Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 22 maart 2023, nr. WJZ/37384724 (ID14608), houdende regels voor het verstrekken van eenmalige specifieke uitkeringen aan gemeenten en eenmalige subsidies aan provinciale ondersteuningsinstellingen ten behoeve van het realiseren van toekomstbestendige lokale bibliotheekvoorzieningen (Regeling eenmalige specifieke uitkeringen en subsidies lokale bibliotheekvoorzieningen)

Type Ministeriële regeling
Publication 2025-11-27
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 17, vijfde lid, van de Financiële verhoudingswet en artikel 21 van de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen en doel van de regeling

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Doel van de regeling

Deze regeling heeft tot doel bij te dragen aan het realiseren van toekomstgerichte bibliotheekvoorzieningen in gemeenten door:

Hoofdstuk 2. Specifieke uitkering aan gemeenten

Artikel 3. Uitkeringsplafond
1.

Voor het verstrekken van specifieke uitkeringen op grond van dit hoofdstuk is in totaal € 56.000.000 beschikbaar, waarbij:

2.

Een specifieke uitkering wordt geweigerd voor zover door de verstrekking van de specifieke uitkering het uitkeringsplafond zou worden overschreden.

Artikel 4. In aanmerking komende activiteiten en kosten
1.

De minister kan op aanvraag specifieke uitkeringen verstrekken aan gemeenten ter tegemoetkoming in de kosten van de volgende activiteiten:

2.

Voor de toepassing van het eerste lid wordt uitgegaan van de situatie op 1 januari 2023.

3.

Voor een specifieke uitkering komen uitsluitend in aanmerking activiteiten waarvoor de kosten na de verlening van de specifieke uitkering zijn gemaakt door een lokale bibliotheek en voor zover deze kosten niet op andere wijze zijn gefinancierd.

Artikel 5. Cofinanciering

Een specifieke uitkering wordt slechts verleend, als de gemeente aantoont minimaal 20 procent van de kosten uit eigen middelen of op andere wijze te zullen financieren.

Artikel 6. Hoogte specifieke uitkering
1.

De hoogte van een specifieke uitkering als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, bedraagt 80 procent van de kosten, met een maximum van € 440.000 inclusief btw.

2.

De hoogte van een specifieke uitkering als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdelen b tot en met d, bedraagt 80 procent van de kosten, met een maximum van € 220.000 inclusief btw.

Artikel 7. Aanvraag voor een specifieke uitkering
1.

Een specifieke uitkering wordt op aanvraag verleend. Een aanvraag wordt ingediend door de gemeente en wordt ondertekend door het bevoegd gezag van de gemeente. Voor elke activiteit dient de gemeente een afzonderlijke aanvraag in.

2.

Een gemeente kan voor meerdere activiteiten een aanvraag indienen, met dien verstande dat:

3.

Een aanvraag wordt ingediend door middel van een aanvraagformulier dat ter beschikking wordt gesteld op de website https://www.dus-i.nl/subsidies, en bevat in elk geval een activiteitenplan en een begroting. Ten aanzien van het activiteitenplan en de begroting zijn de artikelen 3.4 en 3.5 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS van overeenkomstige toepassing.

4.

Een aanvraag wordt ingediend in de periode:

5.

Aanvragen die buiten de in het vierde lid genoemde aanvraagperioden zijn ingediend, worden afgewezen.

6.

Als een tijdig ingediende aanvraag niet voldoet aan de voorschriften voor het in behandeling nemen, krijgt de gemeente de gelegenheid om de aanvraag binnen twee weken na indiening van de aanvraag aan te vullen of, voor zover nodig, aan te passen. Aanvragen die na deze periode nog steeds niet voldoen aan de voorschriften, waaronder in ieder geval worden begrepen de voorschriften, bedoeld in het tweede lid, worden niet in behandeling genomen indien het een onvolledige aanvraag betreft of afgewezen indien niet voldaan is aan de voorschriften van het tweede lid.

7.

Voor het bepalen van de inwoneraantallen in een gemeente, bedoeld in het tweede lid, wordt uitgegaan van peildatum 1 januari 2023.

Artikel 8. Wijze van verdelen beschikbare middelen
1.

De minister beslist per aanvraagperiode als bedoeld in artikel 7, vierde lid, gelijktijdig op alle aanvragen waarbij verlening van een specifieke uitkering geschiedt op basis van de rangschikking zoals geregeld in dit artikel.

2.

Een eerste rangschikking vindt als volgt plaats:

3.

Bij toepassing van het tweede lid, onderdeel b, worden aan het element, genoemd onder 1°, twintig punten en aan elk van de elementen, genoemd onder 2° tot en met 4°, tien punten toegekend, waarna een nadere rangschikking plaatsvindt op basis van de optelsom van de punten voor elk element dat op de aanvragende gemeente van toepassing is, waarbij aanvragen van gemeenten met het hoogste totaal aantal punten bij voorrang in aanmerking komen.

4.

Als bij toepassing van het tweede lid, onderdeel b, en het derde lid, met honorering van alle aanvragen van gemeenten met een gelijke score het uitkeringsplafond zou worden overschreden, worden de aanvragen van gemeenten met een gelijke score nader gerangschikt op basis van het financieringsniveau, uitgedrukt in de gemeentelijke subsidiebijdrage per inwoner voor exploitatie exclusief huisvesting van bibliotheekvoorzieningen in het peiljaar 2021, waarbij aanvragen van gemeenten met het laagste financieringsniveau bij voorrang in aanmerking komen.

5.

Aanvragen die door rangschikking op grond van een van de vorige leden niet gehonoreerd kunnen worden vanwege overschrijding van een uitkeringsplafond, worden afgewezen.

Artikel 9. Beslistermijn

Op de aanvragen wordt binnen dertien weken na afloop van de aanvraagperioden, bedoeld in artikel 7, vierde lid, beslist.

Artikel 10. Voorschot en betaling

Bij verlening van een specifieke uitkering wordt het verleende bedrag in één keer bij wijze van voorschot van 100 procent binnen vier weken na bekendmaking van het besluit tot verlening uitbetaald.

Artikel 11. Verplichtingen

Aan de verlening van een specifieke uitkering zijn de volgende verplichtingen verbonden:

Artikel 12. Verantwoording

De gemeente legt verantwoording af over de besteding van een specifieke uitkering op de wijze bedoeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.

Artikel 13. Vaststelling
1.

De minister stelt een specifieke uitkering vast binnen 22 weken na ontvangst van de verantwoording, bedoeld in artikel 12, over het jaar waarin de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verleend zijn afgerond.

2.

Als de activiteiten waarvoor een specifieke uitkering is verleend geheel zijn uitgevoerd, wordt de specifieke uitkering vastgesteld op het in de verleningsbeschikking genoemde bedrag.

3.

De specifieke uitkering kan op een lager bedrag worden vastgesteld als:

4.

De minister kan onverschuldigd betaalde specifieke uitkeringen en voorschotten terugvorderen voor zover na de dag waarop de beschikking waarbij de specifieke uitkering is vastgesteld, nog geen vijf jaren zijn verstreken.

Hoofdstuk 3. Subsidie aan provinciale ondersteuningsinstellingen

Artikel 14. Doel van de subsidie

De minister verleent ambtshalve eenmalige subsidies aan provinciale ondersteuningsinstellingen als tegemoetkoming in de kosten van werkzaamheden die zij verrichten ter ondersteuning bij de uitvoering van activiteiten als bedoeld in artikel 4, eerste lid.

Artikel 15. Subsidieplafond en subsidiehoogte
1.

Voor subsidieverstrekking op grond van dit hoofdstuk is voor 2023 € 601.000 beschikbaar.

2.

De minister verleent de volgende subsidiebedragen aan provinciale ondersteuningsinstellingen:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.