Regeling van de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening van 19 juni 2023, nr. 2023-0000024188, houdende regels met betrekking tot de verstrekking van specifieke uitkeringen aan gemeenten in het belang van de verbetering van de leefbaarheid in kwetsbare gebieden (Meerjarige regeling specifieke uitkering herstructurering volkshuisvesting)

Type Ministeriële regeling
Publication 2024-12-05
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 2, eerste lid, onderdeel h en derde lid, en artikel 3, van het Besluit van 29 oktober 2022, houdende het stellen van regels over het verstrekken van specifieke uitkeringen aan gemeenten of provincies voor activiteiten die passen in het rijksbeleid met betrekking tot het bouwen, het wonen en de woonomgeving;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Doelstelling

Deze regeling heeft tot doel om, als onderdeel van een integrale aanpak, de leefbaarheid te verbeteren en de veiligheid te bevorderen in kwetsbare gebieden, primair door woningen te herstructureren, in het bijzonder de particuliere woningvoorraad en secundair door inrichting van de omringende openbare ruimte en realisatie van maatschappelijke voorzieningen in de nabijheid van betreffende woningen.

Artikel 3. Herstructureringsactiviteiten waarvoor een uitkering kan worden verstrekt
1.

De minister kan op aanvraag van een college een specifieke uitkering verstrekken aan de gemeente voor de uitvoering van een project dat in ieder geval bestaat uit de volgende primaire herstructureringsactiviteiten:

2.

Een project kan aanvullend op primaire herstructureringsactiviteiten bestaan uit secundaire herstructureringsactiviteiten:

3.

De gevraagde rijksbijdrage voor secundaire activiteiten als bedoeld onder artikel 3, tweede lid, mag niet meer dan 30 procent van het totaal van de gevraagde rijksbijdrage bedragen.

Artikel 4. Toelatingscriteria
1.

Een aanvraag wordt niet in behandeling genomen als de gemeente eerder een toekennende uitkeringsbeschikking heeft gekregen voor dezelfde woningen op grond van de Regeling specifieke uitkering herstructurering volkshuisvesting of op grond van deze regeling.

2.

Een aanvraag wordt alleen in behandeling genomen als uit de bij de aanvraag ingediende gegevens en bescheiden blijkt dat voor het project:

Artikel 5. Verplichtingen
1.

De gemeente rondt de herstructureringsactiviteiten af binnen tien jaar na toekenning van de specifieke uitkering.

2.

In het geval dat de gemeente middelen vanuit de specifieke uitkering verstrekt aan toegelaten instellingen, is dit enkel ten behoeve van de aankoop en verwerving van woningen die door de betreffende toegelaten instelling worden ingepond als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel d. In het geval dat de gemeente middelen vanuit de specifieke uitkering verstrekt aan een vereniging of wijkontwikkelingsmaatschappij waar toegelaten instellingen op enigerlei wijze deel vanuit maken, dient geborgd te zijn dat deze middelen enkel ten goede komen aan de herstructurering van de particuliere woningen.

3.

De minister kan op verzoek van het college de in het eerste lid genoemde termijn telkens met ten hoogste één jaar verlengen, indien sprake is van onvoorziene omstandigheden op grond waarvan het aannemelijk is dat het project niet binnen die termijn kan worden afgerond.

Artikel 6. Uitkeringsplafond
1.

Het plafond voor het totaal van de specifieke uitkeringen bedraagt het bedrag, genoemd in bijlage 1.

2.

Een specifieke uitkering kan worden aangevraagd binnen het aanvraagtijdvak, genoemd in bijlage 1.

3.

Specifieke uitkeringen worden niet verstrekt voor belasting toegevoegde waarde verschuldigd over kosten voor de uitvoering van projecten, voor zover het bedrag van de btw in aanmerking komt voor compensatie op grond van de Wet op het Btw-compensatiefonds of voor zover de kosten in aanmerking komen voor aftrek op grond van de Wet op de omzetbelasting 1968.

Artikel 7. De aanvraag
1.

Een aanvraag bevat ten minste:

2.

De minister beslist binnen 13 weken na het sluiten van het aanvraagtijdvak, als bedoeld in bijlage 1, over de toekenning van een specifieke uitkering. De minister beslist niet eerder op een aanvraag, dan nadat advies is ingewonnen van de commissie, bedoeld in artikel 11, eerste lid.

3.

Een aanvraag wordt ingediend via een formulier dat beschikbaar is gesteld op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

Artikel 8. Wijze van betaling en uitkeringsbeschikking
1.

De minister betaalt in het geval van een toekennende uitkeringsbeschikking de uitkering in één keer uit.

2.

De uitkeringsbeschikking vermeldt in elk geval:

3.

Aan een uitkering kunnen in de uitkeringsbeschikking nadere verplichtingen worden verbonden.

Artikel 9. De beoordeling van de aanvragen
1.

De minister stelt een rangschikking op van de aanvragen op basis van een beoordeling van de mate waarin de projecten voldoen aan het doel zoals beschreven in artikel 2. De rangschikking wordt bepaald op grond van de behaalde eindscores van de aanvragen bij een gezamenlijke weging van de volgende criteria:

2.

De scores, bedoeld in het eerste lid, worden bepaald in overeenstemming met de in bijlage 2 vastgestelde beoordelingscriteria en wegingsfactor.

3.

Als meerdere aanvragen gelijk scoren bij de weging en de toekenning van uitkeringen zou leiden tot overschrijding van het in bijlage 1 vastgestelde tranchebedrag, worden de aanvragen onderling gerangschikt op grond van de behaalde score bedoeld in het eerste lid van dit artikel onder a. Indien daarna nog steeds meerdere aanvragen gelijk scoren worden de aanvragen onderling gerangschikt op grond van de behaalde score bedoeld in het eerste lid van dit artikel het onder b en vervolgens onder c en ten slotte onder d.

4.

De minister kan een rangschikking opstellen die afwijkt van de rangschikking, bedoeld in het eerste en derde lid, als dat in het belang is van het bereiken van het doel van deze regeling zoals beschreven in artikel 2.

Artikel 10. Afwijzingsgronden
1.

De minister wijst een aanvraag af indien de aanvraag een onvoldoende score behaalt bij weging als bedoeld in artikel 9, eerste lid.

2.

De minister wijst een aanvraag geheel of gedeeltelijk af, voor zover het bedrag van de aangevraagde uitkering bij de toekenning ervan bij de rangschikking, als bedoeld in artikel 9, eerste lid, of, indien de minister gebruik maakt van de in artikel 9, vierde lid, geregelde mogelijkheid, de rangschikking bedoeld in dat lid, leidt tot een overschrijding van het uitkeringsplafond, als bedoeld in artikel 6, eerste lid.

Artikel 11. Instelling en taak commissie
1.

Er is een onafhankelijke Toetsingscommissie herstructurering volkshuisvesting.

2.

De commissie adviseert de minister over de toepassing van artikel 9, eerste lid.

3.

De commissie brengt advies uit binnen 8 weken na het sluiten van het in bijlage 1 bedoelde aanvraagtijdvak.

4.

De commissie verstrekt desgevraagd aan de minister de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. De minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.

5.

De commissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.