Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 25 november 2022, nr. 2022-0000185147, tot verlening van een tegemoetkoming aan werkenden en voormalig werkenden die lijden aan een beroepsziekte als gevolg van blootstelling aan gevaarlijke stoffen bij het verrichten van arbeid (Regeling tegemoetkoming stoffengerelateerde beroepsziekten)

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 3, eerste lid, en 9 van de Kaderwet SZW-subsidies, en 34a van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;

BESLUIT:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen
1.

In deze regeling wordt verstaan onder:

2.

In deze regeling wordt met echtgenoot gelijkgesteld de geregistreerde partner en de persoon die op grond van artikel 1, derde lid, onder a, en vierde tot en met zevende lid, van de Algemene Ouderdomswet en de daarop berustende bepalingen, mede als zodanig wordt aangemerkt.

3.

In deze regeling wordt niet als echtgenoot aangemerkt degene die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie de echtgenoot gehuwd is.

Artikel 2. Arbeid aan, op of in een schip of luchtvaartuig

Arbeid die wordt verricht aan, op of in schepen of luchtvaartuigen die op het moment van de arbeid hun thuishaven hadden in Nederland, wordt ook aangemerkt als in Nederland verrichte arbeid.

Artikel 3. Verhouding tot aansprakelijkheid

Een tegemoetkoming uit hoofde van deze regeling houdt geen erkenning van aansprakelijkheid door de Staat der Nederlanden in.

Hoofdstuk 2. Het recht op en de hoogte van de tegemoetkoming

Artikel 4. Recht op een tegemoetkoming
1.

De werkende heeft eenmalig recht op een tegemoetkoming, indien:

2.

Het afwegingskader causaliteit en de bijbehorende protocollen beroepsziekten worden op voordracht van de Adviescommissie Lijst beroepsziekten, bedoeld in het Instellingsbesluit Adviescommissie Lijst beroepsziekten, door de minister vastgesteld en gepubliceerd in de Staatscourant. De vindplaats in de Staatscourant van het geldende afwegingskader en de geldende protocollen worden opgenomen in de bijlage bij deze regeling.

3.

Indien de werkende na ontvangst van een tegemoetkoming tevens een betaling, van de werkgever dan wel opdrachtgever ontvangt in verband met dezelfde ernstige aandoening als waarvoor de tegemoetkoming is toegekend, ongeacht de vorm waarin de betaling is gedaan en de aard van de kosten waarin de betaling voorziet:

4.

De werkende heeft geen recht op een tegemoetkoming op grond van deze regeling indien de werkende een tegemoetkoming of voorschot heeft ontvangen of een aanvraag om een tegemoetkoming voor dezelfde ernstige aandoening onherroepelijk is afgewezen op grond van:

Artikel 5. Recht op tegemoetkoming nabestaanden

De nabestaanden hebben, onder dezelfde voorwaarden, in plaats van de werkende recht op een tegemoetkoming indien de werkende is overleden nadat de aanvraag is ingediend door de werkende, doch voordat op de aanvraag is beslist, en de werkende recht op een tegemoetkoming zou hebben gehad.

Artikel 6. Hoogte tegemoetkoming. Algemeen
1.

De eenmalige tegemoetkoming bedraagt € 27.030.

2.

Indien een of meer werkgevers of een of meer opdrachtgevers een bedrag hebben betaald aan de werkende in verband met dezelfde ernstige aandoening, of indien de werkende betalingen heeft ontvangen als bedoeld in artikel 7, dat in totaal lager is dan het bedrag van de tegemoetkoming, wordt de hoogte van de tegemoetkoming vastgesteld op het positieve verschil tussen de ontvangen bedragen en het bedrag, genoemd in het eerste lid, ongeacht de vorm waarin de betaling is gedaan en de aard van de kosten waarin de betaling voorziet.

3.

Voor de toepassing van het tweede lid wordt als maatstaf genomen de hoogte van de betalingen nadat daarop de verschuldigde belasting op grond van de Wet inkomstenbelasting 2001 en premies voor de volksverzekeringen op grond van de Wet financiering sociale verzekeringen in mindering zijn gebracht.

Artikel 7. Hoogte tegemoetkoming. Arbeid voor de werkgever of opdrachtgever verricht buiten Nederland

Indien de werkende ook vanwege voor een werkgever of opdrachtgever verrichte arbeid buiten Nederland een betaling heeft ontvangen van deze werkgever of opdrachtgever in verband met dezelfde ernstige aandoening, wordt bij de vaststelling van het recht op een tegemoetkoming op overeenkomstige wijze gehandeld als bij de toepassing van artikel 6, tweede lid.

Hoofdstuk 3. Het geldend maken van het recht op tegemoetkoming

Artikel 8. Aanvraag tegemoetkoming
1.

De aanvraag voor de tegemoetkoming wordt door de werkende bij de SVB ingediend door middel van een door de SVB beschikbaar gesteld aanvraagformulier, dat door de werkende wordt ondertekend.

2.

Na advisering door het ISBG bedoeld in artikel 15, stelt de SVB vast of voor de werkende recht op een tegemoetkoming bestaat.

3.

In bijzondere gevallen kan de SVB toestaan dat een aanvraag wordt ingediend anders dan door middel van het aanvraagformulier, bedoeld in het eerste lid, zo nodig onder het stellen van voorwaarden.

4.

Indien de werkende voor meer ernstige aandoeningen een aanvraag voor de tegemoetkoming indient, wordt in overleg met de werkende de volgorde van behandeling bepaald door de SVB. Daarbij wordt de werkende in de gelegenheid gesteld zijn voorkeur voor de volgorde van behandeling aan te geven. De behandeling van de tweede en eventuele volgende aanvragen wordt opgeschort totdat de SVB op de eerste aanvraag een besluit heeft genomen.

5.

Indien de aanvraag of de ondersteunende documenten in een andere taal dan de Nederlandse taal zijn gesteld, wordt op verzoek van de SVB of het ISBG zo nodig een vertaling in het Nederlands overgelegd die is opgesteld door een beëdigd vertaler. Indien de SVB of het ISBG daarmee instemt, kan een vertaling van de aanvraag of de ondersteunende documenten in een andere taal dan het Nederlands worden overgelegd. Afschriften van de ondersteunende documenten in een andere taal dan het Nederlands zijn gewaarmerkt.

6.

De termijn, bedoeld in artikel 4:13, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, waarbinnen de SVB een besluit dient te nemen over de aanvraag is 16 weken. Deze termijn kan eenmalig met ten hoogste 16 weken worden verlengd.

7.

Indien de SVB vaststelt dat de werkende één of meer van de gegevens, noodzakelijk voor het vaststellen van het recht op de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 4, eerste lid, niet heeft verstrekt, stelt de SVB de werkende in de gelegenheid het ontbrekende gegeven of de ontbrekende gegevens alsnog binnen acht weken te verstrekken. Wordt het gegeven of worden de gegevens niet binnen die acht weken verstrekt, dan wordt de aanvraag buiten behandeling gelaten.

Artikel 9. Overlijden na aanvraag tegemoetkoming
1.

De behandeling van de aanvraag wordt in de situatie dat de werkende is overleden nadat de aanvraag is ingediend door de werkende, doch voordat op de aanvraag is beslist, ten behoeve van de nabestaanden voortgezet, tenzij deze schriftelijk aan de SVB te kennen geven daarop geen prijs te stellen.

2.

Indien er meer dan één nabestaande is, dragen de nabestaanden er zorg voor dat aan één van hen een volmacht wordt verleend tot vertegenwoordiging ten behoeve van de uitvoering van deze regeling, het in ontvangst nemen van de tegemoetkoming daarbij inbegrepen.

Artikel 10. Informatieverplichtingen aanvraag tegemoetkoming
1.

De werkende verstrekt de SVB, het ISBG en de door het ISBG aangewezen personen of instellingen bij de indiening van de aanvraag voor een tegemoetkoming in ieder geval de bewijsstukken die noodzakelijk zijn om te beoordelen of de werkende een ernstige aandoening heeft die als beroepsziekte te kwalificeren kan zijn, waaronder in ieder geval een door een bevoegde arts vastgestelde diagnose van de ernstige aandoening.

2.

In verband met de voorwaarde dat de werkende aannemelijk maakt dat de ernstige aandoening is veroorzaakt door blootstelling aan één of meer gevaarlijke stoffen bij het verrichten van arbeid als werkende, verstrekt de werkende aan de SVB, het ISBG en de door het ISBG aangewezen personen of instellingen, bij de indiening van de aanvraag om een tegemoetkoming, de inlichtingen en zo mogelijk bewijsstukken omtrent:

3.

De werkende verstrekt de SVB, het ISBG en de door het ISBG aangewezen personen of instellingen op verzoek of uit eigen beweging de overige inlichtingen en bewijsstukken die nodig zijn voor de uitvoering van deze regeling en verleent ook de medewerking die redelijkerwijs vereist is.

4.

Indien de aanvraag om een tegemoetkoming van de werkende na diens overlijden wordt voortgezet ten behoeve van de nabestaanden, is dit artikel op hen van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk 4. Betaling en terugvordering

Artikel 11. Uitbetaling
1.

De SVB betaalt een tegemoetkoming zo spoedig mogelijk uit aan de werkende.

2.

Indien artikel 9, tweede lid, van toepassing is, betaalt de SVB de tegemoetkoming zo spoedig mogelijk na ontvangst van een volmacht uit aan de nabestaande.

Artikel 12. Herziening, intrekking en terugvordering
1.

De SVB herziet een besluit tot toekenning van een tegemoetkoming of trekt dat in, indien degene aan wie de tegemoetkoming is toegekend of de nabestaande hiervan:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.