Regeling van de Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs van 16 mei 2023, nr. VO/38233241 houdende regels voor de subsidieverstrekking aan scholen voor deelnemen aan het doorontwikkeltraject van praktijkgerichte programma’s voor het havo en voor het deelnemen aan de pilot met de praktijkroute havo-Educatie (Subsidieregeling praktijkgerichte havo)

Type Ministeriële regeling
Publication 2025-11-28
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 5.11 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, artikelen 4 en 5 van de Wet overige OCW-subsidies en de artikelen 1.3 en 2.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Toepassing Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS

Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling.

Artikel 3. Doel van de regeling en te subsidiëren activiteiten
1.

De minister kan aan een bevoegd gezag van een school die havo aanbiedt of een vavo-instelling die havo aanbiedt, toestemming verlenen op grond van artikel 9.3 WVO 2020 om deel te nemen aan het doorontwikkeltraject of de pilot met de praktijkroute havo-Educatie voor de schooljaren 2023/2024 tot en met 2026/2027.

2.

De minister kan in de kalenderjaren 2023, 2024, 2025 en 2026 subsidie verstrekken aan een bevoegd gezag van een school die havo aanbiedt of een vavo-instelling die havo aanbiedt voor het starten met één of meerdere concept-examenprogramma’s als onderdeel van het onderwijsprogramma voor leerlingen in het vierde en het vijfde leerjaar van het havo in de schooljaren 2023/2024, 2024/2025, 2025/2026, 2026/2027 en 2027/2028. De subsidie wordt ingezet voor de uitvoering van een of meerdere van de volgende activiteiten:

3.

In afwijking van het eerste lid heeft de toestemming van de Minister om deel te nemen aan de pilot met de praktijkroute havo-Educatie, uitsluitend betrekking op de schooljaren 2023/2024 en 2024/2025.

4.

In afwijking van het tweede lid kan de Minister voor de praktijkroute havo-Educatie uitsluitend subsidie verstrekken in de kalenderjaren 2023 en 2024.

5.

De minister verstrekt aan de bevoegde gezagsorganen van de in bijlage 1 genoemde vestigingen voor de kalenderjaren 2025, 2026 en 2027 ambtshalve jaarlijks een aanvullende subsidie voor de uitvoering van de activiteiten, bedoeld in het tweede lid.

Artikel 4. Aanvraag subsidie
1.

Een bevoegd gezag kan per vestiging een aanvraag indienen voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid.

2.

Een aanvraag voor de subsidie kan worden ingediend van:

3.

Aanvragen die buiten de aanvraagperiode worden ingediend, worden afgewezen.

4.

De subsidie wordt aangevraagd met het digitale aanvraagformulier dat daartoe op de website van DUS-I beschikbaar is gesteld.

5.

Een aanvraag voor subsidie bevat:

Artikel 5. Subsidieplafond en subsidiebedrag
1.

Voor de subsidieverstrekking op grond van artikel 3, tweede lid deze regeling is een bedrag beschikbaar van:

2.

Per vestiging kan eenmaal subsidie worden verstrekt. De subsidie bestaat uit een vast bedrag van € 100.000 per vestiging voor de activiteiten gedurende de gehele periode van het doorontwikkeltraject of de pilot met de praktijkroute havo-Educatie.

3.

Voor subsidieverstrekking op grond van artikel 3, vijfde lid, is een bedrag beschikbaar van:

4.

De subsidie op grond van artikel 3, vijfde lid, bestaat uit een vast bedrag van € 26.819 per kalenderjaar.

5.

Het subsidiebedrag wordt aan een bevoegd gezag op Caribisch Nederland uitbetaald in dollars tegen de vastgestelde wisselkoers.

Artikel 6. Wijze van verdeling beschikbare middelen
1.

Indien de toewijzing van alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen voor een subsidie zou leiden tot overschrijding van het subsidieplafond, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a, krijgen de aanvragen van de vestigingen van scholen die reeds toestemming hebben gekregen van de minister om vanaf 2022 of 2023 deel te nemen aan het doorontwikkeltraject voorrang.

2.

Indien de toewijzing van alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen voor een subsidie zou leiden tot overschrijding van een subsidieplafond als bedoeld in artikel 5, eerste lid, worden de aanvragen, in voorkomend geval na toepassing van het eerste lid, door middel van loting gerangschikt. Scholen krijgen volgens de rangschikking subsidie toegekend tot het subsidieplafond is bereikt.

Artikel 7. Subsidieverplichtingen
1.

In aanvulling op hoofdstuk 5 van de Kaderregeling worden aan de subsidieontvanger de volgende verplichtingen opgelegd. De subsidieontvanger:

2.

De activiteiten, genoemd in artikel 3, tweede lid, waarvoor subsidie is verstrekt worden uiterlijk in schooljaar 2027/2028 afgerond.

3.

In afwijking van het eerste lid worden aan de subsidieontvanger die toestemming heeft gekregen om de pilot praktijkroute havo-Educatie aan te bieden de subsidieverplichtingen, bedoeld in het eerste lid, uitsluitend opgelegd tot en met schooljaar 2024/2025.

Artikel 8. Verstrekking, besteding en verantwoording
1.

De subsidie als bedoeld in artikel 3, tweede en vierde lid wordt direct vastgesteld binnen 13 weken na sluiting van de desbetreffende aanvraagperiode.

2.

De minister verstrekt de subsidie, bedoeld in artikel 3, vijfde lid, ambtshalve en stelt de subsidie direct vast op uiterlijk 1 december 2025 voor het kalenderjaar 2025, 1 juli 2026 voor het kalenderjaar 2026 en 1 juli 2027 voor het kalenderjaar 2027.

3.

Als de activiteiten zijn uitgevoerd en aan de verplichtingen is voldaan, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.

4.

De verantwoording van de subsidie geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs met model G, onderdeel 1, zoals bedoeld in richtlijn 660 van de Raad voor de Jaarverslaggeving of overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs BES.

5.

De subsidieontvanger toont op verzoek van de minister aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie verbonden zijn. Niet bestede middelen worden teruggevorderd.

Artikel 9. Betaling
1.

De minister bepaalt het betaalritme van de subsidie, bedoeld in artikel 3, eerste en tweede lid, in de beschikking tot vaststelling.

2.

De minister betaalt de subsidie, bedoeld in artikel 3, vijfde lid, als bedrag ineens op uiterlijk 31 december 2025 voor het kalenderjaar 2025, op 1 augustus 2026 voor het kalenderjaar 2026 en op 1 augustus 2027 voor het kalenderjaar 2027.

Artikel 10. Hardheidsclausule

De minister kan een of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing daarvan, gelet op het belang dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen, zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 11. Inwerkingtreding en vervaldatum
1.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.