← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 10 februari 2023, kenmerk 3503357-1042699-PDPP, houdende het verstrekken van een specifieke uitkering voor het versterken van de GGD’en in verband met infectieziektebestrijding (Regeling specifieke uitkering versterking GGD'en)

Geldende tekst a fecha 2023-02-16

Gelet op artikel 3 van de Kaderwet VWS-subsidies;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Toepasselijkheid Awb en Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS
1.

Op deze regeling zijn de artikelen 4:35, 4:37 tot en met 4:39, 4:46, 4:48 tot en met 4:50, 4:56 en 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.

2.

Op deze regeling is de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS niet van toepassing.

Artikel 3. Activiteiten die in aanmerking komen voor een uitkering
1.

De minister kan voor de jaren 2023 en 2024 een uitkering verstrekken aan een GGD voor activiteiten die vallen onder de doelstellingen van pijler 1 tot en met pijler 5.

2.

De activiteiten binnen pijler 1 bestaan uit het aanstellen bij de GGD van:

3.

De activiteit binnen pijler 2 bestaat uit het uitvoeren van een pilot regionale en bovenregionale samenwerking waarbij:

4.

De activiteit binnen pijler 3 bestaat uit het opstarten en uitvoeren van een pilot consortium academische werkplaatsen infectieziektebestrijding aan de hand van een vanaf 2023 uit te voeren landelijk academiseringsplan.

5.

De activiteit binnen pijler 4 bestaat uit het uitvoeren van een onderzoek met als resultaat een implementatieplan ten behoeve van het effectief bestrijden van infectieziekten.

6.

De activiteiten binnen pijler 5 bestaan uit:

Artikel 4. Hoogte van de uitkering

De uitkering per GGD per pijler bedraagt ten hoogste het bedrag voor de jaren 2023 en 2024 zoals opgenomen in de bijlage bij deze regeling.

Artikel 5. Aanvraag tot verlening
1.

Een uitkering als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt op aanvraag verstrekt.

2.

Voor de aanvraag tot verlening van een uitkering wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.

3.

De aanvraag voor activiteiten die plaatsvinden in het jaar 2023 kan worden ingediend in de periode van 16 februari 2023 tot en met 31 maart 2023.

4.

De minister kan vrijstelling of ontheffing verlenen van de termijn, bedoeld in het derde lid.

Artikel 6. Verlening en bevoorschotting
1.

De minister neemt binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag voor het jaar 2023 een besluit omtrent de verlening van de uitkering.

2.

De minister geeft uiterlijk 29 februari 2024 een beschikking tot verlening van een uitkering voor activiteiten in het jaar 2024.

3.

Het besluit tot verlening vermeldt in elk geval voor welke activiteiten de uitkering wordt verleend, het bedrag van de uitkering, de wijze van verantwoording, de periode waarvoor de uitkering wordt verleend en de wijze waarop het verrichten van de activiteiten kan worden aangetoond.

4.

De minister kan bij het besluit tot verlening ambtshalve voorschotten verlenen.

5.

De minister verleent bij het besluit tot verlening van de uitkering een voorschot van 100% dat in één keer wordt betaald.

Artikel 7. Verplichtingen verbonden aan de uitkering
1.

De GGD meldt onverwijld schriftelijk aan de minister indien aannemelijk is geworden dat de activiteiten waarvoor een uitkering is verleend niet of niet geheel zullen worden verricht.

2.

De GGD informeert de minister op verzoek over de voortgang van de activiteiten waarvoor een uitkering is verleend.

Artikel 8. Verantwoording
1.

De GGD legt verantwoording af over de besteding van de uitkering op de wijze als bepaald in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.

2.

Daar waar sprake is van overdracht van middelen van een medeoverheid naar een andere medeoverheid is SiSa tussen medeoverheden van toepassing, conform artikel 17a, tweede lid, van de Financiële-verhoudingswet.

Artikel 9. Vaststelling en terugvordering
1.

De minister besluit uiterlijk 37 weken na ontvangst van de informatie ten behoeve van de verantwoording, bedoeld in artikel 8, eerste lid, over de vaststelling van de uitkering.

2.

Indien de activiteiten waarvoor de uitkering is verleend zijn verricht en daarnaast volledig is voldaan aan de verplichtingen die verbonden zijn aan de uitkering, wordt de uitkering vastgesteld op het bedrag dat bestaat uit de gerealiseerde kosten, tot ten hoogste het in de verleningsbeschikking genoemde bedrag.

3.

Indien de informatie ten behoeve van de verantwoording te laat, niet of niet volledig wordt verstrekt, kan de minister de uitkering op een lager bedrag vaststellen, aan de hand van de gegevens die tot het besluit tot vaststelling beschikbaar zijn gesteld.

Artikel 10. Hardheidsclausule

De minister kan een of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 11. Inwerkingtreding en vervaldatum
1.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na datum van uitgifte van de Staatscourant waarin hij wordt geplaatst. De regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

2.

Indien de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 16 februari 2023, treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en werkt zij terug tot en met 16 februari 2023.

3.

Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2025 met dien verstande dat de regeling van toepassing blijft op uitkeringen die op grond van de regeling zijn verleend.

Artikel 12. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke uitkering versterking GGD’en.

Bijlage. Lijst van maximale uitkeringsbedragen per GGD voor het jaar 2023 en 2024

Onderstaand is een lijst opgenomen waarin GGD’en staan en het maximale bedrag dat zij per kalenderjaar voor de uitkering kunnen ontvangen De bedragen zijn per GGD:

De activiteit die valt onder pijler 4 wordt uitgevoerd door de GGD Regio Utrecht.

Daarnaast neemt GGD Regio Utrecht een aantal coördinerende werkzaamheden op zich voor activiteiten ten behoeve van de pijlers 1, 2 en 5, en voert GGD Zuid-Limburg een aantal coördinerende activiteiten uit ten behoeve van pijler 3.

Pijler 1 Pijler 2 Pijler 3 Pijler 4 Pijler 5
Totaal per pijler voor het jaar 2023 € 20.717.600 € 2.408.680 € 3.360.000 € 416.400 € 10.661.000
Dienst Gezondheid & Jeugd ZHZ € 553.716 € 0 € 0 € 0 € 132.000
GGD Amsterdam € 1.062.488 € 344.097 € 540.000 € 0 € 132.000
GGD Brabant-Zuidoost € 813.349 € 0 € 0 € 0 € 132.000
GGD Drenthe € 580.727 € 0 € 0 € 0 € 132.000
GGD Flevoland € 530.788 € 0 € 0 € 0 € 132.000
GGD Fryslân € 704.659 € 0 € 0 € 0 € 132.000
GGD Gelderland-Zuid € 637.197 € 0 € 540.000 € 0 € 132.000
GGD Gooi en Vechtstreek € 376.247 € 0 € 0 € 0 € 132.000
GGD Groningen € 654.025 € 344.097 € 0 € 0 € 132.000
GGD Haaglanden € 1.084.488 € 344.097 € 0 € 0 € 132.000
GGD Hart voor Brabant € 1.048.324 € 0 € 0 € 0 € 132.000
GGD Hollands-Midden € 836.924 € 0 € 0 € 0 € 132.000
GGD Hollands-Noorden € 717.291 € 0 € 0 € 0 € 132.000
GGD IJsselland € 612.647 € 0 € 0 € 0 € 132.000
GGD Kennemerland € 625.300 € 0 € 0 € 0 € 132.000
GGD Limburg-Noord € 601.752 € 0 € 0 € 0 € 132.000
GGD Noord- en Oost-Gelderland € 848.300 € 0 € 0 € 0 € 132.000
GGD Regio Utrecht € 3.389.956 € 344.097 € 34.200 € 416.400 € 7.493.000
GGD Rotterdam-Rijnmond € 1.245.877 € 0 € 540.000 € 0 € 132.000
GGD Twente € 688.718 € 344.097 € 0 € 0 € 132.000
GGD West-Brabant € 752.564 € 344.097 € 0 € 0 € 132.000
GGD Zaanstreek/Waterland € 456.266 € 0 € 0 € 0 € 132.000
GGD Zeeland € 492.719 € 0 € 0 € 0 € 132.000
GGD Zuid-Limburg € 657.099 € 344.097 € 1.705.800 € 0 € 132.000
Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden € 746.179 € 0 € 0 € 0 € 132.000
Pijler 1 Pijler 2 Pijler 3 Pijler 4 Pijler 5
--- --- --- --- --- ---
Totaal per pijler voor het jaar 2024 € 20.717.600 € 2.346.180 € 3.720.000 € 0 € 9.623.920
Dienst Gezondheid & Jeugd ZHZ € 553.716 € 0 € 0 € 0 € 132.000
GGD Amsterdam € 1.062.488 € 335.169 € 840.000 € 0 € 132.000
GGD Brabant-Zuidoost € 813.349 € 0 € 0 € 0 € 132.000
GGD Drenthe € 580.727 € 0 € 0 € 0 € 132.000
GGD Flevoland € 530.788 € 0 € 0 € 0 € 132.000
GGD Fryslân € 704.659 € 0 € 0 € 0 € 132.000
GGD Gelderland-Zuid € 637.197 € 0 € 840.000 € 0 € 132.000
GGD Gooi en Vechtstreek € 376.247 € 0 € 0 € 0 € 132.000
GGD Groningen € 654.025 € 335.169 € 0 € 0 € 132.000
GGD Haaglanden € 1.084.488 € 335.169 € 0 € 0 € 132.000
GGD Hart voor Brabant € 1.048.324 € 0 € 0 € 0 € 132.000
GGD Hollands-Midden € 836.924 € 0 € 0 € 0 € 132.000
GGD Hollands-Noorden € 717.291 € 0 € 0 € 0 € 132.000
GGD IJsselland € 612.647 € 0 € 0 € 0 € 132.000
GGD Kennemerland € 625.300 € 0 € 0 € 0 € 132.000
GGD Limburg-Noord € 601.752 € 0 € 0 € 0 € 132.000
GGD Noord- en Oost-Gelderland € 848.300 € 0 € 0 € 0 € 132.000
GGD Regio Utrecht € 3.389.956 € 335.169 € 34.200 € 0 € 7.247.920
GGD Rotterdam-Rijnmond € 1.245.877 € 840.000 € 0 € 132.000
GGD Twente € 688.718 € 335.169 € 0 € 0 € 132.000
GGD West-Brabant € 752.564 € 335.169 € 0 € 0 € 132.000
GGD Zaanstreek/Waterland € 456.266 € 0 € 0 € 0 € 132.000
GGD Zeeland € 492.719 € 0 € 0 € 0 € 132.000
GGD Zuid-Limburg € 657.099 € 335.169 € 2.005.800 € 0 € 132.000
Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden € 746.179 € 0 € 0 € 0 € 132.000

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.