Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 10 februari 2023, kenmerk 3503357-1042699-PDPP, houdende het verstrekken van een specifieke uitkering voor het versterken van de GGD’en in verband met infectieziektebestrijding (Regeling specifieke uitkering versterking GGD'en)
Gelet op artikel 3 van de Kaderwet VWS-subsidies;
Besluit:
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
- academische werkplaatsen infectieziektebestrijding: een samenwerkingsverband van professionals werkzaam in het beleidsveld, onderzoeksveld en in de praktijk van de infectieziektebestrijding;
- bovenregionale samenwerking: de regio-overstijgende samenwerking tussen de GGD’en, RAC’ers en REC’ers;
- consortium academische werkplaatsen infectieziektebestrijding: een regionaal samenwerkingsverband van academische werkplaatsen infectieziektebestrijding;
- deskundige infectiepreventie: een natuurlijke persoon met een dienstverband als kwaliteitsfunctionaris op het gebied van hygiëne en infectiepreventie bij een GGD;
- GGD: gemeentelijke gezondheidsdienst als bedoeld in artikel 14 van de Wet publieke gezondheid;
- GGD GHOR Nederland: de branchevereniging van de GGD’en en GHOR’s;
- GHOR: de geneeskundige hulpverleningsorganisatie in de regio als bedoeld in artikel 1 van de Wet veiligheidsregio’s;
- implementatieplan: een plan waarin is uiteengezet welke taken op het terrein van infectieziektebestrijding op regionaal, bovenregionaal of landelijk niveau moeten worden uitgevoerd;
- infectieziektebestrijding: het voorkomen, signaleren en bestrijden van besmettingen veroorzaakt door infectieziekteverwekkers, die een risico vormen voor de volksgezondheid als bepaald door het RIVM;
- landelijk academiseringsplan: een plan waarin activiteiten staan beschreven gericht op het bevorderen van onderzoeksmogelijkheden van medewerkers infectieziektebestrijding bij GGD’en, door participatie in onderzoeken en kennisvergaring vanuit onderzoeksresultaten;
- medewerker infectiepreventie: een natuurlijke persoon, werkzaam bij de GGD in de functie van medewerker infectiepreventie;
- minister: de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
- pijler 1: het geheel aan activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, ten behoeve van het wegnemen van kwetsbaarheden bij de GGD’en zodat deze beter toegerust zijn om reguliere infectieziektebestrijding uit te voeren en adequaat te reageren bij een pandemie;
- pijler 2: het uitvoeren van de pilot regionale en bovenregionale samenwerking, bedoeld in artikel 3, derde lid, met als doel het versterken van regionale en bovenregionale monitoring en surveillance;
- pijler 3: het uitvoeren van de pilot consortium academische werkplaatsen infectieziektebestrijding, bedoeld in artikel 3, vierde lid, met als doel het versterken van de wetenschappelijke kennisinfrastructuur infectieziektebestrijding;
- pijler 4: het uitvoeren van het onderzoek, bedoeld in artikel 3, vijfde lid, met als doel samenwerken op bovenregionaal niveau;
- pijler 5: het geheel aan activiteiten, bedoeld in artikel 3, zesde lid, met als doel het aantal professionals gespecialiseerd in de infectieziektebestrijding te verhogen;
- praktijkopleider: een natuurlijke persoon die zorgdraagt voor de praktijkopleiding en -begeleiding van studenten in het kader van de beroepspraktijkvorming als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
- professional infectieziektebestrijding: een natuurlijke persoon die zich beroepsmatig bezighoudt met infectieziektebestrijding;
- RAC’er: regionaal arts consulent;
- REC’er: regionale epidemiologie consulent;
- regionale samenwerking: de samenwerking tussen GGD’en binnen een van de zeven regio’s voor infectieziektebestrijding, ondersteund door GGD GHOR Nederland en het RIVM tezamen met de RAC’ers de REC’ers binnen de betreffende regio;
- RIVM: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu als bedoeld in artikel 2, van de Wet op het RIVM;
- SiSa: Single information, Single audit, eenmalige informatieverstrekking, eenmalige accountantscontrole. SiSa is de manier waarop provincies, gemeenten en gemeenschappelijke regelingen zich per jaar verantwoorden over de besteding van specifieke uitkeringen en/of provinciale middelen;
- uitkering: een specifieke uitkering als bedoeld in artikel 15a van de Financiële-verhoudingswet;
- verpleegkundige: hbo-afgestudeerde verpleegkundige of verpleegkundige werkzaam op vergelijkbaar niveau in de publieke gezondheidszorg;
- verpleegkundige Maatschappij en Gezondheid: verpleegkundige die de post hbo-opleiding tot Verpleegkundige Maatschappij en Gezondheid heeft afgerond;
Artikel 2. Toepasselijkheid Awb en Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS
Op deze regeling zijn de artikelen 4:35, 4:37 tot en met 4:39, 4:46, 4:48 tot en met 4:50, 4:56 en 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.
Op deze regeling is de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS niet van toepassing.
Artikel 3. Activiteiten die in aanmerking komen voor een uitkering
De minister kan voor de jaren 2023 en 2024 een uitkering verstrekken aan een GGD voor activiteiten die vallen onder de doelstellingen van pijler 1 tot en met pijler 5.
De activiteiten binnen pijler 1 bestaan uit het aanstellen bij de GGD van:
- a. medewerkers; en
- b. een opleidingscoördinator ten behoeve van activiteiten die gericht zijn op het versneld opleiden van medewerkers die worden ingezet voor infectieziektebestrijding.
De activiteit binnen pijler 2 bestaat uit het uitvoeren van een pilot regionale en bovenregionale samenwerking waarbij:
- a. een specialisatie in de infectieziektebestrijding tot stand komt voor epidemiologen zonder achtergrond in de infectieziektebestrijding; en
- b. landelijke bijeenkomsten voor professionals worden georganiseerd om gezamenlijke inzichten, behaalde resultaten en ervaren knelpunten te delen.
De activiteit binnen pijler 3 bestaat uit het opstarten en uitvoeren van een pilot consortium academische werkplaatsen infectieziektebestrijding aan de hand van een vanaf 2023 uit te voeren landelijk academiseringsplan.
De activiteit binnen pijler 4 bestaat uit het uitvoeren van een onderzoek met als resultaat een implementatieplan ten behoeve van het effectief bestrijden van infectieziekten.
De activiteiten binnen pijler 5 bestaan uit:
- a. het creëren van opleidingsplekken bij GGD’en voor artsen, verpleegkundigen en deskundigen infectiepreventie GGD;
- b. het opleiden van verpleegkundigen tot Verpleegkundige Maatschappij en Gezondheid en medewerkers infectiepreventie tot deskundige infectiepreventie; en
- c. het uitvoeren van een onderzoek naar welke deskundigheidsbevordering en gewenste carrièreperspectieven nodig zijn onder alle professionals infectieziektebestrijding om de doelen van pijler 5 te behalen.
Artikel 4. Hoogte van de uitkering
De uitkering per GGD per pijler bedraagt ten hoogste het bedrag voor de jaren 2023 en 2024 zoals opgenomen in de bijlage bij deze regeling.
Artikel 5. Aanvraag tot verlening
Een uitkering als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt op aanvraag verstrekt.
Voor de aanvraag tot verlening van een uitkering wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.
De aanvraag voor activiteiten die plaatsvinden in het jaar 2023 kan worden ingediend in de periode van 16 februari 2023 tot en met 31 maart 2023.
De minister kan vrijstelling of ontheffing verlenen van de termijn, bedoeld in het derde lid.
Artikel 6. Verlening en bevoorschotting
De minister neemt binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag voor het jaar 2023 een besluit omtrent de verlening van de uitkering.
De minister geeft uiterlijk 29 februari 2024 een beschikking tot verlening van een uitkering voor activiteiten in het jaar 2024.
Het besluit tot verlening vermeldt in elk geval voor welke activiteiten de uitkering wordt verleend, het bedrag van de uitkering, de wijze van verantwoording, de periode waarvoor de uitkering wordt verleend en de wijze waarop het verrichten van de activiteiten kan worden aangetoond.
De minister kan bij het besluit tot verlening ambtshalve voorschotten verlenen.
De minister verleent bij het besluit tot verlening van de uitkering een voorschot van 100% dat in één keer wordt betaald.
Artikel 7. Verplichtingen verbonden aan de uitkering
De GGD meldt onverwijld schriftelijk aan de minister indien aannemelijk is geworden dat de activiteiten waarvoor een uitkering is verleend niet of niet geheel zullen worden verricht.
De GGD informeert de minister op verzoek over de voortgang van de activiteiten waarvoor een uitkering is verleend.
Artikel 8. Verantwoording
De GGD legt verantwoording af over de besteding van de uitkering op de wijze als bepaald in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.
Daar waar sprake is van overdracht van middelen van een medeoverheid naar een andere medeoverheid is SiSa tussen medeoverheden van toepassing, conform artikel 17a, tweede lid, van de Financiële-verhoudingswet.
Artikel 9. Vaststelling en terugvordering
De minister besluit uiterlijk 37 weken na ontvangst van de informatie ten behoeve van de verantwoording, bedoeld in artikel 8, eerste lid, over de vaststelling van de uitkering.
Indien de activiteiten waarvoor de uitkering is verleend zijn verricht en daarnaast volledig is voldaan aan de verplichtingen die verbonden zijn aan de uitkering, wordt de uitkering vastgesteld op het bedrag dat bestaat uit de gerealiseerde kosten, tot ten hoogste het in de verleningsbeschikking genoemde bedrag.
Indien de informatie ten behoeve van de verantwoording te laat, niet of niet volledig wordt verstrekt, kan de minister de uitkering op een lager bedrag vaststellen, aan de hand van de gegevens die tot het besluit tot vaststelling beschikbaar zijn gesteld.
Artikel 10. Hardheidsclausule
De minister kan een of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
Artikel 11. Inwerkingtreding en vervaldatum
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na datum van uitgifte van de Staatscourant waarin hij wordt geplaatst. De regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Indien de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 16 februari 2023, treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en werkt zij terug tot en met 16 februari 2023.
Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2025 met dien verstande dat de regeling van toepassing blijft op uitkeringen die op grond van de regeling zijn verleend.
Artikel 12. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke uitkering versterking GGD’en.
Bijlage. Lijst van maximale uitkeringsbedragen per GGD voor het jaar 2023 en 2024
Onderstaand is een lijst opgenomen waarin GGD’en staan en het maximale bedrag dat zij per kalenderjaar voor de uitkering kunnen ontvangen De bedragen zijn per GGD:
-
- voor pijler 1 gebaseerd op het totale aantal inwoners in de betreffende regio plus een vast bedrag;
-
- voor pijler 2 gebaseerd op het aantal regionale samenwerkingsverbanden voor infectieziektebestrijding;
-
- voor pijler 3 gebaseerd op het aantal academische werkplaatsen infectieziektebestrijding in de betreffende regio;
-
- voor pijler 5 gebaseerd op het aantal GGD’en.
De activiteit die valt onder pijler 4 wordt uitgevoerd door de GGD Regio Utrecht.
Daarnaast neemt GGD Regio Utrecht een aantal coördinerende werkzaamheden op zich voor activiteiten ten behoeve van de pijlers 1, 2 en 5, en voert GGD Zuid-Limburg een aantal coördinerende activiteiten uit ten behoeve van pijler 3.
| Pijler 1 | Pijler 2 | Pijler 3 | Pijler 4 | Pijler 5 | |
|---|---|---|---|---|---|
| Totaal per pijler voor het jaar 2023 | € 20.717.600 | € 2.408.680 | € 3.360.000 | € 416.400 | € 10.661.000 |
| Dienst Gezondheid & Jeugd ZHZ | € 553.716 | € 0 | € 0 | € 0 | € 132.000 |
| GGD Amsterdam | € 1.062.488 | € 344.097 | € 540.000 | € 0 | € 132.000 |
| GGD Brabant-Zuidoost | € 813.349 | € 0 | € 0 | € 0 | € 132.000 |
| GGD Drenthe | € 580.727 | € 0 | € 0 | € 0 | € 132.000 |
| GGD Flevoland | € 530.788 | € 0 | € 0 | € 0 | € 132.000 |
| GGD Fryslân | € 704.659 | € 0 | € 0 | € 0 | € 132.000 |
| GGD Gelderland-Zuid | € 637.197 | € 0 | € 540.000 | € 0 | € 132.000 |
| GGD Gooi en Vechtstreek | € 376.247 | € 0 | € 0 | € 0 | € 132.000 |
| GGD Groningen | € 654.025 | € 344.097 | € 0 | € 0 | € 132.000 |
| GGD Haaglanden | € 1.084.488 | € 344.097 | € 0 | € 0 | € 132.000 |
| GGD Hart voor Brabant | € 1.048.324 | € 0 | € 0 | € 0 | € 132.000 |
| GGD Hollands-Midden | € 836.924 | € 0 | € 0 | € 0 | € 132.000 |
| GGD Hollands-Noorden | € 717.291 | € 0 | € 0 | € 0 | € 132.000 |
| GGD IJsselland | € 612.647 | € 0 | € 0 | € 0 | € 132.000 |
| GGD Kennemerland | € 625.300 | € 0 | € 0 | € 0 | € 132.000 |
| GGD Limburg-Noord | € 601.752 | € 0 | € 0 | € 0 | € 132.000 |
| GGD Noord- en Oost-Gelderland | € 848.300 | € 0 | € 0 | € 0 | € 132.000 |
| GGD Regio Utrecht | € 3.389.956 | € 344.097 | € 34.200 | € 416.400 | € 7.493.000 |
| GGD Rotterdam-Rijnmond | € 1.245.877 | € 0 | € 540.000 | € 0 | € 132.000 |
| GGD Twente | € 688.718 | € 344.097 | € 0 | € 0 | € 132.000 |
| GGD West-Brabant | € 752.564 | € 344.097 | € 0 | € 0 | € 132.000 |
| GGD Zaanstreek/Waterland | € 456.266 | € 0 | € 0 | € 0 | € 132.000 |
| GGD Zeeland | € 492.719 | € 0 | € 0 | € 0 | € 132.000 |
| GGD Zuid-Limburg | € 657.099 | € 344.097 | € 1.705.800 | € 0 | € 132.000 |
| Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden | € 746.179 | € 0 | € 0 | € 0 | € 132.000 |
| Pijler 1 | Pijler 2 | Pijler 3 | Pijler 4 | Pijler 5 | |
| --- | --- | --- | --- | --- | --- |
| Totaal per pijler voor het jaar 2024 | € 20.717.600 | € 2.346.180 | € 3.720.000 | € 0 | € 9.623.920 |
| Dienst Gezondheid & Jeugd ZHZ | € 553.716 | € 0 | € 0 | € 0 | € 132.000 |
| GGD Amsterdam | € 1.062.488 | € 335.169 | € 840.000 | € 0 | € 132.000 |
| GGD Brabant-Zuidoost | € 813.349 | € 0 | € 0 | € 0 | € 132.000 |
| GGD Drenthe | € 580.727 | € 0 | € 0 | € 0 | € 132.000 |
| GGD Flevoland | € 530.788 | € 0 | € 0 | € 0 | € 132.000 |
| GGD Fryslân | € 704.659 | € 0 | € 0 | € 0 | € 132.000 |
| GGD Gelderland-Zuid | € 637.197 | € 0 | € 840.000 | € 0 | € 132.000 |
| GGD Gooi en Vechtstreek | € 376.247 | € 0 | € 0 | € 0 | € 132.000 |
| GGD Groningen | € 654.025 | € 335.169 | € 0 | € 0 | € 132.000 |
| GGD Haaglanden | € 1.084.488 | € 335.169 | € 0 | € 0 | € 132.000 |
| GGD Hart voor Brabant | € 1.048.324 | € 0 | € 0 | € 0 | € 132.000 |
| GGD Hollands-Midden | € 836.924 | € 0 | € 0 | € 0 | € 132.000 |
| GGD Hollands-Noorden | € 717.291 | € 0 | € 0 | € 0 | € 132.000 |
| GGD IJsselland | € 612.647 | € 0 | € 0 | € 0 | € 132.000 |
| GGD Kennemerland | € 625.300 | € 0 | € 0 | € 0 | € 132.000 |
| GGD Limburg-Noord | € 601.752 | € 0 | € 0 | € 0 | € 132.000 |
| GGD Noord- en Oost-Gelderland | € 848.300 | € 0 | € 0 | € 0 | € 132.000 |
| GGD Regio Utrecht | € 3.389.956 | € 335.169 | € 34.200 | € 0 | € 7.247.920 |
| GGD Rotterdam-Rijnmond | € 1.245.877 | € 840.000 | € 0 | € 132.000 | |
| GGD Twente | € 688.718 | € 335.169 | € 0 | € 0 | € 132.000 |
| GGD West-Brabant | € 752.564 | € 335.169 | € 0 | € 0 | € 132.000 |
| GGD Zaanstreek/Waterland | € 456.266 | € 0 | € 0 | € 0 | € 132.000 |
| GGD Zeeland | € 492.719 | € 0 | € 0 | € 0 | € 132.000 |
| GGD Zuid-Limburg | € 657.099 | € 335.169 | € 2.005.800 | € 0 | € 132.000 |
| Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden | € 746.179 | € 0 | € 0 | € 0 | € 132.000 |
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.