Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, van 14 december 2022, nr. IENW/BSK-2022/293161, houdende vaststelling van de tarieven transportsectoren (Regeling tarieven transportsectoren)
Gelet op de artikelen 1.7, tweede lid, 5.5, vijfde lid, 6.55, zesde lid, 6.58, zesde lid, 8.12, vijfde lid, 8a.1, vijfde lid, 8a.4, vierde lid, 10.11, eerste lid, onderdeel b, en 11.2a, derde lid, van de Wet luchtvaart, artikel 34 van de Wet bestrijding maritieme ongevallen, artikel 72, eerste lid, van de Schepenwet, artikel 51, tweede lid, van de Binnenvaartwet, artikel 529j van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, de artikelen 4, tweede lid, 17, eerste lid, en 21, eerste lid, van de Meetbrievenwet 1981, artikel 311a, derde lid, van het Wetboek van Koophandel, artikel 14, derde lid, van de Wet havenstaatcontrole, artikel 23, tweede lid, van de Wet laden en lossen zeeschepen, de artikelen 2, derde lid, en 10 van de Wet nationaliteit zeeschepen in rompbevrachting, artikel 40, tweede lid, van de Wet voorkoming verontreiniging door schepen, artikel 41 van de Wet voorkoming van verontreiniging door schepen BES, de artikelen 6, derde lid, en 6a, derde lid, van de Zeebrievenwet, artikel 62, onderdelen a, b, c, d, f en i, van de Wet zeevarenden, artikel 91 van de Spoorwegwet, artikel 42, negende lid, van de Wet lokaal spoor, artikel 49, tweede lid, van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen, de artikelen 6, tweede lid, en 26, tweede lid, van de Wet kabelbaaninstallaties, artikel 12:2, tweede lid, van de Arbeidstijdenwet, artikel 4b, tweede lid, onderdeel b, van de Wegenverkeerswet 1994, de artikelen 8, vierde lid, 13, tweede lid, 20, derde lid, 30, derde lid, 36a en 36b van het Besluit bewijzen van bevoegdheid voor de luchtvaart, artikel 22, tweede en derde lid, van het Besluit luchtvaartuigen 2008, artikel 5 van het Besluit vluchtuitvoering, artikel 2, tweede lid, van het Besluit tariefstelling certificaat verplichte verzekering of andere financiële zekerheid voor zeeschepen, de artikelen 12, tweede lid, 17, tweede lid, 28, vierde lid, 29, tweede lid, en 125 van het Besluit personenvervoer 2000, artikel 2 van het Besluit vervoer gevaarlijke stoffen, artikel 12 van het Besluit lokaal spoor, de artikelen 2.4:1, zesde lid, 2.4:12 en 2.4:13, eerste lid, van het Arbeidstijdenbesluit vervoer, de artikelen 159, eerste lid, en 160, tweede lid, van de Regeling toezicht luchtvaart, artikel 37, derde lid, van de Maatregel teboekgestelde schepen 1992 en artikel 15.05 van het Rijnvaartpolitiereglement 1995;
BESLUIT:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1.1. Begripsbepalingen
In dit besluit wordt verstaan onder:
- de Minister: de Minister van Infrastructuur en Waterstaat;
- verstrekker: het bestuursorgaan dat de aanvraag in behandeling neemt en het daarvoor verschuldigde tarief in rekening brengt;
- werkzaamheden en dienstverleningen: alle feitelijke handelingen en rechtshandelingen van een verstrekker voor de behandeling van de aanvraag.
In hoofdstuk 2 wordt verstaan onder:
- AeMC: luchtvaartgeneeskundig centrum als bedoeld in bijlage VII bij verordening (EU) nr. 1178/2011 en bijlage III bij verordening (EU) nr. 2015/340 (Aero-medical centre);
- AME: luchtvaart medische keuringsarts als bedoeld in bijlage IV bij verordening (EU) nr. 1178/2011 en bijlage IV bij verordening (EU) nr. 2015/340 (Aero-medical examiner);
- ATO: erkende opleidingsorganisatie als bedoeld in bijlage I bij verordening (EU) nr. 1178/2011 (Approved Training Organisation);
- verordening (EU) nr. 965/2012: verordening van de Commissie van 5 oktober 2012 tot vaststelling van technische eisen en administratieve procedures voor vluchtuitvoering, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees parlement en de Raad (PbEU 2012, L 296);
- verordening (EU) nr. 139/2014: verordening van de Commissie van 12 februari 2014 tot vaststelling van eisen en administratieve procedures met betrekking tot luchtvaartterreinen, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees parlement en de Raad (PbEU 2014, L 44);
- verordening (EU) 2018/395: verordening (EU) 2018/395 van de Commissie van 13 maart 2018 tot vaststelling van gedetailleerde regels voor vluchtuitvoeringen met ballonnen (PbEU 2018, L 71);
- uitvoeringsverordening (EU) 2018/1876: uitvoeringsverordening (EU) 2018/1976 van de Commissie van 14 december 2018 tot vaststelling van gedetailleerde regels voor vluchtuitvoeringen met zweefvliegtuigen (PbEU 2018, L 326);
- verordening (EU) nr. 2019/947: uitvoeringsverordening (EU) 2019/947 van de Commissie van 24 mei 2019 inzake de regels en procedures voor de exploitatie van onbemande luchtvaartuigen (PbEU 2019, L 152);
- gedelegeerde verordening (EU) 2020/723: gedelegeerde verordening (EU) 2020/723 van de Commissie van 4 maart 2020 tot vaststelling van gedetailleerde regels met betrekking tot de erkenning van pilootcertificaten van derde landen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1178/2011(PbEU 2020, L 170).
In hoofdstuk 3, afdeling 3.1, paragraaf 3.1.1, wordt verstaan onder:
- controlemeting: werkzaamheden ten behoeve van de verlenging van de geldigheidsduur van een meetbrief voor een schip dat na de afgifte van de meetbrief geen verbouwing heeft ondergaan die van invloed is geweest op de ledige diepgang van het schip;
- hermeting: werkzaamheden ten behoeve van de afgifte van een meetbrief voor een schip dat een verbouwing heeft ondergaan die van invloed is geweest op de ledige diepgang van het schip, en waarvoor eerder een Nederlandse meetbrief is afgegeven;
- meetbrief: meetbrief als bedoeld in artikel 4.1 van de Binnenvaartregeling;
- meting: werkzaamheden ten behoeve van de afgifte van een meetbrief voor een schip, waarvoor niet eerder een Nederlandse meetbrief is afgegeven;
- ponton: blokvormig schip zonder mogelijkheid om benedendeks lading te vervoeren.
In hoofdstuk 3, afdeling 3.1, paragraaf 3.1.2, wordt verstaan onder:
- certificaat van goedkeuring: certificaat als bedoeld in bijlage 1, B1, Rn. 10.282 en bijlage 1, B2, Rn. 210.282, van de Regeling vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke stoffen;
- certificaat van onderzoek: certificaat als bedoeld in artikel 9 van de Binnenvaartwet of in artikel 1.04 van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn;
- communautair aanvullend certificaat: certificaat als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van het Binnenvaartbesluit;
- communautair certificaat: certificaat als bedoeld in artikel 8, van het Binnenvaartbesluit;
- proefvaart voor bestaande schepen: beproeving tijdens een kortdurende vaart om aan te tonen dat wordt voldaan aan eisen die worden gesteld aan een stuurinrichting, dan wel aan de maximaal toelaatbare geluidsniveaus;
- proefvaart voor nieuw gebouwde schepen: beproeving tijdens de vaart om aan te tonen dat wordt voldaan aan de gestelde eisen die niet bij een stilliggend schip zijn vast te stellen;
- verklaring minimumbemanning: in artikel 3.14, tweede lid, van het Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn bedoelde vermelding of de in artikel 5.7, tweede lid, van de Binnenvaartregeling bedoelde verklaring.
Op hoofdstuk 3, afdeling 3.1, paragraaf 3.2.1, zijn de begripsbepalingen van artikel 1 van de Meetbrievenwet 1981 en artikel 1 van de Regeling metingsvoorschriften van toepassing en voorts wordt in deze paragraaf verstaan onder:
- hermeting: werkzaamheden ten behoeve van de afgifte van:
- 1°. een Internationale Meetbrief (1969) voor een schip, waarvoor reeds eerder een Internationale Meetbrief (1969), bijzondere meetbrief of een meetbrief als bedoeld in het Verdrag van Oslo 1947, is afgegeven;
- 2°. een bijzondere meetbrief voor een schip, waarvoor reeds eerder een Internationale Meetbrief (1969), bijzondere meetbrief of een meetbrief als bedoeld in het Verdrag van Oslo 1947, is afgegeven;
- meting: werkzaamheden ten behoeve van de afgifte van:
- 1°. een Internationale Meetbrief (1969);
- 2°. een bijzondere meetbrief voor een schip, waarvoor niet eerder een Internationale Meetbrief (1969) of bijzondere meetbrief is afgegeven;
- zusterschepen: schepen die volgens dezelfde bouwtekening zijn gebouwd.
In hoofdstuk 3, afdeling 3.2, paragraaf 3.2.3, wordt verstaan onder:
- Ballastwaterverdrag: het op 13 februari 2004 te Londen tot stand gekomen Internationaal Verdrag voor de controle en het beheer van ballastwater en sedimenten van schepen (Trb. 2005, 44);
- certificaat: Internationaal certificaat van voorkoming van verontreiniging door olie, als bedoeld in voorschrift 7 van bijlage I van het MARPOL-verdrag;
- MARPOL-verdrag: het op 2 november 1973 te Londen tot stand gekomen Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen, met Protocollen en Bijlagen met Aanhangsels (Trb. 1978, 188);
- verklaring: de verklaring, bedoeld in artikel 15, tweede lid, van het Besluit voorkoming verontreiniging door schepen.
In hoofdstuk 3, afdeling 3.2, paragraaf 3.2.5, wordt verstaan onder geneeskundige verklaring: schriftelijke verklaring van een door de Minister aangewezen geneeskundige of medisch specialist waaruit blijkt dat een bemanningslid voldoet aan de medische eisen, bedoeld in artikel 3.6.2, eerste lid, van het Besluit bemanning zeeschepen.
In hoofdstuk 3, afdeling 3.4 tot en met afdeling 3.6, wordt verstaan onder:
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.