Regeling van de Minister van Justitie en Veiligheid van 30 augustus 2022, nr 4165922, houdende regels met betrekking tot het verstrekken van een specifieke uitkering tegen ondermijnende jeugdcriminaliteit (Regeling specifieke uitkering voorkomen georganiseerde en ondermijnende jeugdcriminaliteit 2022)

Type Ministeriële regeling
Publication 2022-09-14
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 17, vijfde lid, van de Financiële-verhoudingswet,

Besluit:

Artikel 1. Definitiebepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Specifieke uitkering

De minister kan op aanvraag van een gemeente een specifieke uitkering verstrekken ten behoeve van het treffen van maatregelen ter voorkoming van georganiseerde en ondermijnende jeugdcriminaliteit.

Artikel 3. Aanvraag
1.

Een aanvraag bevat in ieder geval:

2.

De aanvraag heeft betrekking op kosten die zijn gemaakt tussen 1 juni 2022 en 1 juni 2026.

3.

De aanvraag wordt voor 1 oktober 2022 ingediend, met gebruikmaking van een door de Minister ter beschikking gesteld digitaal aanvraagformulier.

Artikel 4. Hoogte specifieke uitkering
1.

Voor het verlenen van uitkeringen aan de vijftien gemeenten is in totaal maximaal 205,9 miljoen euro beschikbaar. Artikel 4:25, tweede en derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.

2.

De uitkering kan onderhevig zijn aan loon- en prijsbijstelling.

Artikel 5. Wijze van verstrekking

Het aan de gemeenten toegekende bedrag wordt in de periode van 2022 tot en met 2025 100% bevoorschot en in jaarlijkse termijnen uitgekeerd. De eerste betaling vindt plaats binnen zes weken volgend op dagtekening van de beschikking.

Artikel 6. Meldingsplicht

De gemeente die een specifieke uitkering heeft ontvangen is verplicht om onverwijld een schriftelijke melding te doen zodra aannemelijk is dat de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht

Artikel 7. Vaststelling en verantwoording
1.

Nadat de minister de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet, van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft ontvangen, stelt de minister de uitkering binnen 22 weken na de laatste termijn overeenkomstig de verlening vast.

2.

De minister kan de uitkering lager vaststellen, indien:

Artikel 8. Terugvordering

De minister kan onverschuldigd uitgekeerde bedragen als bedoeld in artikel 7, tweede lid, terugvorderen.

Artikel 9. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag van publicatie in de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot 1 juni 2022.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.