← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 18 november 2022, kenmerk 3465547–1039405–Z, houdende bepalingen omtrent de in de Zorgverzekeringswet bedoelde vereveningsbijdrage voor het jaar 2022 (Regeling risicoverevening 2022)

Geldende tekst a fecha 2021-09-30

Gelet op artikel 32, vierde lid, van de Zorgverzekeringswet en de artikelen 1, onderdelen i, j, aa en ii, 3.1, derde lid, 3.2, 3.4, derde lid, 3.6, derde lid, 3.8, tweede lid, 3.10, tweede lid, 3.11, derde, vijfde en zesde lid, 3.12a, eerste, tweede, vierde en vijfde lid, 3.13, 3.14, 3.15, eerste en derde lid, 3.19, tweede lid, en 3.22, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Definities en algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2
1.

Het macro-prestatiebedrag voor het jaar 2022 bedraagt € 52.054,1 miljoen.

2.

Het macro-prestatiebedrag is opgebouwd uit de volgende macro-deelbedragen:

Artikel 3
1.

De opbrengst van de nominale rekenpremie wordt voor het jaar 2022 geraamd op € 21.375,7 miljoen.

2.

De opbrengst van het verplicht eigen risico wordt voor het jaar 2022 geraamd op € 3.239,4 miljoen.

Artikel 4

De beschikbare middelen voor het verstrekken van de bijdragen aan zorgverzekeraars, bedoeld in artikel 32, vierde lid, onderdeel a, van de wet, omvatten voor het jaar 2022, naast de middelen, bedoeld in § 1.5 van hoofdstuk 3 van het Besluit zorgverzekering, een bedrag van € 27.439,0 miljoen.

Hoofdstuk 2. Regels ten behoeve van de toekenning van de vereveningsbijdrage (ex ante) aan een zorgverzekeraar

Artikel 5
1.

De verdeling van het macro-deelbedrag variabele zorgkosten, bedoeld in artikel 3.4 van het Besluit zorgverzekering, geschiedt ten behoeve van het vereveningsjaar 2022 in aanvulling op de criteria, bedoeld in het eerste lid van dat artikel, mede aan de hand van de verzekerdenaantallen per zorgverzekeraar verdeeld naar HSM, naar MFK en naar SEI.

2.

De verdeling van het macro-deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg, bedoeld in artikel 3.6 van het Besluit zorgverzekering, geschiedt ten behoeve van het vereveningsjaar 2022 in aanvulling op de criteria, bedoeld in het eerste lid van dat artikel, mede aan de hand van de verzekerdenaantallen per zorgverzekeraar verdeeld naar SEI.

3.

In afwijking van het eerste en tweede lid worden verzekerden die in Nederland wonen niet ingedeeld bij het vereveningscriterium SEI.

Artikel 6
1.

De klassen en gewichten, bedoeld in de artikelen 3.4 en 3.6 van het Besluit zorgverzekering, en de klassen en gewichten die aan de criteria, bedoeld in artikel 5, worden toegekend, zijn vermeld in de bijlagen 1 en 2.

2.

Bij de indeling van verzekerden in de klassen van het vereveningscriterium MHK laat het Zorginstituut de kosten van verpleging en verzorging buiten beschouwing.

3.

Bij de indeling van verzekerden in de klassen van het vereveningscriterium GGZ-MHK laat het Zorginstituut de kosten van het tweede en derde jaar intramurale geestelijke gezondheidszorg buiten beschouwing.

Artikel 7
1.

In afwijking van artikel 6 en bijlage 1, tabellen 1.2, 1.3, 1.4 en 1.10, en bijlage 2, tabellen 2.2 en 2.3, wordt een verzekerde die in het buitenland woont ingedeeld in de klassen ‘Geen FKG’, ‘Geen DKG’, ‘Geen HKG’, ’Geen FDG’, ‘Geen FKG psychische aandoeningen’ en ‘Geen DKG psychische aandoeningen’, waarbij voor hem het gewicht van die klassen door het Zorginstituut wordt vastgesteld op een percentage van de gewichten van de desbetreffende klassen zoals deze op grond van de genoemde tabellen voor in Nederland wonende verzekerden gelden.

2.

In afwijking van artikel 6 en bijlage 1, tabellen 1.12 en 1.13, wordt een verzekerde die in het buitenland woont ingedeeld in de klassen ‘Geen HSM’ en ‘Geen MFK’.

Artikel 8
1.

De nominale rekenpremie per jaar bedraagt € 1.499 per zorgverzekering waarvoor premie moet worden betaald.

2.

Het Zorginstituut raamt de opbrengst van de nominale rekenpremie per zorgverzekeraar, bedoeld in artikel 3.10, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering, door het geraamde aantal zorgverzekeringen waarvoor premie moet worden betaald te vermenigvuldigen met de nominale rekenpremie.

3.

Het Zorginstituut raamt het aantal zorgverzekeringen waarvoor premie moet worden betaald, bedoeld in het tweede lid, door het geraamde aantal zorgverzekeringen van verzekerden van 18 jaar of ouder bij een zorgverzekeraar, te verminderen met het geraamde aantal zorgverzekeringen van verzekerden als bedoeld in artikel 24 van de wet.

Artikel 9
1.

Het Zorginstituut raamt de opbrengst van het verplicht eigen risico per zorgverzekeraar, bedoeld in artikel 3.10, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering, door per verzekerde van 18 jaar of ouder, met uitzondering van verzekerden als bedoeld in artikel 24 van de wet, de geraamde opbrengst van het verplicht eigen risico te bepalen en vervolgens de geraamde opbrengsten per zorgverzekeraar te sommeren.

2.

Het Zorginstituut gaat voor de bepaling van de geraamde opbrengst per verzekerde, bedoeld in het eerste lid, voor verzekerden van 18 jaar of ouder die zowel onder de klasse ‘Geen FKG’, als onder de klassen ‘Geen DKG’, ‘Geen HKG’, ‘Geen MVV’ en ‘Geen FDG’ vallen en niet worden ingedeeld bij MHK-klasse ‘2 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 10 procent’ of hoger, uit van verzekerdenaantallen onderverdeeld in klassen naar leeftijd en geslacht, AVI, regio, MHK en SEI en de in bijlage 4 genoemde gewichten. Hierbij wordt de in de bijlage 4 aangegeven klassenindeling van de criteria aangehouden.

3.

In afwijking van het tweede lid worden verzekerden die in het buitenland wonen niet ingedeeld bij het criterium regio en verzekerden die in Nederland wonen niet bij het criterium SEI.

4.

De geraamde opbrengst per verzekerde, bedoeld in het eerste lid, bedraagt voor verzekerden van 18 jaar of ouder waarop het tweede lid niet van toepassing is:

Artikel 10
1.

Het Zorginstituut wijst bij samenloop van klassen van een vereveningscriterium alleen de hoogste klasse van dat criterium die voor de betreffende verzekerde van toepassing is toe.

2.

In afwijking van het eerste lid wijst het Zorginstituut alle toepasselijke klassen van het vereveningscriterium FKG’s toe met inachtneming van de volgende uitzonderingen:

3.

Het Zorginstituut deelt bij het vereveningscriterium FKG’s een verzekerde niet in op basis van de verstrekking van een geneesmiddel die in een van de vier aan het vereveningsjaar voorafgaande kalenderjaren is opgehouden een verstrekking van een duur intramuraal geneesmiddel te zijn.

4.

In afwijking van het eerste lid, wijst het Zorginstituut alle toepasselijke klassen toe van:

5.

Voor de indeling van een verzekerde bij het vereveningscriterium AVI geldt dat:

6.

In afwijking van het eerste lid wijst het Zorginstituut alle toepasselijke klassen van het vereveningscriterium FKG’s psychische aandoeningen toe met inachtneming van de volgende uitzondering: In geval van samenloop bij twee of meer van de klassen ‘Psychose depot’, ‘Chronische stemmingsstoornissen complex’, ‘Psychose’, ‘Bipolaire stoornissen complex’, ‘Bipolaire stoornissen regulier’ en ‘Chronische stemmingsstoornissen’, deelt het Zorginstituut een verzekerde in bij de eerstgenoemde klasse die voor de betreffende verzekerde van toepassing is en niet bij de andere genoemde klassen.

7.

Het Zorginstituut deelt verzekerden in een Wlz-instelling bij het vereveningscriterium SES in de klasse ‘1 (zeer laag)’ in en bij het vereveningscriterium MVV verzekerden in een Wlz-instelling van 18 jaar of ouder in de klasse ‘Geen MVV’.

8.

Het Zorginstituut deelt verzekerden ingedeeld in de klassen ‘15’ tot en met ‘18’ van het vereveningscriterium DKG’s psychische aandoeningen bij het vereveningscriterium SES in de klasse ‘1 (zeer laag)’ in.

9.

Het Zorginstituut deelt bij het vereveningscriterium GGZ-MHK verzekerden met kosten op de percentielgrens ’98,5 procent met kosten >10 euro’ naar rato in bij de betreffende klassen.

10.

Het Zorginstituut deelt bij het vereveningscriterium MVV verzekerden met kosten op de percentielgrens naar rato in bij de betreffende klassen.

11.

Indien een percentielgrens als bedoeld in het tiende lid, gelijk is aan nul euro, deelt het Zorginstituut, in afwijking van het tiende lid, verzekerden met kosten op die percentielgrens in bij de klasse ‘Geen MVV’.

12.

Het Zorginstituut stelt als bijlage bij de beleidsregels, bedoeld in artikel 32, vijfde lid, van de Zorgverzekeringswet, referentiebestanden vast voor de gehanteerde vereveningscriteria, met uitzondering van SEI, ter onderbouwing van de indeling van verzekerden in de klassen van het desbetreffende vereveningscriterium.

Hoofdstuk 3. Regels ten behoeve van de vaststelling van de vereveningsbijdrage (ex post) ten behoeve van een zorgverzekeraar

Artikel 11
1.

Een verzekerde die slechts gedurende een deel van het vereveningsjaar bij een zorgverzekeraar verzekerd was, telt voor het vaststellen van de vereveningsbijdrage voor die zorgverzekeraar mee in een mate die bepaald wordt door het aantal dagen dat hij in dat jaar bij die zorgverzekeraar verzekerd was te delen door het aantal dagen in dat jaar.

2.

Indien een verzekerde gedurende een aantal dagen van het vereveningsjaar bij meer dan één zorgverzekeraar verzekerd was, telt hij voor het vaststellen van de vereveningsbijdrage over die periode mee in een mate die bepaald wordt door het getal 1 te delen door het aantal zorgverzekeraars waarbij hij in die periode verzekerd was.

Artikel 12
1.

Nadat het Zorginstituut de gerealiseerde kosten op de in de artikelen 13 tot en met 16 beschreven wijze heeft toegedeeld, herberekent het Zorginstituut voor de clusters ‘variabele zorgkosten’ en ‘kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’ de relevante deelbedragen met gebruik van de referentiebestanden, bedoeld in artikel 10, twaalfde lid.

2.

Het Zorginstituut gaat bij de herberekening, bedoeld in het eerste lid, uit van de gerealiseerde kosten voor elk van beide clusters en van gerealiseerde aantallen verzekerden per klasse van ieder vereveningscriterium. Voor de herberekening van de vereveningsbijdrage voor het cluster ‘variabele zorgkosten’ past het Zorginstituut de gewichten in de tabellen van bijlage 1 toe. Voor de herberekening van de vereveningsbijdrage voor het cluster ‘kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’ past het Zorginstituut de gewichten in de tabellen van bijlage 3 toe.

3.

De gerealiseerde aantallen verzekerden per klasse van ieder vereveningscriterium worden voor de hiernavolgende criteria aan de hand van realisatiecijfers over de volgende jaren berekend:

4.

In afwijking van het tweede lid herberekent het Zorginstituut het gewicht van de klasse ‘Geen FKG’ zodanig dat het voor de klassen ‘Auto-immuunziekten o.b.v. add-on’, ‘Kanker o.b.v. add-on’, ‘Groeistoornissen o.b.v. add-on’, ‘Immunoglobuline o.b.v. add-on’, ‘COPD/Zware astma o.b.v. add-on’, ‘Maculadegeneratie o.b.v. add-on’, ‘Cystic fibrosis/pancreasenzymen’, ‘Astma’, ‘COPD/Zware astma’, ‘Hypercholesterolemie’, ‘Verslaving exclusief nicotine’, ‘Extreem hoge kosten cluster 1’, ‘Extreem hoge kosten cluster 2’, ‘Extreem hoge kosten cluster 3’ en ‘Extreem hoge kosten cluster 4’ gesommeerde verschil tussen de vermenigvuldiging van het gerealiseerde aantal verzekerden met het gewicht in tabel 1.2 en de vermenigvuldiging van het bij toekenning van de vereveningsbijdrage verwachte aantal verzekerden met het gewicht in tabel 1.2, teniet wordt gedaan.

5.

In afwijking van het tweede lid herberekent het Zorginstituut het gewicht voor de klasse ‘Geen DKG’ zodanig dat voor het criterium DKG’s de gesommeerde resultaten van de vermenigvuldiging van de gewichten met het gerealiseerde aantal verzekerden nul bedragen.

6.

In afwijking van het tweede lid herberekent het Zorginstituut het gewicht voor de klasse ‘Geen MHK’ zodanig dat voor het criterium MHK de gesommeerde resultaten van de vermenigvuldiging van de gewichten met het gerealiseerde aantal verzekerden nul bedragen.

7.

In afwijking van het tweede lid herberekent het Zorginstituut het gewicht voor de klasse ‘Geen MVV’ zodanig dat voor het criterium MVV de gesommeerde resultaten van de vermenigvuldiging van de gewichten met het gerealiseerde aantal verzekerden nul bedragen.

8.

In afwijking van het tweede lid, herberekent het Zorginstituut het gewicht van de klasse ‘Geen DKG psychische aandoeningen’ zodanig dat voor het criterium DKG’s psychische aandoeningen de gesommeerde resultaten van de vermenigvuldiging van de gewichten met het gerealiseerde aantal verzekerden nul bedragen.

9.

In afwijking van het tweede lid, herberekent het Zorginstituut het gewicht van de klasse ‘Geen FDG’ zodanig dat voor het criterium FDG de gesommeerde resultaten van de vermenigvuldiging van de gewichten met het gerealiseerde aantal verzekerden nul bedragen.

10.

In afwijking van het tweede lid herberekent het Zorginstituut het gewicht van de klasse ‘Geen HKG’ zodanig dat het voor de klassen ‘Therapeutische elastische kousen’, ‘Vernevelaar met toebehoren’, ‘Voedingshulpmiddelen (excl. zuigelingen)’ en ‘Orthesen’ gesommeerde verschil tussen de vermenigvuldiging van het gerealiseerde aantal verzekerden met het gewicht in tabel 1.4 en de vermenigvuldiging van het bij toekenning van de vereveningsbijdrage verwachte aantal verzekerden met het gewicht in tabel 1.4, teniet wordt gedaan.

11.

In afwijking van het tweede lid, herberekent het Zorginstituut het gewicht van de klasse ‘Geen GGZ-MHK’ zodanig dat voor het criterium GGZ-MHK de gesommeerde resultaten van de vermenigvuldiging van de gewichten met het gerealiseerde aantal verzekerden nul bedragen.

12.

In afwijking van het tweede lid, herberekent het Zorginstituut de gewichten voor elke leeftijdsklasse in tabel 1.5 voor de zelfstandigen, de referentiegroep en de hoogopgeleiden zodanig dat voor de corresponderende leeftijdsklasse voor de bijstandsgerechtigden het verschil tussen de vermenigvuldiging van het gerealiseerde aantal verzekerden met het gewicht in tabel 1.5 en de vermenigvuldiging van het bij toekenning van de vereveningsbijdrage verwachte aantal verzekerden met het gewicht in tabel 1.5, teniet wordt gedaan. Het Zorginstituut past bij de herberekening de betrokken gewichten per leeftijdsklasse voor de zelfstandigen, de referentiegroep en de hoogopgeleiden met eenzelfde bedrag aan.

13.

In afwijking van het tweede lid, herberekent het Zorginstituut de gewichten voor elke leeftijdsklasse in tabel 3.4 voor de zelfstandigen, de referentiegroep en de hoogopgeleiden zodanig dat voor de corresponderende leeftijdsklasse voor de bijstandsgerechtigden het verschil tussen de vermenigvuldiging van het gerealiseerde aantal verzekerden met het gewicht in tabel 3.4 en de vermenigvuldiging van het bij toekenning van de vereveningsbijdrage verwachte aantal verzekerden met het gewicht in tabel 3.4, teniet wordt gedaan. Het Zorginstituut past bij de herberekening de betrokken gewichten per leeftijdsklasse voor de zelfstandigen, de referentiegroep en de hoogopgeleiden met eenzelfde bedrag aan.

14.

In afwijking van het tweede lid herberekent het Zorginstituut het gewicht van de klasse ‘Geen FKG psychische aandoeningen’ zodanig dat het verschil voor de klasse ‘Verslaving exclusief nicotine’ tussen de vermenigvuldiging van het gerealiseerde aantal verzekerden met het gewicht in tabel 3.2 en de vermenigvuldiging van het bij toekenning van de vereveningsbijdrage verwachte aantal verzekerden met het gewicht in tabel 3.2, teniet wordt gedaan.

15.

In afwijking van het tweede lid, herberekent het Zorginstituut de gewichten voor elke leeftijdsklasse in tabel 1.8 voor de klassen ‘Eenpersoonshuishouden’ en ‘Overig’ zodanig dat voor de corresponderende leeftijdsklasse het voor de klassen ‘Wlz-instelling, blijvend’ en ‘Wlz-instelling, instromend’ gesommeerde verschil tussen de vermenigvuldiging van het gerealiseerde aantal verzekerden met het gewicht in tabel 1.8 en de vermenigvuldiging van het bij toekenning van de vereveningsbijdrage verwachte aantal verzekerden met het gewicht in tabel 1.8, teniet wordt gedaan. Het Zorginstituut past bij de herberekening de betrokken gewichten per leeftijdsklasse voor de klassen ‘Eenpersoonshuishouden’ en ‘Overig’ met eenzelfde bedrag aan.

16.

In afwijking van het tweede lid, herberekent het Zorginstituut de gewichten voor elke leeftijdsklasse in tabel 3.7 voor de klassen ‘Eenpersoonshuishouden’ en ‘Overig’ zodanig dat voor de corresponderende leeftijdsklasse het voor de klassen ‘Wlz-instelling, blijvend’ en ‘Wlz-instelling, instromend’ gesommeerde verschil tussen de vermenigvuldiging van het gerealiseerde aantal verzekerden met het gewicht in tabel 3.7 en de vermenigvuldiging van het bij toekenning van de vereveningsbijdrage verwachte aantal verzekerden met het gewicht in tabel 3.7, teniet wordt gedaan. Het Zorginstituut past bij de herberekening de betrokken gewichten per leeftijdsklasse voor de klassen ‘Eenpersoonshuishouden’ en ‘Overig’ met eenzelfde bedrag aan.

17.

In afwijking van het tweede lid herberekent het Zorginstituut het gewicht voor de klasse ‘Geen MFK’ zodanig dat voor het criterium MFK de gesommeerde resultaten van de vermenigvuldiging van de gewichten met het gerealiseerde aantal verzekerden nul bedragen.

18.

Het Zorginstituut rondt de op grond van het vierde tot en met zeventiende lid herberekende gewichten af op twee decimalen.

Artikel 13
1.

Het Zorginstituut merkt kosten als bedoeld in artikel 3.13 van het Besluit zorgverzekering, voor prestaties van grensoverschrijdende zorg:

2.

Het Zorginstituut merkt kosten voor prestaties van grensoverschrijdende zorg die gemaakt zijn met toepassing van internationale regelingen inzake sociale zekerheid, aan als kosten van het cluster ‘variabele zorgkosten’.

Artikel 14
1.

Met uitzondering van betalingen uit hoofde van een verplicht of vrijwillig eigen risico, deelt het Zorginstituut zorgkosten die voor rekening komen van de verzekerden niet toe aan een cluster van prestaties.

2.

Het Zorginstituut deelt renteheffingskosten niet toe aan een cluster van prestaties.

Artikel 15

Het Zorginstituut merkt de kosten van prestaties, geleverd door instellingen die meedoen aan experimenten in de zin van de Wet marktordening gezondheidszorg, voor een door hem per instelling vast te stellen percentage aan als kosten van het cluster ‘variabele zorgkosten’.

Artikel 16
1.

Het Zorginstituut merkt de kosten van prestaties, geleverd door instellingen die meedoen aan experimenten in de zin van de Wet marktordening gezondheidszorg, per instelling voor medisch-specialistisch zorg voor 100 procent minus het door hem op basis van artikel 15 vastgestelde percentage, aan als kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’.

2.

Het Zorginstituut merkt de kosten van een verstrekking van een geneesmiddel die in het vereveningsjaar of de vier daaraan voorafgaande kalenderjaren is opgehouden een verstrekking van een duur intramuraal geneesmiddel te zijn, aan als kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’.

3.

Het Zorginstituut calculeert 100 procent na op het verschil tussen de kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’, vastgesteld ingevolge het eerste en tweede lid enerzijds, en het herberekende deelbedrag ‘vaste zorgkosten’ na toepassing van artikel 3.15, tweede lid van het Besluit zorgverzekering anderzijds.

Artikel 17
1.

Het Zorginstituut past als volgt hogekostencompensatie toe op het herberekende deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg, bedoeld in artikel 3.12, derde lid, van het Besluit zorgverzekering:

2.

Het Zorginstituut kan bij een voorlopige vaststelling als bedoeld in artikel 3.20, eerste lid, van het Besluit zorgverzekering, de toepassing van hogekostencompensatie achterwege laten. Het Zorginstituut past dan in afwijking van artikel 12, tweede lid, voor de herberekening van de vereveningsbijdrage voor het cluster ‘kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’ de gewichten in de tabellen van bijlage 2 toe.

Artikel 18
1.

De opbrengst van de nominale rekenpremie, bedoeld in artikel 3.19, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering, wordt berekend overeenkomstig artikel 8, met dien verstande, dat wordt uitgegaan van het gerealiseerde aantal zorgverzekeringen waarvoor premie moest worden betaald.

2.

De berekening van het verplicht eigen risico, bedoeld in artikel 3.19, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering, vindt plaats overeenkomstig artikel 9, met dien verstande, dat wordt uitgegaan van het gerealiseerde aantal verzekerden van 18 jaar of ouder verminderd met het gerealiseerde aantal verzekerden als bedoeld in artikel 24, van de wet.

3.

Bij de berekening, bedoeld in het tweede lid, herberekent het Zorginstituut, in afwijking van dat lid en artikel 9, tweede lid, de gewichten voor elke leeftijdsklasse in tabel 4.2 voor de zelfstandigen, de referentiegroep en de hoogopgeleiden zodanig dat voor de corresponderende leeftijdsklasse voor de bijstandsgerechtigden het verschil tussen de vermenigvuldiging van het gerealiseerde aantal verzekerden met het gewicht in tabel 4.2 en de vermenigvuldiging van het bij toekenning van de vereveningsbijdrage verwachte aantal verzekerden met het gewicht in tabel 4.2, teniet wordt gedaan. Het Zorginstituut past bij de herberekening de betrokken gewichten per leeftijdsklasse voor de zelfstandigen, de referentiegroep en de hoogopgeleiden met eenzelfde bedrag aan. Het Zorginstituut rondt de herberekende gewichten af op twee decimalen.

4.

Bij de berekening, bedoeld in het tweede lid, herberekent het Zorginstituut, in afwijking van dat lid en artikel 9, tweede lid, het gewicht voor de klasse ‘Geen MHK’ zodanig dat voor het criterium MHK de gesommeerde resultaten van de vermenigvuldiging van de gewichten met het gerealiseerde aantal verzekerden nul bedragen. Het Zorginstituut rondt het herberekende gewicht af op twee decimalen.

Artikel 19

De artikelen 5, 6, tweede en derde lid, 7 en 10 zijn van overeenkomstige toepassing bij de vaststelling van de vereveningsbijdrage ten behoeve van een zorgverzekeraar met dien verstande dat bij toepassing van hogekostencompensatie een verzekerde die in het buitenland woont, in afwijking van bijlage 3, tabellen 3.2 en 3.3, wordt ingedeeld in de klassen ‘Geen FKG psychische aandoeningen’ en ‘Geen DKG psychische aandoeningen’.

Hoofdstuk 4. Aanvullingen op de vereveningsbijdrage aan een zorgverzekeraar

Artikel 20

Het in artikel 3.22, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering bedoelde bedrag per verzekerde bedraagt € 41.

Hoofdstuk 5. Betaling van de vereveningsbijdrage aan zorgverzekeraar door het Zorginstituut

Artikel 21

De betaling van de bijdrage geschiedt overeenkomstig door het Zorginstituut te stellen beleidsregels, waarin een betaalschema is opgenomen dat rekening houdt met declaratiepatronen van zorgaanbieders.

Hoofdstuk 6. Slotbepalingen

Artikel 22

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 30 september 2021.

Artikel 23

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling risicoverevening 2022.

Bijlage 1. Normbedragen vereveningsmodel variabele zorgkosten (behorende bij artikel 6 en artikel 12, tweede lid, van de Regeling risicoverevening 2022)

De bijlage betreft kosten van zorg behorende tot het cluster ‘variabele zorgkosten’. De in deze bijlage genoemde gewichten zijn bedoeld voor de ex ante berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar (artikel 6) en vormen de basis voor de ex post berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar (artikel 12, tweede lid).

Variabele zorgkosten
Mannen 0 jaar, geboren in het vereveningsjaar 10609.13
0 jaar, geboren in het voorafgaande jaar 3236.30
1–4 jaar 2491.74
5–9 jaar 2237.10
10–14 jaar 2211.01
15–17 jaar 2289.06
18–24 jaar 2063.53
25–29 jaar 2085.93
30–34 jaar 2082.53
35–39 jaar 2140.97
40–44 jaar 2183.59
45–49 jaar 2301.53
50–54 jaar 2417.44
55–59 jaar 2655.07
60–64 jaar 2867.73
65–69 jaar 3165.09
70–74 jaar 3551.15
75–79 jaar 3988.07
80–84 jaar 4411.39
85–89 jaar 5000.29
90+ jaar 5972.23
Vrouwen en onbepaald geslacht 0 jaar, geboren in het vereveningsjaar 9529.27
0 jaar, geboren in het voorafgaande jaar 2921.12
1–4 jaar 2242.28
5–9 jaar 2217.81
10–14 jaar 2254.27
15–17 jaar 2415.63
18–24 jaar 2305.91
25–29 jaar 2825.74
30–34 jaar 3035.50
35–39 jaar 2624.75
40–44 jaar 2361.48
45–49 jaar 2385.81
50–54 jaar 2456.63
55–59 jaar 2527.85
60–64 jaar 2673.74
65–69 jaar 2902.02
70–74 jaar 3167.78
75–79 jaar 3477.83
80–84 jaar 4053.28
85–89 jaar 4663.13
90+ jaar 5392.93
Variabele zorgkosten
--- ---
Geen FKG -269.91
Schildklieraandoeningen -48.34
Glaucoom 52.68
Depressie 36.22
Psychose 43.39
Epilepsie 464.82
Chronische antistolling 623.25
Transplantaties 3639.94
Parkinson 3177.94
Hartaandoeningen: overig 1739.30
Chronische pijn exclusief opioïden 797.32
Neuropatische pijn 1289.21
Diabetes type II zonder hypertensie 316.85
Diabetes type II met hypertensie 711.20
Diabetes type I zonder hypertensie 1219.61
Diabetes type I met hypertensie 1757.30
Cystic fibrosis/pancreasenzymen 2863.25
Groeistoornissen o.b.v. add-on 2991.78
Aandoeningen van hersenen/ruggenmerg: overig 3380.86
Aandoeningen van hersenen/ruggenmerg: multiple sclerose 4456.51
HIV/AIDS 837.50
Psoriasis 398.40
Ziekte van Crohn/Colitis Ulcerosa 468.29
Reuma 596.85
Auto-immuunziekten o.b.v. add-on 2789.00
Nieraandoeningen 9611.02
Acromegalie 13797.31
Immunoglobuline o.b.v. add-on 13448.80
Astma 179.10
COPD/Zware astma 1375.81
COPD/Zware astma o.b.v. add-on 12448.89
Hormoongevoelige tumoren 1045.61
Kanker 732.70
Kanker o.b.v. add-on 10292.13
Pulmonale arteriële hypertensie 15912.81
Maculadegeneratie o.b.v add-on 2468.61
Hypercholesterolemie 2410.44
Hartaandoeningen: anti-aritmica 630.98
Verslaving exclusief nicotine 1168.69
Extreem hoge kosten cluster 1 102109.88
Extreem hoge kosten cluster 2 200833.32
Extreem hoge kosten cluster 3 351095.35
Extreem hoge kosten cluster 4 535090.64
Variabele zorgkosten
--- ---
Geen DKG -352.32
1 203.39
2 803.28
3 1052.66
4 1706.71
5 2398.33
6 2867.32
7 3256.38
8 3615.90
9 4094.48
10 4675.53
11 4729.78
12 5565.17
13 5147.73
14 7659.71
15 7612.96
16 11699.82
17 12833.45
18 12762.83
19 11412.14
20 14667.92
21 15227.70
22 16414.61
23 20988.60
24 27989.85
25 51101.04
26 55036.30
Variabele zorgkosten
--- ---
Geen HKG -82.65
CPAP apparatuur 433.69
Therapeutische elastische kousen 267.73
Voorzieningen voor stomapatiënten 1631.08
Vernevelaar met toebehoren 3629.20
Middelen voor urine-opvang 2345.19
Injectiespuiten met toebehoren (excl. diabetes) 2287.47
Zuurstofapparaten met toebehoren 3476.55
Voedingshulpmiddelen (excl. zuigelingen) 8839.13
Slijmuitzuigapparatuur 17938.46
Draagbare infuuspompen 7029.18
Compressiehulpmiddelen 2071.79
Orthesen 1288.45
Beenprothesen 2320.56
Insulinepompen 1346.03
Variabele zorgkosten
--- --- ---
70+ jaar 0.00
Duurzaam en volledig arbeidsongeschikten (IVA) 0–17 jaar 214.98
18–34 jaar 1460.99
35–44 jaar 1075.21
45–54 jaar 898.53
55–64 jaar 611.63
65–69 jaar 469.94
Arbeidsongeschikten excl. IVA 0–17 jaar 147.55
18–34 jaar 210.89
35–44 jaar 461.19
45–54 jaar 449.64
55–64 jaar 328.51
65–69 jaar 386.43
Bijstandsgerechtigden 0–17 jaar 188.74
18–34 jaar 271.67
35–44 jaar 274.30
45–54 jaar 301.23
55–64 jaar 250.68
65–69 jaar 247.19
Studenten 0–17 jaar -29.81
18–34 jaar -171.26
Zelfstandigen 0–17 jaar -104.39
18–34 jaar -70.01
35–44 jaar -111.87
45–54 jaar -147.12
55–64 jaar -187.83
65–69 jaar -16.58
Hoogopgeleiden 0–17 jaar -118.07
18–34 jaar 15.97
35–44 jaar -62.53
Referentiegroep 0–17 jaar -2.71
18–34 jaar 26.75
35–44 jaar -20.50
45–54 jaar -49.27
55–64 jaar -61.07
65–69 jaar -103.18
Variabele zorgkosten
--- ---
1 51.96
2 29.46
3 20.92
4 8.08
5 -8.71
6 -10.39
7 -15.33
8 -12.32
9 -22.68
10 -39.26
Variabele zorgkosten
--- --- ---
1 (zeer laag) 0–17 jaar 57.60
18–69 jaar -9.14
70+ jaar -125.41
2 (laag) 0–17 jaar 35.65
18–69 jaar 14.71
70+ jaar 1.75
3 (midden) 0–17 jaar -28.88
18–69 jaar 20.25
70+ jaar 66.38
4 (hoog) 0–17 jaar -33.59
18–69 jaar -23.72
70+ jaar 42.13
Variabele zorgkosten
--- --- ---
0–17 jaar 0.00
Wlz-instelling, blijvend 18–69 jaar -633.20
70–79 jaar -2022.69
80+ jaar -3358.71
Wlz-instelling, instromend 18–69 jaar 10399.83
70–79 jaar 12791.05
80+ jaar 10355.31
Eenpersoonshuishouden 18–69 jaar -3.48
70–79 jaar 230.84
80+ jaar 202.71
Overig 18–69 jaar -1.62
70–79 jaar -126.76
80+ jaar -199.32
Variabele zorgkosten
--- ---
Geen MHK -544.23
Ten minste 1 van de 3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 30 procent 80.49
2 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 10 procent 2493.28
3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 15 procent 2024.11
3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 10 procent 3295.44
3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 7 procent 4930.71
3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 4 procent 8623.56
3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 1,5 procent 18818.55
3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 0,5 procent 46105.35
Variabele zorgkosten
--- ---
Geen FDG -28.77
1 471.51
2 1507.06
3 6647.03
4 6638.74
Variabele zorgkosten
--- ---
Geen MVV -206.22
Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 3,5 procent 1089.78
Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 3 procent 1703.36
Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 2,5 procent 3114.95
Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 2 procent 5705.44
Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 1,5 procent 8551.67
Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 1 procent 12293.37
Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 0,5 procent 17415.95
Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 0,25 procent 30076.55
Kosten V&V voorafgaand jaar in top 0,25%; 0 – 17 jaar 71498.22
Variabele zorgkosten
--- ---
Geen HSM -82.18
Ten minste 1 keer in positieve somatische morbiditeitsklasse in vereveningsjaar 3 jaar eerder 98.12
Variabele zorgkosten
--- ---
Geen MFK -154.55
Ten minste 1 van de 3 voorafgaande jaren farmaciekosten in top 25 procent 338.67
Variabele zorgkosten
--- ---
Seizoenarbeider -149.47
Geen seizoenarbeider 113.29

Bijlage 2. Normbedragen vereveningsmodel geneeskundige GGZ (behorende bij artikel 6 van de Regeling risicoverevening 2022)

De bijlage betreft de kosten van zorg behorende tot het cluster ‘geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’.

De in deze bijlage genoemde vereveningscriteria zijn van toepassing voor verzekerden van achttien jaar of ouder; de gewichten zijn bedoeld voor de ex ante berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar (artikel 6). De gewichten bevatten geen correctie voor hogekostencompensatie.

Kosten van geneeskundige GGZ
Mannen 18–24 jaar 374.46
25–29 jaar 362.49
30–34 jaar 334.67
35–39 jaar 330.35
40–44 jaar 305.56
45–49 jaar 280.41
50–54 jaar 267.71
55–59 jaar 257.76
60–64 jaar 257.76
65–69 jaar 256.84
70–74 jaar 252.86
75–79 jaar 252.86
80–84 jaar 245.51
85–89 jaar 245.51
90+ jaar 245.51
Vrouwen en onbepaald geslacht 18–24 jaar 480.03
25–29 jaar 409.04
30–34 jaar 355.71
35–39 jaar 348.17
40–44 jaar 320.41
45–49 jaar 297.24
50–54 jaar 278.03
55–59 jaar 257.76
60–64 jaar 257.76
65–69 jaar 256.84
70–74 jaar 252.86
75–79 jaar 252.86
80–84 jaar 245.51
85–89 jaar 245.51
90+ jaar 245.51
Kosten van geneeskundige GGZ
--- ---
Geen FKG psychische aandoeningen -32.92
ADHD 103.86
Verslaving exclusief nicotine 149.42
Angststoornissen (benzodiazepinen) 1014.05
Chronische stemmingsstoornissen 234.24
Bipolaire stoornissen regulier 851.06
Bipolaire stoornissen complex 2107.33
Psychose 1886.39
Chronische stemmingsstoornissen complex 1749.10
Psychose depot 5456.05
Kosten van geneeskundige GGZ
--- ---
Geen DKG psychische aandoeningen -120.51
1 (gebruik basis GGZ in het voorgaande jaar) 339.29
2 639.68
3 1270.71
4 2262.56
5 4781.39
6 5447.53
7 5662.23
8 7968.61
9 11769.09
10 10013.48
11 15702.79
12 21490.01
13 37644.23
14 35332.11
15 59517.62
16 32045.03
17 62281.85
18 31924.53
Kosten van geneeskundige GGZ
--- --- ---
70+ jaar 0.00
Duurzaam en volledig arbeidsongeschikten (IVA) 18–34 jaar 356.42
35–44 jaar 211.04
45–54 jaar -12.98
55–64 jaar -3.04
65–69 jaar -2.11
Arbeidsongeschikten excl. IVA 18–34 jaar 482.29
35–44 jaar 351.04
45–54 jaar 138.19
55–64 jaar 32.03
65–69 jaar 14.23
Bijstandsgerechtigden 18–34 jaar 560.35
35–44 jaar 208.57
45–54 jaar 74.39
55–64 jaar -3.04
65–69 jaar -2.11
Studenten 18–34 jaar -84.70
Zelfstandigen 18–34 jaar -73.09
35–44 jaar -55.59
45–54 jaar -17.74
55–64 jaar -3.04
65–69 jaar -2.11
Hoogopgeleiden 18–34 jaar -61.45
35–44 jaar -41.88
Referentiegroep 18–34 jaar -6.79
35–44 jaar -19.02
45–54 jaar -12.98
55–64 jaar -3.04
65–69 jaar -2.11
Kosten van geneeskundige GGZ
--- ---
1 55.45
2 12.86
3 -3.91
4 -9.18
5 -9.18
6 -9.18
7 -9.18
8 -9.18
9 -9.18
10 -9.18
Kosten van geneeskundige GGZ
--- --- ---
1 (zeer laag) 18–69 jaar 20.43
70+ jaar 17.86
2 (laag) 18–69 jaar -12.52
70+ jaar -4.17
3 (midden) 18–69 jaar -12.52
70+ jaar -3.61
4 (hoog) 18–69 jaar 6.69
70+ jaar -9.23
Kosten van geneeskundige GGZ
--- --- ---
Wlz-instelling, blijvend 18–69 jaar -49.58
70–79 jaar -45.15
80+ jaar -37.80
Wlz-instelling, instromend 18–69 jaar 788.76
70–79 jaar 492.60
80+ jaar 75.12
Eenpersoonshuishouden 18–69 jaar 71.55
70–79 jaar 27.27
80+ jaar -1.85
Overig 18–69 jaar -11.86
70–79 jaar -11.88
80+ jaar 4.40
Kosten van geneeskundige GGZ
--- ---
Geen GGZ-MHK -62.97
Ten minste 1 van de 3 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 98,5 procent met kosten GGZ >10 euro 187.49
Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 10 promille1 1567.26
Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 5 promille1 2961.81
Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 2,5 promille1 5277.85
Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 1 promille1 10014.62
5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 5 promille 14502.37
5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 2,5 promille 25124.95

1 Voor verzekerden jonger dan 24 jaar: ten minste 1 van de 5 voorafgaande jaren.

Kosten van geneeskundige GGZ
Seizoenarbeider -12.65
Geen seizoenarbeider 9.76

Bijlage 3. Normbedragen vereveningsmodel geneeskundige GGZ bij toepassing van hogekostencompensatie (behorende bij artikel 12, tweede lid, van de Regeling risicoverevening 2022)

De bijlage betreft de kosten van zorg behorende tot het cluster ‘geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’.

De in deze bijlage genoemde vereveningscriteria zijn van toepassing voor verzekerden van achttien jaar of ouder; de gewichten vormen de basis voor de ex post berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar (artikel 12, tweede lid). De gewichten bevatten een correctie voor hogekostencompensatie.

Kosten van geneeskundige GGZ
Mannen 18–24 jaar 375.09
25–29 jaar 359.91
30–34 jaar 329.80
35–39 jaar 328.83
40–44 jaar 306.19
45–49 jaar 283.56
50–54 jaar 269.02
55–59 jaar 256.15
60–64 jaar 256.15
65–69 jaar 255.09
70–74 jaar 250.76
75–79 jaar 250.76
80–84 jaar 244.71
85–89 jaar 244.71
90+ jaar 244.71
Vrouwen en onbepaald geslacht 18–24 jaar 477.56
25–29 jaar 414.12
30–34 jaar 361.39
35–39 jaar 351.46
40–44 jaar 322.68
45–49 jaar 298.94
50–54 jaar 281.94
55–59 jaar 258.00
60–64 jaar 256.15
65–69 jaar 255.09
70–74 jaar 250.76
75–79 jaar 250.76
80–84 jaar 244.71
85–89 jaar 244.71
90+ jaar 244.71
Kosten van geneeskundige GGZ
--- ---
Geen FKG psychische aandoeningen -32.40
ADHD 122.11
Verslaving exclusief nicotine 218.17
Angststoornissen (benzodiazepinen) 965.68
Chronische stemmingsstoornissen 243.65
Bipolaire stoornissen regulier 796.02
Bipolaire stoornissen complex 2108.46
Psychose 1832.15
Chronische stemmingsstoornissen complex 1847.13
Psychose depot 4997.64
Kosten van geneeskundige GGZ
--- ---
Geen DKG psychische aandoeningen -120.34
1 (gebruik basis GGZ in het voorgaande jaar) 355.72
2 720.11
3 1313.14
4 2303.52
5 4799.17
6 5581.12
7 5770.03
8 7868.61
9 11375.96
10 9879.82
11 15008.44
12 19590.48
13 31955.20
14 31483.84
15 50327.40
16 31222.99
17 44321.92
18 31493.07
Kosten van geneeskundige GGZ
--- --- ---
70+ jaar 0.00
Duurzaam en volledig arbeidsongeschikten (IVA) 18–34 jaar 363.88
35–44 jaar 196.51
45–54 jaar -15.83
55–64 jaar -2.96
65–69 jaar -1.90
Arbeidsongeschikten excl. IVA 18–34 jaar 425.53
35–44 jaar 339.68
45–54 jaar 148.67
55–64 jaar 31.18
65–69 jaar 12.81
Bijstandsgerechtigden 18–34 jaar 542.35
35–44 jaar 202.85
45–54 jaar 74.35
55–64 jaar -2.96
65–69 jaar -1.90
Studenten 18–34 jaar -80.79
Zelfstandigen 18–34 jaar -69.40
35–44 jaar -57.18
45–54 jaar -20.01
55–64 jaar -2.96
65–69 jaar -1.90
Hoogopgeleiden 18–34 jaar -58.85
35–44 jaar -39.06
Referentiegroep 18–34 jaar -4.75
35–44 jaar -17.95
45–54 jaar -13.42
55–64 jaar -2.96
65–69 jaar -1.90
Kosten van geneeskundige GGZ
--- ---
1 49.05
2 13.99
3 -1.78
4 -7.10
5 -9.00
6 -9.00
7 -9.00
8 -9.00
9 -9.00
10 -9.00
Kosten van geneeskundige GGZ
--- --- ---
1 (zeer laag) 18–69 jaar 23.30
70+ jaar 16.52
2 (laag) 18–69 jaar -10.50
70+ jaar -3.98
3 (midden) 18–69 jaar -12.23
70+ jaar -2.99
4 (hoog) 18–69 jaar 3.05
70+ jaar -8.79
Kosten van geneeskundige GGZ
--- --- ---
Wlz-instelling, blijvend 18–69 jaar -52.04
70–79 jaar -42.81
80+ jaar -36.77
Wlz-instelling, instromend 18–69 jaar 871.97
70–79 jaar 532.81
80+ jaar 87.17
Eenpersoonshuishouden 18–69 jaar 74.06
70–79 jaar 24.38
80+ jaar -2.39
Overig 18–69 jaar -12.31
70–79 jaar -11.23
80+ jaar 3.80
Kosten van geneeskundige GGZ
--- ---
Geen GGZ-MHK -62.72
Ten minste 1 van de 3 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 98,5 procent met kosten GGZ >10 euro 194.20
Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 10 promille2 1617.07
Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 5 promille2 2986.77
Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 2,5 promille2 5211.98
Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 1 promille2 9032.13
5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 5 promille 13908.28
5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 2,5 promille 23295.84

2 Voor verzekerden jonger dan 24 jaar: ten minste 1 van de 5 voorafgaande jaren.

Kosten van geneeskundige GGZ
Seizoenarbeider -12.65
Geen seizoenarbeider 9.76

Bijlage 4. Normbedragen vereveningsmodel voor de eigen betalingen ten gevolge van het verplicht eigen risico alleen volwassenen zonder FKG/DKG/HKG/FDG/MVV en niet ingedeeld bij MHK-klasse ‘2 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 10 procent’ of hoger (behorende bij artikel 9, tweede lid, van de Regeling risicoverevening 2022)

De bijlage betreft de eigen betalingen ten gevolge van het verplicht eigen risico.

De in deze bijlage genoemde gewichten zijn bedoeld voor de berekening van de specifiek voor een zorgverzekeraar geraamde opbrengst van het verplicht eigen risico (artikel 9, tweede lid) en vormen de basis voor de herberekening van de opbrengst van het verplicht eigen risico ten behoeve van de vaststelling van de vereveningsbijdrage van een zorgverzekeraar (artikel 18, tweede lid).

Eigen betaling ten gevolge van verplicht eigen risico
Mannen 18–24 jaar 129.31
25–29 jaar 128.79
30–34 jaar 129.96
35–39 jaar 133.45
40–44 jaar 137.61
45–49 jaar 144.58
50–54 jaar 156.84
55–59 jaar 174.84
60–64 jaar 193.58
65–69 jaar 214.73
70–74 jaar 232.59
75–79 jaar 248.56
80–84 jaar 246.55
85–89 jaar 247.70
90+ jaar 231.93
Vrouwen en onbepaald geslacht 18–24 jaar 179.91
25–29 jaar 179.79
30–34 jaar 175.88
35–39 jaar 169.85
40–44 jaar 175.18
45–49 jaar 182.37
50–54 jaar 190.97
55–59 jaar 196.47
60–64 jaar 206.71
65–69 jaar 221.42
70–74 jaar 236.51
75–79 jaar 249.94
80–84 jaar 248.49
85–89 jaar 235.44
90+ jaar 192.92
Eigen betaling ten gevolge van verplicht eigen risico
--- --- ---
70+ jaar 0.00
Duurzaam en volledig arbeidsongeschikten (IVA) 18–34 jaar 76.78
35–44 jaar 67.05
45–54 jaar 58.18
55–64 jaar 41.65
65–69 jaar 23.30
Arbeidsongeschikten excl. IVA 18–34 jaar 45.70
35–44 jaar 57.09
45–54 jaar 47.60
55–64 jaar 31.49
65–69 jaar 19.16
Bijstandsgerechtigden 18–34 jaar 43.83
35–44 jaar 47.74
45–54 jaar 39.57
55–64 jaar 20.17
65–69 jaar -1.91
Studenten 18–34 jaar -6.62
Zelfstandigen 18–34 jaar -3.94
35–44 jaar -7.21
45–54 jaar -8.14
55–64 jaar -12.00
65–69 jaar -8.10
Hoogopgeleiden 18–34 jaar -7.31
35–44 jaar -10.95
Referentiegroep 18–34 jaar 0.67
35–44 jaar -0.36
45–54 jaar -2.75
55–64 jaar -1.84
65–69 jaar -1.53
Eigen betaling ten gevolge van verplicht eigen risico
--- ---
1 5.59
2 3.37
3 0.70
4 0.58
5 -0.72
6 -1.24
7 -2.26
8 -2.20
9 -2.38
10 -1.35
Eigen betaling ten gevolge van verplicht eigen risico
--- ---
Geen MHK -29.34
Ten minste 1 van de 3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 30 procent 61.53
Eigen betaling ten gevolge van verplicht eigen risico
--- ---
Seizoenarbeider -6,46
Geen seizoenarbeider 4,98

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.