Besluit van de ledenraad van de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders van 8 juli 2022 houdende de vaststelling van de Gerechtsdeurwaardersverordening (Gerechtsdeurwaardersverordening)

Type Pbo
Publication 2023-02-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 17, vijfde lid, 25, vierde lid, 57, tweede lid, 57a, vierde lid, 73 en 78, tweede lid, van de Gerechtsdeurwaarderswet;

Gezien het ontwerp van het bestuur en de bijbehorende toelichting van 14 april 2022;

Gehoord de algemene ledenvergadering van 17 juni 2022;

Besluit de volgende verordening vast te stellen:

Gerechtsdeurwaardersverordening

Hoofdstuk 1. Algemeen

Artikel 1.1. (begripsbepalingen)

In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Artikel 1.2. (betamelijkheid)

De gerechtsdeurwaarder gedraagt zich zoals een goed gerechtsdeurwaarder betaamt.

Hoofdstuk 2. Vakbekwaamheid

Paragraaf 2.1. Beroepsstage

Artikel 2.1. (inrichting beroepsstage)
1.

De beroepsstage is gericht op het voorbereiden van de kandidaat-gerechtsdeurwaarder op zelfstandige beroepsuitoefening.

2.

De beroepsstage bestaat uit door de kandidaat-gerechtsdeurwaarder te volgen onderwijs en werkzaamheden onder begeleiding van de gerechtsdeurwaarder aan wie de kandidaat-gerechtsdeurwaarder voor de beroepsstage is toegevoegd.

Artikel 2.2. (onderwijsprogramma)
1.

Het bestuur stelt een onderwijsprogramma voor de beroepsstage vast met het oog op de voor zelfstandige beroepsuitoefening vereiste kennis en vaardigheden.

2.

Voor het volgen van het onderwijs is een vergoeding van kosten verschuldigd. Het bestuur stelt de hoogte van de vergoeding vast.

3.

Het bestuur kan de kandidaat-gerechtsdeurwaarder van deelname uitsluiten zolang de verschuldigde vergoeding niet is voldaan.

Artikel 2.3. (begeleiding werkzaamheden)

De gerechtsdeurwaarder aan wie de kandidaat-gerechtsdeurwaarder voor de beroepsstage is toegevoegd geeft voorlichting en raad bij het verrichten van de werkzaamheden.

Artikel 2.4. (stageverklaring)
1.

Het bestuur verstrekt de kandidaat-gerechtsdeurwaarder op aanvraag een stageverklaring als deze voldoende blijk heeft gegeven van de kennis, de kunde en de ervaring in het verrichten van werkzaamheden in de praktijk om het ambt zelfstandig uit te oefenen.

2.

De aanvraag bevat een verklaring van de gerechtsdeurwaarder aan wie de kandidaat-gerechtsdeurwaarder voor de beroepsstage is toegevoegd, over de door de kandidaat-gerechtsdeurwaarder verrichte werkzaamheden.

3.

Met toepassing van artikel 28, eerste lid, van de Dienstenwet, is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op de aanvraag van de stageverklaring.

4.

Het bestuur kan een model van de verklaring, bedoeld in het tweede lid, vaststellen.

Paragraaf 2.2. Permanente educatie

Artikel 2.5. (doelstelling)
1.

De gerechtsdeurwaarder, toegevoegd gerechtsdeurwaarder en kandidaat-gerechtsdeurwaarder volgen onderwijs of verrichten andere activiteiten met het oog op het onderhouden van de voor een goede beroepsuitoefening vereiste kennis en vaardigheden.

2.

Deze paragraaf is niet van toepassing op de kandidaat-gerechtsdeurwaarder, die is toegevoegd op grond van de stage in het kader van de opleiding bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de wet.

Artikel 2.6. (opleidingspunten)
1.

De gerechtsdeurwaarder, toegevoegd gerechtsdeurwaarder of kandidaat-gerechtsdeurwaarder heeft voldaan aan artikel 2.5 door ten minste een door het bestuur vastgesteld aantal opleidingspunten te behalen in ieder tijdvak van twee kalenderjaren, dat begint in een oneven jaar.

2.

Indien deze paragraaf niet het gehele tijdvak van toepassing is, wordt het aantal opleidingspunten in het eerste lid, naar rato verminderd.

3.

Als het lidmaatschap van de KBvG voor de periode van ten minste een jaar is onderbroken geweest, worden binnen twaalf maanden na toevoeging of benoeming aanvullend ten minste de helft van het in het eerste lid bedoelde aantal opleidingspunten behaald door het volgen van onderwijs op juridisch en vakinhoudelijk gebied.

4.

Het bestuur stelt nadere regels over het aantal punten dat gehaald moet worden op een specifiek gebied.

Artikel 2.7. (toekennen opleidingspunten)
1.

Op aanvraag van een opleidingsinstelling, gerechtsdeurwaarder, toegevoegd gerechtsdeurwaarder of kandidaat-gerechtsdeurwaarder kent het bestuur opleidingspunten toe aan onderwijs en activiteiten, als bedoeld in artikel 2.5.

2.

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag is een vergoeding van kosten verschuldigd. Het bestuur stelt de hoogte van de vergoeding vast.

3.

Het bestuur stelt nadere regels over het aantal opleidingspunten dat aan onderwijs of activiteiten wordt toegekend.

Artikel 2.8. (verplichte onderwijsvormen)

Het bestuur kan regels stellen over vormen van onderwijs als bedoeld in artikel 2.5, waaraan de deelname verplicht is.

Artikel 2.9. (registratie opleidingspunten)
1.

Het bestuur registreert de door de gerechtsdeurwaarder, toegevoegd gerechtsdeurwaarder of kandidaat-gerechtsdeurwaarder behaalde opleidingspunten en het gevolgde onderwijs, bedoeld in artikel 2.8.

2.

Het bestuur stelt regels over de opgave en registratie van behaalde opleidingspunten.

3.

Het bestuur verstrekt een overzicht van de behaalde opleidingspunten over het lopende of daaraan voorafgaande tijdvak, uiterlijk vier weken na een verzoek daartoe of na afloop van het tijdvak, bedoeld in artikel 2.6, eerste lid.

Artikel 2.10. (ontheffing)
1.

Van een verplichting als bedoeld in artikel 2.6, kan door het bestuur ontheffing worden verleend. Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden of beperkingen worden gesteld.

2.

Een ontheffing wordt slechts verleend als naleving van de verplichting zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Hoofdstuk 3. Ambtsuitoefening

Artikel 3.1. (reikwijdte)

De artikelen 3.2, 3.3, eerste en vierde lid, 3.4, 3.5, eerste, derde en vierde lid, 3.6 en 3.7, derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op toegevoegd gerechtsdeurwaarders en kandidaat-gerechtsdeurwaarders.

Artikel 3.2. (onafhankelijk en onpartijdig)

De gerechtsdeurwaarder is onafhankelijk en onpartijdig in de uitoefening van het ambt.

Artikel 3.3. (voortvarend)
1.

De gerechtsdeurwaarder vervult zijn ambtsverplichtingen op voortvarende wijze.

2.

De gerechtsdeurwaarder draagt ten aanzien van de verplichtingen die hij aangaat zorg voor een zodanige capaciteit dat die toereikend is voor de te verrichten werkzaamheden.

3.

Indien de gerechtsdeurwaarder een opdracht niet kan aannemen of de uitvoering daarvan niet kan voortzetten, deelt deze dit onverwijld mee aan de opdrachtgever.

4.

Alle transacties die de justitiabele of opdrachtgever raken worden tijdig, volledig en juist afgewikkeld.

Artikel 3.4. (zorgvuldig en nauwgezet)

De gerechtsdeurwaarder is zorgvuldig en nauwgezet in de uitoefening van het ambt.

Artikel 3.5. (transparant en toegankelijk)
1.

De gerechtsdeurwaarder maakt diens hoedanigheid kenbaar in de uitoefening van het ambt.

2.

De gerechtsdeurwaarder draagt zorg voor zodanige voorzieningen en openstelling van het kantoor dat de gerechtsdeurwaarder toegankelijk en benaderbaar is voor justitiabelen.

3.

De gerechtsdeurwaarder verstrekt de justitiabele zodanige gegevens over de aan justitiabele gerichte ambtshandelingen dat de justitiabele diens gedrag daarop in redelijkheid kan afstemmen.

4.

De gerechtsdeurwaarder houdt de gegevens geheim waarover deze bij de uitoefening van het ambt de beschikking krijgt en waarvan deze het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden. Deze verplichting geldt niet voor zover enig wettelijk voorschrift de gerechtsdeurwaarder tot mededeling verplicht of voor zover uit het ambt de noodzaak tot mededeling voortvloeit.

Artikel 3.6. (evenredig)
1.

De gerechtsdeurwaarder verricht ambtshandelingen voor zover de wet, een titel of het met de maatregel beoogde doel dit, mede gelet op de daaraan verbonden gevolgen, rechtvaardigt.

2.

De gerechtsdeurwaarder oefent geen druk uit door maatregelen aan te kondigen die voor het beoogde doel in redelijkheid niet worden getroffen.

Artikel 3.7. (verdiensten ambtshandelingen)
1.

De gerechtsdeurwaarder brengt voor zijn ambtelijke diensten ten minste een redelijke vergoeding in rekening.

2.

De gerechtsdeurwaarder sluit geen overeenkomsten die erop gericht zijn dat een derde kan verdienen aan ambtshandelingen of de werkzaamheden die daarmee rechtstreeks samenhangen.

3.

Dit artikel is niet van toepassing op overeenkomsten tussen gerechtsdeurwaarders of gerechtsdeurwaarderskantoren.

Hoofdstuk 4. Dienstverlening

Artikel 4.1. (reikwijdte)

De artikelen 4.4 en 4.5 zijn van overeenkomstige toepassing op toegevoegd gerechtsdeurwaarders en kandidaat-gerechtsdeurwaarders.

Artikel 4.2. (onafhankelijkheid van opdrachtgever)
1.

De gerechtsdeurwaarder heeft een evenwichtige opdrachtportefeuille van meerdere opdrachtgevers.

2.

De gerechtsdeurwaarder die op enig moment niet voldoet aan het eerste lid, maakt een plan om een evenwichtige opdrachtportefeuille te bereiken en voert dat plan uit.

Artikel 4.3. (capaciteit voor ambtshandelingen)

De voor de ambtsuitoefening benodigde capaciteit wordt niet door nevenwerkzaamheden verdrongen.

Artikel 4.4. (zorgvuldig en nauwgezet)
1.

De gerechtsdeurwaarder is zorgvuldig en nauwgezet in zijn dienstverlening.

2.

De gerechtsdeurwaarder legt gemaakte afspraken onverwijld vast in het dossier.

Artikel 4.5. (transparant richting derden)
1.

Communicatie door een gerechtsdeurwaarder waarin zijn diensten direct of indirect worden aangeprezen is:

2.

De gerechtsdeurwaarder is verantwoordelijk voor het gebruik van voor zijn beroepsuitoefening bestemde bescheiden, waaronder briefpapier. De verantwoordelijkheid omvat in voorkomende gevallen ook de afhandeling van een reactie van een betrokkene.

3.

In wettelijk voorgeschreven publicaties prijst de gerechtsdeurwaarder niet direct of indirect zijn diensten aan. Het bestuur kan regels stellen over centrale weergave van aankondigingen voor executieveilingen.

4.

Artikel 3.5, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op alle gegevens waarover de gerechtsdeurwaarder in de uitoefening van zijn beroep de beschikking krijgt.

Artikel 4.6. (transparant richting opdrachtgever)
1.

De gerechtsdeurwaarder verstrekt opdrachtgever inlichtingen over de voor de dienstverlening relevante feiten.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.