Wet van 1 juni 2022, houdende tijdelijke regels voor experimenten met nieuwe stembiljetten (Tijdelijke experimentenwet nieuwe stembiljetten)
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het ter bevordering van de uitvoerbaarheid van de stemopneming en het toegankelijker maken van het stemmen wenselijk is tijdelijke regels vast te stellen voor experimenten met nieuwe stembiljetten ten behoeve van het gebruik in het stemlokaal;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
§ 1. Algemene bepaling
Artikel 1. Begripsbepaling
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
§ 2. Het experiment
Artikel 2. Doel en deelname
Onze Minister kan besluiten dat bij een verkiezing als bedoeld in de Kieswet of de Wet algemene regels herindeling een experiment plaatsvindt met als doel de invoering van een stembiljet met een handzaam formaat, ten behoeve van het gebruik in het stemlokaal, dat:
- a. eenvoudig te tellen is, ter bevordering van de uitvoerbaarheid en daarmee de kwaliteit van de stemopneming; en
- b. geschikt is voor het afbeelden van logo’s van politieke groeperingen, ter bevordering van de toegankelijkheid van het stemmen.
Onze Minister kan, behoudens in het geval, bedoeld in het derde lid, na instemming van de gemeenteraad, een gemeente aanwijzen waar wordt geëxperimenteerd.
Bij een verkiezing van de leden van de Eerste Kamer kan Onze Minister, na instemming van provinciale staten, een provincie aanwijzen waar wordt geëxperimenteerd.
Artikel 3. Afwijken van de Kieswet
De experimenten vinden voor zover mogelijk plaats overeenkomstig hetgeen bij en krachtens de Kieswet is bepaald.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de experimenten. Deze regels kunnen op het naastlagere niveau afwijken van het bepaalde bij of krachtens de volgende onderdelen:
- a. de artikelen J 4, eerste en vijfde lid, J 6b, J 7, J 9, J 12, J 16, J 18, eerste lid, J 19 tot en met J 21,J 25 tot en met J 27, J 29, J 31, K 4, vierde lid, K 11, L 11, tweede lid, en L 17 van de Kieswet, met betrekking tot de inrichting van het stemlokaal, het verloop van gecombineerde stemmingen, het ter kennis brengen van de kandidatenlijsten, de werkwijze en samenstelling van het stembureau, de vormgeving van de (vervangende) stempas, de kiezerspas en het volmachtbewijs, de vormgeving en beschikbaarstelling van stembiljetten en de wijze waarop de stem wordt uitgebracht;
- b. de artikelen N 1 tot en met N 12 van de Kieswet, met betrekking tot de taken en werkwijze van het stembureau tijdens de stemopneming;
- c. de artikelen Na 4, Na 11 tot en met Na 25, Na 27, tweede lid, O 3, tweede lid, O 6, tweede lid, P 1d, vierde lid, P 1e en V 4a, vierde lid, van de Kieswet, met betrekking tot de taken en werkwijze van het gemeentelijk stembureau, het hoofdstembureau en het centraal stembureau tijdens de stemopneming en een nieuwe opneming van stembiljetten;
- d. de artikelen T 2 tot en met T 11, V 4b, tweede en derde lid, en Ya 30, derde lid, van de Kieswet, met betrekking tot de wijze waarop de stem wordt uitgebracht alsmede de taken en werkwijze van het stembureau en het vertegenwoordigend orgaan tijdens de stemopneming en een nieuwe opneming van stembiljetten bij de verkiezing van de leden van de Eerste Kamer der Staten-Generaal;
- e. de artikelen Y 2, Y 24 en Y 39 van de Kieswet, met betrekking tot de werkwijze tijdens de verkiezing van de Nederlandse leden van het Europees Parlement.
De voordracht voor een krachtens het tweede lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
Artikel 4. Voorzieningen
Onze Minister wijst de voorzieningen aan die bij een experiment worden gebruikt.
Een voorziening wordt slechts aangewezen indien:
- a. de inzet van de voorziening geen afbreuk doet aan het geheime karakter van de stemming; en
- b. de transparantie, controleerbaarheid en betrouwbaarheid van de verkiezing niet worden verminderd.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de voorzieningen.
§ 3. Registratie van logo’s ten behoeve van het experiment
Artikel 5. Registratie van logo’s voor de verkiezing van leden van de Tweede Kamer
Iedere politieke groepering die een aanduiding heeft ingeschreven of inschrijft in het register, bedoeld in artikel G 1 van de Kieswet, dient bij het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer, indien bij deze verkiezing sprake is van een experiment als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van deze wet, een schriftelijk verzoek in, als bedoeld in artikel G 1a, eerste lid, van de Kieswet, om het logo waarmee zij voor die verkiezing op de kandidatenlijst wenst te worden vermeld, bij te schrijven in het register. Indien een politieke groepering waarvan wel een aanduiding in het register staat ingeschreven op de tweeënveertigste dag voor de kandidaatstelling geen logo heeft geregistreerd, wordt voor de toepassing van de registraties in het verkiezingsproces enkel gebruik gemaakt van de in het register opgenomen aanduiding van de politieke groepering.
Artikel 6. Registratie van logo’s voor de verkiezing van de leden van provinciale staten
Iedere politieke groepering die een aanduiding heeft ingeschreven of inschrijft in het register, bedoeld in artikel G 2 van de Kieswet, en waarvan het logo niet reeds bij het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer is geregistreerd, dient bij het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de provinciale staten, indien bij deze verkiezing sprake is van een experiment als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van deze wet, een schriftelijk verzoek in om het logo waarmee zij voor die verkiezing op de kandidatenlijst wenst te worden vermeld, bij te schrijven in het register. De verzoeken die zijn ontvangen of aangevuld als bedoeld in artikel 4:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, na de tweeënveertigste dag voor de kandidaatstelling, blijven voor de daaropvolgende verkiezing buiten behandeling. Indien een politieke groepering waarvan wel een aanduiding in het register staat ingeschreven op die dag geen logo heeft geregistreerd, wordt voor de toepassing van de registraties in het verkiezingsproces enkel gebruik gemaakt van de in het register opgenomen aanduiding van de politieke groepering.
Artikel G 1a, tweede tot en met zesde lid, van de Kieswet is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:
- a. voor het tweede lid, onderdeel c, wordt gelezen «het logo geheel of in hoofdzaak overeenstemt met een reeds op grond van dit artikel of een op grond van artikel G 1a van de Kieswet, geregistreerd logo van een andere politieke groepering, of met een logo waarvoor reeds eerder op grond van dit artikel een registratieverzoek is ontvangen, en daardoor verwarring te duchten is»;
- b. in afwijking van het derde lid, tweede volzin, van de beslissing mededeling wordt gedaan in het provinciaal blad.
Artikel G 5, eerste lid, aanhef en onder a, en tweede lid, van de Kieswet is van overeenkomstige toepassing op een besluit dat is genomen op grond van dit artikel.
Artikel 7. Registratie van logo’s voor de verkiezing van de leden van het algemeen bestuur
Iedere politieke groepering die een aanduiding heeft ingeschreven of inschrijft in het register, bedoeld in artikel G 2a van de Kieswet, en waarvan het logo niet reeds bij het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer is geregistreerd, dient bij het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van het algemeen bestuur, indien bij deze verkiezing sprake is van een experiment als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van deze wet, een schriftelijk verzoek in om het logo waarmee zij voor die verkiezing op de kandidatenlijst wenst te worden vermeld, bij te schrijven in het register. De verzoeken die zijn ontvangen of aangevuld als bedoeld in artikel 4:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, na de tweeënveertigste dag voor de kandidaatstelling, blijven voor de daaropvolgende verkiezing buiten behandeling. Indien een politieke groepering waarvan wel een aanduiding in het register staat ingeschreven op die dag geen logo heeft geregistreerd, wordt voor de toepassing van de registraties in het verkiezingsproces enkel gebruik gemaakt van de in het register opgenomen aanduiding van de politieke groepering.
Artikel G 1a, tweede tot en met zesde lid, van de Kieswet is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:
- a. voor het tweede lid, onderdeel c, wordt gelezen «het logo geheel of in hoofdzaak overeenstemt met een reeds op grond van dit artikel of een op grond van artikel G 1a van de Kieswet, geregistreerd logo van een andere politieke groepering, of met een logo waarvoor reeds eerder op grond van dit artikel een registratieverzoek is ontvangen, en daardoor verwarring te duchten is»;
- b. in afwijking van het derde lid wordt van de beslissing mededeling gedaan aan de gemachtigde en in het waterschapsblad.
Artikel G 5, eerste lid, aanhef en onder a, en tweede lid, van de Kieswet is van overeenkomstige toepassing op een besluit dat is genomen op grond van dit artikel.
Artikel 8. Registratie van logo’s voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad
Iedere politieke groepering die een aanduiding heeft ingeschreven of inschrijft in het register, bedoeld in artikel G 3 van de Kieswet, en waarvan het logo niet reeds bij het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer, onderscheidenlijk provinciale staten, is geregistreerd, dient bij het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad, indien bij deze verkiezing sprake is van een experiment als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van deze wet een schriftelijk verzoek in om het logo waarmee zij voor die verkiezing op de kandidatenlijst wenst te worden vermeld, bij te schrijven in het register. De verzoeken die zijn ontvangen of aangevuld als bedoeld in artikel 4:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, na de tweeënveertigste dag voor de kandidaatstelling, blijven voor de daaropvolgende verkiezing buiten behandeling. Indien een politieke groepering waarvan wel een aanduiding in het register staat ingeschreven op die dag geen logo heeft geregistreerd, wordt voor de toepassing van de registraties in het verkiezingsproces enkel gebruik gemaakt van de in het register opgenomen aanduiding van de politieke groepering.
Artikel G 1a, tweede tot en met zesde lid, van de Kieswet is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:
- a. voor het tweede lid, onderdeel c, wordt gelezen «het logo geheel of in hoofdzaak overeenstemt met een reeds op grond van dit artikel, een op grond van artikel 6 of een op grond van artikel G 1a van de Kieswet, geregistreerd logo van een andere politieke groepering, of met een logo waarvoor reeds eerder op grond van dit artikel een registratieverzoek is ontvangen, en daardoor verwarring te duchten is»;
- b. in afwijking van het derde lid wordt van de beslissing mededeling gedaan aan de gemachtigde en in het gemeenteblad.
Artikel G 5, eerste lid, aanhef en onder a, en tweede lid, van de Kieswet is van overeenkomstige toepassing op een besluit dat is genomen op grond van dit artikel.
Artikel 9. Registratie van logo’s voor de verkiezing van de leden van de Eerste Kamer
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.