Reglement Participatiefonds voor het Primair Onderwijs en de Expertisecentra versie 1 augustus 2022
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Hoofdstuk 2. Voorwaarden voor verlaging van de eigen bijdrage
Artikel 13. Beëindiging arbeidsovereenkomst via UWV wegens bedrijfseconomische omstandigheden
Een werkgever komt in aanmerking voor een verlaging van de eigen bijdrage in de werkloosheidsuitkeringskosten van 50 procent naar 10 procent, wanneer is voldaan aan de voorwaarden van dit artikel.
-
- De werkgever toont aan dat de arbeidsovereenkomst is beëindigd in verband met een reden als bedoeld in artikel 7:669, derde lid, onder a van het Burgerlijk Wetboek.
-
- Hiertoe levert de werkgever aan:
- a. de ontslagvergunning van UWV, genoemd in artikel 7:671a, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek of als beroep is aangetekend tegen de beslissing van UWV de beslissing van de rechtbank, het Hof of de Hoge Raad op grond waarvan de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd;
- b. de opzeggingsbrief van de werkgever aan de werknemer van wie de arbeidsovereenkomst is beëindigd.
-
- De werkgever toont aan dat is voldaan aan de inspanningsverplichting, genoemd in artikel 21.
-
- Als de werkgever afspraken heeft gemaakt met de vakbonden over begeleiding van-werk-naar-werk als bedoeld in hoofdstuk 10 van de cao PO 2022-2023 en dit kan aantonen met overtuigende documenten, dan is het derde lid van dit artikel niet van toepassing.
Artikel 14. Beëindiging arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden wegens bedrijfseconomische omstandigheden
Een werkgever komt in aanmerking voor een verlaging van de eigen bijdrage in de werkloosheidsuitkeringskosten van 50 procent naar 10 procent, als is voldaan aan de voorwaarden van dit artikel.
-
- De werkgever toont aan dat de arbeidsovereenkomst middels een vaststellingsovereenkomst is beëindigd, waarbij de oorzaak ligt in bedrijfseconomische omstandigheden als bedoeld in de cao PO 2022-2023. Er is sprake van bedrijfseconomische omstandigheden als bedoeld in dit lid, wanneer de wijziging in bekostiging, per de datum van beëindiging van de arbeidsovereenkomst, de beëindiging van deze arbeidsovereenkomst rechtvaardigt.
-
- Hiertoe levert de werkgever aan:
- a. de vaststellingsovereenkomst, die door de werkgever en de werknemer van wie de arbeidsovereenkomst is beëindigd, is ondertekend;
- b. de jaarverslagen van de 2 kalenderjaren voorafgaand aan het jaar waarin de beëindiging van de arbeidsovereenkomst heeft plaatsgevonden;
- c. het meest recente bestuursformatieplan of meerjarenformatieplan;
- d. de begroting of meerjarenbegroting;
- e. een overzicht van het natuurlijk verloop en de overige beëindigingen in de periode van 6 maanden voorafgaand aan de laatste contractdag van de arbeidsovereenkomst;
- f. een schriftelijke onderbouwing, waarin is opgenomen waarom de arbeidsovereenkomst van de werknemer wegens bedrijfseconomische omstandigheden moest worden beëindigd.
-
- Bij de beoordeling of sprake is van bedrijfseconomische omstandigheden als bedoeld in het eerste lid, betrekt het Participatiefonds naast de documenten genoemd in het tweede lid ook de openbaar toegankelijke financiële informatie die door DUO digitaal beschikbaar wordt gesteld.
-
- Als de werkgever gebruik maakt van het overgangsrecht in het kader van het voeren van werkgelegenheidsbeleid als bedoeld in artikel 10.1 van de cao PO 2022-2023 dan levert de werkgever, in afwijking van het tweede lid, uitsluitend het met de bonden overeengekomen sociaal plan en de vaststellingsovereenkomst aan. Deze moet ondertekend zijn door de werkgever en de werknemer van wie de arbeidsovereenkomst is beëindigd.
-
- De werkgever toont aan dat is voldaan aan de inspanningsverplichting, genoemd in artikel 21.
-
- Als de werkgever middels het aanleveren van ter zake overtuigende documenten kan aantonen, dat hij afspraken heeft gemaakt met de vakbonden in het kader van begeleiding van werk naar werk als bedoeld in hoofdstuk 10 van de cao PO 2022-2023, dan heeft de werkgever voldaan aan het tweede lid, onder b tot en met e, het vierde en het vijfde lid van dit artikel. Het gestelde in het derde lid van dit artikel is in die situatie niet van toepassing.
Artikel 15. Beëindiging arbeidsovereenkomst via UWV wegens langdurige ziekte of arbeidsongeschiktheid
Een werkgever komt in aanmerking voor een verlaging van de eigen bijdrage in de werkloosheidsuitkeringskosten van 50 procent naar 10 procent, wanneer is voldaan aan de voorwaarden van dit artikel.
-
- De werkgever toont aan dat de arbeidsovereenkomst is beëindigd op grond van langdurige ziekte of arbeidsongeschiktheid als bedoeld in artikel 7:669, derde lid, onder b van het Burgerlijk Wetboek.
-
- Hiertoe levert de werkgever aan:
- a. de ontslagvergunning van UWV, genoemd in artikel 7:671a, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek of als beroep is aangetekend tegen de beslissing van UWV de beschikking van de rechtbank, het Hof of de Hoge Raad op grond waarvan de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd;
- b. de opzeggingsbrief van de werkgever aan de werknemer van wie de arbeidsovereenkomst is beëindigd.
Artikel 16. Ontbinding arbeidsovereenkomst door de kantonrechter
Een werkgever komt in aanmerking voor een verlaging van de eigen bijdrage in de werkloosheidsuitkeringskosten van 50 procent naar 10 procent, wanneer is voldaan aan de voorwaarden van dit artikel.
-
- De werkgever toont aan dat de arbeidsovereenkomst door de kantonrechter is ontbonden op grond van één van de redenen, genoemd in artikel 7:669, derde lid, onder c tot en met i van het Burgerlijk Wetboek.
-
- Hiertoe levert de werkgever aan:
- a. de beschikking van de rechtbank, het Hof of de Hoge Raad op grond waarvan de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd, waaruit blijkt dat:
- i. de arbeidsovereenkomst is ontbonden op grond van één van de gronden, genoemd in artikel 7:669, derde lid, onder c tot en met i van het Burgerlijk Wetboek; en
- ii. er een inhoudelijke behandeling op tegenspraak heeft plaatsgevonden.
- b. het verzoekschrift;
- c. het verweerschrift.
-
- De werkgever toont aan dat is voldaan aan de inspanningsverplichting, genoemd in artikel 21.
Artikel 17. Einde arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd voor vervanging
Een werkgever komt in aanmerking voor een verlaging van de eigen bijdrage in de werkloosheidsuitkeringskosten van 50 procent naar 10 procent, wanneer is voldaan aan de voorwaarden van dit artikel.
-
- De werkgever toont aan dat de arbeidsovereenkomst, die van rechtswege is geëindigd, een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd betreft voor vervanging als bedoeld in artikel 1 van dit reglement.
-
- De werkgever levert daarvoor de arbeidsovereenkomst van de werknemer aan, waaruit blijkt dat het een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd in verband met vervanging betreft.
-
- De werkgever toont aan dat de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van rechtswege is geëindigd door:
- a. het verstrijken van de duur waarvoor de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd is aangegaan; of
- b. het komen te vervallen van de reden van vervanging, als in de arbeidsovereenkomst tevens is opgenomen dat dit een einde van rechtswege tot gevolg heeft.
-
- Bij een tijdelijke uitbreiding wegens vervanging, krijgt een werknemer een addendum op de arbeidsovereenkomst. Als hieruit werkloosheidsuitkeringskosten ontstaan, dan levert de werkgever de arbeidsovereenkomst aan waarin het betreffende addendum is opgenomen. Dit addendum voldoet aan de eisen voor de arbeidsovereenkomst in het tweede en derde lid van dit artikel.
-
- De werkgever toont aan dat is voldaan aan de inspanningsverplichting, genoemd in artikel 21. De activiteiten, genoemd in artikel 21 tweede lid, moeten uiterlijk 2 maanden voor de laatste contractdag zijn gestart. Dit in afwijking van artikel 21, derde lid.
Artikel 18. Einde arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van een zij-instromer
Een werkgever komt in aanmerking voor een verlaging van de eigen bijdrage in de werkloosheidsuitkeringskosten van 50 procent naar 10 procent, wanneer is voldaan aan de voorwaarden van dit artikel.
-
- De werkgever toont aan dat de arbeidsovereenkomst, genoemd in artikel 3.2 van de cao PO 2022-2023, van rechtswege is geëindigd en niet is verlengd, omdat de werknemer niet binnen de daarvoor overeengekomen periode de bij wet voorgeschreven onderwijsbevoegdheid heeft behaald of zal behalen.
-
- Om aan te tonen dat er sprake is geweest van een dienstverband in het kader van zij-instroom, levert de werkgever aan:
- a. de tripartiete studieovereenkomst, die is ondertekend door de werkgever, werknemer en de opleidingsinstantie; of
- b. de arbeidsovereenkomst van werknemer.
-
- De werkgever toont aan dat de werknemer de onderwijsbevoegdheid niet heeft behaald of zal behalen. Daarvoor levert de werkgever het volgende aan:
- a. de verklaring van de opleidingsinstantie, waaruit blijkt dat de werknemer niet binnen de overeengekomen periode de bij wet voorgeschreven onderwijsbevoegdheid heeft behaald of zal behalen;
- b. de opzeggingsbrief van de werkgever aan de werknemer waaruit blijkt dat de werknemer niet binnen de overeengekomen periode de bij wet voorgeschreven onderwijsbevoegdheid heeft behaald of zal behalen; of
- c. andere ter zake overtuigende documenten waaruit het niet behalen of het zullen behalen van de onderwijsbevoegdheid blijkt.
Artikel 19. Einde arbeidsovereenkomst: participatiebaan
Een werkgever komt in aanmerking voor een verlaging van de eigen bijdrage in de werkloosheidsuitkeringskosten van 50 procent naar 10 procent, wanneer is voldaan aan de voorwaarden van dit artikel.
-
- De werkgever toont aan dat de arbeidsovereenkomst die is beëindigd, een arbeidsovereenkomst in de functiecategorie participatiebaan als bedoeld in artikel 5.3 van de cao PO 2022-2023 betreft.
-
- Hiertoe levert de werkgever aan:
- a. de arbeidsovereenkomst van de werknemer van wie het dienstverband in de functiecategorie participatiebaan is beëindigd.
- b. de opzeggingsbrief of andere ter zake overtuigende documenten, waaruit blijkt dat werkgever aan werknemer kenbaar heeft gemaakt, dat de arbeidsovereenkomst zal worden beëindigd.
-
- De werkgever biedt de werknemer ondersteuning bij arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 10 van de Participatiewet. De werkgever levert ter zake overtuigende documenten aan waaruit dit blijkt.
Artikel 20. Einde arbeidsovereenkomst op verzoek van de werknemer
Als een arbeidsovereenkomst is beëindigd op verzoek van de werknemer, dan komt de werkgever in aanmerking voor een verlaging van de eigen bijdrage naar nihil als de werkgever ter zake overtuigende documenten heeft aangeleverd, waaruit blijkt dat de werknemer de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd.
Artikel 21. Inspanningsverplichting
De werkgever heeft activiteiten verricht of ingekocht voor de begeleiding van de werknemer naar een werkkring buiten de organisatie.
-
- De financiële inspanningsverplichting wordt bepaald conform onderdeel a tot en met e van dit lid.
- a. Bij een dienstverband van minder dan 6 maanden, geldt geen financiële inspanningsverplichting.
- b. De waarde van de activiteiten genoemd in het tweede lid, bedraagt voor dienstverbanden vanaf 6 maanden € 600. Voor elke maand dat het dienstverband langer heeft voortgeduurd, komt er € 25 bij. Tot maximaal € 5.000. Deze bedragen zijn inclusief btw.
- c. De duur van het dienstverband wordt als volgt berekend: bij opvolgende arbeidsovereenkomsten bij dezelfde werkgever, met een onderbreking van 6 maanden of minder, wordt de duur van deze arbeidsovereenkomsten bij elkaar opgeteld. De onderbrekingen tellen niet mee bij de vaststelling van de duur van het dienstverband.
- d. Voor het berekenen van het aantal maanden dat het dienstverband heeft geduurd worden de kalenderdagen van de arbeidsovereenkomst(en) bij elkaar opgeteld. Van de opgetelde kalenderdagen boven 183 dagen worden 3 marge-dagen afgetrokken. Vervolgens vormen iedere 30,4167 kalenderdagen tezamen 1 maand.
- e. Voor de duur van het dienstverband van meer dan 183 dagen wordt de uitkomst van wat onder d is berekend naar boven toe afgerond op hele maanden.
- f. De werkgever vult de ‘Rekentool Dienstverbanden en Bedrag Inspanningsverplichting’ in. Deze is beschikbaar via Mijn Pf en via de website van het Participatiefonds. Zo kan de werkgever de duur van het dienstverband en de daarbij behorende minimale financiële inspanningsverplichting aantonen. De werkgever en de werknemer ondertekenen de uitdraai daarvan. De werkgever levert deze ondertekende uitdraai aan bij het indienen van het verlagingsverzoek via Mijn Pf. Ook in de gevallen waarbij de berekening van de financiële inspanning op nul uitkomt.
- g. Kosten die de werkgever maakt voor activiteiten als bedoeld in het tweede lid, worden meegeteld bij de berekening of is voldaan aan de inspanningsverplichting, voor zover deze kosten niet langer dan 12 maanden voor de laatste contractdag zijn gemaakt.
-
- De inhoudelijke inspanningsverplichting geldt bij een dienstverband vanaf 6 maanden, waarbij de duur van het dienstverband wordt berekend op de wijze als bepaald in het eerste lid, en bestaat uit één of meer van de volgende activiteiten:
- a. coachgesprek;
- b. arbeidskansengesprek;
- c. het opstellen van een mobiliteitsplan;
- d. uitvoering geven aan het mobiliteitsplan;
- e. het onderzoeken van mogelijkheden tot herplaatsing buiten het eigen bestuur.
-
- De activiteiten, genoemd in het tweede lid, moeten uiterlijk 4 maanden voor de laatste contractdag zijn gestart.
-
- Als de activiteiten, genoemd in het tweede lid, zijn belegd bij een externe organisatie of loopbaanprofessional, dan moet deze een keurmerk of certificering hebben vanuit Noloc, Cedeo of Blik op Werk of lid zijn van Cedris, Noloc, Oval of NOBCO. In het geval van een lidmaatschap moet sprake zijn van een volwaardig lidmaatschap. Met een aspirant-lidmaatschap wordt niet voldaan aan deze voorwaarde. Daarnaast kan de werkgever gebruik maken van een organisatie waarmee het Participatiefonds een mantelovereenkomst heeft gesloten.
-
- Als de activiteiten, genoemd in het tweede lid, door de werkgever in eigen beheer worden uitgevoerd, dan moet dit door een erkende mobiliteitsfunctionaris worden uitgevoerd. Deze functionaris is aangesloten middels een aspirant-lidmaatschap of volwaardig lidmaatschap bij de erkende beroepsvereniging Noloc of NOBCO.
-
- Het bedrag aan financiële inspanning dat op basis van het eerste lid is bepaald, moet volledig worden besteed aan één of meer van de activiteiten, genoemd in het tweede lid.
-
- De werkgever toont aan dat aan dit artikel is voldaan door het volgende aan te leveren:
- a. een opdrachtbevestiging waarin ten minste één van de activiteiten, genoemd in het tweede lid, is opgenomen. De opdrachtbevestiging moet ondertekend zijn door de werkgever, werknemer en de organisatie of persoon die de vermelde activiteiten uitvoert.
- b. de factuur of facturen ter waarde van het afgesproken budget voor de activiteit. Als de werkgever de activiteiten in eigen beheer uitvoert, dan levert de werkgever een urenspecificatie aan. Hierbij wordt de waarde van 1 uur gezien als € 85,– inclusief btw.
Hoofdstuk 3. Vrijstellingsregelingen
Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
Artikel 1. Begripsbepalingen
In dit reglement wordt verstaan onder:
-
- Beëindiging van een arbeidsovereenkomst:
- a. ontslag: ontslag als bedoeld in artikel 7:669 van het Burgerlijk Wetboek.
- b. niet voortzetten arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd.
- c. beëindiging van een arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden / middels een vaststellingsovereenkomst;
- d. urenvermindering, voor zover als gevolg hiervan werkloosheidsuitkeringskosten zijn ontstaan.
-
- Bestuur: het bestuur van de Stichting Participatiefonds voor het Onderwijs.
-
- cao PO: de collectieve arbeidsovereenkomst voor het primair onderwijs zoals die tussen de PO-Raad en de organisaties van werknemers in het onderwijs is overeengekomen, die van toepassing is op het moment van beëindiging van een arbeidsovereenkomst.
-
- Centrale dienst: de dienst als bedoeld in artikel 68 Wpo en artikel 69 Wec.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.