← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Minister voor Rechtsbescherming van 10 oktober 2022, nr. 4219202, houdende regels inzake de subsidiëring van Halt (Regeling Halt 2022)

Geldende tekst a fecha 2022-10-19

Gelet op de artikelen 3 en 4, eerste lid, van de Kaderwet overige JenV-subsidies en de artikelen 5, zevende lid, 6, derde lid, 10, tweede lid, van het Kaderbesluit overige JenV-subsidies en de artikelen 4:41, 4:71, 4:72 en 4:79 van de Algemene wet bestuursrecht;

Besluit:

Artikel 1. Begrippen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Werkzaamheden
1.

Halt informeert en adviseert op ZSM-locaties de ketenpartners in de strafrechtketen in het kader van afdoeningstrajecten voor jeugdigen omtrent een Halt-afdoening.

2.

In het kader van een Halt-afdoening bepaalt Halt de invulling van de Halt-afdoening op basis van het type delict, de strafmaat die conform de Richtlijn aan het type delict is gekoppeld, de omstandigheden waaronder het delict is gepleegd, de relevante contextinformatie van de jeugdige en de behoefte van eventuele slachtoffers.

3.

Halt voorziet in een landelijke coördinatie en uitvoering van Halt afdoeningen.

4.

Halt innoveert en ontwikkelt zich ter borging van de kwaliteit en de continuïteit van de uitvoering van Halt-afdoeningen. Halt evalueert daartoe jaarlijks zijn eigen processen en verbetert deze zo nodig.

Artikel 3. Handboek
1.

Halt doet Halt-verwijzingen af conform het Handboek Halt.

2.

Het Handboek Halt wordt door Halt na overleg met de Minister vastgesteld.

Artikel 4. Beslissing tot behandeling van een Halt-verwijzing
1.

Als Halt constateert dat een Halt-verwijzing niet voldoet aan het bepaalde in het Besluit neemt Halt de Halt-verwijzing niet in behandeling.

2.

Als daartoe aanleiding bestaat, kan Halt, zelfs indien de Halt-verwijzing wel voldoet aan het bepaalde in het Besluit, besluiten om de Halt-verwijzing niet in behandeling te nemen.

3.

Indien Halt besluit om een Halt-verwijzing conform het tweede lid niet in behandeling te nemen, stelt ze de betrokken opsporingsambtenaar daarvan in kennis.

4.

Een niet in behandeling genomen Halt-verwijzing komt niet voor subsidie in aanmerking.

Artikel 5. Voorwaarden Halt

Om in aanmerking te komen voor subsidieverstrekking voorziet Halt in:

Artikel 6. Informatieverstrekking
1.

Halt verstrekt desgevraagd informatie met betrekking tot de organisatie en werkzaamheden van Halt aan de Minister. Afspraken over de uitwisseling van informatie worden door Halt en de Minister opgenomen in een informatieprotocol.

2.

Halt brengt desgevraagd de stand van de kwaliteit van de bedrijfsvoering en de Halt-afdoeningen in beeld aan de hand van een zelfevaluatie.

Artikel 7. Subsidiëring
1.

Op de subsidieverstrekking aan Halt is afdeling 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.

2.

De subsidie aan Halt bedraagt de som van de kosten van de in dat jaar te realiseren Halt-afdoeningen, de kosten voor de reguliere bedrijfsvoering van Halt, en de kosten van inzet op ZSM-aanpak, met dien verstande dat de subsidie niet meer bedraagt dan uit de begroting van het Ministerie van Justitie en Veiligheid blijkt.

Artikel 8. Standaardberekeningswijze

Bij de berekening van de hoogte van de subsidie worden uurtarieven gehanteerd die worden berekend op basis van de gemiddelde kosten per directe fte en de gemiddelde tijdsbesteding per Halt-afdoening vermeerderd met een forfaitair vastgestelde opslag voor indirecte kosten.

Artikel 9. Ter beschikking stellen zaken en verrichten van diensten

Indien Halt zaken ter beschikking stelt aan of diensten verricht voor natuurlijke personen of rechtspersonen brengt zij een vergoeding in rekening die ten minste kostendekkend is.

Artikel 10. Toestemming voor rechtshandelingen

Halt behoeft de toestemming van de Minister voor de handelingen, bedoeld in artikel 4:71 van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 11. Vergoedingsplicht
1.

In de gevallen, bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht legt de Minister een vergoedingsplicht op.

2.

Bij de vaststelling van de hoogte van de vergoeding worden de activa gewaardeerd op hun actuele waarde. De waardebepaling van een onroerende zaak geschiedt door drie deskundigen. De Minister onderscheidenlijk Halt wijzen elk een deskundige aan, die in onderling overleg een derde deskundige aanwijzen.

3.

Het eerste lid is niet van toepassing, indien de activiteiten van Halt door een derde worden voortgezet en de activa en passiva met toestemming van de Minister tegen boekwaarde aan die derde worden overgedragen.

Artikel 12. Subsidieaanvraag
1.

De subsidieaanvraag omvat:

2.

De begroting, bedoeld in onderdeel a, van het eerste lid, behelst een overzicht van de voor het kalenderjaar geraamde inkomsten en uitgaven, voor zover deze betrekking hebben op de werkzaamheden waar het Halt-bureau subsidie voor vraagt.

Artikel 13. Aanvraag en beslissing tot subsidievaststelling

De aanvraag van Halt tot vaststelling van het subsidie gaat vergezeld van:

Artikel 14. Jaarrekening
1.

De jaarrekening van Halt bestaat uit:

2.

De jaarrekening dient te zijn voorzien van een toelichting op tenminste de onderdelen genoemd in het eerste lid.

3.

De jaarrekening geeft een zodanig inzicht dat de Minister zich een verantwoord oordeel kan vormen omtrent:

Artikel 15. Activiteitenverslag

Het activiteitenverslag van Halt beschrijft in samenhang met de jaarrekening in ieder geval:

Artikel 16. Reserve en voorzieningen
1.

De Minister kan op verzoek van Halt een voorziening toestaan. Hiertoe dient Halt bij de subsidieaanvraag of uiterlijk voorafgaand aan het indienen van de jaarrekening bij de Minister een gemotiveerde aanvraag in.

2.

Halt kan binnen het financiële kader dat door de Minister wordt vastgesteld een egalisatiereserve opbouwen ten behoeve van de werkzaamheden van Halt-verwijzingen, bedoeld in artikel 2.

3.

Halt dient ter verantwoording de egalisatiereserve en voorzieningen voldoende zichtbaar te maken in de balans. In de stand van het eigen vermogen dient in ieder geval het onderscheid tussen repressie en preventie zichtbaar te zijn.

4.

Bij beëindiging van de subsidie aan Halt komen de op dat moment aanwezige reserves aan de Staat toe voor zover deze reserves zijn gevormd met subsidie ten behoeve van de werkzaamheden van Halt, bedoeld in artikel 2.

Artikel 17. Egalisatiereserve
1.

De jaarlijkse dotatie aan de egalisatiereserve bedraagt niet meer dan 2% van de verleende subsidie in dat jaar.

2.

Exploitatieresultaten komen ten gunste of ten laste van de egalisatiereserve van Halt.

3.

De egalisatiereserve mag uitsluitend worden aangewend voor uitgaven die in overeenstemming zijn met het activiteitenplan van Halt en anders uitsluitend na toestemming van de Minister.

4.

De totale omvang van de egalisatiereserve mag niet meer bedragen dan 10% van het gemiddelde van de verleende subsidies in het betreffende jaar en de twee vastgestelde subsidies in de daaraan voorafgaande kalenderjaren.

Artikel 18. Accountantscontrole
1.

Bij de uitvoering van de controle volgt de accountant tevens de aanwijzingen uit het accountantsprotocol dat onder verantwoordelijkheid van de Minister is opgesteld.

2.

De accountant onderzoekt tevens de naleving van de aan de subsidie verbonden verplichtingen volgens het in het accountantsprotocol vastgestelde aanwijzingen over de reikwijdte en intensiteit van de controle.

Artikel 19. Verantwoording
1.

Halt informeert de Minister uiterlijk vier weken na iedere vier maanden en na afloop van het subsidiejaar over de uitvoering van de verschillende activiteiten die in het jaarplan staan vermeld voor zover deze zijn vastgelegd in managementafspraken.

2.

Halt geeft in ieder geval een inhoudelijke en financiële toelichting op de verschillen met de vorige periode van vier maanden en de planning voor het betreffende jaar.

3.

Halt verstrekt de informatie genoemd in het eerste lid aan de hand van het informatieprotocol.

Artikel 20. Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling
1.

Halt stelt voor zijn medewerkers een meldcode vast waarin stapsgewijs wordt aangegeven hoe met signalen van huiselijk geweld of kindermishandeling wordt omgegaan en die er redelijkerwijs aan bijdraagt dat zo snel en adequaat mogelijk hulp kan worden geboden.

2.

Binnen vier weken na de vaststelling van de meldcode informeert Halt de Minister hierover.

3.

Onder huiselijk geweld wordt verstaan: huiselijk geweld, zoals bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.

4.

Onder kindermishandeling wordt verstaan: kindermishandeling, bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet.

5.

Halt bevordert de kennis en het gebruik van de meldcode onder zijn medewerkers.

Artikel 21. Intrekking regeling

De Regeling Halt 2013 wordt ingetrokken.

Artikel 22. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2028.

Artikel 24. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Halt 2022.