Besluit van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, van 8 mei 2023, nr. IENM/BSK-2023/96266, houdende vaststelling van de organisatie van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en verlening van mandaat, volmacht en machtiging aan de secretaris-generaal en de diensthoofden (Organisatie- en mandaatbesluit Infrastructuur en Waterstaat 2023)
Gelet op de artikelen 10:3, eerste lid, 10:9, eerste lid, 10:11 en 10:12 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 3, tweede lid, van het Coördinatiebesluit organisatie, bedrijfsvoering en informatiesystemen rijksdienst;
BESLUIT:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen organisatie en mandaat
Artikel 1. Begripsbepalingen
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- bewindspersoon: Minister van Infrastructuur en Waterstaat of Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat;
- dienst: onderdeel van het ministerie, genoemd in artikel 2, tweede lid;
- diensthoofd: persoon die overeenkomstig dit besluit, dan wel overeenkomstig overige wet- en regelgeving, is belast met de leiding van een dienst;
- dienstonderdeel: onderdeel van een dienst;
- dienstonderdeelhoofd: persoon die overeenkomstig dit besluit, dan wel overeenkomstig overige wet- en regelgeving, is belast met de leiding van een dienstonderdeel;
- functionaris: persoon die krachtens een arbeidsovereenkomst of krachtens een andere overeenkomst naar burgerlijk recht werkzaam is bij het ministerie;
- ministerie: Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat;
- plaatsvervangend secretaris-generaal: plaatsvervangend secretaris-generaal als bedoeld in artikel 4;
- secretaris van adviesorgaan: secretaris van een adviesorgaan, genoemd in artikel 2, derde lid;
- secretaris-generaal: secretaris-generaal van het ministerie.
Hoofdstuk 2. Organisatie
§ 2.1. Hoofdstructuur
Artikel 2. Onderdelen ministerie
Het ministerie bestaat uit de secretaris-generaal, de plaatsvervangend-secretaris-generaal, de diensten en het secretariaat van het adviesorgaan van het ministerie.
Diensten van het ministerie zijn:
- a. het directoraat-generaal Luchtvaart en Maritieme Zaken;
- b. het directoraat-generaal Milieu en Internationaal;
- c. het directoraat-generaal Mobiliteit;
- d. het directoraat-generaal Water en Bodem;
- e. de hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;
- f. de directie Bestuursondersteuning;
- g. de directie Communicatie;
- h. de directie Participatie;
- i. de concerndirectie Financieel-Economische Zaken;
- j. de concerndirectie Informatiebeleid;
- k. de concerndirectie Mens en Organisatie;
- l. de directie Eigenaarsadvisering;
- m. de directie Uitvoering en Decentraal Advies en Control;
- n. de directie Algemeen Strategisch Advies;
- o. het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid;
- p. het Planbureau voor de Leefomgeving;
- q. het Stafbureau deltacommissaris;
- r. de Inspectie Leefomgeving en Transport;
- s. het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut, bedoeld in het Instellingsbesluit Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut;
- t. het directoraat-generaal Rijkswaterstaat, bedoeld in het Instellingsbesluit directoraat-generaal Rijkswaterstaat.
Het secretariaat van het adviesorgaan van het ministerie is het secretariaat van de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur, bedoeld in de Wet Raad voor de leefomgeving en infrastructuur.
§ 2.2. Secretaris-generaal en plaatsvervangend secretaris-generaal
Artikel 3. Taken secretaris-generaal
De secretaris-generaal is overeenkomstig het Besluit van 18 oktober 1988, houdende regeling van de functie en verantwoordelijkheid van de secretaris-generaal (Stb. 1988, 499) belast met de ambtelijke leiding van al hetgeen het ministerie betreft.
Bij afwezigheid of verhindering van de secretaris-generaal en ten aanzien van specifieke, bij instructie van de secretaris-generaal aangewezen taken, is de plaatsvervangend secretaris-generaal bevoegd om als zodanig als plaatsvervanger op te treden.
Bij afwezigheid of verhindering van zowel de secretaris-generaal als de plaatsvervangend secretaris-generaal zijn de directeuren-generaal Luchtvaart en Maritieme Zaken, Milieu en Internationaal, Mobiliteit en Water en Bodem, bedoeld in de artikelen 5, 6, 7 en 8, bevoegd om als zodanig als plaatsvervanger op te treden.
Plaatsvervanging geschiedt voor het overige overeenkomstig daartoe strekkende instructies van de secretaris-generaal.
Artikel 4. Taken plaatsvervangend secretaris-generaal
De plaatsvervangend secretaris-generaal is verantwoordelijk voor:
- a. de integrale ontwikkeling en realisering van de strategische doelstellingen op bedrijfsvoeringgebied voor het ministerie, en
- b. de afstemming van de bedrijfsvoering op het primaire proces van het ministerie.
Ter uitvoering van het eerste lid is de plaatsvervangend secretaris-generaal belast met de ambtelijke leiding van de volgende diensten:
- a. de directie Participatie;
- b. de concerndirectie Informatiebeleid;
- c. de concerndirectie Mens en Organisatie;
- d. de directie Eigenaarsadvisering;
- e. de directie Uitvoering en Decentraal Advies en Control.
De plaatsvervangend secretaris-generaal is Chief Information Officer en heeft daartoe de taken, genoemd in de artikelen 4 en 7 van het Besluit CIO-stelsel Rijksdienst 2021.
Bij afwezigheid of verhindering van de plaatsvervangend secretaris-generaal en ten aanzien van specifieke, bij instructie van de plaatsvervangend secretaris-generaal aangewezen taken, zijn de concerndirecteuren, bedoeld in de artikelen 14, eerste lid, en 15, eerste lid, bevoegd om als zodanig als plaatsvervanger op te treden.
Plaatsvervanging geschiedt voor het overige overeenkomstig daartoe strekkende instructies van de plaatsvervangend secretaris-generaal.
§ 2.3. Organisatie diensten
Artikel 5. Directoraat-generaal Luchtvaart en Maritieme Zaken
Het directoraat-generaal Luchtvaart en Maritieme Zaken staat onder leiding van de directeur-generaal Luchtvaart en Maritieme Zaken.
Het directoraat-generaal Luchtvaart en Maritieme Zaken bestaat uit de volgende dienstonderdelen:
- a. de directie Luchtvaart;
- b. de directie Maritieme Zaken;
- c. de programmadirectie Omgeving Luchthaven Schiphol;
- d. de directie Luchtruimvernieuwing;
- e. het stafbureau directoraat-generaal Luchtvaart en Maritieme Zaken.
De dienstonderdelen, genoemd in het tweede lid, onder a, b en d, staan onder leiding van een directeur. Het dienstonderdeel, genoemd in het tweede lid, onder c, staat onder leiding van een programmadirecteur. Het dienstonderdeel, genoemd in het tweede lid, onder e, staat onder leiding van een afdelingshoofd.
De dienstonderdelen, genoemd in het tweede lid, onder a tot en met d, bestaan uit afdelingen of programma’s die onder leiding staan van een afdelingshoofd respectievelijk een project- of programmamanager.
Bij afwezigheid of verhindering van de directeur-generaal Luchtvaart en Maritieme Zaken zijn de directeuren-generaal Milieu en Internationaal, en Mobiliteit en Water en Bodem, bedoeld in de artikelen 6, 7 en 8, en de (programma-)directeuren, bedoeld in het derde lid, bevoegd om als plaatsvervanger op te treden.
Bij afwezigheid of verhindering van een directeur of een programmadirecteur zijn de andere directeuren, de project- of programmadirecteuren of de afdelingshoofden en de project- of programmamanagers, binnen dezelfde directie of programmadirectie, bevoegd om als plaatsvervanger op te treden.
Bij afwezigheid of verhindering van een afdelingshoofd, project- of programmamanager zijn de overige afdelingshoofden, project- of programmamanagers binnen de directie of de programmadirectie bevoegd om als plaatsvervanger op te treden.
Plaatsvervanging geschiedt voor het overige overeenkomstig daartoe strekkende instructies van de directeur-generaal Luchtvaart en Maritieme Zaken.
Het directoraat-generaal Luchtvaart en Maritieme Zaken heeft als doel de netwerkkwaliteit van luchtwegen, vaarwegen, luchthavens en havens verder te ontwikkelen en het veilige en duurzame gebruik daarvan te waarborgen. Daarmee hebben het directoraat-generaal Luchtvaart en Maritieme Zaken en zijn dienstonderdelen de volgende taken:
- a. de directie Luchtvaart: het ontwikkelen en implementeren van beleid met betrekking tot:
- 1°. de aansluiting op het mondiale luchtvaartnetwerk;
- 2°. de bevordering van verduurzaming van de luchtvaart;
- 3°. regionale luchthavens;
- 4°. de veiligheid en beveiliging in de luchtvaart; en
- 5°. het gebruik van het luchtruim, alsmede de luchtverkeersdienstverlening;
- b. de directie Maritieme Zaken: het ontwikkelen en implementeren van beleid met betrekking tot:
- 1°. zeehavens en zeevaart, waaronder de maritieme toegang tot zeehavens;
- 2°. het vervoer over water en de Nederlandse binnenvaart;
- 3°. de instandhouding en gebruik van het hoofdvaarwegennet;
- 4°. maritieme veiligheid en security;
- 5°. verduurzaming van de scheepvaart; en
- 6°. bevorderen van multimodaal goederenvervoer en gebruik van buisleidingen;
- c. de programmadirectie Omgeving Luchthaven Schiphol:
- 1°. de besluitvorming over de ontwikkeling van Schiphol;
- 2°. het verminderen van geluidbelasting, geluidhinder en schadelijke stoffenuitstoot veroorzaakt door vliegverkeer; en
- 3°. de ruimtelijke kwaliteit rond Schiphol;
- d. de directie Luchtruimvernieuwing:
- 1°. de realisatie van rijkskaders voor het vliegveld Lelystad;
- 2°. de herziening van het luchtruim; en
- 3°. het ontwikkelen en implementeren van beleid met betrekking tot onbemande luchtvaart;
- e. het stafbureau directoraat-generaal Luchtvaart en Maritieme Zaken: het ondersteunen van het directoraat-generaal Luchtvaart en Maritieme Zaken.
Artikel 6. Directoraat-generaal Milieu en Internationaal
Het directoraat-generaal Milieu en Internationaal staat onder leiding van de directeur-generaal Milieu en Internationaal.
Het directoraat-generaal Milieu en Internationaal bestaat uit de volgende dienstonderdelen:
- a. de directie Duurzame Leefomgeving en Circulaire Economie;
- b. de directie Internationaal;
- c. de directie Omgevingsveiligheid en Milieurisico’s; en
- d. het stafbureau directoraat-generaal Milieu en Internationaal.
De dienstonderdelen, genoemd in het tweede lid, onder a, b en c, staan onder leiding van een directeur. Het dienstonderdeel, genoemd in het tweede lid, onder d, staat onder leiding van een afdelingshoofd. Onder de dienstonderdelen, genoemd in het tweede lid, onder a, b en c, ressorteren tevens afdelingshoofden.
Bij afwezigheid of verhindering van de directeur-generaal Milieu en Internationaal zijn de directeuren-generaal Luchtvaart en Maritieme Zaken, Mobiliteit en Water en Bodem, bedoeld in de artikelen 5, 7 en 8, en de directeuren bevoegd om als plaatsvervanger op te treden.
Bij afwezigheid of verhindering van een directeur zijn de overige directeuren en de afdelingshoofden binnen de directie bevoegd om als plaatsvervanger op te treden.
Bij afwezigheid of verhindering van een afdelingshoofd binnen een directie zijn de overige afdelingshoofden binnen de directie bevoegd om als plaatsvervanger op te treden.
Plaatsvervanging geschiedt voor het overige overeenkomstig daartoe strekkende instructies van de directeur-generaal Milieu en Internationaal.
Het directoraat-generaal Milieu en Internationaal heeft tot doel de zorg voor een gezonde en veilige leefomgeving alsmede het beheer van schaarse hulpbronnen en milieuruimte. Daarmee hebben het directoraat-generaal Milieu en Internationaal en zijn dienstonderdelen de volgende taken:
- a. de directie Duurzame Leefomgeving en Circulaire Economie: het ontwikkelen en implementeren van beleid met betrekking tot:
- 1°. de transitie naar een circulaire economie door:
- i. het vitaal houden van het natuurlijk kapitaal;
- ii. het verduurzamen van afval- en grondstoffenbeleid; en
- iii. het versterken van een op de transitie gericht instrumentarium;
- 2°. de luchtkwaliteit en geluidhinder; en
- 3°. de luchtemissies industrie;
- b. de directie Internationaal:
- 1°. advisering ten behoeve van de bewindspersoon en de ambtelijke leiding op het terrein van internationale strategie en beleidsvorming;
- 2°. het verbinden van de internationale context met de nationale beleidsontwikkelingen;
⋯
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.