07
Kosten van geneeskundige GGZ
--- --- ---
Wlz-instelling, blijvend 18–69 jaar –34.40
70–79 jaar –28.94
80+ jaar –32.13
Wlz-instelling, instromend 18–69 jaar –31.60
70–79 jaar 767.99
80+ jaar 240.27
Eenpersoonshuishouden 18–69 jaar 44.12
70–79 jaar 15.74
80+ jaar –6.58
Overig 18–69 jaar –6.86
70–79 jaar –10.68
80+ jaar –5.41
Kosten van geneeskundige GGZ
--- ---
Geen GGZ-MHK –41.19
Ten minste 1 van de 3 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 98,5 procent met kosten GGZ >10 euro 167.78
Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 10 promille1 844.35
Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 5 promille1 1740.48
Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 2,5 promille1 3035.30
Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 1 promille1 6817.35
5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 5 promille 8146.59
5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 2,5 promille 14301.90

1Voor verzekerden jonger dan 24 jaar: ten minste 1 van de 5 voorafgaande jaren.

Bijlage 3. Normbedragen vereveningsmodel geneeskundige GGZ bij toepassing van hogekostencompensatie (behorende bij artikel 11, tweede lid, van de Regeling risicoverevening 2021)

De bijlage betreft de kosten van zorg behorende tot het cluster ‘geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’.

De in deze bijlage genoemde vereveningscriteria zijn van toepassing voor verzekerden van achttien jaar en ouder; de gewichten vormen de basis voor de ex post berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar (artikel 11, tweede lid). De gewichten bevatten een correctie voor hogekostencompensatie.

Kosten van geneeskundige GGZ
Mannen 18–24 jaar 238.61
25–29 jaar 231.03
30–34 jaar 215.60
35–39 jaar 215.09
40–44 jaar 201.93
45–49 jaar 182.77
50–54 jaar 176.57
55–59 jaar 167.98
60–64 jaar 167.98
65–69 jaar 164.78
70–74 jaar 165.76
75–79 jaar 166.65
80–84 jaar 174.42
85–89 jaar 169.71
90+ jaar 169.71
Vrouwen en onbepaald geslacht 18–24 jaar 302.78
25–29 jaar 262.42
30–34 jaar 234.68
35–39 jaar 224.37
40–44 jaar 206.33
45–49 jaar 192.31
50–54 jaar 179.37
55–59 jaar 170.92
60–64 jaar 167.98
65–69 jaar 164.78
70–74 jaar 165.76
75–79 jaar 168.30
80–84 jaar 169.71
85–89 jaar 169.71
90+ jaar 169.71
Kosten van geneeskundige GGZ
--- ---
Geen FKG psychische aandoeningen –16.93
ADHD 149.80
Verslaving 274.12
Angststoornissen 541.24
Chronische stemmingsstoornissen 187.36
Bipolaire stoornissen regulier 408.60
Bipolaire stoornissen complex 864.43
Psychose 693.91
Chronische stemmingsstoornissen complex 534.46
Psychose depot 1593.73
Kosten van geneeskundige GGZ
--- ---
Geen DKG psychische aandoeningen –79.52
1 (gebruik basis GGZ in het voorgaande jaar) 209.12
2 269.13
3 636.48
4 1299.75
5 2447.99
6 2978.84
7 2970.07
8 5103.01
9 6396.28
10 6890.51
11 9821.56
12 13452.48
13 19324.84
14 19804.97
15 29668.67
16 26129.66
17 32949.36
18 29727.69
Kosten van geneeskundige GGZ
--- --- ---
70+ jaar 0.00
Duurzaam en volledig arbeidsongeschikten (IVA) 18–34 jaar 349.36
35–44 jaar 151.29
45–54 jaar –11.79
55–64 jaar –3.20
65–69 jaar 0.00
Arbeidsongeschikten excl. IVA 18–34 jaar 272.34
35–44 jaar 234.13
45–54 jaar 87.15
55–64 jaar 33.80
65–69 jaar 0.00
Bijstandsgerechtigden 18–34 jaar 273.20
35–44 jaar 109.36
45–54 jaar 59.27
55–64 jaar –3.20
65–69 jaar 0.00
Studenten 18–34 jaar –50.07
Zelfstandigen 18–34 jaar –39.49
35–44 jaar –38.75
45–54 jaar –16.33
55–64 jaar –3.20
65–69 jaar 0.00
Hoogopgeleiden 18–34 jaar –39.97
35–44 jaar –25.74
Referentiegroep 18–34 jaar –0.94
35–44 jaar –10.31
45–54 jaar –8.05
55–64 jaar –3.20
65–69 jaar 0.00
Kosten van geneeskundige GGZ
--- ---
1 31.00
2 12.15
3 0.22
4 –5.52
5 –6.00
6 –6.30
7 –6.30
8 –6.30
9 –6.30
10 –6.30
Kosten van geneeskundige GGZ
--- --- ---
1 (zeer laag) 18–69 jaar 13.25
70+ jaar 5.71
2 (laag) 18–69 jaar –7.76
70+ jaar –1.84
3 (midden) 18–69 jaar –9.25
70+ jaar –2.29
4 (hoog) 18–69 jaar 5.29
70+ jaar –1.50
Kosten van geneeskundige GGZ
--- --- ---
Wlz-instelling, blijvend 18–69 jaar –34.44
70–79 jaar –27.87
80+ jaar –31.82
Wlz-instelling, instromend 18–69 jaar –29.84
70–79 jaar 783.13
80+ jaar 243.36
Eenpersoonshuishouden 18–69 jaar 47.44
70–79 jaar 14.34
80+ jaar –7.84
Overig 18–69 jaar –7.39
70–79 jaar –10.34
80+ jaar –4.58
Kosten van geneeskundige GGZ
--- ---
Geen GGZ-MHK –40.85
Ten minste 1 van de 3 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 98,5 procent met kosten GGZ >10 euro 173.71
Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 10 promille2 871.95
Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 5 promille2 1793.64
Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 2,5 promille2 3045.71
Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 1 promille2 5797.45
5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 5 promille 7506.54
5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 2,5 promille 12500.11

2Voor verzekerden jonger dan 24 jaar: ten minste 1 van de 5 voorafgaande jaren.

Bijlage 4. Normbedragen vereveningsmodel voor de eigen betalingen ten gevolge van het verplicht eigen risico alleen volwassenen zonder FKG/DKG/HKG/FDG/MVV en niet ingedeeld bij MHK-klasse ‘2 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 10 procent’ of hoger (behorende bij artikel 8, tweede lid, van de Regeling risicoverevening 2021)

De bijlage betreft de eigen betalingen ten gevolge van het verplicht eigen risico.

De in deze bijlage genoemde gewichten zijn bedoeld voor de berekening van de specifiek voor een zorgverzekeraar geraamde opbrengst van het verplicht eigen risico (artikel 8, tweede lid) en vormen de basis voor de herberekening van de opbrengst van het verplicht eigen risico ten behoeve van de vaststelling van de vereveningsbijdrage van een zorgverzekeraar (artikel 17, tweede lid).

Eigen betaling ten gevolge van verplicht eigen risico
Mannen 18–24 jaar 129.50
25–29 jaar 128.44
30–34 jaar 129.31
35–39 jaar 133.54
40–44 jaar 138.46
45–49 jaar 145.94
50–54 jaar 158.63
55–59 jaar 177.73
60–64 jaar 197.95
65–69 jaar 217.54
70–74 jaar 237.06
75–79 jaar 254.32
80–84 jaar 258.03
85–89 jaar 258.39
90+ jaar 242.21
Vrouwen en onbepaald geslacht 18–24 jaar 180.44
25–29 jaar 178.96
30–34 jaar 174.63
35–39 jaar 170.45
40–44 jaar 176.09
45–49 jaar 184.20
50–54 jaar 191.82
55–59 jaar 198.41
60–64 jaar 209.39
65–69 jaar 224.42
70–74 jaar 240.34
75–79 jaar 256.45
80–84 jaar 256.07
85–89 jaar 245.77
90+ jaar 208.86
Eigen betaling ten gevolge van verplicht eigen risico
--- --- ---
70+ jaar 0.00
Duurzaam en volledig arbeidsongeschikten (IVA) 18–34 jaar 67.75
35–44 jaar 69.24
45–54 jaar 60.58
55–64 jaar 43.70
65–69 jaar 29.79
Arbeidsongeschikten excl. IVA 18–34 jaar 50.32
35–44 jaar 61.74
45–54 jaar 50.79
55–64 jaar 33.72
65–69 jaar 19.64
Bijstandsgerechtigden 18–34 jaar 43.89
35–44 jaar 47.41
45–54 jaar 39.84
55–64 jaar 19.75
65–69 jaar –3.04
Studenten 18–34 jaar –7.33
Zelfstandigen 18–34 jaar –3.81
35–44 jaar –6.96
45–54 jaar –8.94
55–64 jaar –12.56
65–69 jaar –8.35
Hoogopgeleiden 18–34 jaar –7.68
35–44 jaar –11.98
Referentiegroep 18–34 jaar 0.59
35–44 jaar –0.23
45–54 jaar –2.92
55–64 jaar –2.03
65–69 jaar –1.72
Eigen betaling ten gevolge van verplicht eigen risico
--- ---
1 6.55
2 4.02
3 1.92
4 0.54
5 –0.03
6 –2.16
7 –2.61
8 –2.74
9 –3.14
10 –2.45
Eigen betaling ten gevolge van verplicht eigen risico
--- ---
Geen MHK –30.78
Ten minste 1 van de 3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 30 procent 61.32

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)