Regeling van de Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs van 30 september 2022, nr. PO/FenV/34026576, houdende vaststelling van de bedragen voor de bepaling van de overgangsregeling herverdeeleffect bekostiging primair onderwijs (Regeling overgangsbekostiging vereenvoudiging bekostiging WPO en WEC)
Gelet op de artikelen 116, zesde lid, en 121, tweede lid, van de Wet op het primair onderwijs, de artikelen 114, zesde lid, en 119, vierde lid, van de Wet op de expertisecentra, de artikelen 13, vierde en vijfde lid, 14, tweede en vierde lid, 17 derde lid, 18, elfde lid, en 19, tweede lid, van het Besluit bekostiging WPO 2022 en de artikelen 13, derde en vierde lid, 14, tweede lid, 15, zesde lid, en 16, vierde lid, van het Besluit bekostiging WEC 2022;
Besluit:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
- achterstandsscore: achterstandsscore als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bekostiging WPO 2022;
- basisschool: basisschool als bedoeld in artikel 1 WPO;
- leerling met een niet-Nederlandse culturele achtergrond: leerling als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bekostiging WPO 2022 en artikel 1 van het Besluit bekostiging WEC 2022;
- formatiebasisbedrag: formatiebasisbedrag als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bekostiging WPO en artikel 1 van het Besluit bekostiging WEC zoals die luidden op 31 maart 2022;
- formatieleeftijdsbedrag: formatieleeftijdsbedrag als bedoeld in artikel 1 van het Besluit Bekostiging WPO en artikel 1 van het Besluit bekostiging WEC zoals die luidden op 31 maart 2022;
- instelling: instelling als bedoeld in artikel 1 WEC;
- school voor (voortgezet) speciaal onderwijs: school voor speciaal onderwijs, voor voortgezet speciaal onderwijs of voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 WEC, niet zijnde een instelling;
- speciale school voor basisonderwijs: speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in artikel 1 WPO;
- vestiging: hoofd- of nevenvestiging van een basisschool;
Hoofdstuk 2. Vaststelling bedragen voor de bepaling van de bekostiging, bedoeld in artikel 214, tweede lid, onderdelen d en h, WPO en voor de bepaling van de bekostiging, bedoeld in artikel 188, tweede lid, onderdeel d, WEC
Paragraaf 1. Basisscholen
Artikel 2. Gemiddelde leeftijd en bedragen
De geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd op 1 oktober 2021 en de genormeerde gemiddelde personeelslasten van leraren respectievelijk van de schoolleiding van basisscholen, bedoeld in artikel 120, zesde lid, WPO, zoals die luidde op 31 maart 2022, bedragen:
- a. geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd: 39,41 jaar;
- b. genormeerde gemiddelde personeelslasten leraar: € 83.482,88;
- c. genormeerde gemiddelde personeelslasten schoolleiding: € 101.848,51.
Het formatiebasisbedrag respectievelijk het formatieleeftijdsbedrag bedraagt voor basisscholen:
- a. formatiebasisbedrag: € 40.457,42;
- b. formatieleeftijdsbedrag: € 1.091,74.
Het bedrag per leerling respectievelijk het verhogingsbedrag, bedoeld in artikel 120, eerste lid, WPO zoals die luidde op 31 maart 2022 bedraagt voor:
| Bedrag per leerling | Verhogingsbedrag | |
|---|---|---|
| a. leerlingen van 4 t/m 7 jaar | € 2.407,22 | € 64,96 |
| b. leerlingen vanaf 8 jaar | € 1.674,94 | € 45,20 |
In de genormeerde gemiddelde personeelslasten, bedoeld in het eerste lid, is een verlaging van 0,724% verwerkt op basis van de gemiddelde inkomsten waarop het bevoegd gezag, bedoeld in de WPO gedurende het schooljaar aanspraak maakt vanwege uitkeringen of toelagen als bedoeld in artikel 137, vijfde lid, WPO, zoals die luidde op 31 maart 2022.
Artikel 3. Aanvullende bekostiging (zeer) kleine scholen
Het basisbedrag respectievelijk het leeftijdsbedrag, bedoeld in de in de eerste kolom van de in de tabel genoemde artikelen van het Besluit bekostiging WPO, zoals dat luidde op 31 maart 2022, is het bedrag, genoemd in de tweede respectievelijk de derde kolom bij het desbetreffende artikel:
| Artikel | Basisbedrag | Leeftijdsbedrag |
|---|---|---|
| 23, eerste lid, (zeer kleine scholen) | € 130.790,32 | € 2.939,73 |
| 24, tweede lid, onderdeel a, (kleine scholen voet) | € 87.015,82 | € 2.348,11 |
| 24, tweede lid, onderdeel b, (kleine scholen verminderingsbedrag) | € 602,82 | € 16,27 |
Artikel 4. Aanvullende bekostiging voor bestrijding onderwijsachterstanden
Het bedrag per eenheid achterstandsscore bedoeld in artikel 28, eerste lid, van het Besluit bekostiging WPO zoals dat luidde op 31 maart 2022, bedraagt € 680,23.
Artikel 5. Aanvullende bekostiging schoolleiding
Het bedrag, bedoeld in artikel 26, eerste lid, van het Besluit bekostiging WPO, zoals dat luidde op 31 maart 2022, bedraagt voor scholen met een aantal leerlingen dat op 1 oktober 2021 niet hoger is dan 97 leerlingen € 21.850,63 en voor scholen met een aantal leerlingen dat op 1 oktober 2021 hoger is dan 97 leerlingen € 40.216,26.
Artikel 6. Bekostiging personeels- en arbeidsmarktbeleid
De bekostiging voor personeels- en arbeidsmarktbeleid, bedoeld in artikel 129 WPO zoals die luidde op 31 maart 2022, bestaat voor basisscholen, waaronder begrepen de school voor varende kinderen, uit een basisbedrag en een bedrag per leerling:
- a. basisbedrag = € 22.386,23;
- b. bedrag per leerling = € 1.056,59.
De bekostiging, bedoeld in het eerste lid, voor basisscholen met minder dan 145 leerlingen wordt verhoogd met een bedrag dat gelijk is aan de uitkomst van de berekening: € 51.610,18 minus (het aantal leerlingen vermenigvuldigd met € 355,97).
De bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt voor basisscholen met minder dan 195 leerlingen verhoogd met € 7.233.
Voor de bekostiging voor personeels- en arbeidsmarktbeleid wordt het aantal leerlingen vastgesteld overeenkomstig artikel 121 WPO zoals die luidde op 31 maart 2022.
Artikel 7. Vaststelling bedragen programma's van eisen voor basisscholen
De bedragen van de programma's van eisen voor de basisscholen, bedoeld in artikel 113, vierde lid, WPO, zoals die luidde op 31 maart 2022, worden vastgesteld overeenkomstig bijlage 1.
Paragraaf 2. Speciale scholen voor basisonderwijs
Artikel 8. Gemiddelde leeftijd en bedragen
De geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd op 1 oktober 2021 en de genormeerde gemiddelde personeelslasten van leraren respectievelijk van de schoolleiding van speciale scholen voor basisonderwijs, bedoeld in artikel 120, zesde lid, WPO, zoals die luidde op 31 maart 2022, bedragen:
- a. geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd: 40,74 jaar;
- b. genormeerde gemiddelde personeelslasten leraar: € 92.752,69;
- c. genormeerde gemiddelde personeelslasten schoolleiding: € 112.217,66.
Het formatiebasisbedrag respectievelijk het formatieleeftijdsbedrag bedraagt voor speciale scholen voor basisonderwijs:
- a. formatiebasisbedrag: € 39.994,35;
- b. formatieleeftijdsbedrag: € 1.295,00.
Het bedrag per leerling respectievelijk het verhogingsbedrag, bedoeld in artikel 120, eerste lid, van de WPO zoals die luidde op 31 maart 2022 is:
- a. bedrag per leerling: € 1.807,74;
- b. verhogingsbedrag € 58,53.
In de genormeerde gemiddelde personeelslasten, bedoeld in het eerste lid is een verlaging van 0,724% verwerkt op basis van de gemiddelde inkomsten waarop de bevoegde gezagsorganen, bedoeld in de WPO gedurende het schooljaar aanspraak maken vanwege uitkeringen of toelagen als bedoeld in artikel 137, vijfde lid, WPO zoals die luidde op 31 maart 2022.
Artikel 9. Ondersteuningsvoorzieningen
Het bedrag per leerling respectievelijk het verhogingsbedrag dat wordt vermenigvuldigd met de gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren van die school, bedoeld in artikel 120, vierde lid, WPO zoals die luidde op 31 maart 2022 is:
- a. bedrag per leerling € 2.583,64;
- b. verhogingsbedrag € 83,66.
Artikel 10. Aanvullende bekostiging onderwijsachterstandenbestrijding
Het basisbedrag respectievelijk het leeftijdsbedrag, bedoeld in artikel 28, tweede lid, van het Besluit bekostiging WPO zoals dat luidde op 31 maart 2022, is:
- a. basisbedrag € 1.603,77;
- b. leeftijdsbedrag € 51,93.
Artikel 11. Aanvullende bekostiging voor de schoolleiding
Het bedrag, bedoeld in artikel 26, tweede lid, van het Besluit bekostiging WPO, zoals dat luidde op 31 maart 2022, bedraagt voor scholen met een aantal leerlingen dat op 1 oktober 2021 niet hoger is dan 99 leerlingen € 22.771,97 en voor scholen met een aantal leerlingen dat op 1 oktober 2021 hoger is dan 99 leerlingen € 42.236,94.
Artikel 12. Bekostiging personeels- en arbeidsmarktbeleid
De bekostiging voor personeels- en arbeidsmarktbeleid, bedoeld in artikel 129 WPO zoals die luidde op 31 maart 2022, voor speciale scholen voor basisonderwijs bestaat uit een bedrag dat wordt berekend volgens de formule ‘basisbedrag + A + B’, waarin:
basisbedrag = € 16.998,47;
A = het aantal leerlingen, vermenigvuldigd met € 1.532,12;
B = het aantal leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond, vermenigvuldigd met € 238,18.
Voor de bekostiging voor personeels- en arbeidsmarktbeleid wordt het aantal leerlingen vastgesteld overeenkomstig artikel 121 WPO zoals die luidde op 31 maart 2022.
Artikel 13. Vaststelling bedragen programma's van eisen voor speciale scholen voor basisonderwijs
De bedragen van de programma's van eisen voor de speciale scholen voor basisonderwijs, bedoeld in artikel 113, vierde lid, WPO zoals die luidde op 31 maart 2022, worden vastgesteld overeenkomstig bijlage 1.
Paragraaf 3. Scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs in cluster 3 en 4
Artikel 14. Gemiddelde leeftijd en basisbedragen
De geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd op 1 oktober 2021 en de genormeerde gemiddelde personeelslasten van leraren, onderwijsondersteunend personeel, respectievelijk van de schoolleiding van scholen voor speciaal, voortgezet speciaal en speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, bedoeld in artikel 117, twaalfde lid, WEC zoals die luidde op 31 maart 2022, bedragen:
- a. geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd: 41,63 jaar;
- b. genormeerde gemiddelde personeelslasten leraar: € 86.789,68;
- c. genormeerde gemiddelde personeelslasten onderwijsondersteunend personeel: € 49.480,09;
- d. genormeerde gemiddelde personeelslasten schoolleiding: € 108.502,35.
Het formatiebasisbedrag respectievelijk het formatieleeftijdsbedrag bedraagt voor de scholen, bedoeld in het eerste lid:
- a. formatiebasisbedrag: € 30.074,95;
- b. formatieleeftijdsbedrag: € 1.362,35.
Het bedrag per school en per leerling, respectievelijk de vermenigvuldigingsbedragen, bedoeld in artikel 117, achtste lid, WEC zoals die luidde op 31 maart 2022 conform onderstaande tabel.
| Basisbedrag | Leeftijdsbedrag | |
|---|---|---|
| vast bedrag per school | € 35.289,95 | € 1.598,58 |
| per leerling SO jonger dan 8 | € 1.699,23 | € 76,97 |
| per leerling SO 8 jaar en ouder | € 1.181,95 | € 53,54 |
| per leerling VSO | € 2.300,73 | € 104,22 |
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.