Regeling van het College voor toetsen en examens van 26 september 2022, nummer CvTE-22.00945, houdende vaststelling van de toetswijzer voor de doorstroomtoets in het primair onderwijs (Regeling toetswijzer doorstroomtoets PO)
Gelet op artikel 3a, eerste lid, onderdeel e, van de Wet College voor toetsen en examens;
Besluit:
Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel VIII, onderdeel B, van de Wijzigingswet Wet op het primair onderwijs, enz.(aanpassingen op het gebied van de doorstroom van het basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs en wijziging van de stelselinrichting van doorstroomtoetsen en toetsen verbonden aan leerling- en onderwijsvolgsystemen in het basisonderwijs) in werking treedt.
Artikel 1. Toetswijzer
De toetswijzer, bedoeld in artikel 3a, eerste lid, onderdeel e, van de Wet College voor toetsen en examens wordt vastgesteld als bijlage bij deze regeling.
Artikel 2. Intrekking
De Regeling toetswijzer eindtoets PO wordt ingetrokken.
Artikel 3. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop artikel VIII, onderdeel B, van de Wet van 9 februari 2022 tot wijziging van een aantal onderwijswetten in verband met aanpassingen op het gebied van de doorstroom van het basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs en wijziging van de stelselinrichting van doorstroomtoetsen en toetsen verbonden aan leerling- en onderwijsvolgsystemen in het basisonderwijs (Stb. 2022, 135) in werking treedt.
Artikel 4. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling toetswijzer doorstroomtoets PO.
Bijlage. De toetswijzer als bedoeld in artikel 1
Bijlage behorende bij artikel 1 van de Regeling toetswijzer doorstroomtoets PO.
Toetswijzer doorstroomtoets PO
1. Inleiding: Context van de toetswijzer
Deze toetswijzer voor doorstroomtoetsen primair onderwijs (po) is een update van de algemene toetswijzer voor eindtoetsen po die eerder door het College voor Toetsen en Examens (CvTE) is vastgesteld met de Regeling toetswijzer eindtoets PO. De inhoud van deze toetswijzer is door een onafhankelijke toetswijzercommissie Nederlandse taal en rekenen, onder regie van het CvTE, in 2014 ontwikkeld. De commissie was samengesteld uit inhoudsexperts, toetsontwikkelaars van de Centrale Eindtoets en vertegenwoordigers van toetsontwikkelaars van andere eindtoetsen.
Op 1 januari 2023 trad de Wet tot wijziging van een aantal onderwijswetten in verband met aanpassingen op het gebied van de doorstroom van het basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs en wijziging van de stelselinrichting van doorstroomtoetsen en toetsen verbonden aan leerling- en onderwijsvolgsystemen in het basisonderwijs (hierna: Wet doorstroomtoetsen po)1Stb. 2022, 135 in werking. Met deze wet wordt voorgeschreven dat leerlingen in het laatste schooljaar van het po een onafhankelijke, objectieve doorstroomtoets maken. Het bevoegd gezag kan kiezen uit een van de door het CvTE erkende doorstroomtoetsen.
Het Toetsbesluit PO beoogt een zorgvuldige en betrouwbare afname te verzekeren van de doorstroomtoets en beoogt het goede gebruik van leerling- en onderwijsvolgsystemen te regelen. Er worden voorschriften gesteld om de kwaliteit van de doorstroomtoetsen en de leerling- en onderwijsvolgsystemen te waarborgen. Deze toetswijzer is een uitwerking van het Toetsbesluit PO en geeft weer aan welke eisen elke doorstroomtoets moet voldoen voor wat betreft inhoud en vorm. Deze toetswijzer expliciteert de inhoudelijke kwaliteitseisen voor de wettelijk verplichte domeinen uit het Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen (hierna: het Referentiekader)2De term referentiekader wordt gebruikt om het Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen (Staatsblad 2010 265) kort aan te duiden. voor taal3De term taal wordt gebruikt om Nederlandse taal kort aan te duiden. en rekenen4De term rekenen wordt gebruikt om rekenen en wiskunde of rekenen-wiskunde kort aan te duiden. die voor alle doorstroomtoetsen gelden. Daarnaast worden de kwaliteitseisen beschreven voor de domeinen die optioneel in doorstroomtoetsen kunnen worden opgenomen. Deze toetswijzer biedt daarmee het kader op basis waarvan ontwikkelaars van doorstroomtoetsen hun toets kunnen ontwikkelen willen zij de toets laten erkennen.
1.2. Relatie toetswijzer, Toetsbesluit PO en beoordelingskader
De beoordeling en het besluit over de erkenning van doorstroomtoetsen wordt genomen door het CvTE. Stichting Cito adviseert over de erkenning van de doorstroomtoetsen aan de hand van het Beoordelingskader voor doorstroomtoetsen po. De toetswijzer geeft weer aan welke eisen elke doorstroomtoets moet voldoen voor wat betreft inhoud en vorm.
Het Toetsbesluit PO beoogt een zorgvuldige en betrouwbare afname te verzekeren van de doorstroomtoets en beoogt het goede gebruik van leerling- en onderwijsvolgsystemen te regelen. Er worden voorschriften gesteld om de kwaliteit van de doorstroomtoetsen en de leerling- en onderwijsvolgsystemen te waarborgen. Deze toetswijzer is een uitwerking van het Toetsbesluit PO en geeft weer aan welke eisen elke doorstroomtoets moet voldoen voor wat betreft inhoud en vorm. Deze toetswijzer expliciteert de inhoudelijke kwaliteitseisen voor de wettelijk verplichte domeinen uit het Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen (hierna: het Referentiekader)1De term referentiekader wordt gebruikt om het Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen (Staatsblad 2010 265) kort aan te duiden. voor taal2De term taal wordt gebruikt om Nederlandse taal kort aan te duiden. en rekenen3De term rekenen wordt gebruikt om rekenen en wiskunde of rekenen-wiskunde kort aan te duiden. die voor alle doorstroomtoetsen gelden. Daarnaast worden de kwaliteitseisen beschreven voor de domeinen die optioneel in doorstroomtoetsen kunnen worden opgenomen. Deze toetswijzer biedt daarmee het kader op basis waarvan ontwikkelaars van doorstroomtoetsen hun toets kunnen ontwikkelen willen zij de toets laten erkennen.
1.2. Relatie toetswijzer, Toetsbesluit PO en beoordelingskader
De beoordeling en het besluit over de erkenning van doorstroomtoetsen wordt genomen door het CvTE. Stichting Cito adviseert over de erkenning van de doorstroomtoetsen aan de hand van het Beoordelingskader voor doorstroomtoetsen po. De toetswijzer geeft weer aan welke eisen elke doorstroomtoets moet voldoen voor wat betreft inhoud en vorm.
1.3. Kerndoelen en referentieniveaus
Het Besluit vernieuwde kerndoelen WPO (hierna: het Besluit) en het Referentiekader voor taal en rekenen vormen het wettelijk kader waarbinnen de toetsinhouden voor doorstroomtoetsen rekenen en taal worden beschreven. In het Besluit staan de taal- en rekeninhouden beschreven die leerkrachten de leerlingen aanbieden, opdat zij deze doelen in voldoende mate kunnen bereiken voor of aan het einde van groep 8. Daarbij gaat het om aanbodsdoelen. De referentieniveaus beschrijven wat leerlingen moeten kennen, kunnen en begrijpen aan het einde van de basisschool. Hierbij gaat het om beheersingsdoelen. De referentieniveaus dekken de kerndoelen, ze bevatten geen nieuwe leerstof. Voor het einde van de basisschool zijn twee referentieniveaus van belang. Voor taal zijn dat niveau 1F en 2F. Voor rekenen zijn dat niveau 1F en 1S.
1.4. Doel van doorstroomtoetsen op leerlingniveau
Het doel van een doorstroomtoets po op leerlingniveau is tweeledig: voorspellend en niveaubepalend. Een doorstroomtoets is voorspellend in die zin dat het resultaat van de leerling op de toets aangeeft hoe een leerling het naar verwachting zal doen in het voortgezet onderwijs. Een doorstroomtoets is niveaubepalend in die zin dat het resultaat van de leerling op de doorstroomtoets aangeeft welk beheersingsniveau een leerling heeft aan het einde van groep 8 ten aanzien van de referentieniveaus taal (domein Lezen en subdomein Taalverzorging) en rekenen. Deze twee punten worden verwerkt in het leerlingrapport.
1.5. Toetsvorm van doorstroomtoetsen
De toetsvorm van een doorstroomtoets is vrij. Hieronder wordt bijvoorbeeld verstaan: het aantal toetsopgaven, het soort toetsopgaven (bijvoorbeeld meerkeuzevragen, open vragen), het direct of indirect toetsen van kennis of vaardigheden, en het schriftelijk, mondeling of via de computer toetsen. Keuzes die worden gemaakt ten aanzien van de vorm van een doorstroomtoets, mogen niet ten koste van de validiteit en betrouwbaarheid van de betreffende doorstroomtoets gaan. Wanneer er bijvoorbeeld sprake is van open vragen moeten de antwoorden van de leerlingen objectief scoorbaar zijn, of er is voorzien in een intersubjectief antwoordmodel. Verder kunnen bepaalde toetsvormen nadere eisen stellen aan de gang van zaken bij het afnemen en beoordelen van een doorstroomtoets.
2. De toetswijzer in hoofdlijnen
De uitwerking van eis 2 is te vinden in het hoofdstuk over taal (hoofdstuk 3).
2.1. Minimale inhoudelijke kwaliteitseisen
De algemene uitwerking van eis 4 en 5 staat hieronder. In de hoofdstukken over taal en rekenen staan de vakspecifieke uitwerkingen van deze eisen.
De uitwerking van eis 2 is te vinden in het hoofdstuk over taal (hoofdstuk 3).
Een doorstroomtoets meet het beheersingsniveau dat de leerling heeft behaald aan het einde van het po ten aanzien van de referentieniveaus. Het grootste gedeelte van de leerlingen zal een beheersingsniveau hebben dat valt binnen het bereik van de referentieniveaus 1F en 2F (taal) en 1F en 1S (rekenen).
De algemene uitwerking van eis 4 en 5 staat hieronder. In de hoofdstukken over taal en rekenen staan de vakspecifieke uitwerkingen van deze eisen.
2.2. Niveaubepaling ten aanzien van de referentieniveaus (kwaliteitseis 4)
Het CvTE beoordeelt niet de verantwoordingsdocumenten op zich, maar gebruikt de documenten bij de beoordeling van het voldoen van de betreffende doorstroomtoets aan de kwaliteitseisen 1 tot en met 4.
3. Taal
De verantwoordingsdocumenten van een doorstroomtoets beschrijven de inhoud van de betreffende doorstroomtoets en geven inzicht in de gemaakte keuzes. Daarmee bieden de documenten tevens informatie voor andere belanghebbenden, zoals scholen. De verantwoordingsdocumenten omvatten ten minste:
Het Referentiekader onderscheidt voor taal vier domeinen: Mondelinge taalvaardigheid, Lezen, Schrijven, en Begrippenlijst en Taalverzorging. In het terrein Nederlandse taal van de doorstroomtoetsen po is in principe ruimte om alle domeinen te meten, met daarbij de kanttekening dat in ieder geval het domein Lezen en het subdomein Taalverzorging uit het domein Begrippenlijst en Taalverzorging getoetst moeten worden in overeenstemming met artikel 3 van het Toetsbesluit PO. Deze toetswijzer beschrijft de minimaal inhoudelijke kwaliteitseisen voor deze wettelijk verplichte (sub)domeinen, maar beschrijft daarnaast – als richtlijn – ook de kwaliteitseisen voor de optionele domeinen Mondelinge taalvaardigheid, Schrijven en het subdomein Begrippenlijst van het domein Begrippenlijst en Taalverzorging, die ook in de doorstroomtoets aangeboden mogen worden.
3. Taal
3.2. Inhoudsbeschrijving in de verantwoordingsdocumenten voor het terrein Nederlandse Taal
Voor scholen is het belangrijk zich te realiseren welke domeinen in een doorstroomtoets getoetst worden. In de doorstroomtoetsen gaat het niet om de taalvaardigheid van de leerling maar om een beperkt deel van de taalvaardigheid. Immers, het is niet verplicht om alle domeinen te toetsen en binnen de domeinen kunnen keuzes gemaakt worden in wat wel of niet getoetst wordt. Het is derhalve nodig om op andere wijzen dan via de doorstroomtoets een beeld te verwerven van de ontwikkeling van de taalvaardigheid van leerlingen. Dit kan bijvoorbeeld aan de hand van een leerlingvolgsysteem, methodegebonden toetsen, observaties, portfolio's en besprekingen van de uitvoering van taaltaken met leerlingen.
In de verantwoordingsdocumenten bij de doorstroomtoets moet de toetsaanbieder een heldere beschrijving geven van de gemaakte keuzes. Deze documenten bevatten bijvoorbeeld een beschrijving waarom en hoe inhouden uit het domein Mondelinge taalvaardigheid getoetst worden. Indien inhouden uit het domein Mondelinge taalvaardigheid getoetst worden, geven de verantwoordingsdocumenten een beschrijving van de gemaakte keuzes ten aanzien van de toetsing van deze inhouden (direct of indirect, keuzes in taken). Hetzelfde geldt voor de gemaakte keuzes ten aanzien van de toetsing van inhouden uit het domein Schrijfvaardigheid (direct of indirect, keuzes in genres of taken). Zo kan inzichtelijk gemaakt worden welke aspecten van de taalvaardigheid de doorstroomtoets in beeld brengt.
3.3. Rapportage van de niveaubepaling voor het terrein Nederlandse Taal
In het Toetsbesluit PO is vastgelegd dat de doorstroomtoetsen meten welk eindniveau de leerling heeft behaald ten opzichte van de referentieniveaus (zie kwaliteitseis 4). Elke doorstroomtoets dient minimaal te voldoen aan de in paragraaf 3.4 genoemde inhoudelijke kwaliteitseisen voor het domein Lezen en het subdomein Taalverzorging uit het domein Begrippenlijst en Taalverzorging. Voor het domein Lezen zijn referentiesets van opgaven beschikbaar en voor het subdomein Taalverzorging zijn ankersets van opgaven gemaakt. Met de daarbij behorende normering kan de (wettelijke) referentiecesuur worden bepaald. Een indicatie van het behaalde referentieniveau kan in het leerlingrapport dus alleen voor het domein Lezen en het subdomein Taalverzorging worden gegeven. Voor de andere (sub)domeinen dienen doorstroomaanbieders zelf een cesuur te kunnen verantwoorden.
In de verantwoordingsdocumenten bij de doorstroomtoets moet de toetsaanbieder een heldere beschrijving geven van de gemaakte keuzes. Deze documenten bevatten bijvoorbeeld een beschrijving waarom en hoe inhouden uit het domein Mondelinge taalvaardigheid getoetst worden. Indien inhouden uit het domein Mondelinge taalvaardigheid getoetst worden, geven de verantwoordingsdocumenten een beschrijving van de gemaakte keuzes ten aanzien van de toetsing van deze inhouden (direct of indirect, keuzes in taken). Hetzelfde geldt voor de gemaakte keuzes ten aanzien van de toetsing van inhouden uit het domein Schrijfvaardigheid (direct of indirect, keuzes in genres of taken). Zo kan inzichtelijk gemaakt worden welke aspecten van de taalvaardigheid de doorstroomtoets in beeld brengt.
3.3. Rapportage van de niveaubepaling voor het terrein Nederlandse Taal
De relatieve verdeling van opgaven over de verplichte (sub)domeinen lezen (ten minste 50 procent van de opgaven van de verplichte (sub)domeinen) en taalverzorging (ten minste 30 procent van de opgaven van de verplichte (sub)domeinen) is als volgt:
3.4. Minimaal inhoudelijke kwaliteitseisen
2 Het aspect techniek en woordenschat is geen afzonderlijke taakuitvoering – zie ook het Referentiekader – maar valt bij lezen automatisch onder alle andere aspecten en is om die reden optioneel. Aanbieders kunnen dit aspect toetsen onder de voorwaarde dat de taak gericht is op het afleiden van de betekenis van woorden uit de vorm, samenstelling of context.
3 Het aspect evalueren wordt vanaf 2027 in de doorstroomtoetsen verplicht getoetst. Het streefdoel is om bij de volgende herziening van de toetswijzer het percentage te verhogen tot ≥ 6% en het aspect evalueren verplicht te laten toetsen bij allebei de subdomeinen van lezen. Vooralsnog kan een aanbieder er namelijk voor kiezen om het aspect evalueren te toetsen bij allebei de subdomeinen, ofwel alleen bij één van de twee subdomeinen.
3.5. Ruimte voor inhoudelijke keuzes
Voor de beschrijving van het domein Lezen verwijst de toetswijzer naar de publicatie ‘Over de drempels met taal’.5Expertgroep Doorlopende Leerlijnen Taal en Rekenen (2008).Over de drempels met taal.Enschede: SLO.
1 Gibson & Levin (1975). The psychology of reading. MIT Press: New York
Voor de beschrijving van het subdomein Taalverzorging in het domein Begrippenlijst en Taalverzorging verwijst de toetswijzer naar de publicatie ‘Over de drempels met taal’.8Expertgroep Doorlopende Leerlijnen Taal en Rekenen (2008).Over de drempels met taal.Enschede: SLO.
3.5. Ruimte voor inhoudelijke keuzes
4.1. Wat toetst een doorstroomtoets bij het terrein rekenen?
1 Grabowski (2007). The writing superiority effect in the verbal recall of knowledge: Sources and determinants. In G. Rijlaarsdam (Series Ed.) and M. Torrance, L. van Waes, & D. Galbraith (Vol. Eds.), Writing and cognition: research and applications. (Studies in Writing, Vol. 20, pp. 165-180). Amsterdam: Elsevier
2 Hillocks (1986). Research on written composition: New directions for teaching. Urbana, Ill.: ERIC Clearinghouse on Reading and Communication Skills, National Institute of Education; Graham & Perin (2007). A Meta-analysis of writing instruction for adolescent writers. Journal of Educational Psychology, 99(3), 445-476.
3 Breetvelt, Van den Bergh & Rijlaarsdam, G. (1994). Relations between writing processes and text quality: When and how? Cognition and Instruction, 12(2), 103 -123.
Voor de beschrijving van het domein Mondelinge Taalvaardigheid verwijst de toetswijzer naar de publicatie ‘Over de drempels met taal’.10Expertgroep Doorlopende Leerlijnen Taal en Rekenen (2008).Over de drempels met taal.Enschede: SLO.
Voor de beschrijving van het niet verplichte subdomein Begrippenlijst uit het domein Begrippenlijst en Taalverzorging – verwijst de toetswijzer naar de publicatie ‘Een nadere beschouwing’.11Expertgroep Doorlopende Leerlijnen Taal en Rekenen (2009). Een nadere beschouwing. Over de drempels met taal en rekenen. Enschede: SLO.
4. Rekenen
⋯
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.