Regeling van de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening van 26 juni 2023, nr. 2023-0000366768, houdende regels met betrekking tot het verstrekken van een specifieke uitkering ten behoeve van het uitvoeren van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (Regeling kansrijke wijk)
Handelende in overeenstemming met de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen en de Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs;
Gelet op artikel 2, eerste lid, onderdeel h, van het Besluit van 29 oktober 2022, houdende het stellen van regels over het verstrekken van specifieke uitkeringen aan gemeenten of provincies voor activiteiten die passen in het rijksbeleid met betrekking tot het bouwen, het wonen en de woonomgeving (Stb. 2022, 452);
Besluit:
Artikel 1. Definities
In deze regeling wordt verstaan onder:
- alliantieoverleg: een structureel overleg tussen een gemeente en andere publieke en private organisaties, onder aanvoering van de burgemeester, gericht op het verbeteren van de leefbaarheid en veiligheid in een stedelijk focusgebied;
- college: college van burgemeester en wethouders van een ontvangende gemeente;
- gemeente: een gemeente waarin een stedelijk focusgebied ligt;
- hoofdthema: beleidsthema als bedoeld in artikel 2, derde lid;
- lokale coalitie: groep van lokale partijen die gezamenlijk betrokken zijn bij de ontwikkeling en uitvoering van een lokaal programma met activiteiten buiten de reguliere onderwijstijd van een school, aangeboden ten behoeve van leerlingen op scholen met relatief veel leerlingen met een risico op een onderwijsachterstand. Tot deze groep behoren tenminste de ontvangende gemeente, een school binnen die ontvangende gemeente en een lokale organisatie;
- Minister: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening;
- ontvangende gemeente: gemeente die de uitkering, bedoeld in artikel 2, eerste lid, ontvangt;
- programmaorganisatie: een organisatie, opgericht door een gemeente, belast met het inrichten en in stand houden van het alliantieoverleg en het uitwerken van het uitvoeringsprogramma, die ten opzichte van het alliantieoverleg een onafhankelijke rol heeft;
- stedelijk focusgebied: de gebieden Zuidoost in Amsterdam, Nieuw-West in Amsterdam, Oost in Arnhem, Noord in Breda, West in Delft, West in Dordrecht, Zuidwest in Den Haag, Woensel-Zuid in Eindhoven, Noord in Groningen, Noord in Heerlen, Oost in Leeuwarden, Oost in Lelystad, Centrale‑As in Nieuwegein, Roosendaal-stad in Roosendaal, Zuid in Rotterdam, Nieuwland-Oost in Schiedam, Noordwest in Tilburg, Overvecht in Utrecht, Westwijk in Vlaardingen en Zaandam-Oost in Zaanstad;
- uitkering: de specifieke uitkering, bedoeld in artikel 2, eerste lid;
- uitvoeringsprogramma: een integraal programma gericht op de bevordering van de leefbaarheid en veiligheid in een stedelijk focusgebied.
Artikel 2. Doel en activiteiten van de specifieke uitkering
De minister kan voor de jaren 2023, 2024, 2025 aan een gemeente die deelneemt aan het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid, een specifieke uitkering verstrekken voor:
- a. de organisatie van een uitvoeringsprogramma in het stedelijk focusgebied of de stedelijke focusgebieden;
- b. de bekostiging van integrale activiteiten als bedoeld in artikel 4;
- c. de bekostiging van activiteiten die bijdragen aan de doelstellingen van het onderdeel ‘meedoen in de samenleving’ van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid.
De organisatie van een uitvoeringsprogramma, bedoeld in het eerste lid, onder a, bestaat uit het:
- a. inrichten en in stand houden van een programmaorganisatie;
- b. instellen en in stand houden van een alliantieoverleg;
- c. uitwerken van een uitvoeringsprogramma en het bewaken van de voortgang van de uitvoering daarvan.
De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onder c, vallen onder de volgende zes hoofdthema’s:
- a. preventie van armoede en schulden;
- b. veerkracht en weerbaarheid;
- c. re-integratie;
- d. school en omgeving;
- e. ontwikkeling van het jonge kind;
- f. gezonde leefomgeving.
Er wordt geen uitkering verstrekt aan een ontvangende gemeente voor activiteiten waarvoor zij reeds een vergoeding van overheidswege ontvangt.
De specifieke uitkering wordt niet verstrekt voor BTW die is verschuldigd over kosten voor zover het bedrag van de BTW in aanmerking komt voor compensatie op grond van de Wet op het BTW-compensatiefonds.
Artikel 3. Bestedingsvoorwaarden organisatie van een uitvoeringsprogramma
Voor de organisatie van een uitvoeringsprogramma worden de uitgekeerde middelen besteed aan de activiteiten, bedoeld, in artikel 2, tweede lid, binnen het stedelijk focusgebied.
De maximale hoogte van de uitkering inclusief btw per ontvangende gemeente is in de bij deze regeling behorende bijlage opgenomen en is gebaseerd op het aantal focusgebieden binnen een ontvangende gemeente.
Artikel 4. Integraliteit hoofdthema’s
Voor de bekostiging van integrale activiteiten worden de uitgekeerde middelen besteed aan de uitvoering van activiteiten binnen het stedelijk focusgebied, die bijdragen aan een of meerdere doelstellingen als bedoeld in de artikelen 5, eerste lid, 6, eerste lid, 7, eerste lid, 8, eerste en tweede lid, en 9, eerste lid.
De minister verstrekt uitsluitend ten behoeve van de volgende gemeenten een uitkering voor de bekostiging van integrale activiteiten die voldoen aan de doelstelling, bedoeld in artikel 8, eerste lid:
- a. Leeuwarden;
- b. Heerlen;
- c. Zaanstad;
- d. Groningen; en
- e. Rotterdam.
De maximale hoogte van de uitkering inclusief btw per ontvangende gemeente is in de bij deze regeling behorende bijlage opgenomen.
Artikel 5. Bestedingsvoorwaarden preventie van armoede en schulden
Voor het hoofdthema preventie van armoede en schulden worden de uitgekeerde middelen besteed aan activiteiten binnen het stedelijk focusgebied die bijdragen aan de preventie van armoede en schulden.
De maximale hoogte van de uitkering inclusief btw per ontvangende gemeente is in de bij deze regeling behorende bijlage opgenomen.
Artikel 6. Bestedingsvoorwaarden veerkracht en weerbaarheid
Voor het hoofdthema veerkracht en weerbaarheid worden de uitgekeerde middelen besteed aan activiteiten van preventieve aard binnen het stedelijk focusgebied die bijdragen aan veerkracht en weerbaarheid ten behoeve van sociale stabiliteit.
Onder de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, worden in ieder geval verstaan activiteiten die zich richten op:
- a. positieve identiteitsontwikkeling;
- b. zelfbeschikking;
- c. digitale weerbaarheid;
- d. sociale inclusie;
- e. ondersteunende gezinsstructuren;
- f. ontmoeting tussen verschillende individuen en gemeenschappen;
- g. ambtelijke en bestuurlijke professionaliteit.
De maximale hoogte van de uitkering inclusief btw per ontvangende gemeente is in de bij deze regeling behorende bijlage opgenomen.
Artikel 7. Bestedingsvoorwaarden re-integratie
Voor het hoofdthema re-integratie worden de uitgekeerde middelen besteed aan activiteiten waarmee inwoners van het stedelijk focusgebied die aanspraak maken op ondersteuning bij arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet begeleiding krijgen gericht op het vinden van duurzame betaalde arbeid.
De maximale hoogte van de uitkering inclusief btw per ontvangende gemeente is in de bij deze regeling behorende bijlage opgenomen.
Artikel 8. Bestedingsvoorwaarden school en omgeving
Voor het hoofdthema school en omgeving worden de uitgekeerde middelen besteed aan voor- of naschoolse activiteiten op het gebied van sport, cultuur, cognitieve ontwikkeling, sociale ontwikkeling of het gebied van oriëntatie op jezelf of op de wereld voor leerlingen op alle scholen die vallen binnen de lokale coalitie waaraan minimaal 85 procent van de scholen binnen het stedelijk focusgebied deelnemen en waarvoor de uitkering wordt aangevraagd.
De uitgekeerde middelen worden niet besteed aan:
- a. activiteiten die onder onderwijstijd worden aangeboden;
- b. onderwijshuisvesting;
- c. reizen naar het buitenland;
- d. activiteiten die betrekking hebben op bijles, Citotraining of examentraining;
- e. het verstrekken van maaltijden;
- f. activiteiten die worden uitgevoerd op scholen die niet vallen binnen de lokale coalitie ten behoeve waarvan de uitkering wordt aangevraagd.
De minister kent uitsluitend ten behoeve van de gemeenten, genoemd in artikel 4, tweede lid, een uitkering toe.
De maximale hoogte van de uitkering inclusief btw per ontvangende gemeente is in de bij deze regeling behorende bijlage opgenomen.
Artikel 9. Bestedingsvoorwaarden ontwikkeling van het jonge kind
Voor het hoofdthema ontwikkeling van het jonge kind worden de uitgekeerde middelen besteed aan activiteiten binnen het stedelijk focusgebied waarmee de voorschoolse en vroegschoolse periode worden geoptimaliseerd, zodat ieder kind zich zo goed mogelijk kan ontwikkelen in de eerste belangrijke levensjaren en een goede start maakt in zijn schoolloopbaan.
Onder de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, worden in ieder geval verstaan:
- a. activiteiten voor ouders van kinderen die behoren tot de doelgroep bedoeld in artikel 160, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, van de Wet op het primair onderwijs, met als doel de ouders te ondersteunen bij de ontwikkeling van hun kinderen;
- b. activiteiten ter bevordering van de deelname aan voorschoolse educatie;
- c. vakinhoudelijke trainingen en coaching op de werkvloer voor pedagogisch medewerkers in de voorschoolse educatie en voor leerkrachten in groep 1, 2 en 3;
- d. het vergoeden van personeelskosten voor de vervanging van pedagogisch medewerkers in de voorschoolse educatie en leerkrachten in groep 1, 2 en 3 die deelnemen aan een door de gemeente georganiseerde training als bedoeld onder c;
- e. het vergoeden van personeelskosten voor de inzet van een onderwijsassistent of pedagogisch medewerker in groep 1 en 2, naast de reguliere leerkracht.
De onderwijsassistent, bedoeld in eerste lid, beschikt ten minste over een diploma van een vakopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onder c, van de Wet educatie en beroepsonderwijs.
De maximale hoogte van de uitkering inclusief btw per ontvangende gemeente is in de bij deze regeling behorende bijlage opgenomen.
Artikel 10. Aanvraag
Een aanvraag voor een uitkering als bedoeld in artikel 2 kan worden ingediend in de periode van 1 augustus tot en met 30 september 2023.
De uitkering wordt aangevraagd met gebruikmaking van het door de minister ter beschikking gestelde formulier.
Een wijziging van de uitkering, bedoeld in artikel 13, eerste lid, kan worden aangevraagd van 1 maart tot en met 30 april 2024, van 1 september tot en met 31 oktober 2024 en van 1 maart tot en met 30 april 2025. De aanvraag tot wijziging wordt ingediend door middel van het in het tweede lid bedoelde formulier.
Een aanvraag tot wijziging van de uitkering, bedoeld in het derde lid, die ziet op aanpassing van de activiteiten in het stedelijk focusgebied en het daarvoor benodigde budget, wordt uitsluitend ingediend indien:
- a. ten minste 25 procent van het budget voor een hoofdthema of voor de integrale activiteiten, bedoeld in artikel 4, gewijzigd wordt; of
- b. de wijzing ziet op een nieuwe activiteit die niet in de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, is omschreven.
In afwijking van het eerste lid wordt voor een uitkering voor de activiteiten, bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel f, geen aanvraag ingediend.
Indien de minister de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, geheel of gedeeltelijk heeft afgewezen, kan het college een nieuwe aanvraag doen voor een uitkering voor de jaren 2024 en 2025 die betrekking heeft op de afgewezen onderdelen. Deze aanvraag kan worden ingediend van 1 januari tot en met 29 februari 2024.
Artikel 11. Reserveringsregeling en bestedingstermijn
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.