Wet van 2 november 2022, houdende regels ten behoeve van de hersteloperatie toeslagen (Wet hersteloperatie toeslagen)

Type Wet
Publication 2026-04-01
State In force
Source BWB
artikelen 109
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
5.

Uitbetaling van een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.12 vindt plaats door de Dienst Toeslagen binnen vier weken nadat de beschikking tot toekenning is bekendgemaakt of, indien het kind, pleegkind of voormalig pleegkind dan wel, als hij minderjarig is, diens wettelijke vertegenwoordiger daarom heeft verzocht, op een latere datum, doch niet later dan 31 december 2025. In afwijking van de eerste zin kan een kind, pleegkind of voormalig pleegkind, dan wel als hij minderjarig is, diens wettelijk vertegenwoordiger, verzoeken om uitstel van uitbetaling tot een jaar na dagtekening van de beschikking tot toekenning van een tegemoetkoming indien die beschikking na 31 december 2024 is bekendgemaakt.

6.

Uitbetaling van een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.16 of 2.17 vindt plaats door de Dienst Toeslagen binnen vier weken nadat de beschikking tot toekenning is bekendgemaakt of, indien de rechthebbende daarom heeft verzocht, op een latere datum, doch niet later dan een jaar na dagtekening van de beschikking tot toekenning van die tegemoetkoming.

7.

Uitbetaling van een tegemoetkoming of vergoeding als bedoeld in artikel 2.15, tweede of derde lid, artikel 2.15a, tweede of derde lid, of artikel 2.15b, tweede of derde lid, door Onze Minister en uitbetaling door de Dienst Toeslagen van een vergoeding als bedoeld in artikel 4.6, zesde lid, of artikel 4.7, vijfde lid, en betaling van schulden als bedoeld in artikel 4.6, tweede lid, of 4.7, tweede lid, vindt plaats binnen vier weken nadat de beschikking tot toekenning is bekendgemaakt.

8.

Een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.16 of 2.17 wordt niet betaald indien zij minder dan € 24 bedraagt.

9.

Uitbetaling van de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, vindt plaats door de Dienst Toeslagen binnen zes weken nadat de beschikking tot toekenning is bekendgemaakt of op een later moment indien de ex-partner daarom heeft verzocht, doch niet later dan een jaar na dagtekening van de beschikking tot toekenning van die compensatie.

10.

Uitbetaling van een voorziening, aanvullende compensatie of een aanvullende O/GS-tegemoetkoming als bedoeld in de artikelen 2.9a of 2.9b of van een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.14f vindt plaats door de Dienst Toeslagen binnen zes weken nadat de beschikking tot toekenning daarvan is bekendgemaakt of op een later moment indien de rechthebbende daarom heeft verzocht, doch niet later dan een jaar na dagtekening van die beschikking.

Artikel 6.10. Terugvordering

1.

De Dienst Toeslagen kan compensatie als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, of artikel 2.14h, eerste lid, aanvullende compensatie voor de werkelijke schade als bedoeld in artikel 2.1, derde lid, een O/GS-tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.6, eerste lid, of een aanvullende O/GS-tegemoetkoming voor de werkelijke schade als bedoeld in artikel 2.6, derde lid, terugvorderen van de aanvrager, indien hij de aanvraag heeft ingediend nadat dit artikel in werking is getreden en hij bij de aanvraag opzettelijk onjuiste informatie heeft verstrekt of geen recht had op toekenning van de compensatie, de aanvullende compensatie voor de werkelijke schade, de O/GS-tegemoetkoming of de aanvullende O/GS-tegemoetkoming voor de werkelijke schade en hij dit wist of redelijkerwijze behoorde te weten.

2.

De Dienst Toeslagen kan het forfaitaire bedrag, bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, terugvorderen van de aanvrager van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 indien hij de aanvraag van de herstelmaatregel heeft ingediend na 19 maart 2021 en bij de aanvraag opzettelijk onjuiste informatie heeft verstrekt of geen recht had op toekenning van een herstelmaatregel en hij dit wist of redelijkerwijze behoorde te weten.

3.

Onze Minister kan een financiële tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.15, tweede lid, of artikel 2.15a, tweede lid, terugvorderen, indien degene die een aanvraag heeft ingediend om toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 onderscheidenlijk een aanvraag heeft ingediend als bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, bij het opstellen van het plan van aanpak, bedoeld in artikel 2.15, vierde lid, onderscheidenlijk artikel 2.15a, vierde lid, opzettelijk onjuiste informatie heeft verstrekt of geen recht had op toekenning van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7, onderscheidenlijk op toekenning van compensatie als bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en de aanvrager dit wist of redelijkerwijze behoorde te weten.

4.

Onze Minister kan compensatie voor afgeloste bestuursrechtelijke schulden als bedoeld in artikel 3.13, eerste lid, of compensatie voor afgeloste privaatrechtelijke schulden als bedoeld in artikel 4.3, eerste lid, terugvorderen van de aanvrager, indien hij de aanvraag heeft ingediend nadat dit artikel in werking is getreden en hij bij de aanvraag opzettelijk onjuiste informatie heeft verstrekt of geen recht had op compensatie voor afgeloste bestuursrechtelijke schulden respectievelijk compensatie voor afgeloste privaatrechtelijke schulden en hij dit wist of redelijkerwijze behoorde te weten.

5.

De Dienst Toeslagen kan compensatie of tegemoetkoming die is verstrekt op grond van de artikelen 2.9a of 2.9b terugvorderen van de aanvrager, indien deze aanvrager opzettelijk onjuiste informatie heeft verstrekt of geen recht had op die compensatie of tegemoetkoming en de aanvrager dit wist of redelijkerwijze behoorde te weten.

6.

Onze Minister kan een financiële tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.15b, tweede lid, terugvorderen, indien de partner of het kind van een overleden aanvrager bij het opstellen van het plan van aanpak, bedoeld in artikel 2.15b, vierde lid, opzettelijk onjuiste informatie heeft verstrekt of geen recht had op toekenning van een voorziening als bedoeld in artikel 2.9a onderscheidenlijk artikel 2.9b en hij dit wist of redelijkerwijze behoorde te weten.

Artikel 6.10a. Bezwaartermijn

1.

In afwijking van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift dat is gericht tegen een beschikking van de Dienst Toeslagen die op grond van deze wet is gegeven zestien weken.

2.

In afwijking van artikel 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht vangt de termijn voor het maken van bezwaar tegen een beschikking van de Dienst Toeslagen die op grond van deze wet is gegeven aan met ingang van de dag na die van dagtekening van de beschikking, tenzij de dag van dagtekening gelegen is vóór de dag van de bekendmaking.

Artikel 6.10b. Beroepstermijn

In afwijking van artikel 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht vangt de termijn voor het instellen van beroep tegen een beslissing op bezwaar die door de Dienst Toeslagen is gedaan op een beschikking die op grond van deze wet is gegeven aan met ingang van de dag na die van dagtekening van de beslissing op bezwaar, tenzij de dag van dagtekening is gelegen vóór de dag van de bekendmaking.

Afdeling 4.1. Overneming en betaling privaatrechtelijke schulden gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag en partner, compensatie en vergoeding

Artikel 6.11. Informatieverstrekking aan Dienst Toeslagen

1.

Bij algemene maatregel van bestuur worden de lichamen, instellingen, diensten, rechtspersonen of personen aangewezen die gehouden zijn aan de Dienst Toeslagen desgevraagd kosteloos de gegevens en inlichtingen te verstrekken die van belang kunnen zijn voor de uitvoering van de artikelen van de hoofdstukken 2, 3 en 4.

2.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de verstrekking van het burgerservicenummer van degene op wie de gegevens en inlichtingen betrekking hebben.

3.

Aan een lichaam dat of een instelling, dienst, rechtspersoon of persoon die gegevens en inlichtingen heeft verstrekt, maar van oordeel is dat de verplichting daartoe onrechtmatig is opgelegd, kan op verzoek een vergoeding worden toegekend voor de kosten die rechtstreeks verband houden met de nakoming van de verplichting. De Dienst Toeslagen kent bij beschikking een redelijke kostenvergoeding toe in geval van een onrechtmatig opgelegde verplichting. Voor de toepassing van de wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep wordt de rechtmatigheid van de opgelegde verplichting, bedoeld in het eerste lid, geacht deel uit te maken van het geschil in bezwaar en beroep tegen de beschikking tot toekenning van een kostenvergoeding.

4.

Een schuldeiser met een opeisbare vordering of diegene die optreedt namens die schuldeiser kan de naam, de geboortedatum, de adresgegevens en, indien de schuldeiser het burgerservicenummer rechtmatig mag verwerken, het burgerservicenummer van een schuldenaar op wie de opeisbare vordering betrekking heeft en op wie de afkoelingsperiode als bedoeld in artikel 2.20 mogelijk van toepassing is verstrekken aan de Dienst Toeslagen, zodat de Dienst Toeslagen aan de schuldeiser of degene die namens hem optreedt kan bevestigen of ten aanzien van die schuldenaar de afkoelingsperiode van toepassing is. De Dienst Toeslagen kan na de verstrekking van die gegevens de bevestiging van de afkoelingsperiode en de datum waarop de afkoelingsperiode is ingegaan verstrekken aan de schuldeiser of diegene die optreedt namens de schuldeiser.

5.

Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van gegevensverstrekking door een gerechtsdeurwaarder, een gerecht als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de rechterlijke organisatie, de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, het College van Beroep voor het bedrijfsleven en de Centrale Raad van Beroep.

6.

Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing op gegevensverstrekking met betrekking tot een betalingsverplichting die voortvloeit uit een bestuursrechtelijke geldschuld als bedoeld in artikel 4:85 van de Algemene wet bestuursrecht, een administratiefrechtelijke afdoening op grond van de Wet administratieve handhaving verkeersvoorschriften, een publiekrechtelijke rechtshandeling of een uitspraak van een gerecht als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de rechterlijke organisatie, de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, het College van Beroep voor het bedrijfsleven of de Centrale Raad van Beroep.

7.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ter uitvoering van het vierde lid.

8.

De voordracht voor een krachtens het eerste lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan twee weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd. Als binnen die twee weken door of namens een der Kamers of door ten minste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van een der Kamers de wens te kennen wordt gegeven dat het onderwerp van de algemene maatregel van bestuur bij wet wordt geregeld, wordt een daartoe strekkend voorstel van wet zo spoedig mogelijk ingediend.

9.

De inspecteur of ontvanger verstrekken desgevraagd aan de Dienst Toeslagen de gegevens en inlichtingen, die nodig zijn voor de uitvoering van deze wet, onder vermelding van het burgerservicenummer van degene op wie de gegevens of inlichtingen betrekking hebben.

10.

Een gerechtsdeurwaarder die optreedt namens een schuldeiser met een opeisbare vordering van degene die in aanmerking komt voor toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7, of diens partner, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, onderdelen b of c, en voor wie de afkoelingsperiode, bedoeld in artikel 2.20, meer dan zes maanden geleden aangevangen is of van de ex-partner die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend, kan de naam, de geboortedatum, de adresgegevens, het bedrag aan schulden en bijkomende kosten en het burgerservicenummer van de schuldenaar op wie de opeisbare vordering betrekking heeft, verstrekken aan de Dienst Toeslagen, om de Dienst Toeslagen in staat te stellen die schuldenaar te benaderen om voor de opeisbare vordering tot een oplossing te komen.

Artikel 6.12. Verstrekking en gebruik van gegevens door Dienst Toeslagen en Onze Minister

1.

Indien een aanvrager van een kinderopvangtoeslag heeft verzocht om toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 en kenbaar heeft gemaakt in aanmerking te willen komen voor ondersteuning als bedoeld in artikel 2.21 door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarvan die aanvrager ingezetene is of indien een partner of kind van een overleden aanvrager als bedoeld in artikel 2.9a, onderscheidenlijk artikel 2.9b, kenbaar heeft gemaakt in aanmerking te willen komen voor ondersteuning door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarvan die partner of dat kind ingezetene is, kan de Dienst Toeslagen op verzoek van deze aanvrager, deze partner of dit kind, het burgerservicenummer en de contactgegevens verstrekken aan dat college van burgemeester en wethouders om dat college in staat te stellen die aanvrager, die partner, of dat kind een aanbod van ondersteuning te doen op de vijf leefgebieden financiën, gezin, werk, wonen en zorg.

2.

Indien een aanvrager van een kinderopvangtoeslag heeft verzocht om compensatie of een tegemoetkoming als bedoeld in deze wet en kenbaar heeft gemaakt in aanmerking te willen komen voor hulpverlening van Stichting Slachtofferhulp Nederland, kan de Dienst Toeslagen op verzoek van die belanghebbende zijn burgerservicenummer, en contactgegevens verstrekken aan die stichting, om die stichting in staat te stellen die belanghebbende een aanbod voor hulpverlening te doen bij emotionele en psychische problematiek.

3.

Bij de uitvoering van de artikelen in afdeling 2.2 verwerkt de Dienst Toeslagen gegevens van de ouder, diens partner of voormalige partner, en de pleegouder.

4.

De Dienst Toeslagen verstrekt aan Onze Minister het burgerservicenummer en de contactgegevens van een aanvrager van een kinderopvangtoeslag die in aanmerking komt voor toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7, een partner of kind van een overleden aanvrager als bedoeld in artikel 2.9a onderscheidenlijk artikel 2.9b, of een ex-partner die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend, ten behoeve van de uitvoering van de artikelen 2.15, 2.15a en 2.15b.

5.

De Dienst Toeslagen verstrekt aan Onze Minister de gegevens en inlichtingen die van belang kunnen zijn voor de uitvoering van de artikelen 3.13, 4.1 en 4.3.

6.

Voor de toepassing van de artikelen 2.20, 3.1 tot en met 3.12, 4.1 en 4.7, vierde lid, kan de Dienst Toeslagen aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het Centraal Administratie Kantoor, de Dienst Uitvoering Onderwijs, de Sociale Verzekeringsbank, het Centraal Justitieel Incassobureau, het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen, de inspecteur, bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de ontvanger, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel i, van de Invorderingswet 1990, gemeenten en waterschappen uit eigen beweging voor zover nodig, de naam, de geboortedatum, de adresgegevens, het burgerservicenummer en indien van toepassing de datum waarop een bedrag van in totaal ten minste € 30.000 in de vorm van een forfaitair bedrag als bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, of op grond van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 is uitgekeerd, verstrekken:

7.

Indien een schuldeiser aan de Dienst Toeslagen bevestigt dat er in redelijkheid wordt gezocht naar een voor alle betrokken partijen passende oplossing voor de financiële situatie van degenen, bedoeld in het zesde lid, onderdelen a, b en c, kan de Dienst Toeslagen op verzoek van die schuldeiser gegevens verstrekken die noodzakelijk worden geacht voor de totstandkoming van die passende oplossing. De schuldeiser kan bij zijn verzoek aan de Dienst Toeslagen gegevens verstrekken die noodzakelijk worden geacht voor de totstandkoming van de passende oplossing.

8.

De Dienst Toeslagen registreert welke gegevens van degenen, bedoeld in het zesde lid, onderdelen a, b en c, zijn verstrekt aan een schuldeiser, aan iemand die optreedt namens een schuldeiser, aan gerechtsdeurwaarders, aan een gerecht als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de rechterlijke organisatie, aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, aan het College van Beroep voor het bedrijfsleven of aan de Centrale Raad van Beroep.

9.

De Dienst Toeslagen kan op diens verzoek en indien noodzakelijk ter ondersteuning van de uitvoering van artikel 6.14 aan het stelsel van kredietregistratie de naam, de geboortedatum en de adresgegevens verstrekken van een aanvrager van een kinderopvangtoeslag die in aanmerking komt voor een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7, diens partner, of een ex-partner die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend.

10.

Het zesde tot en met achtste lid zijn van overeenkomstige toepassing op gegevensverstrekking met betrekking tot een betalingsverplichting die voortvloeit uit een bestuursrechtelijke geldschuld als bedoeld in artikel 4:85 van de Algemene wet bestuursrecht, een administratiefrechtelijke afdoening op grond van de Wet administratieve handhaving verkeersvoorschriften, een publiekrechtelijke rechtshandeling of een uitspraak van een gerecht als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de rechterlijke organisatie, de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, het College van Beroep voor het bedrijfsleven of de Centrale Raad van Beroep.

11.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ter uitvoering van het eerste, en zesde tot en met achtste lid.

12.

Indien een ex-partner die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend, bij de Dienst Toeslagen kenbaar heeft gemaakt in aanmerking te willen komen voor ondersteuning als bedoeld in artikel 2.21 door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarvan die ex-partner ingezetene is, kan de Dienst Toeslagen op verzoek van die ex-partner het burgerservicenummer en de contactgegevens verstrekken aan dat college van burgemeester en wethouders om dat college in staat te stellen die ex-partner een aanbod van ondersteuning te doen op de vijf leefgebieden financiën, gezin, werk, wonen en zorg.

13.

Ten behoeve van de uitvoering van artikel 2.21, zesde lid, verstrekt de Dienst Toeslagen het burgerservicenummer en informatie over de status van het verzoek om toepassing van een herstelmaatregel of informatie over een wijziging in de status van de gedupeerdheid van een aanvrager van een kinderopvangtoeslag, een ex-partner die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend, of het kind, het pleegkind of het voormalige pleegkind dat in aanmerking komt voor de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2.12, aan het college van burgemeester en wethouders dat aan die aanvrager, die ex-partner of dat kind, pleegkind of het voormalige pleegkind brede ondersteuning biedt.

14.

Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van een ex-partner die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend en die bij de Dienst Toeslagen kenbaar heeft gemaakt in aanmerking te willen komen voor hulpverlening van Stichting Slachtofferhulp Nederland.

15.

Bij de uitvoering van afdeling 2.3 verwerkt de Dienst Toeslagen gegevens van kinderen en voormalige partners van degene die een brief van de Dienst Toeslagen heeft ontvangen met een uitnodiging tot het aanvragen van compensatie of van degene die, zonder daartoe bij brief van de Dienst Toeslagen te zijn uitgenodigd, een aanvraag doet voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid.

16.

Bij de uitvoering van artikel 4.1 verstrekt Onze Minister gegevens met betrekking tot de bij een aanvraag als bedoeld in artikel 4.1, eerste lid, ingediende schulden, de persoonsgegevens en, indien noodzakelijk, het burgerservicenummer van een aanvrager van een kinderopvangtoeslag die in aanmerking komt voor toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7, diens partner, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, onderdelen b of c, of van een ex-partner die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend, aan diens schuldeisers of kredietbank.

17.

Bij een wens tot remigratie verstrekt Onze Minister aan het college van burgemeester en wethouders het burgerservicenummer en de contactgegevens van een aanvrager van een kinderopvangtoeslag die in aanmerking komt voor toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7, de partner van een overleden aanvrager die in aanmerking komt voor een compensatie als bedoeld in artikel 2.9a, een kind van een overleden aanvrager die in aanmerking komt voor een compensatie als bedoeld in artikel 2.9b, of van een ex-partner die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend, indien die aanvrager, partner, kind of ex-partner kenbaar heeft gemaakt in aanmerking te willen komen voor ondersteuning door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarvan die aanvrager of ex-partner ingezetene wordt.

Artikel 6.13. Verwerking bijzondere categorieën persoonsgegevens en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard

1.

De Dienst Toeslagen verwerkt gegevens en inlichtingen die betrekking hebben op bijzondere categorieën van persoonsgegevens en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard, indien dat noodzakelijk is voor het vaststellen van een recht op compensatie, een tegemoetkoming, kwijtschelding of overneming van schulden als bedoeld in de hoofdstukken 2, 3 en 4 van deze wet of voor de uitvoering daarvan.

2.

Het college van burgemeester en wethouders verwerkt gegevens en inlichtingen die betrekking hebben op bijzondere categorieën van persoonsgegevens en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard, indien dat noodzakelijk is voor de uitvoering van artikel 2.21.

3.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de voorwaarden waaronder verwerking van gegevens en inlichtingen als bedoeld in het eerste en tweede lid kan plaatsvinden.

4.

Indien de verwerking van gegevens en inlichtingen betrekking heeft op een of meer bijzondere categorieën van persoonsgegevens of persoonsgegevens van strafrechtelijke aard, wordt voorzien in zodanige waarborgen dat de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene niet onevenredig wordt geschaad.

Artikel 6.14. Verwijdering gegevens uit stelsel van kredietregistratie

Een registratie in een stelsel van kredietregistratie als bedoeld in artikel 4:32 van de Wet op het financieel toezicht in verband met een betalingsachterstand aangaande een overeenkomst met een aanvrager van een kinderopvangtoeslag die in aanmerking komt voor toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7, diens partner, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, onderdelen b of c, of een ex-partner die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend wordt door degene die deze heeft geregistreerd per omgaande verwijderd uit het stelsel van kredietregistratie, indien de betalingsachterstand is komen te vervallen.

Hoofdstuk 5. Commissies

Hoofdstuk 8. Wijziging van enige wetten en overgangsrecht

Afdeling 8.1. Wijziging van enige wetten

Afdeling 8.2. Overgangsrecht

Artikel 8.6. Overgangsrecht in verband met terugwerking van de artikelen van de afdelingen 2.1, 2.4, 3.1, 4.1 en 4.2

Beschikkingen ter zake van compensatie, aanvullende compensatie voor de werkelijke schade, O/GS-tegemoetkomingen, aanvullende O/GS-tegemoetkomingen voor de werkelijke schade of andere tegemoetkomingen of vergoedingen, ter zake van brede ondersteuning op de vijf leefgebieden financiën, gezin, werk, wonen en zorg aan gedupeerde aanvragers van een kinderopvangtoeslag, hun partners, kinderen en pleegkinderen van een van hen die woonachtig zijn buiten Nederland, kwijtschelding van bestuursrechtelijke schulden en betaling of overneming van privaatrechtelijke schulden die in het kader van de hersteloperatie toeslagen zijn gegeven voor het tijdstip van inwerkingtreding van de artikelen van afdeling 2.1, 2.4, 3.1, 4.1 onderscheidenlijk 4.2, worden vanaf dat tijdstip aangemerkt als beschikkingen die zijn gegeven krachtens het artikel van afdeling 2.1, 2.4, 3.1, 4.1 of 4.2 waarin de desbetreffende herstelregeling is opgenomen.

Artikel 8.7. Overgangsrecht eenmalige tegemoetkoming herstel

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Artikel 8.8. Overgangsrecht kwijtschelding SZW-domein

Vervallen

Hoofdstuk 9. Slotbepalingen

Artikel 2.20. Moratorium

1.

Op het moment waarop aan een aanvrager van een kinderopvangtoeslag in de vorm van een forfaitair bedrag als bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, een bedrag wordt uitgekeerd, gaat van rechtswege een afkoelingsperiode in voor een periode van een jaar.

2.

Ten aanzien van een aanvrager van een kinderopvangtoeslag die voor 12 februari 2021 een aanvraag heeft ingediend om toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 geldt van rechtswege een afkoelingsperiode van 12 februari 2021 tot en met 1 mei 2021.

3.

Tijdens de afkoelingsperiode kan elke bevoegdheid van een schuldeiser tot verhaal op de goederen van de aanvrager van een kinderopvangtoeslag of diens partner en tot opeising van goederen die zich in de macht van de aanvrager van een kinderopvangtoeslag of diens partner bevinden niet worden uitgeoefend, voor zover die bevoegdheid betrekking heeft op vorderingen die zijn ontstaan door een verzuim in de nakoming van een verbintenis door de aanvrager van een kinderopvangtoeslag of diens partner dat heeft plaatsgevonden vóór de afkoelingsperiode.

4.

Tijdens de afkoelingsperiode is een tekortkoming in de nakoming van een verbintenis door de aanvrager van een kinderopvangtoeslag of diens partner die heeft plaatsgevonden vóór de afkoelingsperiode geen grond voor wijziging van verbintenissen of verplichtingen jegens de schuldenaar, voor opschorting van de nakoming van een verbintenis jegens de schuldenaar of voor ontbinding van een met de schuldenaar gesloten overeenkomst.

5.

Het eerste tot en met vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een betalingsverplichting die voortvloeit uit een bestuursrechtelijke geldschuld als bedoeld in artikel 4:85 van de Algemene wet bestuursrecht, een administratiefrechtelijke afdoening op grond van de Wet administratieve handhaving verkeersvoorschriften, een publiekrechtelijke rechtshandeling of een uitspraak van een gerecht als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de rechterlijke organisatie, de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, het College van Beroep voor het bedrijfsleven of de Centrale Raad van Beroep.

Afdeling 2.7. Brede ondersteuning door gemeente voor gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag en diens gezin

Hoofdstuk 5. Commissies

Hoofdstuk 6. Bepalingen van procedurele aard; verkrijgen, gebruiken en verstrekken van gegevens

Afdeling 2.4. Brede ondersteuning in het buitenland

Afdeling 4.1. Overneming en betaling privaatrechtelijke schulden gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag en partner, compensatie en vergoeding

Hoofdstuk 3. Kwijtschelding bestuursrechtelijke schulden

Hoofdstuk 5. Commissies

Afdeling 8.1. Wijziging van enige wetten

Afdeling 4.1. Overneming en betaling privaatrechtelijke schulden gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag, partner en ex-partner van gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag, compensatie en vergoeding

Hoofdstuk 4. Overneming en betaling privaatrechtelijke schulden

Afdeling 2.2a. Tegemoetkoming nabestaanden van overleden kind

Artikel 3.1. Kwijtschelding schulden gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag, partner en ex-partner van gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag door Dienst Toeslagen

1.

In afwijking van artikel 31bis van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen scheldt de Dienst Toeslagen ambtshalve kwijt het voor 1 januari 2021 nog niet betaalde bedrag van de terugvordering van een toeslag die betrekking heeft op een berekeningsjaar van voor 2021, de met die terugvordering samenhangende rente, de met die terugvordering samenhangende kosten van invordering alsmede het bedrag van een met die terugvordering samenhangende bestuurlijke boete van:

2.

De peildatum is de datum waarop het forfaitaire bedrag, bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, is uitbetaald aan degene, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a. Indien dit forfaitaire bedrag is verminderd tot nihil, is de peildatum de datum waarop aan diegene voor het eerst een bedrag is uitbetaald op grond van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7. Indien aan degene, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, slechts geen forfaitair bedrag is uitgekeerd vanwege de toepassing van artikel 2.7, tweede lid, eerste zin, en artikel 2.7, tweede lid, tweede zin, niet op diegene van toepassing is, is de peildatum de datum waarop het forfaitaire bedrag is uitbetaald aan degene aan wie het forfaitaire bedrag op grond van die zin wel is uitbetaald. Indien dit forfaitaire bedrag is verminderd tot nihil, is de peildatum de datum waarop aan de laatstbedoelde persoon voor het eerst een bedrag is uitbetaald op grond van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7. Indien aan degene, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, geen forfaitair bedrag is uitgekeerd vanwege de toepassing van artikel 2.7, tweede lid, eerste zin, en artikel 2.7, tweede lid, tweede zin, op diegene van toepassing is, is de peildatum de datum waarop het bedrag dat op grond daarvan is toegekend, is uitbetaald aan diegene. Indien het bedrag, bedoeld in de vorige zin, is verminderd tot nihil, is de peildatum de datum waarop aan diegene voor het eerst een bedrag is uitbetaald op grond van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7.

3.

In afwijking van het eerste lid wordt het voor 1 januari 2021 nog niet betaalde bedrag van de terugvordering van een toeslag, die het gevolg is van een herzien voorschot, niet kwijtgescholden voor zover een over hetzelfde berekeningsjaar toegekend bedrag van die toeslag op enig moment:

4.

Indien het nog niet betaalde bedrag, bedoeld in het eerste lid, na 31 december 2020 is verminderd als gevolg van een aflossing of verrekening, niet zijnde een verrekening als bedoeld in het derde lid, onderdeel a, betaalt de Dienst Toeslagen het bedrag van die vermindering, na aftrek van het bedrag dat op grond van het derde lid, aanhef en onderdeel b, niet in aanmerking komt voor kwijtschelding, uit aan degene, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, b of c.

5.

Geen kwijtschelding wordt verleend wanneer het ontstaan of niet voldoen van de toeslagschuld het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van degene, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, b, of c.

Artikel 3.2. Invoeging artikel 26a van de Invorderingswet 1990

Wijzigt de Invorderingswet 1990.

Artikel 3.3. Wijziging artikel 232 van de Provinciewet

Wijzigt de Provinciewet.

Artikel 3.4. Wijziging artikel 255 van de Gemeentewet

Wijzigt de Gemeentewet.

Artikel 3.5. Wijziging artikel 144 van de Waterschapswet

Wijzigt de Waterschapswet.

Artikel 3.6. Kwijtschelding schulden gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag, partner en ex-partner van gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag door Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen

1.

Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in Hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, scheldt ambtshalve schulden kwijt die verband houden met de uitvoering van de taak, bedoeld in artikelen 30, eerste lid, en 32d, eerste en tweede lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, voor zover die op 31 december 2020 niet voldaan waren, of voor zover die betrekking hebben op de periode tot en met 31 december 2020 en de schuld na die datum is vastgesteld, van een persoon als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid.

2.

De kwijtschelding, bedoeld in het eerste lid, is tevens van toepassing op de met de schuld verband houdende verhogingen.

3.

Indien de schuld na 31 december 2020 is verminderd als gevolg van een aflossing of verrekening restitueert het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen het bedrag waarmee de schuld is verminderd.

4.

In afwijking van het eerste en derde lid scheldt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen niet kwijt en restitueert het niet indien de schuld is ontstaan door:

5.

In afwijking van het eerste en derde lid scheldt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een lening ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal verstrekt als voorziening ter bevordering en ondersteuning van arbeid als zelfstandige als bedoeld in artikel 2:23 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten of artikel 34a van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen slechts kwijt of restitueert deze slechts voor zover het betreft:

6.

Bij ministeriële regeling van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kunnen regels worden gesteld voor de uitvoering van dit artikel.

Artikel 3.7. Kwijtschelding schulden gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag, partner en ex-partner van gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag door Sociale verzekeringsbank

1.

De Sociale verzekeringsbank, genoemd in Hoofdstuk 6 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, scheldt ambtshalve schulden kwijt die verband houden met de uitvoering van de taak, bedoeld in de artikelen 34 en 34a van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, voor zover die op 31 december 2020 niet voldaan waren, of voor zover die betrekking hebben op de periode tot en met 31 december 2020 en de schuld na die datum is vastgesteld, van een persoon als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid.

2.

De kwijtschelding, bedoeld in het eerste lid, is tevens van toepassing op de met de schuld verband houdende verhogingen.

3.

Indien de schuld, bedoeld in het eerste lid, na 31 december 2020 is verminderd als gevolg van een aflossing of verrekening restitueert de Sociale verzekeringsbank het bedrag waarmee de schuld is verminderd.

4.

In afwijking van het eerste en derde lid scheldt de Sociale verzekeringsbank niet kwijt en restitueert niet indien de schuld is ontstaan door:

5.

Artikel 3.6, zesde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 3.8. Kwijtschelding schulden gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag, partner en ex-partner van gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag door college van burgemeester en wethouders met betrekking tot Participatiewet en enige andere wetten

1.

Het college van burgemeester en wethouders scheldt ambtshalve schulden kwijt die verband houden met de uitvoering van de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen en artikel X van de Wet van 13 september 2012 tot wijziging van de Wet inburgering en enkele andere wetten in verband met de versterking van de eigen verantwoordelijkheid van de inburgeringsplichtige (Stb. 2012, 430), voor zover die op 31 december 2020 niet voldaan waren of voor zover die betrekking hebben op de periode tot en met 31 december 2020 en de schuld na die datum is vastgesteld, van een persoon als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid.

2.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de met de schuld verband houdende verhogingen.

3.

Indien de schuld, bedoeld in het eerste lid, na 31 december 2020 is verminderd als gevolg van een aflossing of verrekening restitueert het college van burgemeester en wethouders het bedrag waarmee de schuld is verminderd.

4.

In afwijking van het eerste lid en derde lid scheldt het college van burgemeester en wethouders niet kwijt en restitueert niet indien de schuld is ontstaan door:

5.

In afwijking van het eerste en derde lid scheldt het college van burgemeester en wethouders een lening verstrekt als bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal als bedoeld in artikel 78f van de Participatiewet slechts kwijt of restitueert deze slechts voor zover het betreft:

Artikel 3.9. Kwijtschelding schulden gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag, partner en ex-partner van gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag door Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid met betrekking tot de Wet inburgering

1.

Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid scheldt ambtshalve schulden kwijt die verband houden met de uitvoering van de Wet inburgering, zoals die wet luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Wet inburgering 2021, voor zover die op 31 december 2020 niet voldaan waren, of voor zover die betrekking hebben op de periode tot en met 31 december 2020 en de schuld na die datum is vastgesteld, van een persoon als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid.

2.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de met de schuld verband houdende verhogingen.

3.

Indien de schuld, bedoeld in het eerste lid, na 31 december 2020 is verminderd als gevolg van een aflossing of verrekening restitueert Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid het bedrag waarmee de schuld is verminderd.

4.

In afwijking van het eerste en derde lid scheldt Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid niet kwijt en restitueert niet indien de schuld is ontstaan door naar het oordeel van Onze Minister van Sociale Zaken misbruik van het stelsel van inburgering of frauduleus of anderszins wederrechtelijk handelen of nalaten, van dien aard dat kwijtschelding of restitutie achterwege dient te blijven.

5.

Artikel 3.6, zesde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 3.10. Kwijtschelding schulden gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag, partner en ex-partner van gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag door CAK

1.

Het CAK, bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet langdurige zorg, scheldt ambtshalve schulden kwijt die verband houden met de uitvoering van de wettelijke taken op het terrein van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Onze Minister voor Langdurige Zorg en Sport, die betrekking hebben op de periode tot en met 31 december 2020 voor zover deze niet zijn voldaan, van een persoon als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid.

2.

De kwijtschelding is tevens van toepassing op de met de schuld verband houdende verhogingen.

3.

Indien de schuld na 31 december 2020 is verminderd als gevolg van een aflossing of verrekening restitueert het CAK het bedrag waarmee de schuld is verminderd.

4.

Het CAK kan dit artikel buiten toepassing laten indien het CAK ten aanzien van een persoon als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, onderdeel a, b, of c, aangifte heeft gedaan van een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld en diens schuld, bedoeld in het eerste lid, direct voortvloeit uit dat misdrijf of die persoon onherroepelijk is veroordeeld voor een zodanig misdrijf.

5.

Bij ministeriële regeling kunnen door Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport regels worden gesteld voor de uitvoering van dit artikel.

6.

De kwijtschelding van schulden die zien op de eigen bijdrage, bedoeld in artikel 3.2.5 van de Wet langdurige zorg, komt ten laste van het Fonds langdurige zorg als bedoeld in artikel 1, onderdeel i, van de Wet financiering sociale verzekeringen. De kwijtschelding van schulden die zien op de eigen bijdrage als bedoeld in artikel 2 van het Bijdragebesluit zorg, zoals dat artikel luidde op de dag voor de datum van intrekking van dat besluit, komt tot de datum bedoeld in artikel 11.2.10 van de Wet langdurige zorg, ten laste van het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten en daarna ten laste van het Fonds langdurige zorg.

Artikel 3.11. Kwijtschelding schulden gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag, partner en ex-partner van gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag door Wlz-uitvoerder

1.

De Wlz-uitvoerder, bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet langdurige zorg, scheldt ambtshalve schulden kwijt die verband houden met de uitvoering van de wettelijke taken op het terrein van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Onze Minister voor Langdurige Zorg en Sport, die betrekking hebben op de periode tot en met 31 december 2020 voor zover deze niet zijn voldaan, van een persoon als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid.

2.

Artikel 3.10, tweede tot en met vijfde lid, en de daarop berustende bepalingen zijn van overeenkomstige toepassing.

3.

De kwijtschelding van schulden in verband met de uitvoering van de Wet langdurige zorg komt ten laste van het Fonds langdurige zorg als bedoeld in artikel 1, onderdeel i, van de Wet financiering sociale verzekeringen. De kwijtschelding van schulden in verband met de uitvoering van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten komt tot de datum, bedoeld in artikel 11.2.10 van de Wet langdurige zorg, ten laste van het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten en daarna ten laste van het Fonds langdurige zorg.

Artikel 3.12. Kwijtschelding schulden gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag, partner en ex-partner van gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag door college van burgemeester en wethouders met betrekking tot Jeugdwet en Wet maatschappelijke ondersteuning 2015

1.

Het college, bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet en artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, scheldt ambtshalve schulden kwijt die verband houden met de uitvoering van de wettelijke taken op het terrein van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Onze Minister voor Langdurige Zorg en Sport, die betrekking hebben op de periode tot en met 31 december 2020 voor zover deze niet zijn voldaan, van een persoon als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid.

2.

Artikel 3.10, tweede tot en met vijfde lid, en de daarop berustende bepalingen zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 3.13. Compensatie voor afgeloste bestuursrechtelijke schulden gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag

1.

Onze Minister verleent op aanvraag compensatie voor afgeloste bestuursrechtelijke schulden aan degene die voor 1 januari 2021 een bedrag heeft ontvangen op grond van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7, als diegene tussen het moment van het ontvangen van dat bedrag en 1 januari 2021 een bedrag heeft afgelost aan bestuursrechtelijke schulden of aan een ex-partner, die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend, als die ex-partner tussen het moment van het ontvangen van dat bedrag en de kwijtschelding van de bestuursrechtelijke schulden op grond van dit hoofdstuk een bedrag heeft afgelost aan bestuursrechtelijke schulden.

2.

Het bedrag van de compensatie voor afgeloste bestuursrechtelijke schulden is gelijk aan het bedrag dat de aanvrager van kinderopvangtoeslag dan wel de ex-partner in de respectievelijke perioden, bedoeld in het eerste lid, heeft afgelost aan bestuursrechtelijke schulden.

3.

De som van de compensatie voor afgeloste bestuursrechtelijke schulden en de compensatie voor afgeloste geldschulden en kosten als bedoeld in artikel 4.3 is maximaal het bedrag dat de aanvrager van kinderopvangtoeslag ontvangen heeft op grond van een herstelmaatregel dan wel de ex-partner heeft ontvangen op grond van artikel 2.14h, eerste lid.

4.

Voor de toepassing van dit artikel wordt onder een bestuursrechtelijke schuld verstaan een schuld die door een overheidsorganisatie zou zijn kwijtgescholden in het kader van de hersteloperatie kinderopvangtoeslag indien deze schuld niet voor 1 januari 2021 zou zijn afgelost.

Artikel 3.14. Maximumbedrag kwijt te schelden zakelijke bestuursrechtelijke schulden

1.

Bij de toepassing van de artikelen 3.6, vijfde lid, 3.8, vijfde lid, en 3.13 wordt de kwijt te schelden schuld of restitutie van de lening, bedoeld in de artikelen 3.6, vijfde lid, en 3.8, vijfde lid, en de compensatie voor afgeloste zakelijke bestuursrechtelijke schulden, bedoeld in artikel 3.13, vastgesteld op maximaal het bedrag dat de aanvrager nog kan ontvangen als de-minimissteun als bedoeld in artikel 3 van Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU 2013, L 352), indien degene wiens schulden het betreft, wordt aangemerkt als ondernemer of, indien hij in staat van faillissement verkeert en voorafgaand aan het faillissement zou zijn aangemerkt als ondernemer.

2.

De persoon, bedoeld in artikel 3.8, eerste lid, verstrekt op verzoek van het college van burgemeester en wethouders de gegevens, inlichtingen en documenten die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van dit artikel.

Afdeling 3.2. (Gereserveerd)

Hoofdstuk 4. Overneming en betaling privaatrechtelijke schulden

Hoofdstuk 4. Overneming en betaling privaatrechtelijke schulden

Hoofdstuk 6. Bepalingen van procedurele aard; verkrijgen, gebruiken en verstrekken van gegevens

Afdeling 2.7. Brede ondersteuning door gemeenten

Hoofdstuk 7. Specifieke uitkeringen

Hoofdstuk 8. Wijziging van enige wetten en overgangsrecht

Afdeling 6.2. Verkrijgen, gebruiken en verstrekken van gegevens

Afdeling 8.2. Overgangsrecht

Hoofdstuk 6. Bepalingen van procedurele aard; verkrijgen, gebruiken en verstrekken van gegevens

Artikel 4.6. Betaling schulden gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag, partner en ex-partner van gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag in wettelijk schuldsaneringstraject

1.

De Dienst Toeslagen betaalt op aanvraag de schulden van degene die in aanmerking komt voor toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 en diens partner, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, onderdelen b of c, op wie de schuldsaneringsregeling, bedoeld in titel III van de Faillissementswet, toepassing vindt die is ingegaan voor de dag waarop dit artikel in werking is getreden of een ex-partner die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend, op wie deze schuldsaneringsregeling toepassing vindt en die is ingegaan voor de dag waarop de Wet aanvullende regelingen hersteloperatie toeslagen in werking is getreden.

2.

Het bedrag van de te betalen schulden is gelijk aan de som van het bedrag van de vorderingen op de lijst van erkende schuldeisers welke zijn geverifieerd overeenkomstig artikel 328 van de Faillissementswet.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)