Wet van 19 oktober 2022, houdende regels omtrent de oprichting en inrichting van een kiescollege voor de Eerste Kamer voor Nederlanders die geen ingezetenen zijn alsmede wijziging van de Kieswet ten behoeve van de verkiezing van de leden van het kiescollege voor Nederlanders die geen ingezetenen zijn en de verkiezing van de leden van de Eerste Kamer door de leden van dit kiescollege (Wet kiescollege niet-ingezetenen)

Type Wet
Publication 2023-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Titel I. Begripsbepalingen

Titel I. Begripsbepalingen

Titel III. Wijziging van de Kieswet

Titel IV. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 31

Ten behoeve van de registratie van de kiesgerechtigdheid voor de verkiezing van de leden van het kiescollege, worden kiesgerechtigden in het eerste jaar na de inwerkingtreding van deze wet uitgenodigd tot registratie voor de verkiezing van de leden van het kiescollege op basis van de gegevens die zijn opgenomen in de bestanden, bedoeld in artikel D 2 van de Kieswet.

Artikel 32

Na de eerste verkiezing van de leden van het kiescollege geschiedt in afwijking van artikel V 4 van de Kieswet het onderzoek van de geloofsbrieven van de benoemde leden van het kiescollege, bedoeld in dat artikel, door die leden.

Artikel 33

De gedragscode, bedoeld in artikel 11, wordt vastgesteld uiterlijk in de kalendermaand voorafgaande aan de eerstvolgende verkiezing van de leden van de Eerste Kamer na de inwerkingtreding van deze wet.

Artikel 34

Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 35

Vervallen

Artikel 36

Vervallen

Artikel 37

Vervallen

Artikel 38

Vervallen

Artikel 39

Vervallen

Artikel 40

Vervallen

Artikel 41

Vervallen

Artikel 42

De kiesgerechtigden die op grond van artikel 36, eerste lid, in samenhang met artikel D 2 van de Kieswet zijn geregistreerd, worden geacht geregistreerd te zijn op basis van artikel Pa 3 van de Kieswet.

Artikel 43

De aanduidingen die zijn geregistreerd op grond van artikel 38 in samenhang met artikel G 2 van de Kieswet, worden geacht geregistreerd te zijn op basis van artikel Pa 1 in samenhang met artikel G 2 van de Kieswet.

Artikel 44

De logo’s die zijn geregistreerd op grond van artikel 39 in samenhang met artikel 4 van de Tijdelijke experimentenwet stembiljetten en centrale stemopneming dan wel in samenhang met artikel G 1a van de Kieswet, worden geacht geregistreerd te zijn op basis van artikel Pa 8 van de Kieswet.

Artikel 45

De gegevens die het register bedoeld in artikel 40, derde lid, bevat, worden opgenomen in het register bedoeld in artikel M 5, eerste lid, van de Kieswet.

Artikel 46
1.

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

2.

Bij koninklijk besluit kan een ander tijdstip worden vastgesteld waarop de artikelen 30, 42 tot en met 45 in werking treden. Op dit tijdstip vervallen de artikelen 35 tot en met 41.

3.

Indien het bij koninklijk besluit van 31 maart 2021 ingediende voorstel van wet tot verandering in de Grondwet, strekkende tot het opnemen van een bepaling over een door niet-ingezetenen gekozen kiescollege voor de verkiezing van de Eerste Kamer der Staten-Generaal (35 785), na tot wet te zijn verheven in werking is getreden voor het tijdstip waarop deze wet in werking treedt, eindigt de termijn gedurende welke artikel 55 van de Grondwet, naar de tekst van 2017, van kracht blijft, op het tijdstip waarop deze wet in werking treedt.

Artikel 47

Deze wet wordt aangehaald als: Wet kiescollege niet-ingezetenen.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is een kiescollege op te richten en in te richten dat Nederlanders die geen ingezetenen van Nederland zijn vertegenwoordigt bij de verkiezing van de leden van de Eerste Kamer der Staten-Generaal, en dat een voorstel tot wijziging van de Grondwet hiertoe is aanvaard, alsmede de Kieswet te wijzigen ter invoering van de verkiezing van het kiescollege door Nederlanders die geen ingezetenen zijn en de verkiezing van de leden van de Eerste Kamer der Staten-Generaal door de leden van het kiescollege;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel 1

In deze wet wordt verstaan onder:

Artikel 2

Zij die als ingezetene met een adres in een gemeente zijn ingeschreven in de basisregistratie personen, worden voor de toepassing van deze wet, behoudens bewijs van het tegendeel, geacht werkelijke woonplaats in Nederland te hebben.

Titel II. De inrichting en samenstelling van het kiescollege

Hoofdstuk I. Algemene bepalingen

Artikel 3

Er is een kiescollege voor de Eerste Kamer voor Nederlanders die geen ingezetenen zijn.

Artikel 4

Het kiescollege is gevestigd te ’s-Gravenhage.

Hoofdstuk II. Het kiescollege

Artikel 5
1.

Het kiescollege bestaat uit:

9 leden bij een lager aantal dan 3.001 geregistreerde kiesgerechtigden;

11 leden bij een aantal van 3.001–6.000 geregistreerde kiesgerechtigden;

13 leden bij een aantal van 6.001–10.000 geregistreerde kiesgerechtigden;

15 leden bij een aantal van 10.001–15.000 geregistreerde kiesgerechtigden;

17 leden bij een aantal van 15.001–20.000 geregistreerde kiesgerechtigden;

19 leden bij een aantal van 20.001–25.000 geregistreerde kiesgerechtigden;

21 leden bij een aantal van 25.001–30.000 geregistreerde kiesgerechtigden;

23 leden bij een aantal van 30.001–35.000 geregistreerde kiesgerechtigden;

25 leden bij een aantal van 35.001–40.000 geregistreerde kiesgerechtigden;

27 leden bij een aantal van 40.001–45.000 geregistreerde kiesgerechtigden;

29 leden bij een aantal van 45.001–50.000 geregistreerde kiesgerechtigden;

31 leden bij een aantal van 50.001–60.000 geregistreerde kiesgerechtigden;

33 leden bij een aantal van 60.001–70.000 geregistreerde kiesgerechtigden;

35 leden bij een aantal van 70.001–80.000 geregistreerde kiesgerechtigden;

37 leden bij een aantal van 80.001–100.000 geregistreerde kiesgerechtigden;

39 leden bij een aantal van 100.001–400.000 geregistreerde kiesgerechtigden;

41 leden bij een aantal van 400.001–500.000 geregistreerde kiesgerechtigden;

43 leden bij een aantal van 500.001–750.000 geregistreerde kiesgerechtigden;

45 leden bij een aantal van 750.001–1.000.000 geregistreerde kiesgerechtigden;

47 leden bij een aantal van 1.000.001–1.250.000 geregistreerde kiesgerechtigden;

49 leden bij een aantal van 1.250.001–1.500.000 geregistreerde kiesgerechtigden;

51 leden bij een aantal van 1.500.001–1.750.000 geregistreerde kiesgerechtigden;

53 leden bij een aantal van 1.750.001–2.000.000 geregistreerde kiesgerechtigden;

55 leden bij een aantal boven de 2.000.000 geregistreerde kiesgerechtigden.

2.

Vermeerdering of vermindering van het aantal leden van het kiescollege, voortvloeiende uit wijziging van het aantal geregistreerde kiesgerechtigden, treedt eerst in bij de eerstvolgende periodieke verkiezing van de leden van het kiescollege.

3.

Voor de vaststelling van het aantal geregistreerde kiesgerechtigden bedoeld in het tweede lid, geldt als peildatum de dag vijf weken voor de dag van de stemming voor de verkiezing van de leden van het kiescollege. De burgemeester van ’s-Gravenhage verschaft deze gegevens aan het kiescollege.

Artikel 6

De burgemeester van ’s-Gravenhage is voorzitter van het kiescollege.

Artikel 7
1.

Voor het lidmaatschap van het kiescollege komt in aanmerking degene die Nederlander is, de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt, geen ingezetene van Nederland is en niet uitgesloten is van het kiesrecht, met uitzondering van degenen die op de dag van de kandidaatstelling hun werkelijke woonplaats hebben in Aruba, Curaçao of Sint Maarten.

2.

Deze uitzondering geldt niet voor:

Artikel 8
1.

De leden van het kiescollege maken openbaar welke andere functies dan het lidmaatschap van het kiescollege zij vervullen.

2.

Openbaarmaking geschiedt door terinzagelegging van een opgave van de in het eerste lid bedoelde functies op het gemeentehuis van de gemeente ’s-Gravenhage en door openbaarmaking van de opgave op een algemeen toegankelijke elektronische wijze.

Artikel 9
1.

Een lid van het kiescollege is niet tevens:

2.

In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder h, kan een lid van het kiescollege tevens zijn vrijwilliger of ander persoon die uit hoofde van een wettelijke verplichting niet bij wijze van beroep hulpdiensten verricht.

Artikel 10

Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen, leggen de leden van het kiescollege in de vergadering, in handen van de voorzitter, de volgende eed (verklaring en belofte) af:

«Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot lid van het kiescollege benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd.

Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen.

Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van het kiescollege naar eer en geweten zal vervullen.

Zo waarlijk helpe mij God Almachtig!»

(Dat verklaar en beloof ik!»)

Artikel 11

Het kiescollege stelt voor zijn leden een gedragscode vast.

Artikel 12

Het kiescollege stelt een reglement van orde voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden vast.

Artikel 13
1.

Het kiescollege vergadert zo vaak als het daartoe heeft besloten.

2.

Voorts vergadert het kiescollege indien de voorzitter het nodig oordeelt of indien ten minste een vijfde van het aantal leden schriftelijk, met opgave van redenen, daarom verzoekt.

Artikel 14

Het kiescollege vergadert na de periodieke verkiezing van zijn leden voor de eerste maal in nieuwe samenstelling op de dag dat de leden van het kiescollege in oude samenstelling aftreden.

Artikel 15
1.

De voorzitter roept de leden langs elektronische weg tot de vergadering op. De vergadering vindt plaats in een digitale omgeving.

2.

Tegelijkertijd met de oproeping maakt de voorzitter dag, tijdstip en plaats van de vergadering evenals de agenda en de daarbij behorende voorstellen op een algemeen toegankelijke wijze elektronisch openbaar.

Artikel 16
1.

De vergadering van het kiescollege wordt niet geopend voordat blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is. Het verslag vermeldt de deelnemende leden.

2.

Indien ingevolge het eerste lid de vergadering niet kan worden geopend, belegt de voorzitter, onder verwijzing naar dit artikel, opnieuw een vergadering tegen een tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na het bezorgen van de oproeping is gelegen.

3.

Op de vergadering, bedoeld in het tweede lid, is het eerste lid niet van toepassing. Het kiescollege kan echter over andere aangelegenheden dan die waarvoor de ingevolge het eerste lid niet geopende vergadering was belegd alleen beraadslagen of besluiten, indien blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is.

Artikel 17

De voorzitter heeft het recht in de vergadering aan de beraadslaging deel te nemen.

Artikel 18

De leden van het kiescollege kunnen niet in rechte worden vervolgd of aangesproken voor dan wel worden verplicht getuigenis af te leggen als bedoeld in artikel 165, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering over hetgeen zij in de vergadering van het kiescollege hebben gezegd of aan het kiescollege schriftelijk hebben overgelegd.

Artikel 19
1.

De vergadering van het kiescollege wordt in het openbaar en elektronisch gehouden. Hieronder wordt verstaan een vergadering in een digitale omgeving die door een ieder op afstand middels een live-verbinding kan worden gevolgd.

2.

Een vergadering als bedoeld in het eerste lid, vindt slechts doorgang voor zover:

3.

Het kiescollege maakt de besluitenlijst van zijn vergaderingen op algemeen toegankelijke wijze elektronisch openbaar.

4.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de digitale omgeving en de toegang tot de digitale omgeving.

Artikel 20
1.

De voorzitter zorgt voor de handhaving van de orde in de vergadering.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.