Besluit van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking van 7 april 2023, Min-BuZa.2023.15230, tot vaststelling van beleidsregels en een subsidieplafond voor subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Subsidieprogramma Orange Corners)
Gelet op de artikelen 6 en 7 van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken;
Gelet op de artikelen 5.1 en 7.2 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006;
Besluit:
Artikel 1
Voor subsidieverlening op grond van artikel 5.1 en artikel 7.2 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 met het oog op ondersteuning van jonge ondernemers die duurzame oplossingen bieden voor lokale uitdagingen gelden voor de periode vanaf inwerkingtreding van dit besluit tot en met 31 december 2028 de als bijlage bij dit besluit gevoegde beleidsregels.
Artikel 2
Aanvragen voor subsidie in het kader van het Subsidieprogramma Orange Corners worden ingediend in meerdere openstellingen.
Aanvragen voor subsidie in de eerste openstelling van het Subsidieprogramma Orange Corners zijn gericht op de doellocaties Algerije, Angola, Democratische Republiek Congo, Egypte, Ghana, Irak (Bagdad), Marokko en Mozambique en worden ingediend vanaf 5 juni 2023 tot en met 30 juni 2023, 12:00 uur ’s middags Nederlandse tijd (Midden-Europese Tijd).
Aanvragen voor subsidie in de tweede openstelling van het Subsidieprogramma Orange Corners zijn gericht op de doellocaties Burundi, Irak (Koerdische regio), Ivoorkust, Mali, Nigeria, Soedan, Zuid-Afrika en Zuid-Soedan en worden ingediend vanaf 4 september 2023 tot en met 29 september 2023, 12:00 uur ’s middags Nederlandse tijd (Midden-Europese Tijd).
Voor aanvragen voor subsidie in een mogelijke derde openstelling van het Subsidieprogramma Orange Corners geldt een nader bekend te maken openstellingsperiode.
Aanvragen voor subsidies in het kader van het Subsidieprogramma Orange Corners worden ingediend aan de hand van een door de minister beschikbaar gesteld formulier en voorzien van de op het aanvraagformulier gevraagde bescheiden1https://english.rvo.nl/subsidies-programmes/orange-corners-incubation-acceleration-component..
Artikel 3
Voor subsidieverlening in het kader van het Subsidieprogramma Orange Corners geldt voor de periode vanaf de inwerkingtreding van dit besluit tot en met 31 december 2028 een subsidieplafond van € 12.000.000, waarvan voor aanvragen in elk van de doellocaties maximaal € 750.000 beschikbaar is.
Artikel 4
Uit oogpunt van doelmatigheid zal per doellocatie, genoemd in artikel 2, tweede en derde lid, niet meer dan één subsidieaanvraag in aanmerking kunnen komen voor subsidieverlening. De verdeling van het subsidieplafond, bedoeld in artikel 3, vindt plaats op grond van een beoordeling overeenkomstig de maatstaven die in de bijlage bij dit besluit zijn neergelegd, met dien verstande dat uit alle aanvragen die voldoen aan de maatstaven, de aanvraag die het beste voldoet aan die maatstaven het eerst voor subsidieverlening in aanmerking komt. Indien twee of meer van de aanvragen die betrekking hebben op dezelfde doellocatie in gelijke mate voldoen aan de maatstaven, wordt de rangschikking van de gelijk scorende aanvragen bepaald door loting.
Artikel 5
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2029, met dien verstande dat het van toepassing blijft op subsidies die voor die tijd zijn verleend.
Bijlage
1. Achtergrond
1.1. Over Orange Corners
Nederland wil graag bijdragen aan het versnellen van duurzame (economische) ontwikkeling en werkgelegenheid door het stimuleren van ondernemerschap over de gehele wereld, met een bijzondere focus op jongeren in ontwikkelingslanden. Jeugdwerkgelegenheid en jong ondernemerschap zijn bijzondere prioriteiten in het beleid van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (hierna de minister)2www.rijksoverheid.nl/documenten/beleidsnotas/2022/06/24/beleidsnotitie-buitenlandse-handel-en-ontwikkelingssamenwerking. en de zogeheten ‘Youth at Heart’3www.youthatheart.nl strategie om jongeren centraal in het Nederlands ontwikkelingsbeleid te plaatsen. Jonge ondernemers hebben de kracht en vindingrijkheid om concrete oplossingen voor lokale uitdagingen te ontwikkelen. Dit kan werkgelegenheid en innovatie stimuleren. Dit wordt ook erkend in resolutie 73/225 ('Entrepreneurship for sustainable development')4https://digitallibrary.un.org/record/1660776., aangenomen door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op 20 december 2018, die de centrale rol van ondernemerschap binnen duurzame ontwikkeling benadrukt en erkent dat ondernemerschap duurzame economische groei bevordert via onder meer de creatie van eerlijke en waardige banen, duurzame landbouw en het stimuleren van innovatie.
Jonge ondernemers in ontwikkelingslanden lopen tegen verschillende uitdagingen aan in hun ondernemersbestaan. Zo zijn er vaak bureaucratische hordes, is er een gebrek aan goed ondernemerschapsonderwijs en is toegang tot financiering geen vanzelfsprekendheid. Ook ontbreekt kwalitatief goede training, zakelijke ondersteuning en netwerken voor jonge ondernemers, om hun ideeën om te zetten in een duurzaam verdienmodel. Gezien de ruime ervaring van Nederland op het gebied van ondernemerschap is Nederland uiterst goed gepositioneerd om deze uitdagingen te helpen aanpakken en jonge ondernemers te ondersteunen in het opzetten en groeien van hun eigen onderneming.
Daarom heeft de minister het initiatief ‘Orange Corners’ in het leven geroepen. Orange Corners versterkt het lokale ondernemersklimaat voor jongeren in verschillende landen in Afrika, Azië en het Midden-Oosten via onder meer trainingsprogramma’s (incubatie en acceleratie) voor startups, projecten op het gebied van toegang tot financiering (onder andere door middel van het Subsidieprogramma Orange Corners Innovation Fund5https://english.rvo.nl/subsidies-programmes/orange-corners-innovation-fund-ocif.), ondersteuning voor ondernemerschapsonderwijs en het ontwikkelen van betere wet- en regelgeving op het gebied van ondernemerschap. De activiteiten onder de vlag van Orange Corners zijn ontworpen om lokaal en contextueel passend te zijn en worden gebaseerd op een zogenoemde ‘ecosystem mapping’. Nieuwe activiteiten worden ontwikkeld om in te spelen op de geïdentificeerde hiaten in elk ecosysteem.
Orange Corners6www.orangecorners.com. wordt uitgevoerd door Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (hierna RVO) in samenwerking met ambassades, consulaten en vertegenwoordigingen van het Koninkrijk der Nederlanden. Lokale ondernemingen en lokale maatschappelijke organisaties spelen een belangrijke rol in de uitvoering, samen met andere lokale private organisaties die financieel en in natura (in uren) ondersteunen.
1.2. Over het Subsidieprogramma Orange Corners
Het Subsidieprogramma Orange Corners (hierna: subsidieprogramma) draagt op verschillende manieren bij aan de missie van Orange Corners.
Allereerst biedt het subsidieprogramma financiële ondersteuning aan lokale ondernemingen en lokale maatschappelijke organisaties om trainingsprogramma’s (incubatie- en/of acceleratieprogramma’s) op te zetten waar deelnemers toegang krijgen tot training, mentorschap, netwerken en faciliteiten, om hun onderneming te starten of te laten groeien. Het mogelijk maken van dergelijke incubatie- en acceleratieprogramma’s met financiering is het hoofddoel van dit subsidieprogramma.
Het subsidieprogramma draagt ook bij aan het bredere bewustzijn en de kennis van ondernemerschap binnen de doellocatie en stimuleert het ontwikkelen van een ondernemende geest en vaardigheden, in het bijzonder onder jongeren in het onderwijs en pas afgestudeerden. Onder het stimuleren van bewustzijn van ondernemerschap hoort ook bekendheid geven aan de lokale Orange Corners activiteiten en het hiermee bevorderen van een goede pijplijn richting deelname aan het lokale trainingsprogramma. Hiermee bevordert Orange Corners ondernemerschap als een mogelijk carrièrepad voor jongeren. Het creëren van bewustzijn over ondernemerschap en het stimuleren van een ondernemende geest en vaardigheden onder jongeren is daarmee een subdoel van het subsidieprogramma.
Daarnaast zet het subsidieprogramma in op het versterken van de capaciteit van de lokale ondernemingen en lokale maatschappelijke organisaties die de trainingsprogramma’s uitvoeren (de subsidieontvangers). Door in te zetten op het versterken van deze capaciteit wordt er actief aandacht besteed aan de duurzaamheid en de zelfredzaamheid van deze lokale organisaties, de verbetering van de kwaliteit van de uit te voeren programma’s en wordt de kans vergroot dat de met het subsidieprogramma gefinancierde initiatieven voortbestaan na de looptijd van het subsidieprogramma. Daarnaast zorgt dit aspect ervoor dat de rol van Nederlandse ondersteuning in een internationale context relevanter wordt. Het versterken van de capaciteit van de subsidieontvangers is daarmee een subdoel van het subsidieprogramma.
In brede zin draagt het subsidieprogramma bij aan het versterken van lokale ecosystemen voor jonge ondernemers.
In relatie tot de uitvoering van de activiteiten die ondersteund worden met het subsidieprogramma is, naast het centrale Orange Corners team binnen RVO, een belangrijke ondersteunende rol voorzien voor de lokale vertegenwoordiging van het Koninkrijk der Nederlanden en verschillende in het land aanwezige en relevante andere lokale private organisaties. Hiermee wordt een sterke samenwerking voorzien om de met het subsidieprogramma beoogde resultaten te behalen. Ook wordt ermee voorzien in een goede coördinatie voor private cofinanciering en aansluiting gezocht op, en synergie gevonden met, bestaande (Nederlandse) initiatieven op jeugdwerkgelegenheid en jong ondernemerschap, zodat Orange Corners relevant, efficiënt en impactvol blijft.
De voor het subsidieprogramma beschikbaar gestelde middelen zijn bestemd om subsidie te verlenen aan lokale ondernemingen en lokale maatschappelijke organisaties. Met behulp van deze subsidie kunnen zij activiteiten uitvoeren die bijdragen aan het hierboven beschreven hoofddoel en de hierboven beschreven subdoelen.
2. Uitvoerder
De minister heeft de uitvoering van het subsidieprogramma opgedragen aan RVO, agentschap van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. RVO zal het subsidieprogramma uitvoeren namens de minister op grond van een aan RVO verleend mandaat.
3. Begrippenlijst
In het subsidieprogramma wordt verstaan onder:
4. Subsidieprogramma Orange Corners
4.1. Doel
Het trainen en verder ondersteunen van jongeren van 18 tot en met 35 jaar op het gebied van ondernemerschap, zodat zij hun ideeën om kunnen zetten in ondernemingen met duurzame verdienmodellen.
Om voor subsidie in het kader van het subsidieprogramma in aanmerking te komen zijn de activiteiten in ieder geval gericht op het hoofddoel. Daarnaast kunnen de activiteiten ook gericht zijn op één subdoel of beide subdoelen. Als ervoor wordt gekozen om de activiteiten ook te richten op één subdoel of beide subdoelen dan moet er worden voldaan aan de per activiteit opgenomen verhouding ten opzichte van de totale subsidiabele kosten, zoals neergelegd in paragraaf 4.5.
Het subsidieprogramma is gericht op subsidiëring van activiteiten in de doellocaties Algerije, Angola, Bangladesh, Burundi, Democratische Republiek Congo, Egypte, Ghana, Irak (Bagdad), Ivoorkust, Irak (Koerdische regio), Jordanië, Mali, Marokko, Mozambique, Nigeria, Palestijnse gebieden, Senegal, Soedan, Zuid-Afrika en Zuid-Soedan.
4.2. Doelgroep
De uiteindelijke doelgroep van het subsidieprogramma zijn jongeren van 18-35 jaar in de in paragraaf 4.1 genoemde doellocaties die ondersteund willen worden om een idee om te zetten in een onderneming met een duurzaam verdienmodel. Daarbij geeft het subsidieprogramma bijzondere aandacht aan vrouwelijke ondernemers en ondernemers die met hun onderneming een bijdrage leveren aan de SDG’s.
4.3. Wie kunnen in aanmerking komen voor een subsidie
Voor subsidie in het kader van het subsidieprogramma kunnen in aanmerking komen een lokale onderneming of een lokale maatschappelijke organisatie, waarbij een aanvrager per groep7een economische eenheid waarin rechtspersonen en vennootschappen organisatorisch zijn verbonden. of per fiscale eenheid8een groep van meerdere ondernemingen die gezien wordt als één onderneming voor een bepaalde belastingsoort. slechts eenmaal in aanmerking kan komen voor subsidie.
De volgende eisen worden gesteld aan de aanvrager:
4.4. Adviestraject
Voordat een aanvraag voor subsidie kan worden ingediend dient een verplicht adviestraject te worden doorlopen aan de hand van een daartoe ingediende quick scan9https://english.rvo.nl/subsidies-programmes/orange-corners-incubation-acceleration-component.. Het adviestraject eindigt met een advies van een RVO-adviseur. De uitkomst van het adviestraject is niet bindend. Het staat vrij om na het advies wel of niet een subsidieaanvraag in te dienen. Als de aanvrager vervolgens besluit om een aanvraag in te dienen is en blijft het altijd de verantwoordelijkheid van de aanvrager om aan te tonen dat aan de vereisten om voor subsidie in aanmerking te komen wordt voldaan.
Aangezien met de verwerking van een verzoek om een quick scan twee weken is gemoeid, kunnen quick scans niet later worden ingediend dan twee weken voor sluiting van de aanvraagtermijn van een openstelling.
4.5. Subsidiabele activiteiten
Voor een subsidie in het kader van het subsidieprogramma komen de volgende activiteiten in aanmerking, waarbij per type activiteit is opgenomen wat de verhouding ten opzichte van de totale subsidiabele kosten moet zijn.
Het trainingsprogramma moet alle volgende onderdelen bevatten:
Voor de met het subsidieprogramma te behalen doelen en te subsidiëren activiteiten gelden de volgende aandachtspunten die moeten worden toegelicht in het activiteitenplan:
In ieder geval niet subsidiabel zijn activiteiten waarvoor reeds rechtstreeks een subsidie of bijdrage ten laste van het ministerie van Buitenlandse Zaken wordt ontvangen.
4.6. Looptijd van de activiteiten
De activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd moeten een looptijd van 30 maanden hebben, met als startdatum 1 juli 2026 en als einddatum 31 december 2028.
4.7. Omvang van de subsidie
De subsidie bedraagt per aanvraag 75% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 375.000.
Het voorgaande betekent dat de eigen bijdrage minimaal 25% van de subsidiabele kosten moet zijn. De eigen bijdrage (in geld) moet zoveel mogelijk afkomstig zijn van lokale private organisaties. Vanaf de start van de activiteiten moet er minimaal één lokale private organisatie betrokken zijn. Gedurende de looptijd van de activiteiten kunnen doorlopend nieuwe relaties aangegaan worden met lokale private organisaties voor versterking en de invulling van de eigen bijdrage.
Samenwerkingen met grote(re) lokale private organisaties zijn van grote waarde voor het succes van de activiteiten en de groei van jonge ondernemers. Deze organisaties kunnen met hun middelen, kennis en ervaring een belangrijke bijdrage leveren aan de activiteiten en kunnen inspirerende voorbeelden vormen voor jonge ondernemers met een eigen onderneming. Naast een financiële bijdrage is het daarom wenselijk dat de betrokken lokale private organisaties ook een bijdrage in natura (in uren) leveren, bijvoorbeeld door het beschikbaar stellen van trainers en mentoren, het aanbieden van individuele strategische en operationele ondersteuning (business development services) en/of het organiseren van masterclasses en workshops voor deelnemers. Deze bijdrage in natura maakt geen onderdeel uit van de totale subsidiabele kosten omdat het hierbij niet om de kosten van de subsidieaanvrager gaat.
De betrokken lokale private organisaties dienen geen risico’s op reputatieschade voor Orange Corners met zich mee te brengen. Het is wenselijk dat de betrokken lokale private organisaties qua bedrijfsvoering aansluiten bij de focusthema’s en -sectoren die gekozen zijn voor de activiteiten en/of een bijzondere focus hebben op jeugdwerkgelegenheid, (jong) ondernemerschap en/of de Sustainable Development Goals binnen hun bedrijfsvoering.
4.8. Staatssteun
De subsidies die worden verstrekt in het kader van het subsidieprogramma vormen geen staatssteun. De subsidies zorgen immers niet voor een verstoring van het Europese handelsverkeer, omdat de activiteiten alleen door organisaties buiten de Europese Unie en alleen op derde landen markten worden uitgevoerd en volledig aan lokale (startende) ondernemingen op die derde landen markten ten goede komen. Er wordt daarmee niet voldaan aan alle factoren die maken dat steun kwalificeert als staatssteun.
5. Subsidiabele kosten
5.1. Uitgangspunten
Voor het bepalen van (de omvang van) de kosten die in aanmerking kunnen worden genomen bij het bepalen van de hoogte van de te verlenen subsidie gelden de volgende uitgangspunten:
5.2. Subsidiabele kosten
Subsidiabele kosten zijn de volgende door de aanvrager zelf te maken kosten:
5.3. Niet-subsidiabele kosten
Niet subsidiabel zijn in ieder geval de volgende kosten:
6. Aanvraag
6.1. Vereisten
Voordat de aanvrager in het kader van het subsidieprogramma een aanvraag doet, dient deze een advies van RVO te hebben verkregen zoals beschreven in paragraaf 4.4 (advies naar aanleiding van ‘quick scan’).
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.