Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs van 12 juni 2023, nr. 38118126 houdende regels voor de subsidieverstrekking voor het versterken van de aansluiting in de beroepsonderwijskolom (Subsidieregeling versterking aansluiting beroepsonderwijskolom)
Gelet op de artikelen 4 en 5 van de Wet overige OCW-subsidies en de artikelen 1.3 en 2.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;
Besluit:
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
- aansluitende opleidingsroute: opleidingsroute van vo, vso of vavo naar mbo en daarna hbo, die voldoet aan de eisen genoemd in artikel 3, derde lid;
- bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
- DUS-I: Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen;
- hbo-opleiding:
- a. hbo-bacheloropleiding als bedoeld in artikel 7.3a, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek; of
- b. associate degree-opleiding als bedoeld in artikel 7.3a, tweede lid, onderdeel a, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
- hogeschool: hogeschool als bedoeld in onderdeel g van de bijlage bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, voor zover zij bekostigde hbo-opleidingen verzorgt;
- leerling: degene die onderwijs volgt aan een school;
- mbo-opleiding:
- a. beroepsopleiding als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs; of
- b. beroepsopleiding als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES;
- mbo-instelling:
- a. instelling als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, voor zover zij bekostigde mbo-opleidingen verzorgt; of
- b. Scholengemeenschap Bonaire, voor zover zij bekostigde mbo-opleidingen verzorgt;
- minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
- onderwijsinstelling: school, vavo-instelling, mbo-instelling of hogeschool;
- penvoerder: penvoerder als bedoeld in artikel 4, vierde lid;
- samenwerkingsverband: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 3, tweede lid;
- school:
- a. school als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, voor zover zij bekostigde vo-opleidingen verzorgt; of
- b. school als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra, voor zover zij bekostigde vso-opleidingen verzorgt;
- sectorkamer: sectorkamer als beschreven door de Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven en te raadplegen op https://www.s-bb.nl/organisatie/directie-en-bestuur/overlegtafels/sectorkamers-marktsegmenten/, waar de mbo-opleiding onder valt;
- sectoronderdeel: onderdeel als bedoeld in artikel 3.1 van het Uitvoeringsbesluit WHW 2008, waar de hbo-opleiding onder valt;
- student: degene die onderwijs volgt aan een vavo-instelling, mbo-instelling of hogeschool;
- tekortsectoren: sectoren techniek, woningbouw, zorg, onderwijs, klimaat en energie, veiligheid en kinderopvang;
- vavo-opleiding: opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, gericht op het behalen van een diploma havo of mavo als bedoeld in artikel 2.5 respectievelijk artikel 2.6 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
- vavo-instelling: instelling als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, voor zover zij bekostigde vavo-opleidingen verzorgt;
- vo-opleiding:
- a. havo, mavo, vbo of praktijkonderwijs als bedoeld in de artikelen 2.5 tot en met 2.8 van de Wet voortgezet onderwijs 2020; of
- b. CCSLC, CSEC of CVQ als bedoeld in artikel 1 van het Besluit Saba Comprehensive School en Gwendoline van Puttenschool BES;
- voedingsgebied: postcodegebieden waarbinnen de leerlingen of studenten van de onderwijsinstellingen die deel uitmaken van een samenwerkingsverband woonachtig zijn;
- vso-opleiding: voortgezet speciaal onderwijs in het uitstroomprofiel vervolgonderwijs als bedoeld in artikel 14a van de Wet op de expertisecentra, gericht op het behalen van een diploma havo, mavo of vbo als bedoeld in de artikelen 2.5 tot en met 2.7 van de Wet voortgezet onderwijs 2020.
Artikel 2. Toepassing Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS
Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS.
Artikel 3. Te subsidiëren activiteiten
De minister kan aan de penvoerder van een samenwerkingsverband subsidie verstrekken voor het ontwikkelen en duurzaam uitvoeren van een aansluitende opleidingsroute voor leerlingen en studenten.
Een samenwerkingsverband bestaat ten minste uit één school of vavo-instelling, één mbo-instelling en één hogeschool, waarbij de mbo-instelling en de vavo-instelling niet dezelfde instelling zijn.
De aansluitende opleidingsroute, bedoeld in het eerste lid:
- a. omvat qua inhoud en opzet op elkaar afgestemde onderwijsprogramma’s voor één of meer vo-, vso- of vavo-opleidingen, één of meer mbo-opleidingen en één of meer hbo-opleidingen;
- b. leidt op tot beroepen in één of meer tekortsectoren of één of meer sectoren waarvan kan worden aangetoond dat daarvoor een tekort op de arbeidsmarkt is binnen het voedingsgebied op basis van betrouwbare en controleerbare bronnen;
- c. houdt vanaf het vo, vso of vavo al rekening met mogelijke doorstroom naar het hbo via het mbo, naast blijvende aandacht voor gediplomeerde uitstroom naar werk;
- d. bevat gezamenlijke leercontexten of leeromgevingen waarin leerlingen en studenten van de verschillende onderwijsinstellingen nader met elkaar kennismaken, ontdekken hoe vervolgopleidingen zijn of samen praktijk- en onderzoeksopdrachten uitvoeren;
- e. bevat een doorlopende lijn voor loopbaanoriëntatie en -begeleiding, waarbinnen door de onderwijsinstellingen waar mogelijk over instellingsgrenzen wordt samengewerkt; en
- f. wordt door een door het samenwerkingsverband aangestelde coördinator gecoördineerd, die tevens dient als contactpersoon voor de minister.
De opleidingen, bedoeld in het derde lid, onderdeel a, waarvoor de aansluitende opleidingsroute zal worden ontwikkeld en uitgevoerd, voldoen in ieder geval aan de volgende vereisten:
- a. zijn inhoudelijk aan elkaar verwant of sluiten anderszins logisch op elkaar aan, blijkend uit doorstroom in de praktijk;
- b. de gekozen hbo-opleiding of hbo-opleidingen leiden op tot beroepen in één of meer tekortsectoren of één of meer sectoren waarvan kan worden aangetoond dat daarvoor een tekort op de arbeidsmarkt is binnen het voedingsgebied van de penvoerder op basis van betrouwbare en controleerbare bronnen;
- c. in de mbo-opleiding of mbo-opleidingen zijn in totaal minimaal dertig studenten ingeschreven die afkomstig zijn van de scholen of vavo-instellingen die deel uitmaken van het samenwerkingsverband, waarbij er van iedere school of vavo-instelling ten minste één leerling of student afkomstig is;
- d. in de hbo-opleiding of hbo-opleidingen zijn in totaal minimaal vijftien studenten ingeschreven die afkomstig zijn van de mbo-instellingen die deel uitmaken van het samenwerkingsverband, waarbij er van iedere mbo-instelling ten minste één student afkomstig is;
- e. in de mbo-opleiding of mbo-opleidingen is sprake van een uitval- en switchpercentage van meer dan 15% van de studenten; en
- f. in de hbo-opleiding of hbo-opleidingen sprake is van een uitval- en switchpercentage van meer dan 15% van de studenten.
Onder uitval en switch wordt in het vierde lid, onderdelen e en f, verstaan dat een student tijdens het eerste jaar is gestopt met de opleiding of tijdens het eerste jaar is gewisseld naar een opleiding in een andere sectorkamer of ander sectoronderdeel.
In afwijking van het vierde lid:
- a. is het minimale totaalaantal studenten, genoemd in het vierde lid, onderdelen c en d, vijftien in plaats van dertig respectievelijk acht in plaats van vijftien, indien:
- 1°. aan de aan het samenwerkingsverband deelnemende mbo-instellingen per mbo-instelling minder dan 10.000 studenten zijn ingeschreven; en
- 2°. de prognose is dat het aantal studenten aan elk van die mbo-instellingen tot 2037 met minimaal 5% zal afnemen;
- b. is het minimale aantal studenten dat afkomstig is van elke onderwijsinstelling, genoemd in het vierde lid, onderdelen c en d, alsmede het minimale uitval- en switchpercentage, genoemd in het vierde lid, onderdeel e, niet van toepassing op onderwijsinstellingen in Caribisch Nederland.
De minister baseert zich voor de beoordeling:
- a. van de aantallen en percentages, bedoeld in het vierde lid, onderdelen c tot en met f, en zesde lid, onderdeel a, onder 1°: op de bij de minister bekende gegevens op 1 oktober van het jaar voorafgaand aan de aanvraag, die zijn te raadplegen op www.dus-i.nl; en
- b. van de prognose, bedoeld in het zesde lid, onderdeel a, onder 2°: op de bij de minister bekende gegevens op 1 oktober van het jaar voorafgaand aan de aanvraag, die zijn te raadplegen op https://duo.nl/open_onderwijsdata/middelbaar-beroepsonderwijs/aantal-studenten/studenten-mbo-tellingen-prognoses.jsp.
Artikel 4. Aanvraag subsidie
De aanvraag kan worden ingediend:
- a. in het kalenderjaar 2023: gedurende het aanvraagtijdvak van 1 juli 2023 tot en met 15 september 2023, voor subsidieverstrekking in het jaar 2023;
- b. in het kalenderjaar 2024: gedurende een eerste aanvraagtijdvak van 1 mei 2024 tot en met 31 mei 2024 en, indien het subsidieplafond, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel b, na behandeling van de aanvragen uit het eerste aanvraagtijdvak nog niet is bereikt, gedurende een tweede aanvraagtijdvak van 15 augustus 2024 tot en met 15 september 2024 voor subsidieverstrekking in het jaar 2024; en
- c. in het kalenderjaar 2025: gedurende een eerste aanvraagtijdvak van 1 mei 2025 tot en met 31 mei 2025 en, indien het subsidieplafond, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, na behandeling van de aanvragen uit het eerste aanvraagtijdvak nog niet is bereikt, van 15 augustus 2025 tot en met 15 september 2025 voor subsidieverstrekking in het jaar 2025;
- d. in het kalenderjaar 2026: gedurende een eerste aanvraagtijdvak van 1 mei 2026 tot en met 31 mei 2026 en, indien het subsidieplafond, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel d, na behandeling van de aanvragen uit het eerste aanvraagtijdvak nog niet is bereikt, van 15 augustus 2026 tot en met 15 september 2026 voor subsidieverstrekking in het jaar 2026.
De minister wijst aanvragen die zijn ingediend buiten de aanvraagtijdvakken, genoemd in het eerste lid, af.
De aanvraag bevat:
- a. een vermelding van de onderwijsinstellingen waaruit het samenwerkingsverband bestaat;
- b. een vermelding van de gekozen vo-, vso- of vavo-, mbo- en hbo-opleidingen waarvoor de aansluitende opleidingsroute zal worden ontwikkeld en uitgevoerd;
- c. een onderbouwing van de gekozen opleidingen waarvoor de aansluitende opleidingsroute zal worden ontwikkeld en uitgevoerd, waaruit blijkt dat die opleidingen voldoen aan het bepaalde in artikel 3, vierde lid;
- d. een afschrift van de afspraken die de aan het samenwerkingsverband deelnemende onderwijsinstellingen met elkaar hebben gemaakt, minimaal bestaande uit afspraken over:
- 1°. de wijze waarop de onderwijsinstellingen binnen het samenwerkingsverband met elkaar gaan samenwerken ten behoeve van de ontwikkeling, uitvoering en verduurzaming van de aansluitende opleidingsroute;
- 2°. de voorgenomen verdeling van de subsidiemiddelen tussen de onderwijsinstellingen binnen het samenwerkingsverband;
- 3°. de wijze van informatieverstrekking en verantwoording aan de penvoerder door de overige onderwijsinstellingen binnen het samenwerkingsverband zodat de penvoerder aan de verplichtingen in deze regeling kan voldoen; en
- 4°. het aanstellen van de coördinator, bedoeld in artikel 3, derde lid, onder f;
- e. een beschrijving, aan de hand van eisen, bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdelen a en c tot en met e, van de opbouw en inrichting van de huidige onderwijsprogramma’s van de opleidingen waarvoor de aansluitende opleidingsroute zal worden ontwikkeld.
De subsidie wordt namens de onderwijsinstellingen in het samenwerkingsverband aangevraagd door, verstrekt aan en verantwoord door de penvoerder. De penvoerder is het bevoegd gezag van een mbo-instelling die deelneemt aan het samenwerkingsverband, niet zijnde Scholengemeenschap Bonaire. Op de penvoerder rusten alle aan de subsidie verbonden verplichtingen, ongeacht welk bevoegd gezag feitelijk is belast met de uitvoering van de daarop betrekking hebbende werkzaamheden.
De aanvraag wordt elektronisch ingediend met behulp van een aanvraagformulier dat beschikbaar wordt gesteld op de website www.dus-i.nl.
Artikel 5. Subsidieplafond, wijze van verdeling beschikbare middelen en subsidiebedrag
Voor subsidieverstrekking is:
- a. in het kalenderjaar 2023 een bedrag van € 49,14 miljoen beschikbaar;
- b. in het kalenderjaar 2024 een bedrag van € 32,76 miljoen beschikbaar;
- c. in het kalenderjaar 2025 een bedrag van € 39,06 miljoen beschikbaar; en
- d. in het kalenderjaar 2026 een bedrag van € 39,06 miljoen beschikbaar.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.