Besluit van de algemeen directeur van de Raad voor de Kinderbescherming van het Ministerie van Justitie en Veiligheid van 7 juli 2022, houdende verlening van ondermandaat en het doorgeven van volmacht en machtiging aan onder de algemeen directeur ressorterende functionarissen (Mandaatbesluit Raad voor de Kinderbescherming Ministerie van Justitie en Veiligheid 2022)

Type Ministeriële regeling
Publication 2022-07-27
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

gelet op artikelen 2 en 3 van het Mandaatbesluit Ministerie van Justitie en Veiligheid;

gelet op artikel 63c van het Organisatiebesluit Ministerie van Justitie en Veiligheid;

gelet op artikel 1 van het Mandaatbesluit hoofden taakorganisaties Ministerie van Justitie en Veiligheid;

gelet op het Organisatiebesluit raad voor de kinderbescherming 2015 en de wijziging daarvan bij besluit van 2 september 2020 (Stb. 2020, 357);

gelet op Afdeling 10.1.1. van de Algemene wet bestuursrecht;

Besluit tot vaststelling van de volgende mandaat-, volmacht en machtigingsregeling:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder

Artikel 2. Algemeen mandaat aan directieleden
1.

Van het ingevolge artikel 1 van het Mandaatbesluit hoofden taakorganisaties Ministerie van Justitie en Veiligheid aan de algemeen directeur van de Raad voor de Kinderbescherming verleende mandaat wordt ten aanzien van de aangelegenheden die hun portefeuille of programma betreffen, mandaat en de bevoegdheid tot het doorgeven daarvan verleend aan de directieleden, met uitzondering van de in lid 2 genoemde voorbehouden bevoegdheden.

2.

Aan de algemeen directeur van de Raad voor de Kinderbescherming blijft voorbehouden:

Artikel 3. Plaatsvervanging algemeen directeur en directieleden
1.

Bij afwezigheid wordt de algemeen directeur vervangen door één van de directeuren.

2.

De algemeen directeur vervangt de overige directeuren bij afwezigheid van één of meer van hen, tenzij de algemeen directeur op andere wijze in vervanging voorziet.

Artikel 4. Personeels- en financieel mandaat
1.

De functionarissen genoemd in kolom 1 van bijlage 1 bij dit besluit, zijn gemandateerd/ge(vol)machtigd tot het optreden als leidinggevende in de zin van paragraaf 1.3 van de CAO Rijk ten aanzien van de onder hen ressorterende functionarissen en voor zover het betreft de uitoefening van de bevoegdheden, vermeld in kolom 2 van die bijlage.

2.

Als bevoegd om te beschikken over bedragen voor het aangaan van verplichtingen en voor het doen van uitgaven, worden aangewezen de functionarissen, genoemd in kolom 1 van bijlage 2 bij deze regeling voor zover het betreft de bedragen, genoemd in kolom 2 van die bijlage.

Artikel 5. Mandaatverlening aan raadsmedewerkers in verband met het primaire proces
1.

De raadsmedewerkers zijn ten behoeve van de uitvoering van de aan de Raad voor de Kinderbescherming toevertrouwde (wettelijke) taken, in het kader van de uitoefening van hun functie bevoegd tot het voorbereiden en uitvoeren van onderzoek, het nemen van beslissingen aangaande te verrichten onderzoekshandelingen en de voorbereiding van daarop te baseren rapportages, beslissingen, adviezen en verzoeken.

2.

De kernfunctionaris is bevoegd tot het namens de Raad voor de Kinderbescherming opstellen en ondertekenen van raadsrapportages en adviezen.

3.

De bevoegdheid tot indiening van verzoeken aan rechterlijke autoriteiten wordt uitgeoefend door directieleden.

4.

De coördinator taakstraffen is bevoegd om beslissingen te nemen in het kader van de begeleiding, de uitvoering, het coördineren en het rapporteren van taakstraffen.

Artikel 6. Machtiging ten behoeve van juridische procedures en vertegenwoordiging van de Raad voor de Kinderbescherming ter zitting
1.

Directieleden zijn bevoegd om de Raad voor de Kinderbescherming c.q. de minister te vertegenwoordigen in bestuursrechtelijke procedures. Zij zijn bevoegd (te beslissen) tot het instellen van hoger beroep in de desbetreffende procedures en de daartoe benodigde handelingen te verrichten.

2.

Juridisch deskundigen en juridisch adviseurs werkzaam bij de Raad voor de Kinderbescherming zijn gemachtigd tot het opstellen en namens de minister indienen van verweerschriften en (hoger) beroepschriften in bestuursrechtelijke procedures en de Raad voor de Kinderbescherming c.q. de minister in bestuursrechtelijke procedures te vertegenwoordigen.

3.

Directieleden zijn bevoegd om ook andere, één hiërarchisch niveau onder hen ressorterende, medewerkers schriftelijk te machtigen om de in het eerste lid van dit artikel bedoelde bevoegdheden uit te oefenen.

4.

Kernfunctionarissen, juridisch deskundigen en juridisch adviseurs zijn gemachtigd om de Raad voor de Kinderbescherming te vertegenwoordigen op zittingen in civiele procedures en strafprocedures. De gemachtigde is bevoegd om zich te laten vergezellen door andere raadsmedewerkers indien dat naar het oordeel van de gemachtigde wenselijk is met het oog op een goede voorlichting over het standpunt van de Raad voor de Kinderbescherming. Bij gebruik van de machtiging verzoekt de gemachtigde om schorsing of aanhouding van de zitting met het oog op overleg met (andere) raadsmedewerker(s) in gevallen waarin de gemachtigde dat nodig oordeelt naar aanleiding van het verloop van de zitting en/of het daar verhandelde.

5.

De bevoegdheid om te beslissen tot het instellen van hoger beroep, respectievelijk beroep in cassatie in de in het vierde lid, bedoelde civiele procedures wordt uitgeoefend door directieleden.

Artikel 7. Algemene aan het mandaat verbonden instructies en informatie over uitoefening van mandaat
1.

De uitoefening van de gemandateerde bevoegdheden geschiedt met inachtneming van het meest recente Kwaliteitskader van de Raad voor de Kinderbescherming en de van dit mandaatbesluit deel uitmakende mandaatinstructie.

2.

De houders van een mandaat stellen het directielid, respectievelijk de algemeen directeur in kennis van krachtens mandaat te nemen of reeds genomen beslissingen, respectievelijk te verrichten of verrichte handelingen waarvan moet worden aangenomen dat kennisneming door het directielid, of de algemeen directeur gewenst is. Hier is in ieder geval sprake van als de houder van het mandaat het noodzakelijk acht af te wijken van de vastgestelde richtlijnen, beleidsregels en dergelijke.

3.

Het niet voldoen aan de in het tweede lid omschreven terugkoppelingsplicht doet niet af aan de rechtsgeldigheid van de krachtens mandaat genomen beslissing of verrichte handeling.

Artikel 8. Mandaat van bevoegdheid tot het opvragen van afschriften op grond van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens en gegevens uit de basisregistratie personen

Raadsmedewerkers en de functionarissen die raadsmedewerkers administratief ondersteunen, waaronder de ‘medewerker administratie’ zijn bevoegd tot het namens de algemeen directeur opvragen van afschriften als bedoeld in artikel 42 lid 4 onder c van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens en gegevens uit de basisregistratie personen, op de grondslag van het daartoe afgegeven autorisatiebesluit van de Minister van Justitie en Veiligheid (te weten het besluit van 22 januari 2014, met kenmerk: 2014-0000035702 en de besluiten dit het laatstgenoemde besluit vervangen).

Artikel 9. Voorbereiding van bestuursrechtelijke besluiten
1.

Directieleden zijn krachtens mandaat bevoegd tot het voorbereiden en nemen van primaire besluiten namens de minister in aangelegenheden die aan de Raad voor de Kinderbescherming zijn toevertrouwd.

2.

Het mandaat behelst niet de bevoegdheid tot beslissen op bezwaarschriften, welke bevoegdheid door de algemeen directeur wordt uitgeoefend.

3.

Directieleden, onderscheidenlijk de algemeen directeur kunnen zich bij de voorbereiding van door hen te nemen bestuursrechtelijke besluiten laten bijstaan door bij de Raad voor de Kinderbescherming werkzame functionarissen.

Artikel 10. Klachtafhandeling
1.

Directieleden zijn bevoegd tot het afdoen van klachten die betrekking hebben op onder hun verantwoordelijkheid werkzame personen, met inachtneming van de meest recente Klachtenregeling Raad voor de Kinderbescherming en het Besluit klachtadviescommissie Raad voor de Kinderbescherming.

2.

Directieleden kunnen zich bij de uitoefening van de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid laten bijstaan door bij de Raad voor de Kinderbescherming werkzame functionarissen met inachtneming van de meest recente Klachtenregeling Raad voor de Kinderbescherming.

Artikel 11. Intrekking Mandaatregeling Raad voor de Kinderbescherming 2021

De Mandaatregeling Raad voor de Kinderbescherming 2021 wordt ingetrokken.

Artikel 12. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 juli 2022.

Artikel 13. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Mandaatbesluit Raad voor de Kinderbescherming 2022.

Bijlage 1. Mandaatbesluit Raad voor de Kinderbescherming 2022

Behorend bij en deel uitmakend van artikel 4, eerste lid van het Mandaatbesluit Raad voor de Kinderbescherming 2022.

De functionarissen bij wie in de kolom 2 de letter A is geplaatst, zijn, onverminderd artikel 4 van dit besluit bevoegd tot uitoefening van alle bevoegdheden die in of krachtens het Burgerlijk Wetboek (BW) en de CAO Rijk aan de werkgever zijn toegekend.

De ambtenaren bij wie in kolom 2 de letter B is geplaatst, zijn, onverminderd artikel 4 van dit besluit bevoegd tot uitoefening van alle bevoegdheden die in of krachtens het BW en de CAO Rijk aan de werkgever zijn toegekend, met uitzondering van:

Kolom 1 Kolom 2 Kolom 3
Bevoegd gezag
1.0 algemeen directeur A
1.1 directeur A
1.2 directeur bedrijfsvoering A
1.3 vestigingsmanager, manager administratieve ondersteuning, manager coördinatoren taakstraffen en andere door de algemeen directeur daartoe aan te wijzen functionarissen B B

De vestigingsmanager, manager administratieve ondersteuning, manager coördinatoren taakstraffen en andere door de algemeen directeur daartoe aan te wijzen functionarissen (= bevoegd gezag B) zijn bevoegd tot het nemen van besluiten over ouderschapsverlof, buitengewoon verlof, adoptie- en pleegzorgverlof, zwangerschaps- en bevallingsverlof, PAS en wijzigingen arbeidsduur/werktijd, overige kostendeclaraties en IKB.

Bijlage 2. Mandaatbesluit Raad voor de Kinderbescherming 2022

Behorend bij en deel uitmakend van artikel 4, tweede lid van het Mandaatbesluit Raad voor de Kinderbescherming 2022.

De functionarissen genoemd in kolom 1 zijn bevoegd in overeenstemming met artikel 3.3 van de Comptabiliteitswet 2016, tot het aangaan van verplichtingen en het doen van uitgaven.

Indien in kolom 2 een bedrag is opgenomen betreft dit het maximumbedrag waarvoor de functionaris telkens een verplichting of uitgave mag doen. Indien in kolom 2 geen bedrag is opgenomen, geldt geen maximumbedrag.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.