Regeling van de Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs van 12 augustus 2022, nr. PO/FenV/33271986, houdende aanpassing van de bedragen personele bekostiging primair onderwijs voor het schooljaar 2021–2022 en het vaststellen van de bedragen voor ondersteuning van leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs schooljaar 2021–2022 (Definitieve Regeling bekostiging personeel PO 2021–2022 en vaststelling bedragen voor ondersteuning van leerlingen in het PO en VO 2021–2022)
Gelet op artikel XI, vijfde lid jo. derde lid, van de Wet van 25 februari 2021 tot wijziging van onder meer de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra, de Wet primair onderwijs BES, de Wet op het voortgezet onderwijs, enkele andere wetten vanwege de vereenvoudiging van de bekostiging van de scholen voor primair onderwijs en samenwerkingsverbanden (Stb. 2021, 171) en artikel 3, derde lid, van de Regeling bijzondere bekostiging professionalisering en begeleiding starters en schoolleiders;
Besluit:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
- achterstandsscore: achterstandsscore als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bekostiging WPO, zoals dat luidde op 31 maart 2022;
- basisschool: basisschool als bedoeld in artikel 1 WPO;
- BRIN-nummer: nummer waaronder een school staat geregistreerd in de Basisregistratie Instellingen;
- BRP: basisregistratie personen;
- leerling met een niet-Nederlandse culturele achtergrond: leerling als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bekostiging WPO en artikel 1 van het Besluit bekostiging WEC, zoals die luidden op 31 maart 2022;
- formatiebasisbedrag: formatiebasisbedrag als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bekostiging WPO en artikel 1 van het Besluit bekostiging WEC, zoals die luidden op 31 maart 2022;
- formatieleeftijdsbedrag: formatieleeftijdsbedrag als bedoeld in artikel 1 van het Besluit Bekostiging WPO en artikel 1 van het Besluit bekostiging WEC, zoals die luidden op 31 maart 2022;
- instelling: instelling als bedoeld in artikel 1 WEC;
- samenwerkingsverband PO: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 1 WPO;
- samenwerkingsverband VO: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 1.1 WVO 2020;
- school voor (voortgezet) speciaal onderwijs: school voor speciaal onderwijs, voor voortgezet speciaal onderwijs of voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 WEC, niet zijnde een instelling;
- speciale school voor basisonderwijs: speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in artikel 1 WPO;
- vestiging: hoofd- of nevenvestiging van een basisschool;
- WVO 2020: Wet voortgezet onderwijs 2020.
Hoofdstuk 2. Vaststelling bedragen en landelijk gewogen gemiddelde leeftijd
Paragraaf 1. Basisscholen
Artikel 2. Gemiddelde leeftijd en bedragen
De geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd op 1 oktober 2020 en de genormeerde gemiddelde personeelslasten van leraren respectievelijk van de schoolleiding van basisscholen, bedoeld in artikel 120, zesde lid, WPO, zoals die luidde op 31 maart 2022, bedragen:
- a. geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd: 39,49 jaar;
- b. genormeerde gemiddelde personeelslasten leraar: € 80.334,57;
- c. genormeerde gemiddelde personeelslasten schoolleiding: € 98.007,59.
Het formatiebasisbedrag respectievelijk het formatieleeftijdsbedrag, bedoeld in artikel 22, onderdeel a, respectievelijk onderdeel b, van het Besluit bekostiging WPO, zoals dat luidde op 31 maart 2022, is voor basisscholen:
- a. formatiebasisbedrag: € 38.891,00;
- b. formatieleeftijdsbedrag: € 1.049,47.
Het bedrag per leerling respectievelijk het verhogingsbedrag, bedoeld in artikel 120, eerste lid, WPO, zoals die luidde op 31 maart 2022 bedraagt voor:
| Bedrag per leerling | Verhogingsbedrag | |
|---|---|---|
| a. leerlingen van 4 t/m 7 jaar | € 2.314,01 | € 62,44 |
| b. leerlingen vanaf 8 jaar | € 1.610,09 | € 43,45 |
De ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van leraren van basisscholen ten opzichte van het schooljaar 2020–2021 bedraagt 9,064%. De ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van de schoolleiding van basisscholen ten opzichte van het schooljaar 2020–2021 bedraagt 9,064%.
In de genormeerde gemiddelde personeelslasten, bedoeld in het eerste lid is een verlaging van 0,724% verwerkt op basis van de gemiddelde inkomsten waarop de bevoegde gezagsorganen, bedoeld in de WPO gedurende het schooljaar aanspraak maken vanwege uitkeringen of toelagen als bedoeld in artikel 137, vijfde lid, WPO, zoals die luidde op 31 maart 2022.
Artikel 3. Aanvullende bekostiging (zeer) kleine scholen
Het basisbedrag respectievelijk het leeftijdsbedrag, bedoeld in de in de eerste kolom genoemde artikelen van het Besluit bekostiging WPO, zoals dat luidde op 31 maart 2022, is het bedrag, genoemd in de tweede respectievelijk de derde kolom bij het desbetreffende artikel:
| Artikel | Basisbedrag | Leeftijdsbedrag |
|---|---|---|
| 23, eerste lid, (zeer kleine scholen) | € 125.747,82 | € 2.825,91 |
| 24, tweede lid, onderdeel a, (kleine scholen voet) | € 83.646,76 | € 2.257,20 |
| 24, tweede lid, onderdeel b, (kleine scholen verminderingsbedrag) | € 579,48 | € 15,64 |
Artikel 4. Aanvullende bekostiging voor bestrijding onderwijsachterstanden
Het bedrag per eenheid achterstandsscore bedoeld in artikel 28, eerste lid, van het Besluit bekostiging WPO, zoals dat luidde op 31 maart 2022, bedraagt € 642,44.
Het percentage ten behoeve van de overgangsbekostiging onderwijsachterstandenbestrijding in het geval de uitkomst van ‘A – B’ negatief is, bedoeld in artikel 36a, tweede lid, onder C, van het Besluit bekostiging WPO, zoals dat luidde op 31 maart 2022, bedraagt 13,99%.
Het percentage, bedoeld in artikel 36a, derde lid, van het Besluit bekostiging WPO, zoals dat luidde op 31 maart 2022 bedraagt 9,064%.
Artikel 5. Aanvullende bekostiging bij aanvang van de bekostiging en groei
Het basisbedrag verhoogd met het met de geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren vermenigvuldigde leeftijdsbedrag, bedoeld in de in de eerste kolom genoemde artikelen van het Besluit bekostiging WPO, zoals dat luidde op 31 maart 2022, is het bedrag, genoemd in de tweede kolom bij het desbetreffende artikel:
| Artikel | Bedrag |
|---|---|
| 3a, vierde lid, (aanvang bekostiging) | € 16.334,60 |
| 29, zevende lid, (groei) | € 3.912,29 |
Artikel 6. Aanvullende bekostiging schoolleiding
Het bedrag, bedoeld in artikel 26, eerste lid, van het Besluit bekostiging WPO, zoals dat luidde op 31 maart 2022, is voor scholen met een aantal leerlingen dat op de teldatum niet hoger is dan 97 leerlingen € 21.026,02 en voor scholen met een aantal leerlingen dat op de teldatum hoger is dan 97 leerlingen € 38.699,04.
Artikel 7. Bekostiging personeels- en arbeidsmarktbeleid
De bekostiging voor personeels- en arbeidsmarktbeleid, bedoeld in artikel 129 van de WPO, zoals die luidde op 31 maart 2022, bestaat voor basisscholen, waaronder begrepen de school voor varende kinderen, uit een basisbedrag en een bedrag per leerling:
- a. basisbedrag = € 21.542,00;
- b. bedrag per leerling = € 1.011,88.
De bekostiging, bedoeld in het eerste lid, voor basisscholen met minder dan 145 leerlingen wordt verhoogd met een bedrag dat gelijk is aan de uitkomst van de berekening: € 49.663,85 minus (het aantal leerlingen vermenigvuldigd met € 342,55).
De bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt voor basisscholen met minder dan 195 leerlingen verhoogd met € 6.960,00.
Het bedrag per leerling ten behoeve van de schoolbegeleiding, bedoeld in artikel 180a van de WPO, zoals die luidde op 31 maart 2022, bedraagt € 69,52 en is begrepen in het bedrag per leerling, genoemd in het eerste lid.
Voor de bekostiging voor personeels- en arbeidsmarktbeleid wordt het aantal leerlingen vastgesteld overeenkomstig artikel 121 WPO, zoals die luidde op 31 maart 2022.
Artikel 8. Bedragen voor scholen voor kinderen van wie de ouders een trekkend bestaan leiden
Het bedrag per formatieplaats, bedoeld in de artikelen B 16b en C 11, eerste en tweede lid, van het Besluit trekkende bevolking WPO, zoals dat luidde op 31 maart 2022 is € 80.334,57.
De aanvullende bekostiging voor schoolleiding, bedoeld in artikel B 16g van het Besluit trekkende bevolking, zoals dat luidde op 31 maart 2022 bedraagt € 21.026,02 per school.
Het budget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid, bedoeld in artikel B 16l van het Besluit trekkende bevolking, zoals dat luidde op 31 maart 2022 bedraagt € 57.698,24 per school.
Artikel 9. Bekostiging voor internationaal georiënteerd basisonderwijs
Het bevoegd gezag van een basisschool waaraan een afdeling internationaal georiënteerd basisonderwijs is verbonden, ontvangt op aanvraag aanvullende bekostiging voor personeel en voor materiële instandhouding.
De bekostiging, bedoeld in het eerste lid, bedraagt vanaf 11 ingeschreven leerlingen op 1 oktober 2020 op de afdeling, bedoeld in het eerste lid, de in de onderstaande tabel opgenomen bedragen.
| Aantal leerlingen | Bedrag personeel | Bedrag materiële instandhouding |
|---|---|---|
| 11 t/m 20 | € 17.368,51 | € 458,81 |
| 21 t/m 30 | € 26.052,38 | € 688,21 |
| 31 t/m 40 | € 34.736,64 | € 917,61 |
| 41 t/m 50 | € 43.428,73 | € 1.147,23 |
| 51 t/m 60 | € 52.112,99 | € 1.376,63 |
| 61 t/m 70 | € 60.797,25 | € 1.606,04 |
| 71 t/m 80 | € 69.481,51 | € 1.835,44 |
| 81 t/m 90 | € 78.165,36 | € 2.064,84 |
| 91 t/m 100 | € 86.849,62 | € 2.294,25 |
| 101 t/m 110 | € 95.533,88 | € 2.523,65 |
| 111 t/m 120 | € 104.218,14 | € 2.753,05 |
| 121 t/m 130 | € 112.902,40 | € 2.982,46 |
| 131 t/m 140 | € 121.586,26 | € 3.211,86 |
| 141 t/m 150 | € 130.278,75 | € 3.441,47 |
| 151 t/m 165 | € 138.962,61 | € 3.670,88 |
| 166 t/m 180 | € 147.646,87 | € 3.900,28 |
| 181 t/m 195 | € 156.331,13 | € 4.129,68 |
| 196 t/m 210 | € 165.015,38 | € 4.359,09 |
| vervolgens per 15 leerlingen verhogen met | € 8.684,26 | € 229,40 |
De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, moet bij DUO zijn ontvangen voor 1 juli 2021 en een gelijkluidend exemplaar daarvan wordt ingediend gelijktijdig met de jaarstukken 2021. Aanvragen die op of na 1 juli 2021 bij DUO worden ontvangen worden in ieder geval afgewezen.
Voor de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt gebruik gemaakt van het daarvoor beschikbaar gestelde formulier op www.duo.nl.
Het bevoegd gezag van een basisschool met een afdeling internationaal georiënteerd basisonderwijs ontvangt op aanvraag bijzondere bekostiging voor personeel en aanvullende bekostiging voor materiële instandhouding indien het aantal leerlingen in die afdeling ten opzichte van de datum waarop voor het laatst bekostiging op basis van dit artikel is toegekend zodanig is toegenomen dat het leerlingenaantal in een hogere categorie als bedoeld in de tabel in het tweede lid, is komen te vallen. Voor een basisschool met een afdeling internationaal georiënteerd basisonderwijs waarvoor in het schooljaar 2021–2022 nog geen toekenning is afgegeven, wordt de toename van het aantal leerlingen vastgesteld door het aantal leerlingen in die afdeling af te zetten tegen nul.
Voor de aanvraag, bedoeld in het vijfde lid, wordt gebruik gemaakt van het daarvoor beschikbaar gestelde formulier op www.duo.nl.
Het bevoegd gezag kan ten hoogste eenmaal per maand een aanvraag als bedoeld in het vijfde lid indienen. Een aanvraag die wordt ontvangen op of na 1 juli 2022, wordt afgewezen.
Het bevoegd gezag ontvangt de beschikking uiterlijk vier maanden na ontvangst van de aanvraag.
Indien de toename samenvalt met de eerste schooldag van het schooljaar 2021–2022 en de aanvraag geheel of gedeeltelijk wordt toegekend, ontvangt het bevoegd gezag bijzondere bekostiging met ingang van 1 augustus 2021. Indien de toename op een later tijdstip plaatsvindt en de aanvraag geheel of gedeeltelijk wordt toegekend, ontvangt het bevoegd gezag bijzondere bekostiging met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de datum, waarop de toename heeft plaatsgevonden.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.