Regeling van de Minister van Economische Zaken en Klimaat van 11 juli 2022, nr. WJZ/ 22018415, houdende regels voor de verstrekking van subsidie uit het Nationaal Groeifonds (Subsidieregeling Nationaal Groeifonds)

Type Ministeriële regeling
Publication 2024-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 2, vierde lid, en 8, tweede en vijfde lid, van de Tijdelijke wet Nationaal Groeifonds;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Openstelling en subsidieplafonds
1.

De minister kan op grond van deze regeling uitsluitend subsidie verstrekken indien hij de mogelijkheid tot het doen van een aanvraag tot subsidieverlening heeft opengesteld door vaststelling van een subsidieplafond, een periode voor indiening van een vooraanmelding en een periode voor indiening van de aanvraag.

2.

De minister kan de openstelling beperken tot bepaalde activiteiten, bepaalde categorieën van aanvragers of een bepaald aantal aanvragen.

3.

De minister kan verschillende subsidieplafonds vaststellen voor verschillende activiteiten of categorieën van aanvragers.

Artikel 3. Subsidieaanvraag
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie voor een activiteit of een samenhangend geheel van activiteiten die het duurzaam verdienvermogen vergroten en die betrekking hebben op:

2.

De subsidie wordt verstrekt aan een natuurlijke persoon of een rechtspersoon als bedoeld in artikel 6, onderdeel a, van de wet die voor eigen rekening en risico de activiteiten uitvoert, met dien verstande dat een subsidie uitsluitend wordt verstrekt aan een natuurlijk persoon die een onderneming drijft.

3.

De minister kan de subsidie verstrekken aan een deelnemer in een samenwerkingsverband van natuurlijke personen of rechtspersonen, bedoeld in het tweede lid.

4.

Indien de subsidie staatssteun bevat, wordt deze uitsluitend verstrekt voor:

5.

Een aanvraag tot het verstrekken van een specifieke uitkering als bedoeld in artikel 7, zesde lid, van de wet wordt beschouwd als een aanvraag als bedoeld in het eerste lid.

Artikel 4. Hoogte subsidie
1.

Indien een subsidie die op grond van artikel 3, eerste lid, wordt verstrekt, staatssteun bevat, bedraagt de hoogte van de subsidie voor:

2.

Indien een subsidie die op grond van artikel 3, eerste lid, wordt verstrekt, geen staatssteun bevat, bedraagt de hoogte van de subsidie 100 procent van de subsidiabele kosten.

3.

De subsidie bedraagt niet meer dan is aangevraagd.

4.

Indien reeds door een bestuursorgaan of de Europese Commissie subsidie is verstrekt voor de subsidiabele kosten of een deel daarvan, wordt slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt dat het totale bedrag aan subsidies niet meer bedraagt dan toegestaan volgens de algemene groepsvrijstellingsverordening, indien de subsidie staatssteun bevat, dan wel volgens deze regeling, indien de subsidie geen staatssteun bevat.

5.

Indien een subsidie die op grond van artikel 3, eerste lid, wordt verstrekt, staatssteun bevat, wordt het bedrag van de subsidie verlaagd voor zover dit nodig is op basis van de algemene groepsvrijstellingsverordening.

Artikel 5. Subsidiabele kosten
1.

Voor subsidie komen uitsluitend in aanmerking de redelijk gemaakte kosten die direct verbonden zijn met de uitvoering van de activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid.

2.

Indien een subsidie die op grond van artikel 3, eerste lid, wordt verstrekt, staatssteun bevat, komen voor subsidie uitsluitend in aanmerking, voor:

3.

Indien een subsidie die op grond van artikel 3, eerste lid, wordt verstrekt, staatssteun bevat, komen voor subsidie uitsluitend de kosten in aanmerking die voldoen aan de eisen van artikel 7 van de algemene groepsvrijstellingsverordening.

4.

Kosten die vóór indiening van de aanvraag door de subsidieontvanger zijn gemaakt, komen niet voor subsidie in aanmerking.

5.

De aanvrager kiest voor de berekening van de subsidiabele kosten uit één van de systematieken, genoemd in artikel 11, eerste lid, onderdelen a, b of c, van het Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies.

Artikel 6. Verdeling subsidieplafond
1.

De minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

2.

Indien een aanvrager niet heeft voldaan aan een bij deze regeling gesteld voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag en met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt de dag waarop de aanvraag voldoet aan dat voorschrift, als datum van ontvangst.

3.

Indien de minister op de dag waarop het subsidieplafond is bereikt meer dan één volledige aanvraag heeft ontvangen, stelt hij de onderlinge rangschikking vast door middel van loting.

Artikel 7. Afwijzingsgronden

De minister beslist afwijzend op een aanvraag:

Artikel 8. Beslissing op de aanvraag
1.

De minister geeft een beschikking op een aanvraag om subsidie binnen 26 weken na de dag van ontvangst van de aanvraag.

2.

Indien een beschikking niet binnen deze termijn kan worden gegeven, kan deze termijn eenmaal met 13 weken worden verlengd.

Artikel 9. Rangschikkingscriteria

Vervallen

Artikel 10. Adviescommissie Nationaal Groeifonds
1.

De minister vraagt de adviescommissie advies over toepassing van de afwijzingsgrond, bedoeld in artikel 7, aanhef, en onderdeel c.

2.

De minister kan de adviescommissie advies vragen over:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.