Besluit van de Minister voor Langdurige Zorg en Sport van 20 februari 2023, kenmerk 3515405-1043206-LZ, houdende vaststelling van het beleidskader en het subsidieplafond inzake het subsidiëren van de uitvoering van gespecialiseerde cliëntondersteuning (Besluit vaststelling beleidskader subsidiëring uitvoering gespecialiseerde cliëntondersteuning)

Type Ministeriële regeling
Publication 2023-03-01
State In force
Source BWB
artikelen 1
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 1.3 en 2.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;

Besluit:

Artikel 1. Vaststellen beleidskader

Het beleidskader inzake subsidiëring van de uitvoering van gespecialiseerde cliëntondersteuning wordt vastgesteld overeenkomstig de bijlage bij dit besluit.

Artikel 2. Subsidieplafond
1.

Voor de subsidieverlening op grond van dit besluit is een totaalbedrag van € 81.635.000 beschikbaar.

2.

De Minister voor Langdurige Zorg en Sport verleent het beschikbare bedrag na onderlinge weging van de aanvragen aan één aanvrager, overeenkomstig de bijlage bij dit besluit.

Artikel 3. Dienst van algemeen economisch belang

De gespecialiseerde cliëntondersteuning, zoals bedoeld in de bijlage bij dit besluit wordt aangewezen als een dienst van algemeen economisch belang in de zin van artikel 106, tweede lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

Artikel 4. Inwerkingtreding en vervaldatum

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt met ingang van 30 juni 2029 met dien verstande dat deze van toepassing blijft op de subsidie die verleend is onder dit besluit en beleidskader.

Artikel 5. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit vaststelling beleidskader subsidiëring uitvoering gespecialiseerde cliëntondersteuning.

Bijlage. Beleidskader inzake subsidiëring van de uitvoering van gespecialiseerde cliëntondersteuning

Deze bijlage hoort bij het Besluit vaststelling beleidskader subsidiëring uitvoering gespecialiseerde cliëntondersteuning.

INHOUDSOPGAVE

Hoofdstuk 1 – Definities

Hoofdstuk 2 – Gespecialiseerde Cliëntondersteuning

Hoofdstuk 3 – Beschikbaar budget (subsidieplafond), subsidiabele activiteiten en subsidiabele kosten

Hoofdstuk 4 – De aanvraag en de afhandeling daarvan

Hoofdstuk 5 – Subsidieverplichtingen en overige bepalingen

Annex I. Criteria GCO en doelgroepen

Annex II. Kenmerken GCO

Annex III. Drempelcriteria aanvrager

Annex IV. Inhoudelijke beoordelings- en wegingscriteria

Annex V. Planning

Hoofdstuk 1. Definities

In dit beleidskader wordt verstaan onder:

Hoofdstuk 2. Gespecialiseerde cliëntondersteuning

2.1. Achtergrond en aanleiding

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft in 2018 een programma voor het toekomstbestendiger maken van de gehandicapten- en complexe zorg, ‘Volwaardig Leven’, gelanceerd. Als onderdeel van dit programma zijn er vijf pilots GCO gestart die zich richten op specialistische cliëntondersteuning voor specifieke doelgroepen en hun naasten waar (zeer) complexe problematiek speelt. Hiermee is gestart, omdat deskundigen, cliënten en naasten van mening waren dat de reguliere cliëntondersteuning op basis van de Wmo 2015 en de Wlz in hun huidige vorm voor deze doelgroepen niet toereikend was. Met ruim 450 deelnemers, waaronder ook jeugdigen, is in de pilots ervaring opgedaan met deze specifieke vorm van ondersteuning. Het ging daarbij om de volgende doelgroepen:

Van elke pilot afzonderlijk is een evaluatieonderzoek opgeleverd, tezamen met een maatschappelijke businesscase. Daarnaast is er een overkoepelende meta-analyse uitgevoerd door onderzoeksbureau DSP.1Ondersteuning op maat voor mensen met een beperking en hun naasten, DSP 2021. De daarover uitgebrachte rapporten laten zien dat de geboden ondersteuning meerwaarde heeft voor de deelnemers en wijzen op een positieve businesscase. Mensen ervaren dat zij er niet alleen voor staan en hebben meer grip op en regie over het leven. Er is meer ruimte voor het gezinsleven en aandacht voor broers en zussen. Naasten kunnen (deels) weer zelf in hun bestaan voorzien, een studie oppakken of vervolgen en de ondersteuning wordt gezien als een welkome steun die ervoor zorgt dat cliënten en naasten zich ontlast voelen.

Met deze uitkomsten in de hand is verkend hoe de in de pilots ontwikkelde en toegepaste methodiek en werkwijze het beste kan worden geborgd. Op grond van de resultaten van die verkenning is in november 2021 in een rapport geconcludeerd dat een domein-overstijgende structuur de meest kansrijke manier is om GCO passend te borgen.2Domeinen overstijgen, AEF, 2021. In het bijzonder faciliteert deze wijze van borging het beoogde type ondersteuning zoals ontwikkeld in de pilots: domein-overstijgende ondersteuning (over zorgdomeinen heen en levensbreed), ondersteuning van naasten, en mogelijkheden voor een landelijke signalerings- en leerfunctie.

In de pilot levensloopbegeleiding is gebleken dat de meeste deelnemers primair zijn aangewezen op begeleiding vanuit de Wmo 2015. Binnen het gemeentelijk domein is er geen wettelijke belemmering om de cliëntondersteuning (levensloopbegeleiding), zoals die in de pilot is ontwikkeld en geboden, adequaat te organiseren. Daarom zal de borging van de ondersteuning in het kader van levensloopbegeleiding voor mensen met een autisme spectrum stoornis afwijken van de ondersteuning van de andere doelgroepen en op de volgende manieren vormgegeven worden:

Bij de besluitvorming over de Voorjaarsnota3Kamerstukken II 2021/22, 36 120, nr. 12. heeft de regering vanaf 2023 structureel financiële middelen beschikbaar gesteld om de borging van de pilots te realiseren. In het kader van de Toekomstagenda gehandicaptenzorg wordt ingezet op twee sporen:

In de brief van 7 juli 2022 over de Toekomstagenda gehandicaptenzorg4Kamerstukken II, 2021/22, 24 170, nr. 262. is de Tweede Kamer geïnformeerd dat de borging van GCO via financiering door VWS plaatsvindt en de ondersteuning van de verschillende doelgroepen gebundeld wordt aangeboden.

2.2. Context van GCO

Cliënten met een langdurige zorgvraag en hun naasten kunnen gebaat zijn bij hulp bij het vinden van de bij hen passende goede zorg en ondersteuning. Om deze mensen te helpen in hun zoektocht is informatie en advies beschikbaar, zoals wegwijzers voor verschillende doelgroepen (bijvoorbeeld het Juiste Loket en Regelhulp). Veel cliënten en naasten vinden mede daardoor zelf hun weg in het zorglandschap. Als de complexiteit van de zorgvraag toeneemt, komt onafhankelijke cliëntondersteuning in beeld. De cliëntondersteuner informeert, helpt bij het regelen van zorg en ondersteuning en bij het bepalen hoe en waar die het beste kan worden geboden. Gemeenten en zorgkantoren zijn op grond van de Wmo 2015 respectievelijk de Wlz verantwoordelijk voor het aanbieden van deze reguliere cliëntondersteuning (OCO).

Voor veel mensen is deze vorm van ondersteuning voldoende om hun weg te vinden, het hoofd te kunnen bieden aan de te regelen zaken en tegelijkertijd een gezin draaiende te houden. De meeste gebruikers zijn dan ook tevreden over de OCO en kunnen met behulp daarvan verder. Hoe sneller en adequater mensen met een levenslange beperking met OCO worden geholpen, des te kleiner de kans dat hun situatie complexer wordt en de problemen zich opstapelen.

Er zijn echter ook mensen behorend tot de doelgroepen waarvoor de OCO onvoldoende is om hen in hun complexe zorg- en ondersteuningsvraag te helpen. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer er sprake is van een levenslange beperking en een complexe zorgvraag met effect op verschillende levensdomeinen, (dreigende) overbelasting en een cliënt-/gezinssysteem dat is vastgelopen of dat dreigt te doen. Er is dan intensieve, domein-overstijgende ondersteuning nodig op verschillende levensgebieden met kennis van de specifieke doelgroep om voor alle betrokkenen een goed leven met zorg en ondersteuning te realiseren. Kortgezegd dient de ondersteuning domein-overstijgend, levensbreed en zo lang als doeltreffend en doelmatig is te zijn. We noemen dit gespecialiseerde cliëntondersteuning (GCO).

Uitgangspunt in onderhavig beleidskader is dat de ondersteuning van de doelgroepen uit de vijf pilots GCO wordt geborgd. Voor deze doelgroepen is komen vast te staan dat de gespecialiseerde cliëntondersteuning meerwaarde heeft en de kwaliteit van leven door de inzet van GCO wordt bevorderd. Er zijn mogelijk ook andere doelgroepen die baat zouden kunnen hebben bij GCO. Om zicht te krijgen op deze doelgroepen, wordt aan de uitvoerder van dit beleidskader gevraagd om te monitoren wie zich aanmeldt en op welke gronden (zie paragraaf 5.1 subsidieverplichtingen). Tevens is in dit kader bepaald dat de uitvoerder zich inspant om cliënten en naasten die niet voor GCO in aanmerking komen, over te dragen naar andere vormen van ondersteuning, in samenspraak met zowel de cliënt als de organisatie die de cliënt in de toekomst zal ondersteunen. Samen met de uitvoerder zal VWS bezien of bij toenemende vraag vanuit andere doelgroepen aanpassing van dit beleidskader voor de hand ligt.

De verwachting is dat er na de looptijd van dit beleidskader een kleine groep van mensen met complexe problematiek op verschillende levensgebieden zal blijven die GCO nodig heeft. Op termijn wordt verwacht dat de groep van GCO-deelnemers kleiner wordt dan bij de opstart voorzien. Enerzijds is dit het gevolg van beoogde verbeteringen in de OCO en begeleiding, waardoor crisissituaties mogelijk kunnen worden voorkomen. Anderzijds is dit het gevolg van het vertalen van de ervaringen en geleerde lessen uit de gezinspraktijk naar lessen voor het systeem en de dienstverlening vanuit de Wmo 2015 en de Wlz.

Gedurende de subsidieperiode zal worden bezien hoe GCO een vaste plek kan krijgen in het zorglandschap. Het voornemen is om gedurende de looptijd van dit beleidskader de wettelijke verankering van GCO te onderzoeken en eventueel een wetgevingsproces te starten. Uit evaluatieonderzoek moet blijken welke ontwikkelingen zich gedurende de subsidieperiode hebben voorgedaan in de GCO. Op basis van dit onderzoek zal worden bezien welke omvang de GCO in de toekomst zal hebben en hoe de relatie met de OCO het beste vorm gegeven kan worden. Op basis van deze evaluatie wordt besluitvorming voor kabinet voorbereid over de structurele beschikbare financiële middelen voor GCO.

2.3. Doel van het beleidskader

Met dit beleidskader wordt beoogd een uitvoerder te selecteren die gedurende vijf jaar (van 1 juli 2023 tot en met 30 juni 2028) GCO landelijk zal aanbieden aan de doelgroepen, zoals beschreven in Annex I, onder B. Tevens wordt beoogd dat de uitvoerder hiervoor een leer- en verbetercyclus en de monitoring vormgeeft van de inzet van de GCO.

Er is voor gekozen om één organisatie, bestaande uit een enkele rechtspersoon of een alliantie, te selecteren om de beoogde concentratie van de specialistische kennis per doelgroep verder uit te bouwen. Tevens zal een landelijke signalerings- en verbetercyclus worden ingericht die slagkrachtiger is als zij door één uitvoerende partij wordt vormgegeven. Bovendien biedt één uitvoerder de mogelijkheid tot een adequate inrichting van de monitoring en het meten van de effecten van de gespecialiseerde cliëntondersteuning.

2.4. Beoogd resultaat

Met de te ontvangen subsidie stelt de uitvoerder alles in het werk om de volgende resultaten te behalen:

Hoofdstuk 3. Beschikbaar budget (subsidieplafond), subsidiabele activiteiten en subsidiabele kosten

3.1. Subsidieplafond en subsidieperiode

Voor de uitvoering van de in dit beleidskader vermelde subsidiabele activiteiten die in de subsidieperiode van vijf jaar (1 juli 2023 tot en met 30 juni 2028) dienen plaats te vinden, stelt de Minister ten hoogste € 81.635.000 (inclusief BTW) beschikbaar. De bevoorschotting volgt het per jaar beschikbare subsidieplafond op jaarbasis:

Het voor 2023 beschikbare subsidiebedrag wordt in één keer direct na de subsidieverlening bevoorschot. Het subsidiebedrag voor de overige jaren wordt in periodieke maandelijkse voorschotten betaald, overeenkomstig het bevoorschottingsschema dat in de verleningsbeschikking wordt opgenomen.

De subsidie wordt achteraf vastgesteld op basis van de werkelijke kosten, tot maximaal het in de verleningsbeschikking genoemde bedrag, overeenkomstig artikel 7.8, vierde lid, van de Kaderregeling.

3.2. Subsidiabele activiteiten

Er zijn zes subsidiabele hoofdactiviteiten:

Subsidie wordt uitsluitend verstrekt indien de uitvoerder in staat is om alle zes hoofdactiviteiten uit te voeren.

In de periode 1 juli 2023 tot en met 31 december 2023 vinden voorbereidende activiteiten plaats om de GCO aan te kunnen bieden met ingang van 1 januari 2024. De vijf pilots GCO lopen tot en met 31 december 2023. In het kader van hoofdactiviteit 1 zijn de volgende sub-activiteiten subsidiabel:

Ad a.

De uitvoerder treft de benodigde voorbereidingen om met ingang van 1 januari 2024 de ondersteuning van bestaande en nieuwe deelnemers ter hand te kunnen nemen.

Ad b.

De uitvoerder stelt een afwegingskader op om de afbakening van de doelgroepen zoals omschreven in Annex I te operationaliseren en de toestroom van aanvragen te reguleren.

Ad c.

De uitvoerder ontwikkelt een voor de uitvoering van de in dit beleidskader omschreven activiteiten geschikte website die uiterlijk 1 januari 2024 online is. Op deze website wordt onder meer informatie gedeeld over het doel van GCO, de aanmeldingsprocedure, het afwegingskader en wordt inzicht gegeven in de monitoringsresultaten.

In het kader van hoofdactiviteit 2 zijn de volgende sub-activiteiten subsidiabel:

Ad a.

In Annex II is een nadere toelichting gegeven over de kenmerken van de gewenste ondersteuning zoals naar voren is gekomen uit de vijf pilots GCO. De nadruk van de GCO ligt op ondersteuning bij het vinden van goede zorg en ondersteuning voor cliënten en naasten en hen meer ruimte te geven voor kwaliteit van leven. Deze ondersteuning kan bestaan uit individuele trajecten voor leden van de doelgroepen, maar kan eveneens bestaan uit het geven van advies door GCO’ers op consultbasis aan OCO’ers of andere partijen. De uitvoerder is verantwoordelijk voor de kwaliteit van de ondersteuning en voor de kwaliteit van degene die de gespecialiseerde cliëntondersteuning daadwerkelijk biedt (de GCO’er).

De subsidie is bedoeld om ten minste 3.000 unieke personen behorende tot de doelgroepen, omschreven in Annex I, met GCO te ondersteunen. Onderdeel van de groep unieke personen zijn de bestaande deelnemers van de vijf pilots GCO die met ingang van 1 januari 2024 ondersteund moeten blijven en zo veel als mogelijk dezelfde ondersteuning en ondersteuners zullen moeten behouden. Bestaande deelnemers hoeven hiervoor geen nieuwe aanvraag voor de GCO bij de uitvoerder in te dienen. De uitvoerder zorgt ervoor dat de overgang met minimale impact op de reeds geboden ondersteuning plaatsvindt. De uiteindelijke omvang van het aantal ondersteunde deelnemers zal afhangen van de duur van de ondersteuning en de mate waarin de ondersteuning wordt op- en afgeschaald. Bij de vormgeving en uitvoering van GCO richt de uitvoerder zich op de doelgroepen, zoals beschreven in Annex I.

Een groot gedeelte van de cliënten en naasten zal een langere periode (langer dan een jaar) ondersteuning krijgen. Ten behoeve van het vaststellen van een bedrag voor dit beleidskader is voor het daadwerkelijk verrichten van de GCO uitgegaan van gemiddelde kosten van € 8.000 euro per cliënt op jaarbasis. Het betreft geenszins een normbedrag en uit de monitoring moet gaan blijken dat de berekeningswijze voor het subsidiebedrag aansluit bij de praktijk. De verwachting is dat er meer dan 3.000 cliënten/naasten kunnen worden geholpen gedurende de looptijd van dit beleidskader. Trajecten van ondersteuning vanuit de pilots zullen op termijn kunnen worden afgesloten dan wel kunnen worden overgedragen aan de OCO, waarna nieuwe cliënten en naasten kunnen instromen.

Het is essentieel dat de GCO-uitvoerder maatwerk kan bieden voor cliënten en naasten. Daarom wordt de subsidie vastgesteld op basis van de werkelijk gemaakte kosten tot maximaal het in de verleningsbeschikking genoemde bedrag.

Ad b.

Er wordt afstemming gezocht rondom de doorverwijzing en terugwijzing tussen de cliëntondersteuning zoals geboden vanuit gemeentelijk domein of de Wlz en de gespecialiseerde cliëntondersteuning. De uitvoerder onderhoudt hiertoe een gelijkwaardige samenwerking met OCO’ers en OCO-organisaties om cliënten over en weer aan elkaar over te dragen.

Ad c.

De uitvoerder ontwikkelt een werkwijze op basis waarvan een budget per gezin beschikbaar kan worden gesteld. Dit budget maakt onderdeel uit van het subsidiebedrag begroot voor de jaren 2024 en 2025 en is bedoeld om urgente situaties in de materiële sfeer die raken aan zorg en ondersteuning het hoofd te kunnen bieden. Voor deze activiteit zijn de begrote middelen inzetbaar vanaf 1 januari 2024 tot 1 januari 2026. VWS neemt de vrij besteedbare ruimte mee in de uit te voeren evaluatie. De uitvoerder zorgt ervoor dat deze activiteit deel uitmaakt van de monitor.

De uitvoerder stimuleert en faciliteert een leer- en verbeterproces. Het leren en verbeteren vindt op verschillende niveaus plaats:

De knelpunten die worden geconstateerd worden bijgehouden en de uitvoerder stimuleert actief dat ervaringen en inzichten worden uitgewisseld met de reguliere, onafhankelijke organisaties voor cliëntondersteuning, instanties, gemeenten, zorgaanbieders, casuïstiekteams van VWS en andere partijen waar de doelgroepen mee te maken hebben. Hierbij wordt actief afgestemd en samengewerkt met bestaande initiatieven op het terrein van signalering en verbetering, zoals de doelgroep-specifieke kenniscentra, de signaleringsfunctie van cliëntondersteuners en de Opwegwijzer.

In het kader van hoofdactiviteit 4 zijn de volgende sub-activiteiten subsidiabel:

Op basis van de monitoring worden jaarlijks rapportages opgesteld die geen persoonsgegevens bevatten en derhalve op geaggregeerd niveau zijn opgesteld.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.