Beleidsregel van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 19 december 2022, nr. WJZ/ 22259319, houdende beleidsregels omtrent het verlagen van subsidie verleend voor plattelandsinterventies en sectorale interventies in het kader van Verordening (EU) 2021/2115 (Beleidsregel verlagen subsidie GLB)
Gelet op:
artikel 59 , eerste lid, onderdeel d, van [verordening (EU) 2021/2116](32116R2021) van het Europees Parlement en de Raad van 2 december 2021 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van [Verordening (EU) nr. 1306/2013](32013R1306) (PbEU 2021, L 435);
artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;
artikel 1.6 van de Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies 2021;
Besluit:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1.1. Begripsbepalingen
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
- –. administratieve sanctie: het verlagen, wijzigen of intrekken van de subsidie naar aanleiding van een niet-naleving;
- –. agrarisch collectief: vereniging als bedoeld in artikel 3.1 van de SVNL 2016;
- –. ANLb: agrarisch natuur- en landschapsbeheer op grond van paragraaf 3 van de SVNL 2016;
- –. baselinevoorwaarden: eisen, normen, voorschriften en voorwaarden als bedoeld in artikel 70, derde lid, van verordening (EU) 2021/2115, zoals opgenomen in bijlage 3 van de onderhavige beleidsregel;
- –. bedrijfsperceel: oppervlakte die een deelnemer als behorende tot zijn bedrijf heeft geregistreerd bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland op de door of namens de minister aangegeven wijze;
- –. beschikte hectareprijs: het gemiddelde bedrag per hectare per jaar voor het realiseren van een leefgebied of onderdeel van een leefgebied, zoals opgenomen in de beschikking tot subsidieverlening op grond van de SVNL 2016;
- –. betaalverzoek: verantwoording als bedoeld in artikel 3.11, onderdeel g, van de SVNL 2016;
- –. bevoegd gezag: afhankelijk van de betreffende subsidieregeling de minister of Gedeputeerde Staten van de onderscheiden provincies;
- –. conditionaliteiten: beheerseisen en GLMC-normen voor het in goede landbouw- en milieuconditie houden van landbouwareaal en de sociale conditionaliteiten zoals opgenomen in de bijlagen 3, 4 en 4a van de uitvoeringsregeling;
- –. controle: uitoefening door ambtenaren van het bevoegd gezag of een controle instantie met de bevoegdheid tot toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de van toepassing zijnde wetgeving;
- –. deelnemer: lid van een vereniging als bedoeld in artikel 3.1 van de SVNL 2016;
- –. jaarbetaling: de naar aanleiding van een betaalverzoek jaarlijkse uitbetaling van een gedeelte van het totale bedrag zoals opgenomen in de beschikking tot subsidieverlening op grond van de SVNL 2016;
- –. maximale vergoeding: maximale vergoeding die betaald mag worden voor het uitvoeren van een beheeractiviteit in het kader van het ANLb;
- –. minister: Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur;
- –. Nationaal Strategisch Plan GLB: het Nederlandse Nationaal Strategisch Plan, zijnde een strategisch GLB-plan als bedoeld in artikel 104, eerste lid, van verordening (EU) 2021/2115;
- –. niet-naleving: overtreding van de subsidievoorwaarden of subsidieverplichtingen, inclusief een onregelmatigheid als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van verordening (EU) 2021/2116;
- –. plattelandsinterventie: interventie als bedoeld in artikel 69 van verordening (EU) 2021/2115;
- –. REES 2021: Regeling Europese EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2021;
- –. referentieperceel: oppervlakte als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van verordening (EU) nr. 2022/1172;
- –. sectorale interventie: interventie als bedoeld in artikel 42 van verordening (EU) 2021/2115;
- –. SVNL 2016: Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer 2016 van de onderscheiden provincies;
- –. uitvoeringsregeling: Uitvoeringsregeling GLB 2023;
- –. verordening (EU) nr. 1305/2013: Verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 17 december 2013 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (ELFPO) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad (PbEU 2013, L347);
- –. verordening (EU) 2021/2115: Verordening (EU) 2021/2115 van het Europees Parlement en de Raad van 2 december 2021 tot vaststelling van voorschriften inzake steun voor de strategische plannen die de lidstaten in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid opstellen (strategische GLB-plannen) en die uit het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) worden gefinancierd, en tot intrekking van Verordeningen (EU) nr. 1305/2013 en (EU) nr. 1307/2013 (PbEU 2021, L 435);
- –. verordening (EU) 2021/2116: Verordening (EU) 2021/2116 van het Europees Parlement en de Raad van 2 december 2021 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1306/2013 (PbEU 2021, L 435);
- –. verordening (EU) 2022/126: Gedelegeerde verordening (EU) 2022/126 van de Commissie van 7 december 2021 tot aanvulling van Verordening (EU) 2021/2115 van het Europees Parlement en de Raad met aanvullende eisen voor bepaalde interventietypes die de lidstaten in het kader van die verordening in hun strategisch GLB-plan voor de periode 2023–2027 uitwerken, alsmede regels voor het aandeel in het kader van norm 1 inzake een goede landbouw- en milieuconditie (GLMC) (PbEU 2022, L 20);
- –. verordening (EU) 2022/128: Uitvoeringsverordening (EU) 2022/128 van de Commissie van 21 december 2021 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) 2021/2116 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft betaalorganen en andere instanties, financieel beheer, goedkeuring van de rekeningen, controles, zekerheden en transparantie (PbEU 2022, L 20);
- –. verordening (EU) 2022/1172: Gedelegeerde verordening (EU) 2022/1172 van de Commissie van 4 mei 2022 tot aanvulling van Verordening (EU) 2021/2116 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het geïntegreerd beheers- en controlesysteem van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en de toepassing en berekening van administratieve conditionaliteitssancties (PbEU 2022, L 183).
Artikel 1.2. Toepassingsbereik
Deze beleidsregel is van toepassing op subsidies voor plattelandsinterventies en sectorale interventies verstrekt op grond van:
- a. paragraaf 3 van de SVNL 2016;
- b. overige provinciale subsidieregelingen ter uitvoering van verordening (EU) 2021/2115;
Artikel 1.3. Doel
Ter uitvoering van artikel 59, eerste lid, onderdeel d, van verordening (EU) 2021/2116 worden administratieve sancties vastgesteld om een doeltreffende bescherming van de financiële belangen van de Europese Unie te waarborgen.
Het bevoegd gezag kan besluiten, op basis van de in de afdelingen 4.2.5 en 4.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht genoemde bevoegdheden en met inachtneming van bij of krachtens verordening (EU) 2021/2116 gestelde regels, ten aanzien van de in deze beleidsregel genoemde situaties van niet-nalevingen tot het opleggen van een administratieve sanctie.
Artikel 1.4. Overmacht en uitzonderlijke omstandigheden
De subsidieontvanger die een beroep wil doen op overmacht of uitzonderlijke omstandigheden doet hiervan zo spoedig mogelijk een melding bij het bevoegd gezag op de door of namens het bevoegd gezag aangegeven wijze.
Het bevoegd gezag legt in elk geval geen administratieve sanctie op in de gevallen genoemd in artikel 59, vijfde lid, tweede alinea, onderdelen a, b en c, en artikel 84, tweede lid, onderdeel c, van verordening (EU) 2021/2116.
Artikel 1.5. Kennelijke fout
In aanvulling op artikel 59, zesde lid, verordening (EU) 2021/2116 kunnen de aanvraag en eventuele daarbij overgelegde bewijsstukken, na de indiening ervan worden gecorrigeerd en aangepast indien sprake is van een kennelijke fout.
Van een kennelijke fout kan sprake zijn indien:
- a. er een tegenstrijdigheid zit in de door of namens de subsidieontvanger verstrekte gegevens, die wijst op een vergissing;
- b. de tegenstrijdigheid eenvoudig kan worden geconstateerd tijdens een administratieve controle van de subsidieaanvraag of de bewijsstukken; en
- c. de subsidieontvanger te goeder trouw heeft gehandeld.
Het bevoegd gezag geeft geen toepassing aan artikel 1.3, tweede lid, indien de niet-naleving het gevolg is van een kennelijke fout.
Artikel 1.6. Omzeilingsclausule
Het bevoegd gezag kan ter uitvoering van artikel 62 van verordening (EU) 2021/2116 een subsidie intrekken of wijzigen indien vast is komen te staan dat de subsidieontvanger kunstmatig de voorwaarden heeft gecreëerd om voor de subsidie in aanmerking te komen.
Artikel 1.7. Terugvordering
Het bevoegd gezag geeft toepassing aan de artikelen 30 en 31 van verordening (EU) 2022/128.
Indien sprake is van een onverschuldigde betaling, wordt het onverschuldigd betaalde bedrag teruggevorderd. Het bevoegd gezag zet een invordering niet voort, indien:
- a. het van de subsidieontvanger in een kalenderjaar terug te vorderen bedrag, exclusief rente, niet hoger is dan 100 euro; of
- b. de terugvordering onmogelijk is als gevolg van erkende insolventie van de debiteur of van de personen die juridisch aansprakelijk zijn voor de niet-naleving.
Onverminderd artikel 1.5 van de REES 2021 wordt ter voldoening aan artikel 30, tweede lid, van verordening (EU) 2022/128, wettelijke rente in rekening gebracht overeenkomstig afdeling 4.4.2 van de Algemene wet bestuursrecht indien de subsidieontvanger het onverschuldigde bedrag niet binnen de gestelde termijn heeft terugbetaald.
Hoofdstuk 2. Voorschriften inzake agrarisch natuur- en landschapsbeheer
Artikel 2.1. Maximale verlagingen
De administratieve sancties die op grond van dit hoofdstuk toegepast worden, kunnen niet meer dan 100% van de totale subsidie of de jaarbetaling bedragen.
Artikel 1.7, tweede lid, onderdeel a, is niet van toepassing indien de onverschuldigde betaling mede samenhangt met een niet-naleving van de conditionaliteiten als bedoeld in artikel 2.11 en het totaalbedrag van de onverschuldigde betaling hierdoor hoger is dan 100 euro.
Artikel 2.2. Berekening jaarbetaling
Het bevoegd gezag berekent aan de hand van het betaalverzoek en de uitgevoerde controles de jaarbetaling overeenkomstig dit artikel.
Het bevoegd gezag maakt twee berekeningen, waarbij:
- a. de eerste berekening is gebaseerd op het subsidiabel areaal landbouwgrond en landschapselementen, vermenigvuldigd met de beschikte hectareprijs;
- b. de tweede berekening is gebaseerd op de omvang van de subsidiabele beheeractiviteiten, vermenigvuldigd met de maximale vergoeding.
Op de in het tweede lid bedoelde berekeningen brengt het bevoegd gezag het totaalbedrag van administratieve sancties in mindering die op grond van de toepasselijke EU-verordeningen en het onderhavige hoofdstuk toegepast zouden moeten worden.
Het bevoegd gezag betaalt, na toepassing van het tweede en derde lid, het laagste van de twee bedragen als jaarbetaling uit, met dien verstande dat het bedrag in het betaalverzoek wordt uitbetaald indien dit lager is dan het in het onderhavige lid bedoelde bedrag.
Artikel 2.3. Verlagingen in verband met beheer en herstelmogelijkheid
Indien een agrarisch collectief een beheeractiviteit waartoe zij zich heeft verbonden niet of niet juist uitvoert, legt het bevoegd gezag voor die beheeractiviteit een administratieve sanctie op overeenkomstig bijlage 1.
Indien een niet-naleving als bedoeld in het eerste lid wordt geconstateerd, wordt de toekenning en uitbetaling van de subsidie of jaarbetaling geschorst en het agrarisch collectief verzocht de niet-naleving te herstellen binnen een termijn van maximaal drie maanden, tenzij:
- a. sprake is van opzet;
- b. herstel niet meer mogelijk is.
Het bevoegd gezag zorgt ervoor dat de hersteltermijn, bedoeld in het tweede lid, reëel is.
Indien meerdere niet-nalevingen zijn geconstateerd, wordt per geconstateerde niet-naleving een administratieve sanctie bepaald en worden deze administratieve sancties gecumuleerd.
De administratieve sanctie, bedoeld in het eerste lid, wordt toegepast op de jaarbetaling. De administratieve sanctie wordt berekend als een percentage van de maximale vergoeding voor de betreffende beheeractiviteit.
Artikel 2.4. Minimum- en maximumpercentages beheeractiviteit
Indien in een beheeractiviteit is opgenomen dat die activiteit op een bepaald minimumpercentage van het leefgebied uitgevoerd moet worden en het agrarisch collectief hieraan niet voldoet, dan wordt de subsidiabele omvang van dat leefgebied voor het betreffende kalenderjaar door het bevoegd gezag zodanig verlaagd dat de oppervlakte waarop de betreffende beheeractiviteit is uitgevoerd gelijk is aan het vereiste minimumpercentage van het leefgebied.
Voor de berekening of de beheeractiviteit op het vereiste minimumpercentage is uitgevoerd tellen beheeractiviteiten waarvan de wijziging of melding is gedaan na de in de derde kolom van bijlage 2 gestelde termijn niet mee.
⋯
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.