Regeling van het College voor toetsen en examens van 28 november 2022, nummer CvTE-22.00976, houdende vaststelling van het beoordelingskader voor de doorstroomtoets in het primair onderwijs (Regeling beoordelingskader doorstroomtoets PO)

Type ZBO-regeling
Publication 2026-01-06
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 3a, eerste lid, onderdeel g, van de Wet College voor toetsen en examens;

Gezien de goedkeuring van de Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs, gegeven op 4 november 2022, nummer 1303595,

Besluit:

Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel VIII, onderdeel B, van de Wet van 9 februari 2022 tot wijziging van een aantal onderwijswetten in verband met aanpassingen op het gebied van de doorstroom van het basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs en wijziging van de stelselinrichting van doorstroomtoetsen en toetsen verbonden aan leerling- en onderwijsvolgsystemen in het basisonderwijs (Stb. 2022, 135) in werking treedt.

Artikel 1. Beoordelingskader

Het beoordelingskader voor de doorstroomtoets als bedoeld in artikel 3a, eerste lid, onderdeel g van de Wet College voor toetsen en examens wordt vastgesteld als opgenomen in de bijlage van deze regeling.

Artikel 2

De technische specificaties voor de levering van de gegevens voor de beoordeling van de doorstroomtoetsen staan in het handboek normering en het handboek gezamenlijk anker.

Artikel 3. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop artikel VIII, onderdeel B, van de Wet van 9 februari 2022 tot wijziging van een aantal onderwijswetten in verband met aanpassingen op het gebied van de doorstroom van het basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs en wijziging van de stelselinrichting van doorstroomtoetsen en toetsen verbonden aan leerling- en onderwijsvolgsystemen in het basisonderwijs (Stb. 2022, 135) in werking treedt.

Artikel 4. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling beoordelingskader doorstroomtoets PO.

Bijlage 1. Beoordelingskader voor de doorstroomtoets

Bijlage behorende bij artikel 1 van de Regeling beoordelingskader doorstroomtoets PO.

1. Inleiding

1.1. Begrippen en definities

1.2. Reikwijdte

Sinds het schooljaar 2014–2015 zijn scholen in het primair onderwijs verplicht in groep 8 een eindtoets Nederlandse taal en Rekenen af te nemen. Per 1 januari 2023 is de eindtoets vervangen door de doorstroomtoets. De Wet doorstroomtoets po schrijft voor dat het College voor Toetsen en Examens (CvTE) als wettelijke taak heeft om doorstroomtoetsen te erkennen. Doorstroomtoetsen die het CvTE erkent, worden voor een periode van vier jaar toegelaten tot het primair onderwijs.

Het CvTE maakt voor het erkennen van een doorstroomtoets gebruik van een adviseur. De adviseur baseert diens advies op het beoordelingskader vastgesteld met deze regeling.

Op basis van het advies van de adviseur stelt het CvTE tevens jaarlijks vast of de erkende doorstroomtoets voor dat jaar voldoet aan de criteria van de Regeling beoordelingskader doorstroomtoetsen po.

Bij het beoordelen van extra kennisgebieden, buiten de verplichte en optionele domeinen van de terreinen Nederlandse taal en Rekenen, oordeelt het CvTE of ook dat deel van de toets inhoudelijk valide en betrouwbaar is en of het van een deugdelijke normering is voorzien. Voor de beoordeling van dit deel worden de toetsbare onderdelen van dit beoordelingskader toegepast.

Het CvTE beoordeelt ook de door de overheid aangeboden calamiteitentoets1https://www.eerstekamer.nl/behandeling/20210907/gewijzigd_amendement_van_het_lid/document3/f=/vlmnj6ccx4n2.pdf. Vanwege de bijzondere aard van de calamiteitentoets, bestaat de jaarlijkse vaststelling slechts uit een inhoudelijke check op actualiteiten en de kalibratie. Indien de calamiteitentoets in enig jaar moet worden ingezet, wordt een nieuwe toets voor het daarop volgende jaar ontwikkeld. Deze moet dan opnieuw erkend te worden door het CvTE.

Voor een adaptieve doorstoomtoets op moduleniveau (MST) hanteert de aanbieder jaarlijks een adequate verversingsstrategie voor de opgaven van de itembank, passend bij de mate van adaptiviteit.

Deze regeling geeft een beoordelingskader voor de erkenning en jaarlijkse vaststelling van de doorstroomtoets primair onderwijs, ten aanzien van de toepassing van de psychometrische, onderwijskundige en organisatorische aspecten van de toets als bedoeld in artikel 3a, eerste lid aanhef en onder g van de Wet College voor toetsen en examens. Het CvTE betrekt bij zijn beoordeling niet of de aanbieder voldoet aan andere wet- en regelgeving zoals die geldt voor het gebruik van intellectueel eigendom of die geldt op grond van de Artificial Intelligence-verordening.

1.4. Wat minimaal aan te leveren bij een indiening?

Het CvTE controleert of alle gegevens en bescheiden als bedoeld in de paragrafen 1.4.1 t/m 1.4.2 en eventueel paragrafen 1.4.3 t/m 1.4.4 zijn aangeleverd bij het indienen van de aanvraag. Indien dit het geval is, zal de adviseur worden ingeschakeld voor het opstellen van een advies op basis van de kwaliteitseisen in hoofdstuk 3, 4 en 5. De adviseur kan vaststellen dat hij nog informatie mist om de aanvraag te kunnen beoordelen. Het CvTE zal dan vragen aan de aanbieder het gebrek in de aanvraag (alsnog) te herstellen. Het CvTE kan dan de indiening buiten behandeling laten als de toetsaanbieder het gebrek in de aanvraag binnen de termijn die hij hiervoor krijgt niet herstelt.

1.4.1. Aan te leveren documentatie

1.4 Het aanleveren van items

Een aanbieder heeft de mogelijkheid om voor verschillende wijzen van afname (bijv. digitaal en papier) een erkenning of vaststelling aan te vragen (naast de optie om verschillende wijzen van afname in één aanvraag in te dienen bij het CvTE). Indien een aanbieder hiervoor kiest, moet de aanbieder ook daadwerkelijk meerdere aanvragen in te dienen, in separate mappen op de terminal server, met separaat ingevulde leeswijzers. Allebei de aanvragen krijgen dan ook separaat een erkenning of vaststelling. Deze aanvragen moeten volledig onafhankelijk van elkaar kunnen worden beoordeeld. Dat wil zeggen dat de ene afnamemodus bijvoorbeeld niet de terugvaloptie kan zijn van de andere afnamemodus. Dit zou namelijk betekenen dat als de ene afnamemodus niet wordt erkend of vastgesteld, dit ervoor zorgt dat door de afhankelijkheid de andere afnamemodus ook niet kan worden erkend of vastgesteld.

In het geval van een lineaire digitale toets:

3.2. Inhoudsvaliditeit doorstroomtoets

In het geval van een papieren toets:

In het geval van een lineaire digitale toets:

In het geval van een MST:

In het geval van een CAT:

In het geval van aparte varianten van de doorstroomtoets voor leerlingen met specifieke ondersteuningsbehoeften:

Toelichting V3:Een adviseur evalueert in opdracht van het CvTE of de toetsopgaven van in ieder geval de wettelijk verplichte domeinen van Nederlandse taal en rekenen én de optionele domeinen van Nederlandse taal in de toets voldoen aan de constructievoorschriften voor toetsvragen, zoals beschreven in de Checklist voor het beoordelen van de kwaliteit van observatie-categorieën en toetsopgaven.

Het aanleveren van data t.b.v. de landelijke normering is alleen van toepassing voor al eerder afgenomen doorstroomtoetsen. De aanvrager moet minimaal de data verstrekken of heeft de data al verstrekt ten behoeve van de landelijke normering zoals uiteengezet in hoofdstuk 3.2 t/m 3.2.7 van de Regeling Beoordelingsnormen Doorstroomtoetsen PO.

1.4.4. Optioneel: het aanleveren van data t.b.v. toelatings- en doorstroomonderzoek

Het aanleveren van data t.b.v. toelatings- en doorstroomonderzoek is alleen van toepassing voor al eerder afgenomen doorstroomtoetsen. De aanvrager moet minimaal de data verstrekken of heeft de data al verstrekt ten behoeve van toelatings- en doorstroomonderzoek zoals uiteengezet in hoofdstuk 5.1 t/m 5.4.2 van de Regeling Beoordelingsnormen Doorstroomtoetsen PO.

Beslisregel: Om aan deze categorie kwaliteitseisen te voldoen, dienen alle vragen met JA te worden beantwoord.

Het beoordelingsformat bevat de volgende drie inhoudelijke onderdelen, die enkele onderliggende thema’s bevatten:

Toelichting V2: De toetsmatrijs is voor wat betreft het wettelijk verplichte domein Lezen en subdomein Taalverzorging van het terrein Nederlandse taal en het terrein Rekenen én de, indien van toepassing, optionele (sub)domeinen van Nederlandse taal een adequate representatie van het meetdoel. Dat betekent eveneens dat er via de toetsmatrijs wordt voldaan aan de eisen uit de Toetswijzer PO.

3.1. Inleiding

In de volgende paragrafen worden de vakinhoudelijke kwaliteitseisen uitgewerkt voor de wettelijk verplichte domeinen Lezen en Begrippenlijst en Taalverzorging, daaronder niet begrepen het subdomein Begrippenlijst, van het terrein Nederlandse taal en de wettelijk verplichte domeinen Getallen, Verhoudingen, Meten en Meetkunde en Verbanden van het terrein Rekenen én de optionele domeinen Schrijven en Mondelinge taalvaardigheid en het eveneens optionele subdomein Begrippenlijst van het terrein Nederlandse taal, in lijn met het Toetsbesluit PO, de Wet doorstroomtoetsen po en zoals vastgesteld in het Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en Rekenen. Voor alle wettelijk verplichte en optionele (sub)domeinen zijn in deze regeling kwaliteitseisen geformuleerd.

3.4.1. Wettelijk verplicht domein: Lezen

Toelichting V4: De constructievoorschriften voor toetsvragen staan beschreven in de Checklist voor het beoordelen van de kwaliteit van observatie-categorieën en toetsopgaven. Alle toetsopgaven dienen hieraan te voldoen – inclusief eventuele zaai-opgaven – van in ieder geval het wettelijk verplichte domein Lezen en subdomein Taalverzorging van het terrein Nederlandse taal en het terrein Rekenen én de, indien van toepassing, optionele (sub)domeinen van Nederlandse taal.

A. Subdomein Zakelijke Teksten

Toelichting V1: De toetsmatrijs is voor wat betreft het wettelijk verplichte domein Lezen en subdomein Taalverzorging van het terrein Nederlandse taal en het terrein Rekenen én de, indien van toepassing, optionele (sub)domeinen van Nederlandse taal een adequate representatie van het meetdoel. Dat betekent eveneens dat er via de toetsmatrijs wordt voldaan aan de eisen uit de Toetswijzer PO.

Er is sprake van een adequate representatie wanneer de toetstermen het meetdoel representeren. Dit blijkt uit het gegeven dat:

Toelichting V2: In de Checklist voor het beoordelen van de kwaliteit van observatie-categorieën en toetsopgaven staan de constructievoorschriften voor toetsvragen en de vijf kwaliteitscriteria (relevantie, objectiviteit, efficiëntie, specificiteit en neutraliteit) beschreven. De toetsopgaven moeten hieraan voldoen – inclusief eventuele zaai-opgaven – van in ieder geval het wettelijk verplichte domein Lezen en subdomein Taalverzorging van het terrein Nederlandse taal en het terrein Rekenen én de, indien van toepassing, optionele (sub)domeinen van Nederlandse taal. Indien in de doorstroomtoets ook optionele productieve vaardigheden worden getoetst, levert de aanbieder een beoordelaarsschema in, aangevuld met informatie over de beoordelaarsovereenstemming.

In het geval een item niet voldoet aan de kwaliteitscriteria voor inhoudsvaliditeit, moet het betreffende item te worden verwijderd of vervangen. Indien de adviseur twijfelt over de mate waarin een item voldoet aan de kwaliteitscriteria, wordt de aanbieder verzocht om te reflecteren op de kwaliteit. Daarnaast moet de aanbieder beargumenteren door middel van een inhoudelijke en psychometrische onderbouwing waarom de toetsopgave wel óf niet volledig voldoet aan de kwaliteitscriteria. Dit kan resulteren in één van de volgende opties:

Indien een opgave op basis van punt 2 of 3 wordt behouden, moet deze toetsopgave bij de afname gemonitord te worden door de toetsaanbieder. Na de operationele afname analyseert de toetsaanbieder het functioneren van deze toetsopgave (KF2).

In iedere doorstroomtoets worden voor wat betreft het terrein Nederlandse taal de wettelijk verplichte domeinen Lezen (§ 3.4.1) en Begrippenlijst en Taalverzorging, daaronder niet begrepen het subdomein Begrippenlijst, (§ 3.4.2) getoetst. Aanvullend hierop kunnen optioneel één of meerdere van de domeinen Schrijven (§ 3.4.3) en Mondelinge taalvaardigheid (§ 3.4.4) en het subdomein Begrippenlijst (§ 3.4.5) worden getoetst. De gestelde vakinhoudelijke kwaliteitseisen voor deze vijf onderdelen en de vereiste verdeling van de toetsopgaven over de (sub)domeinen in de toetsmatrijs en de toetssamenstelling zijn opgenomen in de Toetswijzer PO.

3.4.1. Wettelijk verplicht domein: Lezen

Beslisregel:

Beslisregel:

Om aan deze categorie kwaliteitseisen te voldoen, gelden de volgende beslisregels:

Taken:

Relatieve verdeling:

Toelichting RL1 t/m RL7: Deze kwaliteitscriteria zijn van toepassing voor lineaire toetsen en adaptieve toetsen waarvan het aantal aangeboden toetsopgaven niet per leerling verschilt (MST). De toetsaanbieder toont aan hoe de percentages uit de kwaliteitscriteria RL1 t/m RL7 in een lineaire toets of in het geval van een MST per toetspad worden gegarandeerd.

3.4.2. Wettelijk verplicht domein: Taalverzorging

Toelichting L3.7: Evenwichtig wil zeggen dat de in L3.1 tot en met L3.5 (en eventueel L3.6) genoemde kenmerken gezamenlijk een representatieve weergave zijn van de inhoud van het betreffende subdomein van het terrein Nederlandse taal.

Taken:

Tekstkenmerken:

Kenmerken van de taakuitvoering:

Toelichting L1.1 t/m L1.3: Tenminste twee van de drie taken moeten in de doorstroomtoets worden opgenomen.

3.4.3. Optioneel domein: Schrijven

Toelichting L1 t/m L3: Hierbij zijn de beschrijvingen op niveau 1F en 2F in het Referentiekader (2010, p. 12–14) leidend.

Toelichting L6.4: Evenwichtig wil zeggen dat de in L6.1 en L6.2 (en eventueel L6.3) genoemde kenmerken gezamenlijk een representatieve weergave zijn van de inhoud van het betreffende subdomein van het terrein Nederlandse taal.

Taken:

Tekstkenmerken:

Kenmerken van de taakuitvoering:

Toelichting L6.4: Alleen van toepassing bij een digitale adaptieve toets (CAT of MST). Naast het algoritme of module-design moet de werking van de beslisregel worden aangetoond door middel van het opleveren van enkele (voorbeeld)toetspaden, zoals die door de beslisregel worden gegenereerd.

Om aan deze categorie kwaliteitseisen te voldoen, dienen de vragen TV1.1 t/m TV1.7a met JA of N.V.T. te worden beantwoord.

Beslisregel:

Om aan deze categorie kwaliteitseisen te voldoen, gelden de volgende beslisregels:

Relatieve verdeling en verschillende categorieën:

Toelichting TV1 t/m TV4: Deze kwaliteitscriteria zijn van toepassing voor lineaire toetsen en adaptieve toetsen waarvan het aantal aangeboden toetsopgaven niet per leerling verschilt (MST). De toetsaanbieder toont aan hoe de percentages uit de kwaliteitscriteria TV1 t/m TV4 in een lineaire toets of in het geval van een MST per toetspad worden gegarandeerd.

Toelichting TV5: Dit kwaliteitscriterium is van toepassing op adaptieve toetsen waarvan het aantal aangeboden toetsopgaven per leerling verschilt (CAT). Voor deze adaptieve toetsen zijn de genoemde percentages uit kwaliteitscriteria TV1 t/m TV4 niet te garanderen voor elke leerling. De toetsaanbieder verantwoordt daarom adequaat hoe deze toch streeft voor elke leerling de percentages uit de kwaliteitscriteria TV1 t/m TV4 te bewerkstelligen. En ook uitgebreid in te gaan en te reflecteren op mogelijk situaties – in toetspaden – waarin deze percentages niet aan een leerling worden aangeboden.

3.4.4. Optioneel domein: Mondelinge taalvaardigheid

3.3.3. Optioneel domein: Schrijven

A. Subdomein Gesprekken

Om aan deze categorie kwaliteitseisen te voldoen, gelden de volgende beslisregels:

Taken:

Kenmerken van de taakuitvoering:

Toelichting S1 en S2: Hierbij zijn de beschrijvingen op niveau 1F en 2F in het Referentiekader (2010) leidend.

Beslisregel schrijven directe meting:

Om aan deze categorie kwaliteitseisen te voldoen, gelden de volgende beslisregels:

3.4.4. Optioneel domein: Mondelinge taalvaardigheid

Kenmerken van de taakuitvoering:

Toelichting S3.1 t/m S3.3: Minimaal één taak per categorie in de doorstroomtoets moet worden opgenomen.

Toelichting S3 en S4: Hierbij zijn de beschrijvingen op niveau 1F en 2F in het Referentiekader (2010) leidend.

Kenmerken van de taakuitvoering:

Toelichting M1.1 en M1.2: Tenminste één van de twee taken dient in de doorstroomtoets te worden opgenomen.

Kwaliteitseisen mondelinge taalvaardigheid via directe meting

A. Subdomein Gesprekken

Taken:

Kenmerken van de taakuitvoering:

Toelichting M1.1 en M1.2: Tenminste één van de twee taken moet in de doorstroomtoets worden opgenomen.

Toelichting M1 en m2: Hierbij zijn de beschrijvingen op niveau 1F en 2F in het Referentiekader (2010) leidend.

Beslisregel mondelinge taalvaardigheid indirecte meting, subdomein Spreken:

Om aan deze categorie kwaliteitseisen te voldoen, gelden de volgende beslisregels:

B. Subdomein Luisteren

Kenmerken van de taakuitvoering:

Toelichting M3 en M4: Hierbij zijn de beschrijvingen op niveau 1F en 2F in het Referentiekader (2010) leidend.

Toelichting M5 en M6: Hierbij zijn de beschrijvingen op niveau 1F en 2F in het Referentiekader (2010) leidend.

Beslisregel mondelinge taalvaardigheid directe meting, subdomein Gesprekken:

Om aan deze categorie kwaliteitseisen te voldoen, gelden de volgende beslisregels:

Taken:

C. Subdomein Spreken

Toelichting M5.1 en M5.2: Tenminste één van de twee taken moet in de doorstroomtoets zijn opgenomen.

Toelichting M5 en M6: Hierbij zijn de beschrijvingen op niveau 1F en 2F in het Referentiekader (2010) leidend.

Beslisregel mondelinge taalvaardigheid directe meting, subdomein Luisteren:

Om aan deze categorie kwaliteitseisen te voldoen, gelden de volgende beslisregels:

Taken:

3.4.5. Optioneel domein: Begrippenlijst

Toelichting M7.1 t/m M7.3: Twee van de drie taken moeten in de doorstroomtoets worden opgenomen.

Toelichting bij M7 en M8: Hierbij zijn de beschrijvingen op niveau 1F en 2F in het Referentiekader (2010) leidend.

Beslisregel mondelinge taalvaardigheid directe meting, subdomein Spreken:

3.5. Terrein rekenen

Taken:

Kenmerken van de taakuitvoering:

3.5.1. Verdeling toetsopgaven over domeinen in toetsmatrijs en toetssamenstelling

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.