Verordening op de organen voor de Beroepsreglementering

Type Pbo
Publication 2023-06-21
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 3, onderdeel a, 5 en 19, eerste lid, van de Wet op het accountantsberoep;

Stelt de volgende verordening vast:

Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

Hoofdstuk 2. Het belanghebbendenorgaan beroepsreglementering

Artikel 2
1.

Er is een Belanghebbendenorgaan beroepsreglementering, hierna te noemen: het Belanghebbendenorgaan.

2.

Het Belanghebbendenorgaan heeft tot taak:

3.

Het Belanghebbendenorgaan kan in het kader van zijn taken externe deskundigen inschakelen.

Artikel 3
1.

Het Belanghebbendenorgaan bestaat uit de volgende leden:

2.

De leden zijn geen openbaar accountant als bedoeld in artikel 1 van de Verordening op de ledengroepen.

3.

De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter mogen niet in relatie staan tot een accountantseenheid, anders dan in een cliëntrelatie.

4.

De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter van het Belanghebbendenorgaan worden door de ledenvergadering benoemd voor een periode van vier jaar op voordracht van de voorzitter van het bestuur en de aftredende voorzitter van het Belanghebbendenorgaan of bij diens afwezigheid de plaatsvervangend voorzitter van het Belanghebbendenorgaan. De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter van het Belanghebbendenorgaan kunnen elk eenmaal worden herbenoemd voor een periode van vier jaar.

5.

De andere leden van het Belanghebbendenorgaan worden door het bestuur benoemd op gezamenlijke voordracht van de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter van het Belanghebbendenorgaan voor een periode van vier jaar. Elk lid kan eenmaal worden herbenoemd voor een periode van vier jaar.

6.

De leden treden af volgens een door het Belanghebbendenorgaan vast te stellen rooster. Het rooster wordt zodanig ingericht, dat voor zover mogelijk jaarlijks een gelijk aantal leden aftreedt.

7.

Het lid dat benoemd is ter vervulling van een tussentijds opengevallen plaats, treedt af op het tijdstip waarop degene, in wiens plaats dit lid is benoemd, had moeten aftreden.

8.

Het lid dat benoemd is ter vervulling van een tussentijds opengevallen plaats, kan eenmaal worden herbenoemd voor de periode van vier jaar.

9.

De leden vormen gezamenlijk een goede afspiegeling van de belanghebbenden bij assurance en aan assurance verwante opdrachten.

10.

In de uitoefening van de taken wordt het Belanghebbendenorgaan bijgestaan door een staf. De staf legt operationeel verantwoording af aan de voorzitter van het Belanghebbendenorgaan en wordt middels een interne SLA door de beroepsorganisatie aan het Belanghebbendenorgaan ter beschikking gesteld.

Artikel 4
1.

Een lid van het Belanghebbendenorgaan wordt benoemd op persoonlijke titel en handelt zonder last.

2.

Het lidmaatschap van het Belanghebbendenorgaan is onverenigbaar met:

Artikel 5

Het lidmaatschap van het Belanghebbendenorgaan eindigt:

Artikel 6

[VERVALLEN]

Artikel 7
1.

Het Belanghebbendenorgaan vergadert ten minste vijf keer per jaar of zo dikwijls als het dat nodig oordeelt.

2.

Voor het tot stand komen van een beslissing bij stemming, is de meerderheid van de uitgebrachte stemmen vereist. Bij het staken van de stemmen is de stem van de voorzitter, of bij afwezigheid van de voorzitter de stem van de plaatsvervangend voorzitter doorslaggevend,

3.

Ieder lid brengt slechts één stem uit.

4.

Het Belanghebbendenorgaan neemt geen beslissingen indien niet ten minste de meerderheid van de leden heeft deelgenomen aan de stemming. Stemmen kunnen ook op digitale wijze worden uitgebracht.

5.

Een lid of leden van het Belanghebbendenorgaan kunnen ervoor kiezen een minderheidsstandpunt vast te laten leggen in stukken waarin adviezen en vaststellingen worden vastgelegd.

6.

De voorzitter of de plaatsvervangend voorzitter van het College worden op grond van hun functie uitgenodigd bij de vergaderingen van het Belanghebbendenorgaan.

Hoofdstuk 3. Het College voor beroepsreglementering

Artikel 8
1.

Er is een College voor beroepsreglementering, hierna te noemen: het College.

2.

Het College heeft tot taak:

3.

Het College kan zich bij het uitvoeren van zijn taken laten ondersteunen door subcommissies, werkgroepen en projectgroepen. Er is ten minste een Subcommissie Assurance en een Subcommissie Ethiek.

4.

Het College kan in het kader van zijn taken externe deskundigen, waaronder accountants, inschakelen.

Artikel 9
1.

Het College bestaat uit de volgende collegeleden:

2.

De collegevoorzitter en de plaatsvervangend collegevoorzitter zijn accountant.

3.

De collegevoorzitter en de plaatsvervangend collegevoorzitter worden door het bestuur benoemd voor een periode van vier jaar op gezamenlijke voordracht van de voorzitter van het bestuur en de voorzitter van het Belanghebbendenorgaan. De collegevoorzitter en de plaatsvervangend collegevoorzitter kunnen elk eenmaal worden herbenoemd voor een periode van vier jaar.

4.

De andere collegeleden worden door het bestuur benoemd op gezamenlijke voordracht van de collegevoorzitter en plaatsvervangend collegevoorzitter voor een periode van vier jaar. Een ander collegelid kan eenmaal worden herbenoemd voor een periode van vier jaar.

5.

De collegeleden treden af volgens een door het College vast te stellen rooster. Het rooster wordt zodanig ingericht, dat voor zover mogelijk jaarlijks een gelijk aantal leden aftreedt.

6.

Het collegelid dat benoemd is ter vervulling van een tussentijds opengevallen plaats, treedt af op het tijdstip, waarop degene, in wiens plaats dit lid is benoemd, had moeten aftreden.

7.

Het collegelid dat benoemd is ter vervulling van een tussentijds opengevallen plaats, kan eenmaal worden herbenoemd voor een periode van vier jaar.

8.

De accountants die lid zijn van het college vervullen in hun dagelijkse werkzaamheden een goede afspiegeling van de rollen die accountants in Nederland bij de uitoefening van het beroep vervullen.

9.

De expertise van de niet-accountantsleden moet complementair zijn aan de competenties van de accountants en een bijdrage kunnen leveren aan de goede beroepsuitoefening door accountants,

10.

Door vernummering vervallen.

11.

In de uitoefening van zijn taken en die van de subcommissies wordt het College bijgestaan door een staf. De staf legt verantwoording af aan de voorzitter van het college en wordt middels een interne service level agreement door de beroepsorganisatie aan het College ter beschikking gesteld.

Artikel 10
1.

Een subcommissie bestaat uit de volgende subcommissieleden:

2.

De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter zijn accountant.

3.

Ten minste 60% van de andere subcommissieleden is accountant.

4.

De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter van een subcommissie worden door het bestuur benoemd op gezamenlijke voordracht van de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter van het College voor een periode van vier jaar. De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter van een subcommissie kunnen elk eenmaal worden herbenoemd voor een periode van vier jaar.

5.

De andere subcommissieleden worden door het bestuur benoemd op gezamenlijke voordracht van de voorzitter van de subcommissie en de voorzitter van het adviescollege voor een periode van vier jaar. Een ander subcommissielid kan eenmaal worden herbenoemd voor een periode van vier jaar.

6.

De subcommissieleden treden af volgens een door het College vast te stellen rooster. Het rooster wordt zodanig ingericht, dat voor zover mogelijk jaarlijks een gelijk aantal subcommissieleden aftreedt.

7.

Het subcommissielid dat benoemd is ter vervulling van een tussentijds opengevallen plaats, treedt af op het tijdstip, waarop degene, in wiens plaats hij is benoemd, had moeten aftreden.

8.

Het subcommissielid dat benoemd is ter vervulling van een tussentijds opengevallen plaats, kan eenmaal worden herbenoemd voor een periode van vier jaar.

Artikel 11
1.

Een lid van het College of een subcommissie wordt benoemd op persoonlijke titel en handelt zonder last.

2.

Het lidmaatschap van het College of een subcommissie is onverenigbaar met:

Artikel 12

Het lidmaatschap van het College of een subcommissie eindigt:

Artikel 13

[VERVALLEN]

Artikel 14

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.