Regeling van de Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs van 6 juli 2022, nr. 33295719, houdende regels voor de subsidiëring van een rijke schooldag voor leerlingen in het primair onderwijs, voortgezet onderwijs, speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs (Subsidieregeling School en omgeving)
Gelet op de artikelen 4 en 5 van de Wet overige OCW-subsidies en de artikelen 1.3 en 2.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;
Besluit:
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
- bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 1 van de Wet op de expertisecentra, artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, of artikel 67 van de Wet primair onderwijs BES;
- Convenant Rijke Schooldag: document waarin de lokale coalitie de samenwerking voor het uitvoeren en uitbreiden van een lokale rijke schooldag heeft vastgelegd voor de periode van ten minste drie jaar, en waarin is vastgelegd aan welke ambities de lokale coalitie zich committeert;
- doorgroeier: een lokale coalitie met een goed lopend programma maar een beperkt aanbod en bereik.
- GKA: Gelijke Kansen Alliantie;
- Kaderregeling: Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;
- lokale coalitie: groep van lokale partijen die gezamenlijk betrokken zijn bij de ontwikkeling en uitvoering van het programma rijke schooldag, die in ieder geval bestaat uit een bevoegd gezag van één van deelnemende schoolvestiging, de gemeente waarin de school of vestiging staat, en één of meer (maatschappelijke) organisaties;
- lokale partij: organisatie die opereert in de fysieke omgeving van een schoolvestiging, zoals zorginstellingen, bibliotheken, instelling op het gebied van sociaal werk, welzijnsorganisaties, sportverenigingen, cultuurinstellingen of kinderopvang;
- minister: Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs;
- ontwikkelgebieden: aanbod op het gebied van sport, cultuur, cognitieve ontwikkeling, sociale ontwikkeling of het gebied van oriëntatie op jezelf of op de wereld;
- penvoerder: bevoegd gezag van een deelnemende school of schoolvestiging die namens de lokale coalitie de aanvraag indient;
- po: primair onderwijs niet zijnde speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs;
- programma rijke schooldag: lokaal programma met activiteiten buiten de reguliere onderwijstijd van een school of schoolvestiging, aangeboden door de lokale coalitie ten behoeve van leerlingen op scholen met relatief veel leerlingen met een risico op een onderwijsachterstand;
- school: school als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 1 van de Wet op de expertisecentra, artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 of artikel 67 van de Wet primair onderwijs BES;
- schoolvestiging: nevenvestiging als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, hoofdvestiging als bedoeld in artikel 4.13 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, nevenvestiging als bedoeld in artikel 4.14 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 of tijdelijke nevenvestiging als bedoeld in artikel 4.16 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
- so: speciaal onderwijs, niet zijnde voortgezet speciaal onderwijs;
- starter: gebied dat nog niet gestart is met de uitvoering van een programma rijke schooldag of nog geen coalitie heeft gevormd.
- voorloper: lokale coalitie die op grond van de Regeling selectie voorlopers Rijke Schooldag door de minister als voorloper is aangemerkt;
- vo: voortgezet onderwijs;
- vso: voortgezet speciaal onderwijs.
Artikel 2. Toepasselijkheid Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS
Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling.
Artikel 3. Doel en doelgroep
De minister kan voor het schooljaar 2022–2023 subsidie verstrekken aan:
- a. een bevoegd gezag dat een voorloper vertegenwoordigt, voor het uitbreiden of doorontwikkelen van een programma Rijke schooldag dat aansluit bij het curriculum door de desbetreffende lokale coalitie, als beschreven in het activiteitenplan; of
- b. een bevoegd gezag dat een doorgroeier vertegenwoordigt, voor het uitbreiden of doorontwikkelen van een programma Rijke schooldag dat aansluit bij het curriculum door een lokale coalitie, als beschreven in het activiteitenplan.
De minister kan bovendien voor de schooljaren 2022–2023 tot en met 2024–2025 eenmalig subsidie verstrekken aan starters, voor het opstellen van een projectplan en convenant dat is gericht op het in de toekomst aanbieden van een programma Rijke schooldag.
Met doelgroep wordt in deze regeling bedoeld:
- a. basisscholen als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, die ten minste een positieve achterstandsscore hebben op basis van de onderwijsscores als bedoeld in artikel 18 van het Besluit bekostiging WPO 2022, van de leerlingen die op 1 oktober 2021 stonden ingeschreven op de desbetreffende school of schoolvestiging;
- b. scholen als bedoeld in artikel 1 van de Wet primair onderwijs BES;
- c. speciale scholen voor basisonderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs die meer dan vier leerlingen hebben met een niet-Nederlandse culturele achtergrond als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bekostiging WPO 2022;
- d. scholen voor speciaal onderwijs, voor voortgezet speciaal onderwijs of voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra, die meer dan vier leerlingen hebben met een niet-Nederlandse culturele achtergrond als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bekostiging WEC 2022;
- d. scholen voor voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 die ten minste een positieve achterstandsscore hebben op basis van de onderwijsscores van de leerlingen die op 1 oktober 2021 op deze vestigingen zijn ingeschreven, zoals opgenomen in de bijlage van de Regeling aanvullende bekostiging uitvoering Nationaal Programma Onderwijs PO en VO; en
- e. scholen als bedoeld in artikel 1 van de Wet voortgezet onderwijs BES.
Een programma Rijke schooldag heeft ten doel:
- a. alle leerlingen op de scholen die behoren tot de doelgroep, ongeacht de omstandigheden waarin ze opgroeien, in staat te stellen zichzelf in brede zin hun talenten te ontplooien en vaardigheden te ontwikkelen ter bevordering van kansengelijkheid in het onderwijs en een gelijkwaardige deelname aan de maatschappij; en
- b. de samenwerking tussen de school of de schoolvestiging en lokale partijen met het oog op het onder a genoemde doel te bevorderen, waarbij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de school of schoolvestiging, is gevestigd, onderscheidenlijk het eilandsbestuur van het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba, een ondersteunende rol heeft.
Artikel 4. Subsidieplafond, maximale hoogte subsidie
Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is voor het schooljaar 2022–2023 in totaal een bedrag beschikbaar van € 33.970.000,–.
Van het bedrag, bedoeld in het eerste lid, is:
- a. € 26.370.000,– beschikbaar voor subsidieverstrekking aan ten hoogste 45 voorlopers;
- b. € 5.000.000,– beschikbaar voor subsidieverstrekking aan ten hoogste 50 doorgroeiers; en
- c. € 2.625.000,– beschikbaar voor subsidieverstrekking aan ten hoogste 35 starters.
Het subsidiebedrag voor een subsidie aan voorlopers is een vast bedrag van € 586.000,– per aanvraag.
Het subsidiebedrag voor een subsidie aan doorgroeiers is een vast bedrag van € 100.000,– per aanvraag.
Het subsidiebedrag voor een subsidie aan starters is een vast bedrag van € 75.000,– per aanvraag.
Het subsidiebedrag voor een subsidieontvanger in Caribisch Nederland wordt omgerekend in dollars tegen de vastgestelde wisselkoers.
Indien aan een voorloper geen subsidie wordt toegekend, wordt het beschikbare vaste bedrag herverdeeld in gelijke delen over de resterende voorlopers.
Indien minder aanvragen voor doorgroeiers worden toegekend dan budget beschikbaar is, wordt het resterende bedrag herverdeeld in gelijke delen over de resterende geselecteerde doorgroeiers.
Indien minder aanvragen voor starters worden toegekend dan budget beschikbaar is, wordt het resterende bedrag herverdeeld in gelijke delen over de aanvragers van de voorlopers.
Artikel 5. Aanvrager
De subsidieaanvraag wordt ingediend door een bevoegd gezag van de school of schoolvestiging die behoort tot de doelgroep als bedoeld in artikel drie, derde lid.
In aanvulling op het eerste lid geldt dat een subsidie voor een voorloper of doorgroeier door de penvoerder wordt ingediend namens een lokale coalitie.
De subsidie wordt verstrekt aan en verantwoord door de penvoerder.
De penvoerder is verantwoordelijk voor alle aan de subsidie verbonden verplichtingen, ongeacht welke van de deelnemers aan de lokale coalitie feitelijk is belast met de uitvoering van de daarop betrekking hebbende werkzaamheden.
In aanvulling op het eerste lid geldt dat in het geval van een starter alleen scholen die behoren tot de doelgroep, als bedoeld in artikel 3, derde lid, een aanvraag kunnen indienen.
Scholen of schoolvestigingen kunnen aan maximaal één aanvraag deelnemen.
Artikel 6. Aanvraag subsidie
Een subsidieaanvraag kan worden ingediend van 22 augustus 2022 tot en met 30 september 2022. Aanvragen die worden ingediend na 30 september 2022 worden afgewezen.
Subsidieaanvragen kunnen worden ingediend met het digitale aanvraagformulier dat te vinden is op de website www.dus-i.nl.
Artikel 7. Aanvullende eisen aanvraag voorlopers
In aanvulling op artikel 6 gaat een aanvraag voor subsidie aan voorlopers vergezeld van:
- a. een Convenant Rijke Schooldag;
- b. een activiteitenplan dat is opgesteld waarin de voorloper aangeeft:
- 1°. wat het huidige aanbod is in schooljaar 2021/2022;
- 2°. wat het gemiddelde aantal leerlingen is dat een aanvullend aanbod krijgt per week over 40 schoolweken, over de gehele populatie van de scholen in de coalitie;
- 3°. wat het gemiddelde aantal uren aanvullende aanbod is per week over 40 schoolweken over de gehele populatie van de scholen in de coalitie;
- 4°. hoeveel ontwikkelgebieden in het huidig aanbod worden aangeboden;
- 5°. naar welk aanbod wordt gestreefd, in leerlingenaantallen, uren, ontwikkelgebieden of naar welke kwaliteit, en
- 6°. welke concrete activiteiten worden uitgevoerd om dat streven te bereiken;
Een Convenant Rijke Schooldag wordt ondertekend door alle deelnemers aan de lokale coalitie die verantwoordelijk zijn voor de opstelling en uitvoering van het programma Rijke schooldag, waarin de deelnemers:
- a. verklaren dat zij gezamenlijk het activiteitenplan uit zullen voeren en dat alle gegevens die noodzakelijk zijn voor de verantwoording door de aanvrager van de subsidie op verzoek aan de aanvrager worden verstrekt; en
- b. zich committeren aan:
- 1°. een samenwerking van ten minste drie jaar als lokale coalitie;
- 2°. een door henzelf opgestelde en, in het convenant opgenomen, ambitie en globale afspraken voor het intensiveren, doorontwikkelen of uitbreiden van het lokale programma rijke schooldag;
- 3°. het doorlopend analyseren van de eigen context en leerlingpopulatie, met als doel te komen tot een onderbouwde keuze voor de doorontwikkeling van hun Rijke schooldag op basis van onderzoek, data, monitoring of voortschrijdend inzicht;
- 4°. het leveren van een actieve bijdrage aan de lerende aanpak van het voorloperstraject en de kennisopbouw en kennisdeling, bestaande uit:
- i. het meewerken aan monitoring en onderzoek; en
- ii. het deelnemen aan het inhoudelijke programma van het voorloperstraject en activiteiten te organiseren met als doel kennis te delen met de lokale coalitie, in de regio en met de Gelijke Kansen Alliantie van het Ministerie van OCW.
Artikel 8. Aanvullende eisen aanvraag doorgroeiers
Een lokale coalitie komt uitsluitend in aanmerking als doorgroeier indien:
- a. het aanbod beschikbaar is voor alle leerlingen van de deelnemende schoolvestiging(-en);
- b. activiteiten worden uitgevoerd op minstens twee ontwikkelgebieden;
- c. een aanbod van ten minste twee uren per week per leerling.
- d. de lokale coalitie een aanbod heeft voor alle leerlingen op minimaal één schoolvestiging.
De aanvraag voor subsidie aan doorgroeiers komt slechts voor subsidie in aanmerking als deze vergezeld gaat van:
- a. een Convenant Rijke Schooldag als bedoeld in artikel 7, tweede lid, met dien verstande dat artikel 7, tweede lid, onderdeel b, onder 4°, niet van toepassing is; en
- b. een activiteitenplan, ten aanzien waarvan artikel 7, eerste lid, onderdeel b, van overeenkomstige toepassing is.
Artikel 9. Aanvullende eisen aanvraag starters
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.