Regeling van Onze Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2023, nr. 2023-0000224684, houdende regels met betrekking tot het verstrekken van een specifieke uitkering ten behoeve van de regionale structuur van het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (Regeling specifieke uitkering regionale structuur Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie)

Type Ministeriële regeling
Publication 2024-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 2, eerste lid, onderdeel m, van het Besluit van 29 oktober 2022, houdende het stellen van regels over het verstrekken van specifieke uitkeringen aan gemeenten of provincies voor activiteiten die passen in het rijksbeleid met betrekking tot het bouwen, het wonen en de woonomgeving (Stb. 2022, 452);

Besluit:

Artikel 1. Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Activiteiten waarvoor een uitkering kan worden verstrekt
1.

De minister kan op aanvraag een specifieke uitkering verstrekken aan een budgethouder voor activiteiten die tot doel hebben om regionaal samen te werken aan het uitvoeren van de warmtetransitie, waaronder de transitievisies warmte en het maken en uitvoeren van uitvoeringsplannen.

2.

De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, omvatten in elk geval het aanstellen of aannemen van een regiocoördinator en een of meer van deze activiteiten:

Artikel 3. Verantwoordelijkheid regiocoördinator

De regiocoördinator is verantwoordelijk voor:

Artikel 4. Uitkeringsplafond en verdeling van de uitkering
1.

De minister kan per kalenderjaar in totaal ten hoogste € 9.000.000,– aan specifieke uitkeringen verstrekken verminderd met het bedrag aan compensabele BTW.

2.

Een specifieke uitkering bedraagt per kalenderjaar per regio het genoemde bedrag in bijlage I verminderd met het bedrag aan compensabele BTW.

3.

De minister stort de uitkering op het rekeningnummer van de budgethouder verminderd met het bedrag aan compensabele BTW. Het bedrag aan compensabele BTW stort de minister in het BTW-compensatiefonds. De budgethouder kan de compensabele BTW via het BTW-compensatiefonds terugvorderen.

4.

In afwijking van het eerste lid kan de Minister in het kalenderjaar 2023 in aanvulling op het genoemde bedrag in het eerste lid ten hoogste € 7.500.000 aan specifieke uitkeringen verstrekken verminderd met het bedrag aan compensabele BTW.

5.

Het aanvullende bedrag, genoemd in het vierde lid, bedraagt per regio het genoemde bedrag in bijlage II verminderd met het bedrag aan compensabele BTW.

Artikel 5. Aanvraag en beslistermijn
1.

Een aanvraag voor een specifieke uitkering kan eenmaal per kalenderjaar per regio worden ingediend vanaf 1 juli 2023 tot en met 1 juli 2025.

2.

Een aanvraag bevat ten minste:

3.

Per regio kan maximaal eenmaal per jaar een specifieke uitkering worden verstrekt.

4.

Een aanvraag wordt ingediend via een formulier dat beschikbaar wordt gesteld op de website van het NPLW.

5.

De minister neemt binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag een besluit over de verstrekking van een specifieke uitkering.

Artikel 6. In aanmerking komende kosten
1.

Een specifieke uitkering kan worden verstrekt voor alle kosten die direct samenhangen met de activiteiten, bedoeld in artikel 2, eerste lid.

2.

Een specifieke uitkering wordt niet verstrekt voor BTW voor zover deze kosten in aanmerking komen voor compensatie op grond van de Wet op het BTW-compensatiefonds of aftrek op grond van de Wet op de omzetbelasting 1968.

3.

Kosten voor levering van goederen of diensten door derden komen uitsluitend in aanmerking als deze marktconform zijn bepaald.

Artikel 7. Weigeringsgronden

Een aanvraag voor een specifieke uitkering wordt afgewezen, indien:

Artikel 8. Verplichtingen ontvanger specifieke uitkering
1.

De ontvanger van de specifieke uitkering is verplicht om:

2.

Indien de uitvoering van de activiteiten voor 1 januari 2027, buiten de schuld van de ontvanger van de specifieke uitkering niet mogelijk is, kan de minister die termijn op schriftelijk en gemotiveerd verzoek van de ontvanger eenmaal met ten hoogste een jaar verlengen.

Artikel 9. Bestemming niet-gebruikte middelen
1.

De minister kan het restant van een specifieke uitkering terugvorderen als de specifieke uitkering niet of niet geheel is besteed voor 1 januari 2027.

2.

In afwijking van het eerste lid kan de minister, indien sprake is van een verlenging van de termijn voor de uitvoering van de activiteiten als bedoeld in artikel 7, tweede lid, het restant van een specifieke uitkering terugvorderen als de specifieke uitkering niet of niet geheel is besteed voor 1 januari 2028.

Artikel 10. Verantwoording en terugvordering
1.

De bijlage bij de jaarrekening van de budgethouder over het jaar waarvoor de specifieke uitkering wordt verstrekt, bevat de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 58a van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten en artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.

2.

De minister stelt de specifieke uitkering vast nadat de budgethouder, op de in het eerste lid bedoelde wijze, de verantwoordingsinformatie aan de minister heeft verstrekt. Indien de uiterste datum voor het afronden van de activiteiten, bedoeld in artikel 2, is verstreken en de budgethouder geen verantwoordingsinformatie heeft verstrekt, stelt de minister de specifieke uitkering vast aan de hand van de eerstvolgende verantwoordingsinformatie.

3.

Als uit de verantwoordingsinformatie blijkt dat de specifieke uitkering niet of niet volledig is besteed aan de activiteiten waarvoor deze is verstrekt, of onrechtmatig is besteed, kan de uitkering ter hoogte van het niet of onrechtmatig bestede deel door de minister worden teruggevorderd. De minister doet binnen een jaar na ontvangst van de verantwoordingsinformatie mededeling over de terugvordering aan de ontvanger van de specifieke uitkering.

Artikel 11

Wijzigt deze regeling.

Artikel 12. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2023 en vervalt met ingang van 1 januari 2027, met dien verstande dat deze regeling van toepassing blijft op specifieke uitkeringen die op grond van deze regeling vóór laatstgenoemde datum zijn verstrekt.

Artikel 13. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke uitkering regionale structuur Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie.

Bijlage I. Verdeling middelen

Bijlage bij de artikelen 1 en 4, tweede lid

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Bijlage II. Verdeling middelen aanvullend bedrag 2023

Bijlage bij artikel 4, vijfde lid

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.