Richtlijn voor strafvordering kindermishandeling
De richtlijn bevat de meest voorkomende varianten van kindermishandeling. Omdat kindermishandelingszaken een grote variëteit kennen, blijft maatwerk geboden. Deze richtlijn kent een eigen recidiveregeling.
Bij het bepalen van de strafmaat moet als uitgangspunt de bescherming van kinderen gelden. Het geweld jegens een of meer kinderen moet zo snel mogelijk stoppen. Dat betekent dat rekening moet worden gehouden en overleg moet worden gevoerd met de hulpverlening die aan het gezinssysteem wordt aangeboden. Er vindt bij het bepalen van de strafmaat afstemming plaats met ketenpartners als Veilig Thuis, de Reclasseringen de Raad voor de Kinderbescherming. Waar mogelijk zorgt de straf voor een aanvulling op eventuele parallelle civielrechtelijke beslissingen.
Daarnaast mag bij het bepalen van de strafmaat niet uit het oog worden verloren dat het Openbaar Ministerie een belangrijke normstellende rol heeft. En ook het aspect van vergelding moet voldoende doorklinken in de strafmaat. Het is van belang dat in de strafeis doorklinkt dat wat het kind is aangedaan strafbaar is en in deze samenleving niet wordt geaccepteerd. Deze normering en de bestraffing van de dader kan het kind onder meer helpen bij het herstel van de psychische schade.
Dit gegeven brengt de volgende uitgangspunten met zich mee:
Bij kindermishandelingszaken is vaak sprake van achterliggende (agressie)problematiek. In de strafeis wordt zoveel mogelijk een voorwaardelijk strafdeel opgenomen, teneinde de verdachte in een gedwongen kader aan de achterliggende problematiek te laten werken en/of het kind te beschermen. Hiermee kan de inzet van of door instanties als Veilig Thuis, de Reclassering of de Raad voor de Kinderbescherming worden ondersteund.
Als bijzondere voorwaarde (14c Sr) kan gedacht worden aan:
Ook kan als bijzondere voorwaarde een verbod om met kinderen te werken worden opgenomen (bijvoorbeeld bij een leid(st)er van een kinderdagverblijf) (14c lid 2 sub 14 Sr). Als sprake is van (zware) mishandeling gepleegd met voorbedachten rade gepleegd in een beroep, kan ook worden gedacht aan ontzetting van de uitoefening van dat beroep (art. 301, 303 en 305 Sr).
Het is mogelijk een langere proeftijd te vragen als er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat veroordeelde wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen (artikel 14b lid 2 Sr). Dit speelt met name in zwaardere kindermishandelingszaken, als er andere kinderen aanwezig zijn en vanwege de mogelijkheid dat er nieuwe kinderen worden geboren.
Denk aan de mogelijkheid van het vragen van dadelijke uitvoerbaarheid van de voorwaarden of van vrijheidsbeperkende maatregel (artikel 14e/38v Sr). Een contactverbod of locatieverbod/gebod kan bijvoorbeeld ook als een vrijheidsbeperkende maatregel geëist worden. Dit heeft ook de voorkeur, zodat bij overtreding van het contact/locatieverbod de verplichte hulpverlening kan worden voortgezet.
Vergeet verder niet de mogelijkheden van 38z Sr bij zwaardere delicten (bij veroordeling tot gevangenisstraf wegens een misdrijf waarop 4 jaar of meer gevangenisstraf is gesteld) of bij terbeschikkingstelling.
Ten slotte, gelet op het feit dat kindermishandeling en (zware) psychische problematiek vaak samen gaan is het goed om vooraf goed na te denken over de mogelijkheid terbeschikkingstelling met dwangverpleging dan wel met voorwaarden.
Psychische (kinder)mishandeling kent geen aparte strafbaarstelling in Nederland. Vervolging is wél mogelijk, op basis van de artikelen 284, 285, 285b en 300 Sr. De beoordelaar bekijkt of één of meer van deze strafbepalingen van toepassing zijn op een specifieke casus.1Voor verdieping kan gekeken worden naar dit rapport: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2022/06/03/tk-bijlage-naar-een-aparte-strafbaarstelling-van-psychisch-geweld-voor-en-tegenargumenten
Denk bij bijvoorbeeld opsluiting van een kind ook aan wederrechtelijke vrijheidsbeneming (282 Sr) of dwang (284 Sr).
Legenda
Afkortingen
GS = gevangenisstraf
TS = taakstraf
wkn = weken
mnd = maanden
vw = voorwaardelijk
Voor een toelichting op de onderstreepte begrippen zie de Aanwijzing kader voor strafvordering meerderjarigen.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.