← Geldende tekst · Geschiedenis

Besluit van 22 juni 2023, houdende vaststelling van regels omtrent experimenten voor een pensioenregeling voor zelfstandigen (Besluit experiment pensioenregeling zelfstandigen)

Geldende tekst a fecha 2023-07-01

Op de voordracht van Onze Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen van 24 februari, 2023-0000100036;

Gelet op artikel 150a van de Pensioenwet;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 12 april 2023, nr. W12.23.00041/III);

Gezien het nader rapport van Onze Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen van 19 juni 2023, nr. 2023-000032463;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1. Definities

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Artikel 2. Openstellen pensioenregeling
1.

In afwijking van artikel 117, eerste en vijfde lid, van de wet, kan een pensioenfonds een pensioenregeling voor zelfstandigen uitvoeren, waarbij deze pensioenregeling geen aanvulling op een door datzelfde pensioenfonds uitgevoerde basisregeling betreft. Artikel 120, tweede lid, aanhef en onderdeel b, van de wet zijn niet van toepassing.

2.

Werkgevers of de partijen die betrokken zijn bij de vaststelling, wijziging of intrekking van een pensioenovereenkomst die ondergebracht is bij een pensioenfonds, dragen er zorg voor dat zelfstandigenorganisaties betrokken worden bij de vormgeving van een experiment, de vormgeving van de pensioenregeling voor zelfstandigen of de keuze of de pensioenregeling van werknemers wordt opengesteld voor zelfstandigen of dat hiervoor een eigen pensioenregeling voor zelfstandigen wordt opengesteld.

3.

Een ondernemingspensioenfonds kan een pensioenregeling openstellen voor zelfstandigen in het kader van een experiment uitsluitend voor zover de zelfstandige werkzaamheden verricht voor de werkgever.

4.

Een bedrijfstakpensioenfonds kan een pensioenregeling openstellen voor zelfstandigen in het kader van een experiment uitsluitend voor zover de zelfstandige onder de werkingssfeer valt van een door het bedrijfstakpensioenfonds uitgevoerde pensioenregeling.

5.

Een algemeen pensioenfonds kan een pensioenregeling openstellen voor zelfstandigen in het kader van een experiment waarbij het volgende geldt:

6.

Het verantwoordingsorgaan, het belanghebbendenorgaan, de raad van toezicht en de niet-uitvoerende bestuursleden worden door het pensioenfonds in de gelegenheid gesteld een oordeel te geven over het openstellen van de pensioenregeling, bedoeld in het derde, vierde of vijfde lid, aanhef en onderdeel a. Het oordeel wordt op een zodanig tijdstip gevraagd dat het van invloed kan zijn op het wel of niet openstellen van de pensioenregeling, waarbij door het pensioenfonds alle relevante informatie wordt verstrekt.

7.

Het pensioenfonds stelt uiterlijk bij de start van de verwerving van pensioenaanspraken door de zelfstandige vast of wordt voldaan aan de voorwaarde voor het openstellen van de pensioenregeling, bedoeld in het derde, vierde of vijfde lid, aanhef en onderdeel a.

8.

In aanvulling op het tweede lid en vijfde lid, aanhef en onderdeel b, kan een algemeen pensioenfonds zelfstandig besluiten een pensioenregeling voor zelfstandigen in een eigen collectiviteitkring open te stellen, waarbij het algemeen pensioenfonds er voor zorgdraagt dat zelfstandigenorganisaties betrokken worden bij de vormgeving van een experiment en de vormgeving van de pensioenregeling voor zelfstandigen.

9.

Een zelfstandigenorganisatie als bedoeld in het tweede en achtste lid dient aan de volgende voorwaarden te voldoen:

10.

Een verzekeraar of premiepensioeninstelling kan zelfstandig besluiten een pensioenregeling open te stellen voor zelfstandigen.

Artikel 3. Informatie voorafgaand aan deelname
1.

De pensioenuitvoerder die een pensioenregeling openstelt voor zelfstandigen kan de vrijwillige deelname aan deze pensioenregeling kenbaar maken aan zelfstandigen. De zelfstandige neemt deel op eigen initiatief.

2.

Op initiatief van een bedrijfstakpensioenfonds kan het kenbaar maken van de pensioenregeling, bedoeld in het eerste lid, als ook het doen van het aanbod om deel te nemen plaatsvinden via het aanschrijven van zelfstandigen. Hierbij geldt het volgende op het moment van de aanschrijving:

3.

De pensioenuitvoerder informeert een zelfstandige, als onderdeel van het aanbod om deel te nemen, voorafgaand aan de deelneming in de pensioenregeling overeenkomstig artikel 45 van de wet en artikel 8 van het Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling. In aanvulling op de eerste zin informeert de pensioenuitvoerder over:

4.

De pensioenuitvoerder stelt als onderdeel van het aanbod om deel te nemen aan de pensioenregeling de uitvoeringsovereenkomst of het uitvoeringsreglement ter beschikking aan een zelfstandige.

Artikel 4. Premie aan pensioenuitvoerder door zelfstandige
1.

Artikel 120, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel a, derde en vierde lid, van de wet zijn niet van toepassing. Artikel 24 van de wet is van overeenkomstige toepassing, waarbij de zelfstandige aan de pensioenuitvoerder de verschuldigde premie voldoet.

2.

Overeenkomstig artikel 25 van de wet is in de uitvoeringsovereenkomst respectievelijk het uitvoeringsreglement het volgende opgenomen:

3.

Artikel 29 van de wet is van overeenkomstige toepassing waarbij voor de verzekeraar de pensioenuitvoerder gelezen dient te worden.

Artikel 5. Nabestaandenpensioen

De voortzetting van het nabestaandenpensioen voor de periode van drie maanden of periode van zes maanden na beëindiging deelneming, bedoeld in artikel 55 van de wet, is van overeenkomstige toepassing indien de zelfstandige niet meer deelneemt omdat degene niet meer valt onder de definitie van zelfstandige of indien sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 9, derde lid, of vierde lid, aanhef en onderdeel b.

Artikel 6. Afkoop klein ouderdomspensioen

In afwijking van artikel 65 van de wet geldt het volgende. Het recht op afkoop klein ouderdomspensioen, bedoeld in artikel 66 van de wet, is van overeenkomstige toepassing waarbij uitsluitend de pensioenaanspraak opgebouwd als zelfstandige in het kader van dit experiment gehanteerd wordt voor de vaststelling of de opgebouwde pensioenaanspraak op ouderdomspensioen minder bedraagt dan het in artikel 66, eerste lid, onderdeel a, van de wet genoemde bedrag.

Artikel 7. Toezicht
1.

Een pensioenuitvoerder die een pensioenregeling openstelt voor zelfstandigen, meldt dit uiterlijk een maand voorafgaand aan het openstellen van de pensioenregeling bij Onze Minister via het hierna genoemde e-mailadres, te weten: meldingWTPexperiment@minszw.nl. De melding bevat ten minste het volgende:

2.

Onze Minister meldt aan de toezichthouders welke pensioenuitvoerders gebruik maken van dit experiment.

Artikel 8. Uitwisseling en verwerking van persoonsgegevens
1.

De pensioenuitvoerder is bevoegd tot het verwerken van persoonsgegevens van de zelfstandige, voor zover dat noodzakelijk is voor de uitvoering van het experiment.

2.

De pensioenuitvoerder is bevoegd tot het verwerken van persoonsgegevens van de zelfstandige voor zover dat noodzakelijk is voor het bewaken van het experiment en de evaluatie daarvan.

3.

Het onafhankelijke onderzoeksbureau, bedoeld in artikel 10 is bevoegd tot het verwerken van gegevens, waaronder persoonsgegevens, voor zover dat noodzakelijk is voor het bewaken van het experiment en de evaluatie daarvan.

4.

De pensioenuitvoerder is bevoegd uit eigen beweging en is verplicht op verzoek van Onze Minister gegevens, waaronder persoonsgegevens, te verstrekken aan Onze Minister voor zover dat noodzakelijk is voor het bewaken van het experiment en de evaluatie daarvan.

5.

De verwerking van bijzondere categorieën van persoonsgegevens als bedoeld in artikel 9 van de Algemene verordening persoonsgegevens, is niet toegestaan.

Artikel 9. Einde looptijd experimenten
1.

Een pensioenuitvoerder kan gedurende dit experiment de pensioenregeling sluiten voor zelfstandigen die niet deelnemen.

2.

Een pensioenuitvoerder kan de deelneming van een zelfstandige gedurende dit experiment niet op initiatief van de pensioenuitvoerder tussentijds beëindigen, tenzij de beëindiging het gevolg is van artikel 29 van de wet.

3.

Indien dit experiment wordt omgezet in een structurele wettelijke regeling, als bedoeld in artikel 150a, tweede lid, van de wet, heeft de pensioenuitvoerder het recht om na afloop van de duur van het experiment de pensioenregeling te beëindigen.

4.

Indien het experiment wordt beëindigd en dit besluit als gevolg komt te vervallen als bedoeld in artikel 10, geldt het volgende:

5.

De pensioenuitvoerder informeert de zelfstandige tijdig indien dit experiment wordt beëindigd of de pensioenuitvoerder gebruikmaakt van de beëindiging op grond van het derde lid. Artikel 39 van de wet is van overeenkomstige toepassing waarbij voor de informatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, van de wet tevens het vierde lid gelezen wordt.

6.

Artikel 71 van de wet is van overeenkomstige toepassing op de waardeoverdracht, bedoeld in het vierde lid, aanhef en onderdeel c.

7.

Elk beding in strijd met dit artikel is nietig.

Artikel 10. Onderzoek en evaluatie
1.

Een onafhankelijk onderzoeksbureau, aan wie de opdracht door Onze Minister is verstrekt, bewaakt het experiment ten behoeve van de evaluatie en voert deze evaluatie uit.

2.

Het onafhankelijke onderzoeksbureau is bevoegd in aanvulling op artikel 8 gedurende de experimenteerperiode gegevens te verzamelen ten behoeve van de evaluatie en de uitvoering daarvan.

3.

De pensioenuitvoerder die in het kader van dit besluit een pensioenregeling voor zelfstandigen aanbiedt, verstrekt op verzoek van het onafhankelijke onderzoeksbureau de relevante informatie ten behoeve van de evaluatie en de uitvoering daarvan.

4.

Bij de evaluatie over de experimenten wordt voor de beoordeling van de doeltreffendheid en de effecten mede betrokken:

5.

Voor de beoordeling van de doeltreffendheid en effecten is in elk geval het volgende van belang:

6.

In het verslag, bedoeld in artikel 150a, zesde lid, van de wet, is opgenomen in hoeverre het experiment heeft bijgedragen aan het doel van de experimenteerbepaling, bedoeld in artikel 150a, eerste lid, van de wet. In het verslag wordt gebruik gemaakt van geaggregeerde gegevens.

Artikel 11. Inwerkingtreding en vervaldatum
1.

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 2023.

2.

Dit besluit vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat niet later ligt dan vijf jaar na het tijdstip van inwerkingtreding.

3.

Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 150a, tweede lid, tweede zin, vervalt dit besluit, in afwijking van het tweede lid, op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip met inachtneming van genoemd artikellid.

Artikel 12. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit experiment pensioenregeling zelfstandigen.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.