Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 21 oktober 2022, houdende regels omtrent de oprichting en inrichting van een kiescollege voor de Eerste Kamer voor Nederlanders die geen ingezetenen zijn alsmede wijziging van de Kiesregeling ten behoeve van de verkiezing van de leden van het kiescollege voor Nederlanders die geen ingezetenen zijn en de verkiezing van de leden van de Eerste Kamer door de leden van dit kiescollege (Regeling kiescollege niet-ingezetenen)

Type Ministeriële regeling
Publication 2023-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 27, eerste lid, 36, eerste lid, in samenhang met artikel D 3, vierde lid, van de Kieswet, 38 in samenhang met G 6, tweede lid, van de Kieswet, 39 in samenhang met artikel G 1a van de Kieswet, en 40, zesde lid, van de Wet kiescollege niet-ingezetenen en de artikelen Pa 1 in samenhang met de artikelen D 3, vierde lid, G 6, tweede lid, H 1, derde lid, H 3, vijfde lid, H 9, vierde lid, H 15, I 18, vierde lid, M 6, vijfde lid, M 6b, zevende lid, en P 22, derde lid, Pa 11, eerste lid, T 2, tweede lid, en Ua 2 in samenhang met de artikelen U 16, eerste lid, in samenhang met artikel P 22, derde lid, V 9, tweede lid, in samenhang met artikel P 22, derde lid, W 1, zesde lid, W 2, derde lid en W 4, tweede lid, en Ua 3, tweede lid, van de Kieswet;

Besluit:

Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet kiescollege niet-ingezetenen in werking treedt.

Titel I. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2

De vergoeding per vergadering, bedoeld in artikel 27, eerste lid, onder a, van de Wet kiescollege niet-ingezetenen, bedraagt 1% van het maximum van salarisschaal 18 zoals overeengekomen in de CAO Rijk.

Artikel 3
1.

De vergoeding van reiskosten, bedoeld in artikel 27, eerste lid, onder b, van de Wet kiescollege niet-ingezetenen, bedraagt:

2.

In aanvulling op het eerste lid kan een lid van het kiescollege, indien het laatste deel van de reis naar de locatie waar hij logies heeft niet praktisch te maken is met het openbaar vervoer, de griffier van de gemeente ‘s-Gravenhage verzoeken om een vergoeding voor de reiskosten tot aan de locatie met een alternatief vervoersmiddel. Indien de griffier hiermee instemt, bedraagt de vergoeding de werkelijk gemaakte kosten.

Artikel 4
1.

De vergoeding van verblijfkosten, bedoeld in artikel 27, eerste lid, onder b, van de Wet kiescollege niet-ingezetenen, bestaat uit een vergoeding van de kosten, gemaakt gedurende de periode bedoeld in artikel 2, tweede lid, van het Besluit kiescollege niet-ingezetenen, voor:

2.

De kosten, bedoeld in het eerste lid, worden vergoed overeenkomstig de bedragen en onder de voorwaarden zoals gesteld voor binnenlandse dienstreizen in de CAO Rijk.

Titel II. Wijziging van de Kiesregeling

Artikel 5

Wijzigt de Kiesregeling.

Titel III. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 6

Vervallen

Artikel 7
1.

Deze regeling, met uitzondering van artikel 5, treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet kiescollege niet-ingezetenen in werking treedt.

2.

Artikel 5 treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 30 van de Wet kiescollege niet-ingezetenen in werking treedt. Op dit tijdstip vervallen artikel 6 en Bijlage III bij deze regeling.

Artikel 8

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling kiescollege niet-ingezetenen.

Bijlage I

Wijzigt de Kiesregeling.

Bijlage II

Wijzigt de Kiesregeling.

Bijlage III

Vervallen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.