← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, van 12 juli 2022, nr. IENW/BSK-2021/328700, houdende vaststelling van een tijdelijke regeling stimulering van het nemen van maatregelen in het kader van de tweede fase van het Deltaprogramma zoetwater (Tijdelijke regeling stimuleren maatregelen tweede fase Deltaprogramma zoetwater)

Geldende tekst a fecha 2022-07-23

Gelet op de artikelen 3, eerste lid, onderdeel g, 4, eerste en tweede lid, 5, van de Kaderwet subsidies I en M;

BESLUIT:

Artikel 1. Begripsbepaling

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Doel

Deze regeling heeft tot doel het stimuleren en faciliteren van het nemen van maatregelen die bijdragen aan de vergroting van de waterbeschikbaarheid door zuinig gebruik of het vasthouden, verdelen of aanvoeren van zoetwater.

Artikel 3. Kosten die in aanmerking komen voor een rijksbijdrage
1.

De Minister kan een rijksbijdrage verstrekken voor de kosten van het uitvoeren van:

2.

Kosten van activiteiten die na 31 december 2021 hebben plaatsgevonden kunnen voor verstrekking van een rijksbijdrage in aanmerking komen.

Artikel 4. Kosten die niet in aanmerking komen voor een rijksbijdrage

Op grond van deze regeling wordt geen rijksbijdrage verstrekt voor:

Artikel 5. Plafond en wijze van verdelen
1.

Het rijksbijdrageplafond bedraagt € 181.000.000,–.

2.

De toekenning van de beschikbare gelden vindt plaats op basis van de volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

Artikel 6. Hoogte rijksbijdrage
1.

In bijlage A bij deze regeling zijn per maatregel de geraamde totale kosten per zoetwaterregio aangegeven.

2.

De geraamde totale kosten van een alternatieve maatregel worden door de Minister bepaald gelijktijdig met de vaststelling van die maatregel door de Minister.

3.

De rijksbijdrage bedraagt hoogstens:

4.

In afwijking van het derde lid geldt dat het percentage van de rijksbijdrage voor een maatregel hoger kan zijn dan het daar bepaalde, als de werkelijke totale kosten bij een andere maatregel in dezelfde zoetwaterregio lager zijn dan de geraamde totale kosten en het overschot van de andere maatregel bij die maatregel wordt benut.

Artikel 7. Aanwijzing regiocoördinator
1.

Per zoetwaterregio, met uitzondering van de zoetwaterregio Rivierengebied, wordt door provincies en waterschappen in die regio, ten minste één provincie aangewezen als regiocoördinator.

2.

De regiocoördinator kan in zijn plaats voor een maatregel als bedoeld in bijlage A of een alternatieve maatregel de taken van een regiocoördinator aan een waterschap overdragen, mits dat waterschap daarmee instemt.

Artikel 8. Aanvraag
1.

Een rijksbijdrage wordt op aanvraag verstrekt.

2.

Een aanvraag voor een rijksbijdrage kan bij de Minister worden ingediend tot en met 31 december 2026.

3.

Een aanvraag wordt ingediend bij de Minister met gebruikmaking van een door de Minister beschikbaar gesteld digitaal formulier.

4.

Een aanvraag wordt vergezeld van:

Artikel 9. Verlening
1.

De Minister beslist over de verlening binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag.

2.

Een besluit tot verlening vermeldt in elk geval:

Artikel 10. Voorschot
1.

Bij een rijksbijdrage van in totaal ten minste € 25.000, inclusief de btw-component, verstrekt de Minister bij het besluit tot verlening, bedoeld in artikel 8, eerste lid, een voorschot van 100%.

2.

Bij een rijksbijdrage, inclusief de btw-component, van in totaal ten minste € 25.000 verstrekt de Minister bij het besluit tot verlening, bedoeld in artikel 8, eerste lid, een voorschot van ten hoogste 80% van de rijksbijdrage overeenkomstig het in het besluit opgegeven kasritme.

3.

De Minister verleent op verzoek van de aanvrager een extra voorschot van ten hoogste 20% van de rijksbijdrage voor de afronding van een maatregel.

4.

Het verzoek om het extra voorschot, bedoeld in het derde lid, gaat vergezeld van een raming van de kosten voor het afronden van de maatregel, voorzien van een financiële toelichting.

Artikel 11. Voorwaarden
1.

De rijksbijdrage wordt uitsluitend besteed aan maatregelen waarvoor de rijksbijdrage is verleend.

2.

Rijksbijdragen die worden verleend ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld, worden verleend onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 12. Verplichtingen aanvrager
1.

Alle maatregelen waarvoor een rijksbijdrage is verstrekt zijn uiterlijk op de datum die in de verleningsbeschikking is vastgesteld gerealiseerd.

2.

De aanvrager verstrekt jaarlijks voor 31 maart informatie over de voortgang van de maatregelen over het voorgaande kalenderjaar.

3.

De aanvrager doet onverwijld een schriftelijke mededeling aan de Minister zodra aannemelijk is dat de activiteiten waarvoor de rijksbijdrage is verleend niet of niet geheel voor de in het eerste lid bedoelde datum zullen worden verricht of dat niet, of niet geheel aan de aan de rijksbijdrage verbonden verplichtingen voor de in het eerste lid bedoelde datum zal worden voldaan.

4.

De aanvrager verleent binnen een door de Minister te stellen termijn medewerking aan een door de Minister ingesteld evaluatieonderzoek.

5.

De Minister kan bij het besluit tot verlening van een rijksbijdrage andere verplichtingen opleggen die de Minister noodzakelijk acht voor de verwezenlijking van het doel van de rijksbijdrage.

Artikel 13. Verantwoording
1.

Als de aanvrager een provincie is, wordt verantwoording afgelegd over de besteding van de rijksbijdrage op de wijze bepaald in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.

2.

Als de aanvrager een waterschap is, wordt informatie ten behoeve van de verantwoording van de rijksbijdrage uiterlijk op 15 juli van het jaar volgend op het begrotingsjaar aan de Minister verzonden in de vorm van:

Artikel 14. Vaststelling
1.

De Minister stelt de rijksbijdrage ambtshalve vast, uiterlijk op 31 december van het tweede kalenderjaar dat volgt op het kalenderjaar waarin de maatregelen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, volledig zijn uitgevoerd en volledig is voldaan aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 12.

2.

De vaststelling vindt plaats op basis van de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 13.

Artikel 15. Evaluatie

De Minister publiceert uiterlijk op 31 december 2026 een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de rijksbijdrage in de praktijk.

Artikel 16. Inwerkingtreding en verval
1.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

2.

Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2027, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op rijksbijdragen die voor die datum zijn aangevraagd.

Artikel 17. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke regeling stimuleren maatregelen tweede fase Deltaprogramma zoetwater.

Bijlage A. Maatregelen

In deze bijlage zijn per zoetwaterregio voor de maatregelen de geraamde totale kosten van het aandeel zoetwater en de gevraagde rijksbijdrage opgenomen.

Noord Nederland

De zoetwaterregio Noord-Nederland kent een laag deel en een hoog deel.

West Nederland

Zuidwestelijke Delta

Hoge Zandgronden Zuid

Hoge Zandgronden Oost

Rivierengebied

Bijlage B. Zoetwaterregio’s

Zoetwaterregio’s:

Bijlage C. Oppervlaktewaterlichamen

Hoofdwateren:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.