← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Minister van Economische Zaken en Klimaat van 18 december 2022, nr. WJZ/ 22555196, tot het verstrekken van subsidies ter uitvoering van beleid gericht op de bevordering van de innovatie- en concurrentiekracht van Nederlandse regio’s (Subsidieregeling exploitatiesubsidie ROM’s)

Geldende tekst a fecha 2023-11-02

Gelet op artikel 3 van de Kaderwet EZK- en LNV-subsidies;

Besluit:

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. (begripsomschrijvingen)

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. (boekjaarsubsidie)

Afdeling 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing.

§ 2. Exploitatiesubsidie

Artikel 3. (verstrekking subsidie)

De minister verstrekt jaarlijks op aanvraag exploitatiesubsidie aan een regionale ontwikkelingsmaatschappij, voor niet-economische activiteiten die betrekking hebben op de in bijlage 1 bij deze regeling opgenomen taakvelden.

Artikel 4. (aanvraagtermijn)
1.

In afwijking van artikel 4:60 van de Algemene wet bestuursrecht wordt de aanvraag om subsidie uiterlijk één week voor de aanvang van het boekjaar ingediend.

2.

De minister geeft een beschikking op een aanvraag om subsidie binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag.

3.

Indien een beschikking niet binnen acht weken kan worden gegeven, kan deze termijn eenmaal met acht weken worden verlengd.

Artikel 5. (gegevens aanvraag)
1.

Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van een middel dat door de minister beschikbaar wordt gesteld.

2.

In aanvulling op artikel 4:61 van de Algemene wet bestuursrecht bevat de aanvraag in ieder geval:

Artikel 6. (activiteitenplan)

In aanvulling op artikel 4:62 van de Algemene wet bestuursrecht bevat het activiteitenplan een beschrijving van de prestatie-indicatoren waarmee de subsidieaanvrager inzicht geeft in de mate waarin de niet-economische activiteiten, bedoeld in artikel 3, bijdragen aan het bevorderen van de innovatie- en concurrentiekracht van Nederlandse regio’s.

Artikel 7. (in aanmerking komende kosten)

Voor subsidie komen in aanmerking de redelijk gemaakte exploitatiekosten die rechtstreeks voortvloeien uit de ontwikkeltaken, voor zover de exploitatiekosten verbonden zijn aan de uitvoering van de niet-economische activiteiten bedoeld in artikel 3, en die zien op:

Artikel 8. (subsidieplafond)

De minister maakt jaarlijks uiterlijk op 1 november in bijlage 2 bij deze regeling per regionale ontwikkelingsmaatschappij het subsidieplafond bekend voor de exploitatiesubsidie in het aankomende boekjaar.

Artikel 9. (cumulatie)

Indien reeds door een bestuursorgaan of de Europese Commissie subsidie is verstrekt voor de subsidiabele kosten van de niet-economische activiteiten, bedoeld in artikel 3, of een deel daarvan, wordt slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt dat het totale bedrag aan subsidies niet meer bedraagt dan het bedrag dat krachtens de toepasselijke Europese steunkaders kan worden verstrekt.

Artikel 10. (afwijzingsgronden)

De minister beslist afwijzend op een aanvraag indien:

Artikel 11. (verplichtingen subsidieontvanger)
1.

Artikel 4:65 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing op aanvragen voor financiële bijstand bij de Europese Commissie, de Europese Investeringsbank of het Europees Investeringsfonds.

2.

De subsidieontvanger voert de subsidiabele activiteiten uit overeenkomstig het bij de aanvraag ingediende activiteitenplan en binnen de daarin voorziene tijdsduur.

3.

De subsidieontvanger doet onverwijld een schriftelijke mededeling aan de minister van de indiening bij de rechtbank van een verzoek tot verlening van surseance van betaling aan hem of tot faillietverklaring van hem.

4.

De subsidieontvanger doet onverwijld een schriftelijke mededeling aan de minister zodra aannemelijk is dat de subsidiabele activiteiten niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de exploitatiesubsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan.

5.

Voor een essentiële wijziging in de aard of uitvoering van het activiteitenplan dient de subsidieontvanger vooraf schriftelijke toestemming te vragen aan de minister. De minister kan aan de gegeven toestemming nadere verplichtingen verbinden.

6.

Op verzoek van de minister dient de subsidieontvanger inlichtingen te verschaffen omtrent de voortgang of resultaten van de ontwikkeltaken.

7.

Voorlichtings- en kennisdelingsactiviteiten zijn voor een ieder zonder onderscheid toegankelijk.

8.

De subsidieontvanger gebruikt de exploitatiesubsidie niet voor economische activiteiten.

9.

Indien de subsidieontvanger naast de niet-economische activiteiten, bedoeld in artikel 3, ook economische activiteiten verricht, voert de subsidieontvanger met betrekking tot de financiering van en de kosten en inkomsten uit economische activiteiten een gescheiden boekhouding.

10.

De subsidieontvanger zorgt ervoor dat bij de uitvoering van activiteiten voor derden, niet zijnde gesubsidieerde activiteiten:

Artikel 12. (administratievoorschriften)
1.

De inrichting van de administratie sluit aan bij de bij de aanvraag ingediende begroting en activiteitenplan, zodat daaruit ten allen tijde de subsidiabele kosten, bedoeld in artikel 7, kunnen worden afgelezen.

2.

Ter zake van de loonkosten is een door middel van een urenadministratie vastgestelde urenverantwoording aanwezig.

Artikel 13. (bevoorschotting)
1.

De minister verstrekt ambtshalve een voorschot bij de verlening van de exploitatiesubsidie.

2.

Het voorschot, bedoeld in het eerste lid, bedraagt 90% van het bedrag dat in het desbetreffende boekjaar is verleend.

Artikel 14. (staatssteun)

De subsidie, bedoeld in artikel 3, eerste lid, bevat geen staatssteun.

Artikel 15. (subsidievaststelling)
1.

Een aanvraag om subsidievaststelling wordt ingediend met gebruikmaking van een middel dat door de minister beschikbaar wordt gesteld.

2.

In aanvulling op artikel 4:75 van de Algemene wet bestuursrecht gaat de aanvraag om subsidievaststelling vergezeld van:

3.

De minister geeft de beschikking tot subsidievaststelling binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag daartoe, dan wel nadat de voor het indienen ervan geldende termijn is verstreken.

4.

Indien de beschikking tot subsidievaststelling niet binnen de in het derde lid genoemde termijn kan worden gegeven, kan deze termijn eenmaal met dertien weken worden verlengd.

Artikel 16. (evaluatie)
1.

De subsidieontvanger verleent medewerking aan een evaluatie van de effecten van de door hem op grond van deze regeling uitgevoerde activiteiten, voor zover medewerking redelijkerwijs van hem kan worden verlangd.

2.

De verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt gedurende vijf jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling.

§ 3. Slotbepalingen

Artikel 17. (citeertitel)

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling exploitatiesubsidie ROM’s.

Artikel 18. (vervaltermijn)

Deze regeling vervalt met ingang van 9 december 2027, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn verleend.

Artikel 19. (inwerkingtreding)

Deze regeling treeft in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Bijlage 1. behorende bij artikel 3 (taakvelden)

Taakveld 1 – Ontwikkeling en innovatie

Voor het taakveld Ontwikkeling en innovatie zet de regionale ontwikkelingsmaatschappij zich in om het innovatiepotentieel van het innovatieve MKB in topsectoren en clusters te ontsluiten en te versterken. Dit doet de regionale ontwikkelingsmaatschappij door het helpen bij het smeden van samenwerkingsverbanden tussen innovatieve MKB en (kennis)instellingen, zodat zij innovatieve producten en diensten kunnen ontwikkelen met marktpotentie.

Het betreft de volgende activiteiten:

Aandachtspunten bij de hiervoor genoemde activiteiten zijn:

Taakveld 2 – Internationaliseren

Voor het taakveld Internationaliseren zet de regionale ontwikkelingsmaatschappij zich in voor het aantrekken van buitenlandse bedrijven naar Nederland. Deze buitenlandse bedrijven dienen een wezenlijke bijdrage te (kunnen) leveren aan de innovatie, digitalisering en verduurzaming (met name op het gebied van de topsectoren), en de groei van de regionale economie.

Het betreft de volgende activiteiten:

Aandachtspunt bij de activiteit gevraagd en ongevraagd delen van actualiteiten en ontwikkelingen in de regio onder de taakvelden 1 en 2 is dat de actualiteiten en ontwikkelingen betrekking hebben op individuele bedrijven en clusters uit het netwerk van de regionale ontwikkelingsmaatschappij en in het verlengde liggen van de reguliere activiteiten (investeren, innoveren en internationaliseren).

Bijlage 2. behorende bij artikel 8 (subsidieplafond)

In onderstaande tabel bevinden zich de subsidieplafonds voor de exploitatiesubsidie voor de boekjaren 2023 en 2024.

Regionale ontwikkelingsmaatschappij Boekjaar Subsidieplafond (€)
Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij Holding B.V. 2023 2.078.750,00
Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij Holding B.V. 2024 1.632.531,60
Horizon B.V. 2023 696.875,50
Horizon B.V. 2024 659.125,50
Ontwikkelingsmaatschappij Oost Nederland B.V. 2023 1.498.750,00
Ontwikkelingsmaatschappij Oost Nederland B.V. 2024 1.423.250,00
Regionale Ontwikkelingsmaatschappij InnovationQuarter B.V. 2023 1.498.750,00
Regionale Ontwikkelingsmaatschappij InnovationQuarter B.V. 2024 1.423.250,00
N.V. LIOF 2023 1.498.750,00
N.V. LIOF 2024 1.423.250,00
N.V. NOM, Investerings- en Ontwikkelingsmaatschappij voor Noord Nederland 2023 1.498.750,00
N.V. NOM, Investerings- en Ontwikkelingsmaatschappij voor Noord Nederland 2024 1.423.250,00
N.V. Economische Impuls Zeeland 2023 696.875,50
N.V. Economische Impuls Zeeland 2024 659.125,50
ROM InWest B.V. 2023 1.372.750,00
ROM InWest B.V. 2024 1.297.250,00
ROM Regio Utrecht B.V. 2023 1.392.750
ROM Regio Utrecht B.V. 2024 1.317.250

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.