Besluit van de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening van 23 december 2022 houdende instelling van de Commissie evaluatie Omgevingswet (Instellingsbesluit Evaluatiecommissie Omgevingswet)

Type Ministeriële regeling
Publication 2023-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Handelende in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad;

Gelet op artikel 23.9 van de Omgevingswet;

Besluit:

Artikel 1. (Begripsbepalingen)

In dit besluit wordt verstaan onder:

Artikel 2. (Instelling en taak)
1.

Er is een Evaluatiecommissie Omgevingswet.

2.

De commissie heeft tot taak:

Artikel 3. (Samenstelling, benoeming, ontslag)
1.

De commissie bestaat uit een voorzitter en zeven andere leden.

2.

De voorzitter en de andere leden hebben zitting op persoonlijke titel.

3.

De voorzitter en de andere leden worden door de minister benoemd.

4.

Bij tussentijds vertrek van een lid kan de minister een ander lid benoemen.

5.

De voorzitter en de andere leden kunnen op eigen aanvraag worden ontslagen door de minister. Zij kunnen voorts worden geschorst en ontslagen wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden.

Artikel 4. (Instellingsduur)

De commissie wordt opgeheven een jaar nadat het tweede evaluatierapport, bedoeld in artikel 9, tweede lid, is uitgebracht.

Artikel 5. (Secretariaat)

De commissie wordt bijgestaan door een externe secretaris. De secretaris is geen lid van de commissie.

Artikel 6. (Werkwijze)
1.

De commissie stelt haar eigen werkwijze vast.

2.

De commissie kan zich door externe deskundigen doen bijstaan voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is.

Artikel 7. (Inwinnen van inlichtingen)

Ambtenaren werkzaam onder verantwoordelijkheid van de minister of andere ministers verlenen de leden van de commissie de verlangde medewerking, voor zover deze samenhangt met hun ambtelijke taak en redelijkerwijs van hen verlangd kan worden.

Artikel 8. (Kosten)
1.

De kosten van de commissie komen, voor zover door de minister goedgekeurd, voor rekening van de minister. Onder kosten worden in ieder geval verstaan:

2.

De commissie biedt zo spoedig mogelijk na haar instelling een meerjarige begroting ter goedkeuring aan de minister aan. De commissie biedt voorts een jaarlijkse raming ter goedkeuring aan de minister aan.

Artikel 9. (Uiterste datum voor oplevering rapporten en reflectieverslagen)
1.

De commissie brengt haar eerste rapport, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a, uiterlijk vijf jaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet uit aan de minister.

2.

De commissie brengt haar tweede rapport, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a, uiterlijk tien jaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet uit aan de minister.

3.

De commissie brengt haar advies over de inrichting van de monitoring, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder b, uiterlijk voor inwerkingtreding van de Omgevingswet uit aan de minister.

4.

De commissie brengt haar jaarlijkse reflectieverslag, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder c, uiterlijk een half jaar nadat de monitoringsrapportage aan haar ter beschikking is gesteld, uit aan de minister.

Artikel 10. (Openbaarmaking)
1.

Rapporten, notities, verslagen, adviezen en andere producten die door of namens de commissie worden vervaardigd of vergaard, worden niet door de commissie openbaar gemaakt, maar uitsluitend aan de minister uitgebracht of overgedragen.

2.

De minister stelt de beide kamers der Staten-Generaal binnen drie maanden na ontvangst in kennis van zijn standpunt over de uitgebrachte rapporten, adviezen en reflectieverslagen, bedoeld in artikel 2.

3.

Indien de vaststelling van het standpunt niet binnen de termijn, bedoeld in het tweede lid, plaatsvindt, stelt de minister de beide kamers der Staten-Generaal hiervan gemotiveerd in kennis.

Artikel 11. (Archiefbescheiden)

De commissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, de bescheiden met betrekking tot die werkzaamheden over aan het archief van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Artikel 12. (Inwerkingtreding)

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2023.

Artikel 13. (Citeertitel)

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Evaluatiecommissie Omgevingswet.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.