Beleidsregel quota commerciële media-instellingen 2023
Gelet op de artikelen 3.20 tot en met 3.25, artikel 3.29c van de Mediawet 2008 en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht,
Besluit:
I. Begripsbepalingen en reikwijdte
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
- a. wet: de Mediawet 2008;
- b. besluit: het Mediabesluit 2008;
- c. regeling: Mediaregeling 2008;
- d. catalogus: de ordening van het audiovisueel media-aanbod in een databank die audiovisueel media-aanbod voor de gebruiker toegankelijk maakt;
- e. Europese producties: producties als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder n en artikel 1, tweede, derde en vierde lid, van de Richtlijn;
- f. Richtlijn: Richtlijn 2010/13/EU van 10 maart 2010 betreffende de coördinatie van bepaalde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in de lidstaten inzake het aanbieden van audiovisuele media-diensten;
- g. onafhankelijke producent: de producent van een onafhankelijke productie als bedoeld in artikel 3.22, eerste lid, van de wet;
- h. ondertiteling: Nederlands-of Friestalig programma-aanbod voorzien van Nederlandstalige ondertiteling;
- i. producent: degene die programma-aanbod vervaardigt;
- j. programma-aanbod: televisieprogramma-aanbod;
- k. programmakanaal: televisieprogrammakanaal;
- l. recente productie: een onafhankelijke productie die niet ouder is dan vijf jaar.
Artikel 2. Europese producties
Een producent als bedoeld in artikel 1, derde en vierde lid, van de Richtlijn wordt geacht in een lidstaat gevestigd te zijn indien zijn onderneming aldaar permanent is gevestigd en over vast personeel beschikt dat zich zowel met productie- als commerciële activiteiten in de Europese Unie bezighoudt.
Indien niet bekend is welke producent een productie tot stand heeft gebracht, wordt onder producent mede verstaan de distributeur van de productie. In dat geval wordt de lidstaat waarin de distributeur is gevestigd aangemerkt als de lidstaat waarin de producent is gevestigd.
Het tweede lid is slechts van toepassing indien de media-instelling die de productie heeft verspreid, naar genoegen van het Commissariaat heeft aangetoond dat zij zich voldoende heeft ingespannen om de relevante gegevens over de producent van de productie te achterhalen.
Artikel 3. Onafhankelijke producties
In aansluiting op artikel 3.22, eerste lid, van de wet wordt als onafhankelijke productie mede aangemerkt:
- a. programma-aanbod dat wordt geproduceerd door een onafhankelijke producent tezamen met een media-instelling, ingeval de media-instelling niet wordt aangemerkt als producent van het betreffende aanbod;
- b. een door een media-instelling aangekochte onafhankelijke productie.
Niet als onafhankelijke productie wordt aangemerkt:
- a. programma-aanbod dat uitsluitend geproduceerd is door een media-instelling;
- b. programma-aanbod dat geproduceerd is door een producent die meer dan negentig procent van het door hem geproduceerde programma-aanbod, in de drie afgelopen boekjaren, heeft geleverd aan dezelfde media-instelling.
II. Europese producties
Artikel 4. Berekeningswijze aandeel Europese, onafhankelijke en recente producties in programmakanalen
Voor de vaststelling van het behaalde aandeel Europese, onafhankelijke en recente producties als bedoeld in de artikelen 3.20 tot en met 3.22 van de wet, wordt uitgegaan van het totale programma-aanbod per televisieprogrammakanaal per kalenderjaar, daarvan uitgezonderd het media-aanbod als bedoeld in artikel 3.23 van de wet.
Voor de vaststelling van het behaalde aandeel Europese, onafhankelijke en recente producties, worden herhalingen van programma’s meegeteld.
Artikel 5. Berekeningswijze aandeel Europese producties van audiovisueel media-aanbod op commerciële mediadiensten op aanvraag
Voor de vaststelling van het behaalde aandeel Europese producties van een commerciële mediadienst op aanvraag als bedoeld in artikel 3.29c, eerste lid, van de wet wordt uitgegaan van het aantal Europese titels in de desbetreffende catalogus, afgezet tegen het totaal aantal titels in de catalogus.
Als titel wordt in ieder geval aangemerkt een speelfilm en een seizoen van een serie. Een aflevering van een serie kan als titel worden aangemerkt indien deze vergelijkbaar is met een speelfilm.
Artikel 6. Bereik programma-aanbod
Voor de toepassing van artikel 3.23, tweede lid, van de wet wordt programma-aanbod aangemerkt als programma-aanbod dat in slechts één gemeente of een beperkt aantal aan elkaar grenzende gemeenten kan worden ontvangen, indien het programma-aanbod gericht is op die betreffende gemeente(n) en niet tevens wordt verspreid via een ander deel van het nationale omroepnetwerk of in andere gemeenten via een programmakanaal.
Artikel 7. Aandacht Europese producties op commerciële mediadiensten op aanvraag
Het onder de aandacht brengen van Europese producties op een commerciële mediadienst op aanvraag als bedoeld in artikel 3.29c, tweede lid, van de wet kan onder meer worden verzekerd door:
- a. het voorzien in een vanaf de startpagina van de dienst toegankelijke aan Europese producties gewijde sectie;
- b. de mogelijkheid om in de als onderdeel van die dienst beschikbare zoekfunctie naar Europese producties te zoeken; of
- c. het gebruik van Europese producties in de campagnes van die dienst of een minimum percentage Europese producties die in de catalogus van die dienst worden aanbevolen, bijvoorbeeld door gebruik van banners of vergelijkbare instrumenten.
Artikel 8. Ontheffing aandeel Europese producties lage omzet en klein publiek
De verplichting voor het behalen van het aandeel Europese producties en het onder de aandacht brengen daarvan als bedoeld in artikel 3.29c, eerste en tweede lid, van de wet geldt niet voor aanbieders van commerciële mediadiensten op aanvraag met een lage omzet of een klein publiek.
Als lage omzet wordt aangemerkt een jaaromzet tot twee miljoen euro, daarbij inbegrepen de jaaromzet van partnerondernemingen en verbonden ondernemingen.
Als klein publiek wordt aangemerkt een aandeel gebruikers van minder dan 1% ten opzichte van het veronderstelde aantal potentiële gebruikers van commerciële mediadiensten op aanvraag van de lidstaat waar de aanbieder van de commerciële mediadienst op aanvraag zich op richt. Voor het aantal veronderstelde potentiële gebruikers van commerciële mediadiensten op aanvraag, wordt uitgegaan van 80% van de bevolking van de lidstaat waar de desbetreffende commerciële mediadienst op aanvraag zich op richt.
Om voor de toepassing van het eerste lid in aanmerking te komen, dient de aanbieder van de commerciële mediadienst op aanvraag een verzoek om een ontheffing in bij het Commissariaat. Bij het verzoek om ontheffing dient alle relevante informatie op grond waarvan een besluit kan worden genomen, te worden gevoegd.
Artikel 9. Ontheffing Europese producties programmakanalen
Ontheffingen van het aandeel Europese producties als bedoeld in artikel 3.20, eerste lid, van de wet kunnen in bijzondere gevallen ten aanzien van een bepaald programmakanaal gedeeltelijk worden verleend, met dien verstande dat het percentage niet lager gesteld kan worden dan tien.
Bij de vaststelling of sprake is van een bijzonder geval bedoeld in het eerste lid, kunnen in ieder geval de aard van het programmakanaal, de programmering, de doelgroep, het niet voldoende kunnen verkrijgen van rechten voor Europese producties en bijzondere economische omstandigheden worden betrokken.
Indien naar genoegen van het Commissariaat is aangetoond dat sprake is van een bijzonder geval waarin ten aanzien van een programmakanaal niet kan worden verlangd dat direct aan het aandeel Europese producties wordt voldaan, kan dit aandeel lager worden vastgesteld voor een periode van maximaal drie kalenderjaren.
Indien naar genoegen van het Commissariaat is aangetoond dat gelet op de omstandigheden die in het tweede lid worden genoemd, sprake is van een bijzonder geval waarin ten aanzien van een programmakanaal niet kan worden verlangd dat aan het aandeel Europese producties wordt voldaan, kan het aandeel genoemd in artikel 3.20, eerste lid, van de wet gedurende de looptijd van de toestemming voor het verzorgen van het programmakanaal lager worden vastgesteld zolang het programmaformat van het programmakanaal niet wijzigt.
Het verzoek om ontheffing dient, voorzien van een onderbouwing, te worden ingediend bij het Commissariaat.
Artikel 10. Ontheffing Europese producties audiovisueel media-aanbod op commerciële mediadiensten op aanvraag
Ontheffingen van het aandeel Europese producties voor audiovisueel media-aanbod van commerciële mediadiensten op aanvraag als bedoeld in artikel 3.29c van de wet, kunnen worden verleend indien naar genoegen van het Commissariaat is aangetoond dat naleving gelet op de aard of het onderwerp van deze mediadienst op aanvraag praktisch onhaalbaar of ongerechtvaardigd zou zijn.
Bij de vaststelling of sprake is van een geval als bedoeld in het eerste lid, kunnen in ieder geval de aard van de commerciële mediadienst op aanvraag, de aard van het audiovisueel media-aanbod, de doelgroep, het niet voldoende kunnen verkrijgen van rechten voor Europese producties en bijzondere economische omstandigheden worden betrokken.
Indien naar genoegen van het Commissariaat is aangetoond dat sprake is van een geval waarin ten aanzien van een commerciële mediadienst op aanvraag niet kan worden verlangd dat direct aan het aandeel Europese producties wordt voldaan, kan dit aandeel lager worden vastgesteld voor een periode van maximaal drie kalenderjaren.
Indien naar genoegen van het Commissariaat is aangetoond dat gelet op de omstandigheden die in het tweede lid worden genoemd, sprake is van een geval waarin ten aanzien van een commerciële mediadienst op aanvraag niet kan worden verlangd dat aan het aandeel Europese producties wordt voldaan, kan het percentage genoemd in artikel 3.29c van de wet lager worden vastgesteld zolang het format van de commerciële mediadienst op aanvraag niet wijzigt.
Het verzoek om ontheffing dient, voorzien van een onderbouwing, te worden ingediend bij het Commissariaat.
III. Nederlands- en friestalige producties
Artikel 11. Oorspronkelijk Nederlands- en Friestalige producties
Als oorspronkelijk Nederlands- of Friestalige producties als bedoeld in artikel 3.24, eerste lid, van de wet wordt mede aangemerkt:
- a. programma-aanbod dat Nederlands- of Friestalig is ingesproken;
- b. programma-aanbod dat onderdelen van niet oorspronkelijk Nederlands- of Friestalige producties bevat, dat voorzien is van een Nederlands- of Friestalige voice-over.
Artikel 12. Berekeningswijze aandeel oorspronkelijk Nederlands- en Friestalige producties programmakanalen
Voor de vaststelling van het behaalde aandeel oorspronkelijk Nederlands- en Friestalige producties, bedoeld in artikel 3.24 van de wet, wordt uitgegaan van het totale programma-aanbod per programmakanaal per kalenderjaar. Herhalingen van programma’s worden meegeteld.
Artikel 13. Ontheffing oorspronkelijk Nederlands- en Friestalige producties programmakanalen
Ontheffingen van het aandeel oorspronkelijk Nederlands- of Friestalige producties voor programma-aanbod als bedoeld in artikel 3.24, tweede lid, van de wet kunnen in bijzondere gevallen ten aanzien van een bepaald programmakanaal geheel of gedeeltelijk worden verleend.
Bij de vaststelling of sprake is van een bijzonder geval bedoeld in het eerste lid, kunnen in ieder geval de aard van het programmakanaal, de programmering, de doelgroep, het territoriale bereik van het programmakanaal en bijzondere economische omstandigheden worden betrokken.
Indien naar genoegen van het Commissariaat is aangetoond dat sprake is van een bijzonder geval waarin ten aanzien van een programmakanaal niet kan worden verlangd dat direct aan het aandeel oorspronkelijk Nederlands- of Friestalige producties wordt voldaan, kan dit aandeel lager worden vastgesteld voor een periode van maximaal drie kalenderjaren.
Indien naar genoegen van het Commissariaat is aangetoond dat gelet op de omstandigheden die in het tweede lid worden genoemd, sprake is van een bijzonder geval waarin ten aanzien van een programmakanaal niet kan worden verlangd dat aan het aandeel oorspronkelijk Nederlands- of Friestalige producties wordt voldaan, kan dit aandeel gedurende de looptijd van de toestemming voor het verzorgen van het programmakanaal lager of op nul worden vastgesteld, zolang het programmaformat van het programmakanaal niet wijzigt.
Wanneer een programmakanaal nagenoeg geheel is gericht op een uitzendgebied buiten Nederland kan het percentage bedoeld in artikel 3.24, eerste lid, van de wet gedurende de looptijd van de toestemming op nul worden gesteld zolang het format van het programmakanaal niet wijzigt.
Het verzoek om ontheffing dient, voorzien van een onderbouwing, te worden ingediend bij het Commissariaat.
Artikel 14. Ondertiteling oorspronkelijk Nederlandstalige producties programmakanalen
Als oorspronkelijk Nederlandstalige producties die voorzien zijn van ondertiteling ten behoeve van personen met een auditieve beperking zoals bedoeld in artikel 17 van het besluit worden aangemerkt oorspronkelijk Nederlandstalige producties:
- a. die Nederlandstalig zijn ingesproken;
- b. die onderdelen van niet oorspronkelijk Nederlandstalige producties bevatten die voorzien zijn van een Nederlands- of Friestalige voice-over dan wel Nederlands- of Friestalig zijn ingesproken en die voorzien zijn van een ondertiteling overeenkomstig artikel 18a van de regeling.
Artikel 15. Berekeningswijze percentage ondertiteling programmakanalen
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.