Besluit van 8 november 2022, houdende voorschriften voor een experiment op het terrein van onderwijszorgarrangementen, met het oog op verbetering van de toegankelijkheid van het onderwijs (Besluit experiment onderwijszorgarrangementen)

Type AMvB
Publication 2023-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Op de voordracht van Onze Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs, gedaan in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, van 27 juni 2022, nr. WJZ/33128811 (ID12955), directie Wetgeving en Juridische Zaken;

Gelet op artikel 172 van de Wet op de expertisecentra, artikel 180 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 9.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 en artikel 8, vierde lid, van de Wet register onderwijsdeelnemers;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 21 september 2022, nr. W05.22.00075/I);

Gezien het nader rapport van Onze Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs, uitgebracht in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 7 november 2022, nr. WJZ/34193494 (ID12955), directie Wetgeving en Juridische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In dit besluit en in de op dit besluit berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Artikel 2. Doel experiment

Het doel van het experiment is te onderzoeken:

Artikel 3. Afwijkingen van de wet door bevoegd gezag
1.

Het bevoegd gezag kan voor leerlingen met een complexe ondersteuningsbehoefte met toestemming van Onze Minister, bedoeld in artikel 8, afwijken van:

2.

Voor zover het betreft jongeren van wie de ouders op grond van artikel 5, onder a, van de Leerplichtwet 1969 zijn vrijgesteld van de inschrijfplicht, zijn de voorschriften omtrent de zorgplicht van scholen, bedoeld in artikel 40, vijfde lid, van de Wet op de expertisecentra, artikel 40, vierde en elfde lid, van de Wet op het primair onderwijs of artikel 8.9, tweede lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 niet van toepassing.

Artikel 4. Afwijkingen van de wet door samenwerkingsverband
1.

Een samenwerkingsverband kan in overeenstemming met een bevoegd gezag als bedoeld in artikel 3 voor leerlingen met een complexe ondersteuningsbehoefte afwijken van de bekostigingsvoorschriften, bedoeld in:

2.

Een samenwerkingsverband kan ten hoogste twee en een half procent van de bekostiging, bedoeld in de artikelen 122 en 124 van de Wet op het primair onderwijs of de artikelen 5.13 en 5.15 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, aanwenden voor de financiering van kosten in een onderwijszorgarrangement die direct of indirect nodig zijn voor de uitvoering van het onderwijs of de bevordering van deelname aan het onderwijs voor leerlingen met een complexe ondersteuningsbehoefte.

Artikel 5. Samenwerkingsovereenkomst
1.

Voor het inrichten van een onderwijszorgarrangement sluit het bevoegd gezag onderscheidenlijk het samenwerkingsverband een samenwerkingsovereenkomst met het samenwerkingsverband onderscheidenlijk het bevoegd gezag, de gemeente, het zorgkantoor of de zorgverzekeraar en de jeugdhulp- of zorgaanbieder en stelt met hen een projectplan op.

2.

In de samenwerkingsovereenkomst worden in elk geval afspraken gemaakt over:

Artikel 6. Projectplan

Het projectplan, bedoeld in artikel 5, eerste lid, bevat ten minste:

Artikel 7. Ontwikkelingsperspectief
2.

Het in het eerste lid bedoelde deel van het ontwikkelingsperspectief wordt vastgesteld in overeenstemming met de ouders en de leerling.

3.

Het ontwikkelingsperspectief wordt in ieder geval bij aanvang en na afloop van de deelname aan het onderwijszorgarrangement geëvalueerd met de ouders en de leerling.

Artikel 8. Toestemming deelname aan het experiment
1.

Onze Minister kan op aanvraag van het bevoegd gezag of het samenwerkingsverband toestemming verlenen om deel te nemen aan het experiment.

2.

Het bevoegd gezag van de school of het bestuur van het samenwerkingsverband overlegt bij de aanvraag:

3.

Ingeval het bevoegd gezag van een instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 8, eerste lid, tweede of derde volzin, van de Wet op de expertisecentra een aanvraag indient, is het bepaalde over het samenwerkingsverband in de artikelen 5, eerste lid, 6, onder e, subonderdeel 4, en 8, tweede lid, onder c, niet van toepassing.

Artikel 9. Selectie
1.

Onze Minister geeft ten hoogste 80 onderwijszorgarrangementen toestemming om deel te nemen aan het experiment.

2.

Onze Minister kan de aanvragen overigens toewijzen of afwijzen op basis van:

3.

Onze Minister wijst de aanvraag in elk geval af, indien bij het onderwijszorgarrangement een niet van rijkswege bekostigde school betrokken is.

4.

Onze Minister kan in aanvulling op het tweede lid loting toepassen.

5.

Dit artikel is slechts van toepassing bij de aanvang van het experiment.

Artikel 10. Duur van het experiment
1.

Het experiment vangt aan met ingang van 1 januari 2023 en eindigt met ingang van 1 januari 2028.

2.

Uiterlijk een jaar voor het eind van het experiment informeert het bevoegd gezag de leerling en de ouders over de afloop van het experiment.

3.

Het bevoegd gezag overlegt met de leerling en de ouders over het vervolg op het experiment.

Artikel 11. Monitoring en evaluatie

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.