Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 3 juli 2023, nr. 37417750, houdende regels voor de subsidiëring van een verrijkte schooldag voor leerlingen in het primair onderwijs, voortgezet onderwijs, speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs 2023–2025 (Subsidieregeling School en omgeving 2023–2025)
Gelet op de artikelen 4 en 5 van de Wet overige OCW-subsidies en de artikelen 1.3 en 2.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;
Besluit:
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
- bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 1 van de Wet op de expertisecentra of artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
- buitenschoolse opvang: buitenschoolse opvang als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet kinderopvang;
- categorie A-vestiging: vestiging, opgenomen in bijlage 1;
- categorie B-vestiging: vestiging, opgenomen in bijlage 2;
- convenant Rijke Schooldag: document waarin een lokale coalitie de samenwerking voor het uitvoeren en uitbreiden van een lokale verrijkte schooldag heeft vastgelegd en waarin is vastgelegd aan welke ambities de lokale coalitie zich committeert;
- DUS-I: Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen;
- GKA: Gelijke Kansen Alliantie;
- Kaderregeling: Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;
- kinderopvang: kinderopvang als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet kinderopvang;
- leerling: leerling als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bekostiging WPO 2022, artikel 1 van het Besluit bekostiging WEC 2022, of artikel 6.7 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020;
- lokale coalitie: groep van lokale partijen die gezamenlijk betrokken zijn bij de ontwikkeling en uitvoering van het programma verrijkte schooldag die in ieder geval bestaat uit een bevoegd gezag van ten minste één deelnemende vestiging, de gemeente waarin ten minste één van de deelnemende vestigingen gelegen is, en ten minste één maatschappelijke organisaties of lokale partij.
- lokale partij: organisatie die opereert in de fysieke omgeving van een school, zoals een zorginstelling, bibliotheek, instelling op het gebied van sociaal werk, welzijnsorganisatie, sportvereniging, cultuurinstelling of kinderopvang;
- minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
- ontwikkelgebied: aanbod op het gebied van sport, cultuur, cognitieve ontwikkeling, sociale ontwikkeling of het gebied van oriëntatie op jezelf of op de wereld;
- programma verrijkte schooldag: lokaal programma met activiteiten buiten de reguliere onderwijstijd van een school, aangeboden door een lokale coalitie ten behoeve van leerlingen op scholen met relatief veel leerlingen met een risico op een onderwijsachterstand;
- regievoerder: regievoerder als bedoeld in artikel 4;
- school: school als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 1 van de Wet op de expertisecentra of artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
- vestiging: hoofdvestiging of nevenvestiging als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, hoofdvestiging of nevenvestiging als bedoeld in artikel 76a van de Wet op de expertisecentra, hoofdvestiging als bedoeld artikel 4.13 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, nevenvestiging als bedoeld in artikel 4.14 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 of tijdelijke nevenvestiging als bedoeld in artikel 4.16 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
- voorloper: lokale coalitie die op grond van de Regeling selectie voorlopers Rijke Schooldag door de minister als voorloper is aangemerkt.
Artikel 2. Toepassing Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS
Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling.
Artikel 3. Doel van de regeling en te subsidiëren activiteiten
De minister kan voor de schooljaren 2023–2024 en 2024–2025 subsidie verstrekken aan een bevoegd gezag van een school met een categorie A-vestiging of categorie B-vestiging, als deelnemer aan een lokale coalitie voor het uitvoeren van een programma verrijkte schooldag, dat aansluit bij het curriculum van de desbetreffende school.
De Minister kan voor het schooljaar 2024–2025 aan een bevoegd gezag van een school met een categorie A-vestiging of categorie B-vestiging subsidie verstrekken voor het uitvoeren van een programma verrijkte schooldag, dat aansluit bij het curriculum van de desbetreffende school.
Voor subsidieverstrekking op grond van het tweede lid, wordt, in afwijking van artikel 1, verstaan onder:
- b. categorie B-vestiging: vestiging, opgenomen in bijlage 5.
De subsidie kan worden verstrekt voor de uitvoering van een programma verrijkte schooldag voor de volgende ontwikkelgebieden:
- a. sport;
- b. cultuur;
- c. cognitieve ontwikkeling;
- d. sociale ontwikkeling;
- e. oriëntatie op jezelf; of
- f. oriëntatie op de wereld.
Van het programma verrijkte schooldag kunnen geen deel uitmaken:
- a. uren die behoren tot de onderwijstijd;
- b. uren die betrekking hebben op bijles, trainingen voor de eindtoets of examentraining; of
- c. buitenlandse reizen.
Op grond van deze regeling wordt geen subsidie verstrekt aan:
- a. een bevoegd gezag dat als starter subsidie heeft ontvangen op grond van artikel 3 van de Subsidieregeling School en omgeving en niet vóór 8 maart 2024 heeft voldaan aan de subsidieverplichtingen, bedoeld in artikel 15, tweede lid, van die regeling;
- b. een bevoegd gezag van een school die deel uitmaakt van een coalitie waarvoor middelen heeft aangevraagd op grond van de specifieke uitkering Kansrijke wijk, te weten de coalities: RSOV22003 Leeuwarden, RSOV22018 Heerlen, RSOV22019 Zaanstad, RSOV22026 Groningen stad en RSOV22034 Rotterdam Zuid.
Artikel 4. Regievoerder
Eén bevoegd gezag treedt namens de lokale coalitie op als regievoerder. Uitsluitend het bevoegd gezag van één van de deelnemende vestigingen in de lokale coalitie kan als regievoerder optreden.
Een lokale coalitie bestaat uit een bevoegd gezag van ten minste één deelnemende vestiging, de gemeente waarin ten minste één van de deelnemende vestigingen gelegen is, en ten minste één maatschappelijke organisaties of lokale partij.
De regievoerder dient namens de lokale coalitie bij DUS-I het plan van aanpak in, bedoeld in artikel 5, tiende lid. Indien een bevoegd gezag dat aan een coalitie deelneemt, op grond van artikel 3, eerste of tweede lid, van deze regeling een subsidieaanvraag doet, wordt het plan van aanpak aangemerkt als onderdeel van deze aanvraag.
De regievoerder draagt er zorg voor dat op een publiek toegankelijke plaats een kwaliteitsplan wordt gepubliceerd.
Indien de regievoerder zijn taken aan een nieuwe regievoerder overdraagt, maakt de oorspronkelijke regievoerder daar melding van bij DUS-I.
Artikel 5. Aanvraag subsidie
De subsidie wordt door het bevoegd gezag van een vestiging aangevraagd. Het bevoegd gezag kan per vestiging maximaal één aanvraag indienen, met dien verstande dat een aanvraag als bedoeld in artikel 3a niet meetelt bij de bepaling van het aantal aanvragen.
Een aanvraag als bedoeld in artikel 3, eerste lid, kan worden ingediend van 28 augustus 2023 tot en met 29 september 2023. Aanvragen die worden ingediend na 29 september 2023 worden afgewezen.
Een aanvraag als bedoeld in artikel 3, tweede lid, kan worden ingediend van 1 april 2024 tot en met 30 april 2024. Aanvragen die worden ingediend na 30 april 2024 worden afgewezen.
De subsidie wordt aangevraagd met gebruikmaking van het digitale aanvraagformulier dat daartoe op de website van de DUS-I beschikbaar wordt gesteld. In dit aanvraagformulier vermeldt de aanvrager:
- a. de naam van de vestiging;
- b. het in RIO geïdentificeerde nummer van de vestiging waarvoor de aanvraag wordt ingediend;
- c. de contactpersoon van de vestiging;
- d. indien van toepassing: het referentienummer van de lokale coalitie waar de vestiging deel van uitmaakt;
- e. het geschatte aantal leerlingen op vestigingsniveau dat zal deelnemen aan de activiteiten;
- f. het geschatte totaal aantal klokuren van de activiteiten, verdeeld over schooljaar 2023–2024 en schooljaar 2024–2025, of, indien het een aanvraag betreft als bedoeld in artikel 3, tweede lid, schooljaar 2024–2025;
- g. indien het een aanvraag betreft als bedoeld in het tweede lid, of de activiteiten starten met ingang van 1 augustus 2023 of met ingang van 1 januari 2024.
In aanvulling op het vierde lid vermeldt de aanvrager, indien het een aanvraag betreft als bedoeld in artikel 3, eerste lid, die betrekking heeft op een categorie A-vestiging, in het aanvraagformulier:
- a. voor hoeveel klokuren activiteiten per week subsidie wordt aangevraagd in het schooljaar 2023–2024 met een minimum van vier uur en een maximum van tien uur per week;
- b. met hoeveel klokuren het aanbod zal worden uitgebreid in het schooljaar 2024–2025, met een minimum van één klokuur per week en tot een maximum van tien uur aanbod per week in totaal.
In aanvulling op het vierde lid, vermeldt de aanvrager, indien het een aanvraag betreft als bedoeld in artikel 3, tweede lid, die betrekking heeft op een categorie A-vestiging, in het aanvraagformulier voor hoeveel klokuren activiteiten per week subsidie wordt aangevraagd in het schooljaar 2024–2025 met een minimum van vier uur en een maximum van tien uur per week;
In aanvulling op het vierde lid dient de aanvrager, indien het een aanvraag betreft als bedoeld in artikel 3, eerste lid of tweede lid, die betrekking heeft op een categorie B-vestiging, een aanvraag in voor tien klokuren activiteiten per week in de schooljaren 2023–2024 en 2024–2025 onderscheidenlijk in het schooljaar 2024–2025.
De klokuren, bedoeld in het vijfde, zesde lid en zevende lid, zijn gericht op één of meer van de in artikel 3, vierde lid, bedoelde ontwikkelgebieden.
In aanvulling op het vierde lid levert de regievoerder bij een aanvraag het plan van aanpak in van de lokale coalitie.
Het plan van aanpak bevat voor de periode waarop dit betrekking heeft, in aanvulling op artikel 3.4 van de Kaderregeling in ieder geval een beschrijving van:
- a. de contactgegevens van de regievoerder;
- b. indien sprake is van een nieuwe lokale coalitie, de samenwerkende partijen die deelnemen aan de lokale coalitie, met vermelding van een contactpersoon, de naam van de organisatie, het e-mailadres van de organisatie en indien beschikbaar het RIO geïdentificeerde nummer;
- c. indien er categorie A vestigingen worden toegevoegd dient de regievoerder bij de aanvraag de naam van de vestiging op te geven, met vermelding van een contactpersoon, het e-mailadres van de vestiging en het RIO geïdentificeerde nummer;
- d. het geschatte totaal aantal leerlingen dat deelneemt aan activiteiten in de lokale coalitie.
Artikel 6. Subsidieplafond, maximale hoogte subsidie
Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is voor de schooljaren 2023–2024 en 2024–2025 in totaal een bedrag beschikbaar van € 563.103.423,–.
Van het bedrag, bedoeld in het eerste lid is:
- a. € 303.703.011,– beschikbaar voor subsidieverstrekking aan bevoegde gezagsorganen van categorie A-vestigingen, met inbegrip van, voor wat betreft het schooljaar 2024–2025, vestigingen die op grond van artikel 3a te gelden hebben als categorie A-vestigingen;
- b. € 259.010.412,– beschikbaar voor subsidieverstrekking aan bevoegde gezagsorganen van categorie B-vestigingen; en.
- c. € 390.000,– beschikbaar voor verstrekking van subsidie als bedoeld in artikel 10.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.