Regeling van de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening houdende regels voor het verstrekken van specifieke uitkeringen aan gemeenten voor de realisatie van woonruimten voor aandachtsgroepen (Meerjarige regeling specifieke uitkeringen aandachtsgroepen)

Type Ministeriële regeling
Publication 2025-05-03
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 17, tweede lid, van de Financiële-verhoudingswet juncto artikel 4:23, derde lid, onderdeel a, van de Algemene wet bestuursrecht;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Activiteiten waarvoor een uitkering kan worden verstrekt
1.

De minister kan op aanvraag van een college een specifieke uitkering verstrekken aan een gemeente voor een project:

2.

De specifieke uitkering wordt slechts toegekend indien er sprake is van een financieel tekort bij het project en de bijdrage aantoonbaar bijdraagt en noodzakelijk is voor het realiseren van woonruimten voor aandachtsgroepen, bedoeld in het eerste lid.

3.

De specifieke uitkering bedraagt maximaal het in de bijlage vastgestelde bedrag per te realiseren woonruimte.

4.

Kosten mogen alleen opgevoerd worden indien deze voor minimaal 85% toerekenbaar zijn aan de bouw van woonruimten voor aandachtsgroepen.

Artikel 3. Uitkeringsplafond
1.

De plafonds voor het totaal van de aanvragen voor specifieke uitkeringen zijn de bedragen, genoemd in de bijlage.

2.

De specifieke uitkering wordt niet verstrekt voor BTW verschuldigd over kosten voor activiteiten voor zover het bedrag van de BTW in aanmerking komt voor compensatie op grond van de Wet op het BTW-compensatiefonds.

Artikel 4. De aanvraag
1.

Een specifieke uitkering kan worden aangevraagd binnen de aanvraagperiode, bedoeld in de bijlage.

2.

Een aanvraag bevat:

3.

Een aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het aanvraagformulier dat door de minister ter beschikking is gesteld op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

4.

Indien een aanvraag onvolledig is en niet al bij voorbaat duidelijk is dat deze na herstel zou moeten worden afgewezen omdat het plafond, bedoeld in artikel 3, eerste lid, anders wordt overschreden, biedt de minister de mogelijkheid om dit verzuim binnen een redelijke termijn te herstellen.

5.

De minister kan, indien de binnengekomen aanvragen cumulatief het plafond, bedoeld in artikel 3, eerste lid, reeds overschrijden, de aanvraagperiode, bedoeld in het eerste lid, vroegtijdig beëindigen, zulks in afwijking van de in de bijlage genoemde aanvraagperiode.

6.

De minister kan, in aanvulling op het gestelde in het tweede lid, aanvullende bescheiden vragen voor het indienen van een aanvraag die hij nodig acht voor het beoordelen van de aanvraag of het monitoren van de effecten van deze regeling.

Artikel 5. De rangschikking van de aanvragen
1.

De minister stelt een rangschikking op van de binnengekomen volledige aanvragen voor woonruimten voor studentenhuisvesting en behandelt de aanvragen volgens die rangschikking.

2.

De rangschikking van aanvragen voor uitwonende studenten vindt plaats aan de hand van de volgende criteria, in volgorde van toekenning:

3.

Indien het plafond, bedoeld in artikel 3, is bereikt en meerdere aanvragen op basis van de criteria, bedoeld in het tweede lid, in aanmerking komen voor de subsidie, stelt de minister de onderlinge rangschikking van die aanvragen vast door middel van loting.

4.

De minister behandelt de binnengekomen aanvragen voor woonruimten voor dak- en thuisloze mensen, mensen met sociale of medische urgentie, statushouders, mensen die uitstromen uit een intramurale situatie, arbeidsmigranten, ontheemden uit Oekraïne in de zin van artikel 5 van Richtlijn 2001/55/EG, en woonwagenbewoners op volgorde van binnenkomst. Een aanvraag geldt als binnengekomen op het moment dat de aanvraag, bedoeld in artikel 4, volledig is binnengekomen. Indien de minister op het tijdstip dat het plafond, bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt bereikt meer dan één aanvraag ontvangt, stelt de minister de onderlinge rangschikking van die aanvragen vast door middel van loting.

Artikel 6. Verplichtingen
1.

De gerealiseerde woonruimten zijn ten minste tien jaar na voltooiing bestemd voor aandachtsgroepen.

2.

Woonruimten dienen te worden verhuurd op basis van een schriftelijk huurcontract tussen huurder en verhuurder.

3.

Binnen drie jaar na de datum van toekenning van de uitkering wordt gestart met de aanvang van de bouwwerkzaamheden van de woningen.

4.

Het college besteedt de specifieke uitkering volledig uiterlijk op 31 december van het vijfde jaar nadat de uitkering verstrekt is aan de projecten waarvoor de uitkering is verstrekt.

5.

Indien de volledige besteding van de specifieke uitkering voor de datum, bedoelde in het vorige lid, niet mogelijk is, kan de minister die termijn op schriftelijk en gemotiveerd verzoek van het college eenmaal met ten hoogste een jaar verlengen.

6.

Het college informeert de minister op verzoek over de voortgang van de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verstrekt.

7.

Het college verleent op verzoek van de minister medewerking en verstrekt informatie ten behoeve van de voortgang en evaluatie van de doelmatigheid en doeltreffendheid van deze regeling.

8.

Aan een uitkering kunnen in de uitkeringsbeschikking nadere verplichtingen worden verbonden.

Artikel 7. Afwijzingsgronden
1.

De minister wijst een aanvraag voor een specifieke uitkering af indien:

2.

De minister kan een aanvraag voor een specifieke uitkering gedeeltelijk afwijzen, voor zover de volledige toekenning zou leiden tot een overschrijding van het plafond, bedoeld in artikel 3, eerste lid.

3.

De minister kan een aanvraag voor een specifieke uitkering afwijzen indien de aanvraag ziet op activiteiten waarvoor op grond van andere regelingen reeds een specifieke uitkering is verstrekt.

Artikel 8. De verlening
1.

De minister neemt binnen acht weken na de datum van ontvangst van een aanvraag een besluit over de verlening van de specifieke uitkering voor woonruimten voor dak- en thuisloze mensen, mensen met sociale of medische urgentie, statushouders, mensen die uitstromen uit een intramurale situatie, arbeidsmigranten, ontheemden uit Oekraïne in de zin van artikel 5 van Richtlijn 2001/55/EG, en woonwagenbewoners. Indien de beschikking niet binnen deze termijn kan worden gegeven, deelt de minister dit aan de aanvrager mede en noemt daarbij een zo kort mogelijke termijn van uiterlijk acht weken waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.

2.

De minister neemt binnen acht weken na de sluitingsdatum van de aanvraagperiode voor woonruimten voor studentenhuisvesting een besluit over de verlening van de specifieke uitkering. De minister kan deze termijn eenmaal met ten hoogste acht weken verlengen.

3.

De verleningsbeschikking vermeldt:

Artikel 9. Bevoorschotting en uitbetaling

De minister verleent bij het besluit tot verlening van de specifieke uitkering, bedoeld in artikel 8, eerste lid, een voorschot van 100% en betaalt dat voorschot in één keer uit.

Artikel 10. Verantwoording, vaststelling, wijziging en terugvordering
1.

De minister stelt de specifieke uitkering vast nadat het college de eindverantwoording aan de minister heeft verstrekt op de wijze, bedoeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.

2.

Het college kan een wijzigingsaanvraag indienen voor een vervangend project wanneer één of meerdere projecten waarvoor de uitkering is verstrekt niet kan worden uitgevoerd. Het vervangende project dient minimaal dezelfde hoeveelheid woonruimten te realiseren als met het niet uitgevoerde project beoogd was.

3.

Artikel 4, 6, 7, 8 en 9 en het verder bepaalde in dit artikel is op deze wijzigingsaanvraag van overeenkomstige toepassing.

4.

Indien uit de verantwoordingsinformatie blijkt dat de uitkering niet volledig of onrechtmatig is besteed, kan de minister de uitkering ter hoogte van het niet of onrechtmatig bestede deel terugvorderen. De minister doet binnen een jaar na ontvangst van de verantwoordingsinformatie mededeling van de terugvordering aan de ontvanger.

Artikel 11. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 12. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Meerjarige regeling specifieke uitkeringen voor huisvesting aandachtsgroepen.

Bijlage. bij de artikelen 2, eerste lid, 3, eerste lid, en 4, eerste lid

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.