Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 25 november 2022, nr. 2022-0000185147, tot verlening van een tegemoetkoming aan werkenden en voormalig werkenden die lijden aan een beroepsziekte als gevolg van blootstelling aan gevaarlijke stoffen bij het verrichten van arbeid (Regeling tegemoetkoming stoffengerelateerde beroepsziekten)
Gelet op de artikelen 3, eerste lid, en 9 van de Kaderwet SZW-subsidies, en 34a van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
BESLUIT:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
- –. beroepsziekte: een ernstige aandoening die vermeld is op de bij deze regeling behorende Lijst beroepsziekten, opgenomen in de bijlage;
- –. Deskundigenpanel: Deskundigenpanel beroepsziekten als bedoeld in de artikelen 4 en 15;
- –. gevaarlijke stof: een stof die vermeld is op de bij deze regeling behorende Lijst beroepsziekten, opgenomen in de bijlage;
- –. ISBG: stichting Instituut Slachtoffers Beroepsziekten door Gevaarlijke stoffen, gevestigd te ’s-Gravenhage;
- –. Bureau Lexces: Bureau Landelijk Expertisecentrum Stoffengerelateerde Beroepsziekten, ondergebracht bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, gevestigd te Bilthoven;
- –. minister: Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
- –. nabestaanden:
- a. de langstlevende van de echtgenoten;
- b. bij ontstentenis van de onder a bedoelde persoon, de minderjarige kinderen, tot wie de overledene in familierechtelijke betrekking stond;
- c. bij ontstentenis van de onder a en b bedoelde personen, de personen met wie de overledene in gezinsverband leefde;
- d. bij ontstentenis van de onder a, b en c bedoelde personen, de erfgenamen, bedoeld in Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek, mits een verklaring van erfrecht wordt overgelegd;
- –. opdrachtgever: natuurlijke persoon of rechtspersoon voor wie de zelfstandige zonder personeel arbeid in Nederland verricht of heeft verricht krachtens een overeenkomst, waarop Nederlands recht van toepassing is of was, niet zijnde een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 610, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;
- –. SVB: Sociale verzekeringsbank, genoemd in hoofdstuk 6 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
- –. uitkeringslasten: de kosten van het aantal tegemoetkomingen dat is uitgekeerd;
- –. uitvoeringskosten:
- a. kosten die door de SVB zijn gemaakt bij het uitvoeren van deze regeling; en
- b. vergoedingen die door de SVB aan het ISBG worden verstrekt voor de advisering ten behoeve van deze regeling;
- –. werkende: werknemer of zelfstandige zonder personeel;
- –. werkgever: natuurlijke persoon of rechtspersoon voor wie de werknemer arbeid in Nederland verricht of heeft verricht krachtens een Nederlandse publiekrechtelijke aanstelling of een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 610, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, waarop Nederlands recht van toepassing is of was;
- –. werknemer: degene die voor een natuurlijke persoon of rechtspersoon arbeid in Nederland verricht of heeft verricht krachtens een Nederlandse publiekrechtelijke aanstelling of een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 610, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, waarop Nederlands recht van toepassing is of was;
- –. zelfstandige zonder personeel: degene die zonder werknemer, werkgever of opdrachtgever te zijn, voor een natuurlijke persoon of rechtspersoon arbeid in Nederland verricht of heeft verricht krachtens een overeenkomst, waarop Nederlands recht van toepassing is of was.
In deze regeling wordt met echtgenoot gelijkgesteld de geregistreerde partner en de persoon die op grond van artikel 1, derde lid, onder a, en vierde tot en met zevende lid, van de Algemene Ouderdomswet en de daarop berustende bepalingen, mede als zodanig wordt aangemerkt.
In deze regeling wordt niet als echtgenoot aangemerkt degene die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie de echtgenoot gehuwd is.
Artikel 2. Arbeid aan, op of in een schip of luchtvaartuig
Arbeid die wordt verricht aan, op of in schepen of luchtvaartuigen die op het moment van de arbeid hun thuishaven hadden in Nederland, wordt ook aangemerkt als in Nederland verrichte arbeid.
Artikel 3. Verhouding tot aansprakelijkheid
Een tegemoetkoming uit hoofde van deze regeling houdt geen erkenning van aansprakelijkheid door de Staat der Nederlanden in.
Hoofdstuk 2. Het recht op en de hoogte van de tegemoetkoming
Artikel 4. Recht op een tegemoetkoming
De werkende heeft eenmalig recht op een tegemoetkoming, indien:
- a. het Deskundigenpanel, met inachtneming van het afwegingskader causaliteit en de bijbehorende protocollen beroepsziekten heeft beoordeeld of:
- 1°. sprake is van een ernstige aandoening die ten tijde van de aanvraag voor de tegemoetkoming vermeld is op de Lijst beroepsziekten, opgenomen in de bijlage; en
- 2°. voorshands aannemelijk is dat deze ernstige aandoening in het geval van de aanvrager het gevolg is van blootstelling aan één of meer gevaarlijke stoffen bij het verrichten van de arbeid; en
- b. de werkende geen betaling in verband met deze ernstige aandoening van één of meer werkgevers of opdrachtgevers heeft ontvangen gelijk aan of hoger dan het bedrag van de tegemoetkoming, ongeacht de vorm waarin de betaling is gedaan en de aard van de kosten waarin de betaling voorziet.
Het afwegingskader causaliteit en de bijbehorende protocollen beroepsziekten worden op voordracht van de Adviescommissie Lijst beroepsziekten, bedoeld in het Instellingsbesluit Adviescommissie Lijst beroepsziekten, door de minister vastgesteld en gepubliceerd in de Staatscourant. De vindplaats in de Staatscourant van het geldende afwegingskader en de geldende protocollen worden opgenomen in de bijlage bij deze regeling.
Indien de werkende na ontvangst van een tegemoetkoming tevens een betaling, van de werkgever dan wel opdrachtgever ontvangt in verband met dezelfde ernstige aandoening als waarvoor de tegemoetkoming is toegekend, ongeacht de vorm waarin de betaling is gedaan en de aard van de kosten waarin de betaling voorziet:
- a. doet de werkende aan de SVB onverwijld mededeling van ontvangst van deze betaling; en
- b. betaalt de werkende de tegemoetkoming voor het geheel of, wanneer de betaling lager is dan de verleende tegemoetkoming, de tegemoetkoming voor dat deel binnen twaalf weken na ontvangst van de betaling terug aan de SVB.
De werkende heeft geen recht op een tegemoetkoming op grond van deze regeling indien de werkende een tegemoetkoming of voorschot heeft ontvangen of een aanvraag om een tegemoetkoming voor dezelfde ernstige aandoening onherroepelijk is afgewezen op grond van:
- b. de Regeling tegemoetkoming niet-loondienstgerelateerde slachtoffers van mesothelioom en asbestose;
- d. het Reglement eenmalige uitkering silicosevergoeding oud-mijnwerkers. De werkende heeft evenmin recht op een tegemoetkoming indien een aanvraag voor een tegemoetkoming op grond van een van de genoemde regelingen is ingediend en op die aanvraag niet onherroepelijk is beslist.
Artikel 5. Recht op tegemoetkoming nabestaanden
De nabestaanden hebben, onder dezelfde voorwaarden, in plaats van de werkende recht op een tegemoetkoming indien de werkende is overleden nadat de aanvraag is ingediend door de werkende, doch voordat op de aanvraag is beslist, en de werkende recht op een tegemoetkoming zou hebben gehad.
Artikel 6. Hoogte tegemoetkoming. Algemeen
De eenmalige tegemoetkoming bedraagt € 27.030.
Indien een of meer werkgevers of een of meer opdrachtgevers een bedrag hebben betaald aan de werkende in verband met dezelfde ernstige aandoening, of indien de werkende betalingen heeft ontvangen als bedoeld in artikel 7, dat in totaal lager is dan het bedrag van de tegemoetkoming, wordt de hoogte van de tegemoetkoming vastgesteld op het positieve verschil tussen de ontvangen bedragen en het bedrag, genoemd in het eerste lid, ongeacht de vorm waarin de betaling is gedaan en de aard van de kosten waarin de betaling voorziet.
Voor de toepassing van het tweede lid wordt als maatstaf genomen de hoogte van de betalingen nadat daarop de verschuldigde belasting op grond van de Wet inkomstenbelasting 2001 en premies voor de volksverzekeringen op grond van de Wet financiering sociale verzekeringen in mindering zijn gebracht.
Artikel 7. Hoogte tegemoetkoming. Arbeid voor de werkgever of opdrachtgever verricht buiten Nederland
Indien de werkende ook vanwege voor een werkgever of opdrachtgever verrichte arbeid buiten Nederland een betaling heeft ontvangen van deze werkgever of opdrachtgever in verband met dezelfde ernstige aandoening, wordt bij de vaststelling van het recht op een tegemoetkoming op overeenkomstige wijze gehandeld als bij de toepassing van artikel 6, tweede lid.
Hoofdstuk 3. Het geldend maken van het recht op tegemoetkoming
Artikel 8. Aanvraag tegemoetkoming
De aanvraag voor de tegemoetkoming wordt door de werkende bij de SVB ingediend door middel van een door de SVB beschikbaar gesteld aanvraagformulier, dat door de werkende wordt ondertekend.
Na advisering door het ISBG bedoeld in artikel 15, stelt de SVB vast of voor de werkende recht op een tegemoetkoming bestaat.
In bijzondere gevallen kan de SVB toestaan dat een aanvraag wordt ingediend anders dan door middel van het aanvraagformulier, bedoeld in het eerste lid, zo nodig onder het stellen van voorwaarden.
Indien de werkende voor meer ernstige aandoeningen een aanvraag voor de tegemoetkoming indient, wordt in overleg met de werkende de volgorde van behandeling bepaald door de SVB. Daarbij wordt de werkende in de gelegenheid gesteld zijn voorkeur voor de volgorde van behandeling aan te geven. De behandeling van de tweede en eventuele volgende aanvragen wordt opgeschort totdat de SVB op de eerste aanvraag een besluit heeft genomen.
Indien de aanvraag of de ondersteunende documenten in een andere taal dan de Nederlandse taal zijn gesteld, wordt op verzoek van de SVB of het ISBG zo nodig een vertaling in het Nederlands overgelegd die is opgesteld door een beëdigd vertaler. Indien de SVB of het ISBG daarmee instemt, kan een vertaling van de aanvraag of de ondersteunende documenten in een andere taal dan het Nederlands worden overgelegd. Afschriften van de ondersteunende documenten in een andere taal dan het Nederlands zijn gewaarmerkt.
De termijn, bedoeld in artikel 4:13, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, waarbinnen de SVB een besluit dient te nemen over de aanvraag is 16 weken. Deze termijn kan eenmalig met ten hoogste 16 weken worden verlengd.
Indien de SVB vaststelt dat de werkende één of meer van de gegevens, noodzakelijk voor het vaststellen van het recht op de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 4, eerste lid, niet heeft verstrekt, stelt de SVB de werkende in de gelegenheid het ontbrekende gegeven of de ontbrekende gegevens alsnog binnen acht weken te verstrekken. Wordt het gegeven of worden de gegevens niet binnen die acht weken verstrekt, dan wordt de aanvraag buiten behandeling gelaten.
Artikel 9. Overlijden na aanvraag tegemoetkoming
De behandeling van de aanvraag wordt in de situatie dat de werkende is overleden nadat de aanvraag is ingediend door de werkende, doch voordat op de aanvraag is beslist, ten behoeve van de nabestaanden voortgezet, tenzij deze schriftelijk aan de SVB te kennen geven daarop geen prijs te stellen.
Indien er meer dan één nabestaande is, dragen de nabestaanden er zorg voor dat aan één van hen een volmacht wordt verleend tot vertegenwoordiging ten behoeve van de uitvoering van deze regeling, het in ontvangst nemen van de tegemoetkoming daarbij inbegrepen.
Artikel 10. Informatieverplichtingen aanvraag tegemoetkoming
De werkende verstrekt de SVB, het ISBG en de door het ISBG aangewezen personen of instellingen bij de indiening van de aanvraag voor een tegemoetkoming in ieder geval de bewijsstukken die noodzakelijk zijn om te beoordelen of de werkende een ernstige aandoening heeft die als beroepsziekte te kwalificeren kan zijn, waaronder in ieder geval een door een bevoegde arts vastgestelde diagnose van de ernstige aandoening.
In verband met de voorwaarde dat de werkende aannemelijk maakt dat de ernstige aandoening is veroorzaakt door blootstelling aan één of meer gevaarlijke stoffen bij het verrichten van arbeid als werkende, verstrekt de werkende aan de SVB, het ISBG en de door het ISBG aangewezen personen of instellingen, bij de indiening van de aanvraag om een tegemoetkoming, de inlichtingen en zo mogelijk bewijsstukken omtrent:
- a. de blootstelling aan de gevaarlijke stof of stoffen bij het verrichten van arbeid als werkende;
- b. de periode gedurende welke die blootstelling aan de gevaarlijke stof of stoffen heeft plaatsgevonden; en
- c. degenen die in verband met de arbeid waarbij de blootstelling aan de gevaarlijke stof of stoffen heeft plaatsgevonden als werkgever dan wel als opdrachtgever worden aangemerkt.
De werkende verstrekt de SVB, het ISBG en de door het ISBG aangewezen personen of instellingen op verzoek of uit eigen beweging de overige inlichtingen en bewijsstukken die nodig zijn voor de uitvoering van deze regeling en verleent ook de medewerking die redelijkerwijs vereist is.
Indien de aanvraag om een tegemoetkoming van de werkende na diens overlijden wordt voortgezet ten behoeve van de nabestaanden, is dit artikel op hen van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk 4. Betaling en terugvordering
Artikel 11. Uitbetaling
De SVB betaalt een tegemoetkoming zo spoedig mogelijk uit aan de werkende.
Indien artikel 9, tweede lid, van toepassing is, betaalt de SVB de tegemoetkoming zo spoedig mogelijk na ontvangst van een volmacht uit aan de nabestaande.
Artikel 12. Herziening, intrekking en terugvordering
De SVB herziet een besluit tot toekenning van een tegemoetkoming of trekt dat in, indien degene aan wie de tegemoetkoming is toegekend of de nabestaande hiervan:
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.