Richtlijn voor strafvordering verkeersongevallen, gevaarlijk verkeersgedrag en verlaten plaats ongeval
Deze richtlijn bevat het strafvorderingsbeleid van het OM inzake gevaarlijk verkeersgedrag, verkeersongevallen en verlaten plaats ongeval.
1 Bij een ongeval waarbij enkel materiële schade is ontstaan en welke zonder het ongeval zou zijn afgedaan als een feitgecodeerde RVV overtreding wordt aansluiting gezocht bij het bedrag uit de feiten en tekstenbundel voor die RVV-overtreding, vermeerderd met € 100. In geval van recidive kan daarnaast een OBM worden opgelegd; daarbij kunnen de maanden genoemd in de tabel art. 5 WVW dienen als uitgangspunt.
2 Van recidive is sprake indien de overtreding wordt begaan binnen twee jaar na een onherroepelijke afdoening van een verkeersmisdrijf, van art. 5 WVW1994 of van art. 107 WVW1994. Daarnaast tevens bij eerdere onherroepelijke afdoening van gevaarzettende overtredingen uit het RVV onder andere zoals omschreven in artikel 5a WVW1994 lid 1 onder a t/m m.
1 Let op: rijden onder invloed wordt in lid 1 niet genoemd als een van de in art. 5a WVW1994 genoemde gedragingen, terwijl lid 2 voorschrijft dat bij de toepassing van het eerste lid mede in aanmerking wordt genomen de mate waarin de verdachte verkeerde in de toestand, bedoeld in artikel 8, eerste, tweede, derde, vierde of vijfde lid. In dergelijke gevallen is het opportuun verdachte in een apart feit overtreding van art. 8 WVW1994 ten laste te leggen.
2 Er is sprake van recidive in geval van een misdrijf dat wordt gepleegd binnen vijf jaar na onherroepelijke afdoening van een eerder verkeersmisdrijf (zie art. 43 b onder 6 WvSR). In geval van meermalen recidive is maatwerk nodig.
1 Let op: per 1-1-2020 zijn als gevolg van de Wet aanscherping strafrechtelijke aansprakelijkheid ernstige verkeersdelicten (stb. 2019, 413) de verkeersgedragingen “ernstige overschrijding van de maximumsnelheid, bumperkleven, geen voorrang verlenen en gevaarlijk inhalen”, als wettelijke strafverzwaringsgrond geschrapt in art. 175 lid 3 WVW1994. Daarnaast is voor de invulling van roekeloosheid ex art. 6 WVW 1994 een koppeling gemaakt met art. 5a WVW1994 (art. 175 lid 2, laatste volzin WVW 1994). In geval tevens sprake is van art. 7 WVW1994: gebruik de schaal voor de zwaarste strafverhogende omstandigheid binnen dezelfde mate van schuld. Indien men al in deze schaal zit is maatwerk nodig. Voorbeeld: in geval van art. 7 bij zwaar lichamelijk letsel, geen alcoholgebruik, aanmerkelijke schuld: GS 3 mnd ov + OBM 2 jr ov.
2 Let op!: zeer hoge mate van schuld is geen synoniem voor roekeloosheid. Van roekeloosheid is in elk geval sprake als het gedrag tevens als een overtreding van artikel 5a, eerste lid, kan worden aangemerkt, maar met ernstige gevolgen, zoals is bedoeld in artikel 6 WVW1994. Bij roekeloosheid is daarom maatwerk nodig. Voor roekeloosheid is geen afzonderlijk uitgangspunt ontwikkeld, omdat deze gevallen, voor zover zij zich al voordoen, te casuïstisch zijn (te denken valt aan wegpiraterij en wegraces). In de gevallen waarin zeer onvoorzichtig/onoplettend/onachtzaam gedrag bewezen is verklaard kan aansluiting gezocht worden bij de categorieën ‘ernstige schuld’ en ‘zeer hoge mate van schuld’, waarbij onderscheid gemaakt kan worden in de strafmaat naar de mate van verwijtbaarheid. Bij de categorie ‘zeer hoge mate van schuld’ kan gedacht worden aan gevallen die meer neigen naar of grenzen aan roekeloosheid.
Afkortingen:
GB = geldboete
TS = taakstraf
GS = gevangenisstraf
OBM = ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen
ov = onvoorwaardelijk
vw = voorwaardelijk
wk = weken
mnd = maanden
jr = jaar
Voor een toelichting op de onderstreepte begrippen zie de Aanwijzing kader voor strafvordering meerderjarigen.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.