Regeling registratie en aanlevering kostprijzen zorgproducten medisch-specialistische zorg
Op grond van de artikelen 36, 61, 62 en 68 van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), alsmede de beleidsregel ‘Kostprijsmodel zorgproducten medisch-specialistische zorg’, stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) deze regeling vast.
Ingevolge artikel 68, eerste lid, van de Wmg, kan de NZa regels stellen die inhouden door wie, aan wie en op welke wijze gegevens en inlichtingen moeten worden verstrekt.
De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 1. Reikwijdte
Deze regeling is van toepassing op instellingen die medisch specialistische zorg verlenen of doen verlenen, waaronder in het kader van deze regeling de navolgende categorieën van instellingen worden verstaan:
- a. algemene ziekenhuizen;
- b. universitaire medische centra;
- c. zelfstandige behandelcentra;
- d. instellingen voor revalidatiezorg;
- e. categorale instellingen voor long/astmazorg;
- f. huisartsenlaboratoria;
- g. trombosediensten;
- h. productiesamenwerkingsverbanden;
- i. klinisch genetische centra, voor zo ver deze geen deel uitmaken van een universitair medisch centrum;
- j. protonentherapiecentra.
Deze regeling is niet van toepassing op:
- a. categorale instellingen voor epilepsiezorg;
- b. radiotherapeutische centra;
- c. dialysecentra;
- d. audiologische centra;
- e. instellingen die geriatrische revalidatiezorg leveren en die niet behoren tot een van de instellingscategorieën genoemd in het eerste lid.
Artikel 2. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt, tenzij anders bepaald, verstaan onder:
- Academische zorg: Het uitvoeren van topreferente zorg en innovatieve zorg en de ontwikkeling van nieuwe vormen van diagnostiek en behandeling. De omschrijving van academische zorg is opgenomen in onderdeel B van de bijlage bij het Besluit beschikbaarheidbijdrage Wmg (Stb. 2012, 396).
- Accountant: Een accountant als bedoeld in artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
- Add-ons: Overige zorgproducten, uitgedrukt in zorgactiviteiten, behorend bij een dbc-zorgproduct. Alleen zorg op de Intensive Care (IC) alsmede een limitatief aantal dure en weesgeneesmiddelen zijn gedefinieerd als een add-on. Binnen de overige zorgproducten vallen add-ons onder de categorie ‘Supplementaire producten’.
- Beschikbaarheidbijdrage: Bijdrage als genoemd in artikel 56a Wmg.
- BBAZ: Beschikbaarheidbijdrage academische zorg.
- Dbc-zorgproduct: Een dbc-zorgproduct is een declarabele prestatie die is afgeleid uit een subtraject en zorgactiviteiten via door de NZa vastgestelde beslisbomen. Een subtraject dat voldoet aan de voorwaarden met betrekking tot de afleiding ervan, leidt, in combinatie met het zorgprofiel, tot een declarabel dbc-zorgproduct.
- Dbc-zorgproductcode: Het unieke nummer van een dbc-zorgproduct dat bestaat uit negen posities, te weten dbc-zorgproductgroepcode (zes posities) en een code voor het specifieke dbc-zorgproduct binnen de dbc-zorgproductgroep (drie posities).
- Directe kosten: Alle kosten die worden gemaakt door de organisatieonderdelen die direct betrokken zijn bij het leveren van een zorgprestatie aan een patiënt. Het betreft derhalve de kosten die in het primaire zorgproces ontstaan, ofwel in de organisatiedelen die in direct contact met de patiënt staan.
- Gedeelde dbc-zorgproducten: Gedeelde zorgproducten worden geleverd door zowel de ontvangers van de BBAZ als de overige instellingen voor medisch specialistische zorg. De tarieven van deze dbc-zorgproducten zijn gebaseerd op kostengegevens van zowel ontvangers als niet ontvangers van de BBAZ. Er is sprake van gedeelde dbc-zorgproducten als 5% of meer van het totaal geleverd wordt door niet ontvangers. Een lijst van gedeelde zorgproducten is opgenomen als bijlage bij de beleidsregel BBAZ.
- Gereguleerd segment: Het geheel van prestaties waarvoor de NZa-maximumtarieven als bedoeld in artikel 50, eerste lid, onderdeel c, Wmg, vaststelt.
- Incidentele baten / lasten: Buitengewone baten en lasten welke incidenteel voorkomen. Als incidentele baten en lasten worden aangemerkt de baten en lasten die niet uit de gewone bedrijfsuitvoering van de instelling voortvloeien. Dit geldt ook voor baten en lasten welke aan een ander boekjaar moeten worden toegerekend.
- Indirecte kosten: De kosten die worden gemaakt door organisatieonderdelen die ondersteunend of voorwaardenscheppend zijn ten behoeve van het primaire proces en die niet direct in contact met de patiënt staan of de kosten die niet direct zijn toe te wijzen aan de levering van een prestatie of verrichting aan een patiënt.
- Kostencategorie: Een specifieke aanduiding van (clusters van) bepaalde kosten.
- Kostendrager: Een eenheid waaraan kosten worden toegerekend. Over het algemeen betreft dit zorgactiviteiten. Dit kunnen door de NZa vastgestelde zorgactiviteiten zijn, maar ook zorgactiviteiten die door een instelling zelf aangemaakt zijn.
- Kostprijs: De kosten in verband met het verrichten van bepaalde zorgactiviteiten of zorgproducten waarbij de toerekening plaatsvindt conform het kostprijsmodel als beschreven in de beleidsregel ‘Kostprijsmodel zorgproducten medisch-specialistische zorg’.
- Labelsystematiek: De labelsystematiek bestaat uit zeven te onderscheiden patiëntgebonden labels. Per label zijn variabelen bepaald die van toepassing kunnen zijn op een patiënt; valt een patiënt onder een van deze labels, dan is sprake van een topreferente patiënt.
- Onderlinge dienstverlening: Het leveren van zorg als (onderdeel van een) dbc-zorgproduct door één of meerdere instellingen of medisch specialisten (niet zijnde de hoofdbehandelaar) op verzoek van de hoofdbehandelaar.
- Overige zorgproducten (ozp): De los declarabele prestaties binnen de medisch-specialistische zorg, niet zijnde dbc-zorgproducten.
- Referentie kostprijs: De landelijk gemiddelde kostprijzen van de dbc-zorgproducten die gekoppeld zijn aan de topreferente subtrajecten. In de referentie kostprijs zijn de kostprijzen van de huidige ontvangers van de BBAZ meegewogen.
- Specialist: Medisch specialist die als zodanig is ingeschreven bij de Registratiecommissie Geneeskundig Specialisten van de KNMG.
- Specialist in loondienst: De specialist die op basis van een arbeidsovereenkomst werkzaam is bij een instelling voor medisch-specialistische zorg.
- Specialist niet in loondienst: De specialist die op basis van een mondelinge of schriftelijke overeenkomst, niet zijnde een arbeidsovereenkomst, werkzaamheden in verband met het leveren van medisch-specialistische zorg verricht in opdracht van of namens een instelling voor medisch-specialistische zorg.
- Topreferente patiënt: Patiënt die topreferente zorg ontvangt.
- Topreferente zorg: Zeer specialistische patiëntenzorg die:
- •. gepaard gaat met bijzondere diagnostiek en behandeling waarvoor geen doorverwijzing meer mogelijk is;
- •. een infrastructuur vereist waarbinnen vele disciplines op het hoogste deskundigheidsniveau samenwerken; en
- •. is gekoppeld aan fundamenteel patiëntgericht onderzoek.
- Totale zorgproductie: De totale zorgproductie van een zorginstelling bestaande uit alle gedeclareerde zorgproducten binnen zowel het gereguleerde als het vrije segment binnen een bepaalde periode.
- Unieke dbc-zorgproducten: Unieke zorgproducten worden vrijwel uitsluitend geleverd door de huidige ontvangers van de BBAZ. De tarieven van de dbc-zorgproducten zijn in zeer overwegende mate gebaseerd op kostengegevens van de huidige BBAZ-ontvangers en dekken daarmee gemiddeld genomen de (academische zorg) kosten voldoende. Er is sprake van unieke dbc-zorgproducten als minstens 95% van het totaal geleverd wordt door ontvangers van de BBAZ.
- Variabel deel BBAZ (topreferente zorg, (TRF)): Deel van de beschikbaarheidbijdrage dat de meerkosten van de behandelde academische patiënten dekt.
- Vaste deel BBAZ (Onderzoek en Innovatie, (O&I)): Deel van de beschikbaarheidbijdrage dat de kosten dekt voor het in stand houden van de kennis en infrastructuur voor het continu kunnen leveren van topreferente zorg.
- Vrij segment: Het geheel van prestaties waarvoor vrije tarieven als bedoeld in artikel 50, eerste lid, onderdeel a, Wmg, gelden.
- Zorgactiviteit: De zorgactiviteiten zijn de bouwstenen van het dbc-zorgproduct en vormen gezamenlijk het profiel van een dbc-zorgproduct. Ze bepalen in combinatie met het geregistreerde subtraject welke prestatie is geleverd en welke dbc-zorgproduct kan worden gedeclareerd. Daarnaast vormt de onderverdeling in zorgactiviteiten de basis voor overige zorgproducten.
- Zorgproduct: Een aanduiding van prestaties binnen de medisch specialistisch zorg. Zorgproducten zijn onderverdeeld in dbc-zorgproducten en overige zorgproducten.
- Zorgprofiel: Alle geregistreerde zorgactiviteiten binnen een dbc-zorgproduct.
- Zwevende verrichting: Zorgactiviteiten die uitgevoerd zijn, maar die niet gekoppeld zijn aan een dbc-zorgproduct.
Artikel 3. Inrichting administratie
Instellingen richten hun administratie op een zodanige wijze in dat daaruit kan worden afgeleid:
- •. alle aan de levering van zorgprestaties verbonden en toegerekende kosten, onderscheiden naar het vrije respectievelijk gereguleerde segment;
- •. de toedeling van deze kosten aan kostendragers, waarbij deze totale kosten aansluiten op de kosten in de jaarrekening;
- •. een volledige en controleerbare registratie van gehanteerde kostendragers die aansluiten bij het totaal aantal kostendragers welke gekoppeld zijn aan de zorgproducten.
Instellingen hanteren kostendragers die aan een jaarrekening (boekjaar) toegewezen kunnen worden.
Bij het uitvoeren van kostprijsberekeningen hanteren instellingen een bestendige en gedocumenteerde gedragslijn.
Instellingen wijzen kosten zoveel als mogelijk direct toe aan afdelingen.
Kosten die niet rechtstreeks zijn toe te wijzen aan afdelingen (indirecte kosten) worden met gebruikmaking van de verdeelsleutels in onderstaande tabel verdeeld over afdelingen:
| Omschrijving | Verdeelsleutel |
|---|---|
| Raad van Bestuur | Formatiesleutel (bijv. FTE1 |
| Personeelszaken | Formatiesleutel (bijv. FTE) |
| Communicatie | Formatiesleutel (bijv. FTE) |
| Financieel beleid | Formatiesleutel (bijv. FTE) |
| Medezeggenschapsorganen | Formatiesleutel (bijv. FTE) |
| Kwaliteit zorg | Formatiesleutel (bijv. FTE) |
| Juridische zaken | Formatiesleutel (bijv. FTE) |
| Klachtenbureau | Formatiesleutel (bijv. FTE) |
| Commissies | Formatiesleutel (bijv. FTE) |
| Financiële administratie | Formatiesleutel (bijv. FTE) |
| Zorgadministratie | Formatiesleutel (bijv. FTE) |
| Patiëntenadministraties (balie) | Formatiesleutel (bijv. FTE) |
| Salarisadministratie | Formatiesleutel (bijv. FTE) |
| Kapitaallasten | Gewogen2 m2 |
| Energie | Gewogen m2 |
| Technische dienst | Gewogen m2 |
| Instrumentele dienst | Afschrijving app |
| Patiëntenlogistiek (vervoer) | Verpleegdagen3 (zie opsomming onder deze tabel) |
| Huisvesting | Gewogen m2 |
| Goederentransport | Materiële kosten |
| Inkoop | Materiële kosten |
| Magazijn | Materiële kosten |
| Schoonmaak | Gewogen m2 |
| Beddencentrale | Verpleegdagen (zie opsomming onder deze tabel) / Dagverpleging (ZPK4 2) |
| ICT | Formatiesleutel of werkplekken |
| Telefooncentrale | Formatiesleutel (bijv. FTE) |
| Textielservice | Verpleegdagen (zie opsomming onder deze tabel) / Dagverpleging (ZPK 2) |
| Keuken | Verpleegdagen (zie opsomming onder deze tabel) |
| Personeelsrestaurant | Formatiesleutel (bijv. FTE) |
| Beveiliging | m2 |
| Stafcalamiteiten | Formatiesleutel (bijv. FTE) |
| Drukkerij | Formatiesleutel (bijv. FTE) |
| Medische bibliotheek | Formatiesleutel (bijv. FTE) |
| Postkamer | Formatiesleutel (bijv. FTE) |
| Wachtgeld/ lasten inactieven | Formatiesleutel (bijv. FTE) |
| Centraal Archief | Formatiesleutel (bijv. FTE) |
| Facilitaire diensten (incl. resultaat parkeren) | Formatiesleutel (bijv. FTE) |
| Exploitatiekosten apotheek | Verpleegdagen (zie opsomming onder deze tabel) / Dagverpleging (ZPK 2) |
1 FTE is inclusief personeel niet in loondienst (pnil).
2 M2 kunnen worden gewogen op basis van de laatste editie van de Bouwkostennota van het College bouw zorginstellingen (2010).
3 Opsomming zorgactiviteiten ‘Verpleegdagen’: 190031, 190032, 190033, 190038, 190150, 190151, 190152, 190157, 190158, 190200, 190208, 190218, 231901, 231902.
4 ZPK staat voor zorgprofielklasse.
Voor indirecte kosten die niet in bovenstaande tabel zijn opgenomen worden de volgende uitgangspunten gehanteerd:
- •. Voor personeelskosten wordt een ‘formatiesleutel’ gebruikt;
- •. Voor gebouwgebonden kosten wordt de verdeelsleutel ‘(gewogen) m2’ gebruikt;
- •. Voor kosten gerelateerd aan de inkoop, het vervoer, de opslag of verwerking van materiaal wordt de verdeelsleutel ‘materiële kosten’ gebruikt;
- •. Voor kosten gerelateerd aan het verblijf van de patiënt wordt de verdeelsleutel ‘Verpleegdagen (zie opsomming ‘zorgactiviteiten ‘Verpleegdagen’/ Dagverpleging (ZPK 2)’ gebruikt.
Instellingen baseren verdelingen en toewijzingen van kosten aan kostendragers op causale relaties.
Voor het toewijzen van honorariumkosten aan kostendragers gebruiken instellingen een tijdsleutel; bij voorkeur een eigen tijdsleutel en wanneer deze niet beschikbaar is, wordt gebruik gemaakt van de landelijk vastgestelde normtijd.
Het is niet toegestaan om het NZa-tarief te gebruiken voor het verdelen van kosten over kostendragers.
Artikel 4. Beschikbaarheid van documenten
Instellingen dragen er zorg voor dat documentatie over de uitvoering van de berekening en over de gemaakte onderliggende keuzes beschikbaar en controleerbaar is voor zowel de accountant als de NZa gedurende een periode van twee jaar gerekend vanaf de datum van aanlevering van de gegevens aan de NZa, een en ander op de wijze als beschreven in artikel 6.
De documentatie bedoeld in het vorige lid betreft in ieder geval:
- •. De toepassing van de principes zoals opgenomen in
- •. onderhavige regeling;
- •. De gemaakte keuzes in de kostprijsberekening (waaronder de ratoberekening van indirecte kosten naar directe kosten per zorgproduct);
- •. De gehanteerde principes in de kostprijsberekening en de wijze waarop de principes zijn ingevuld;
- •. Gemaakte correctieboekingen in productie, kosten of opbrengsten.
Artikel 5. Verwerking kostprijsgegevens
In de kostencategorie ‘Opbrengsten: overige opbrengsten’ genoemd in artikel 6, lid 5, worden de volgende opbrengstenstromen opgenomen:
- •. Rijksbijdrage Werkplaatsfunctie
- •. Rijksbijdrage Onderzoek en Onderwijs
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.