Statuten Stichting Nederlands Letterenfonds
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze statuten wordt verstaan onder:
- ‘bestuur’: het bestuur van de stichting;
- 'Raad van Toezicht’: de raad van toezicht van de stichting;
- ‘schriftelijk’: bij brief, e-mail of bij bericht dat via een ander gangbaar communicatiemiddel wordt overgebracht en op schrift kan worden ontvangen;
- ‘in vergadering’:gezamenlijk in dezelfde ruimte aanwezig of via een communicatiemiddel met elkaar verbonden;
- ‘stichting’:Stichting Nederlands Letterenfonds;
- ‘minister’:de minister die het cultuurbeleid in zijn portefeuille heeft, thans de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
- ‘hij’:onder hij wordt tevens verstaan iedere andere genderaanduiding die door de betreffende persoon als geëigend wordt ervaren.
Artikel 2. Naam en zetel
De naam van de stichting is: Stichting Nederlands Letterenfonds.
De stichting heeft haar zetel in de gemeente Amsterdam.
Artikel 3. Doel en vermogen
De stichting heeft tot doel:
- a. het bevorderen van de kwaliteit en diversiteit van de Nederlands- Fries- en Papiamentstalige letteren en van de kwaliteit en diversiteit van literaire werken in de Nederlandse gebarentaal;
- b. het bevorderen van de kwaliteit en diversiteit van de literatuur uit andere taalgebieden in Nederlandse, Friese of Papiamentse vertaling of vertaling in de Nederlandse gebarentaal;
- c. het bevorderen van de vertaling van kwalitatief hoogstaande oorspronkelijk Nederlands-, Fries-, en Papiamentstalige literaire werken en literaire werken in de Nederlandse gebarentaal in andere talen dan het Nederlands, het Fries en het Papiaments alsmede de internationale verspreiding van deze vertalingen, en voorts al hetgeen daarmee verband houdt of daaraan bevorderlijk kan zijn.
De stichting tracht deze doelen te bereiken onder meer door:
- a. het verlenen van subsidies en andere middelen aan schrijvers, vertalers, uitgevers en instellingen voor activiteiten die zijn gericht op de schepping, productie, publicatie, distributie en promotie van oorspronkelijk Nederlands, Fries en Papiamentstalige literaire werken en literaire werken in de Nederlandse gebarentaal dan wel van literaire vertalingen uit, dan wel in de Nederlandse, Friese, Papiamentse taal of Nederlandse gebarentaal;
- b. de bevordering van het op niveau beoefenen van het vak van literair vertaler;
- c. het in stand houden en ondersteunen van residenties in Nederland voor beoefenaars van het vak van literair schrijver en vertaler;
- d. het organiseren en ondersteunen van manifestaties, festivals, workshops en conferenties in binnen- en buitenland;
- e. het beheren van een Letterenhuis dat behuizing biedt aan onder meer Stichting Schrijverscentrale; en:
- f. alle andere wettige wijzen die aan deze doelen dienstbaar zijn.
De stichting heeft niet ten doel het maken van winst.
Het vermogen van de stichting dient ter verwezenlijking van het doel van de stichting.
De geldmiddelen van de stichting bestaan uit:
- a. subsidies;
- b. bijdragen van instellingen en particulieren;
- c. andere langs wettige weg verkregen baten.
De stichting zal de volgende codes, zoals deze van tijd tot tijd zullen luiden, toepassen:
- –. de Governance Code Cultuur;
- –. de Code Diversiteit & Inclusie; en
- –. de Fair Practice Code.
Artikel 4. Organen van de stichting
De stichting kent de volgende organen:
- a. het bestuur, als bedoeld in artikel 5;
- b. de raad van toezicht, als bedoeld in artikel 10;
- c. het bureau, als bedoeld in artikel 13.
Artikel 5. Bestuur: samenstelling, benoeming en ontslag
Het bestuur bestaat uit een door de raad van toezicht vast te stellen aantal van ten minste één en ten hoogste twee natuurlijke personen. Een niet voltallig bestuur behoudt zijn bevoegdheden. In ontstane vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien
Een bestuurder wordt benoemd, geschorst en ontslagen door de minister.
De raad van toezicht stelt een profielschets op voor leden van het bestuur, rekening houdend met de aard van de stichting, haar activiteiten en de gewenste deskundigheid van de bestuurder.
Leden van het bestuur worden door de minister benoemd op voordacht van de raad van toezicht van de stichting. De voordracht vindt plaats met inachtneming van de profielschets bedoeld in lid 3.
Indien de minister zich niet kan vinden in de door de raad van toezicht voorgedragen kandidaat, stelt hij de raad van toezicht in de gelegenheid binnen twee maanden een nieuwe kandidaat voor te dragen.
Een bestuurder wordt benoemd voor ten hoogste vijf jaar. Hij is éénmaal onmiddellijk herbenoembaar.
Schorsing en ontslag van een bestuurder vindt slechts plaats wegens ongeschiktheid of onbekwaamheid voor de vervulde functie dan wel wegens andere zwaarwegende in de persoon van de betrokkene gelegen redenen. Ontslag vindt voorts plaats op eigen verzoek. Schorsing en ontslag als bedoeld in de eerste zin van dit artikellid vinden niet plaats dan na voorafgaande consultatie van de raad van toezicht.
Het lidmaatschap van een lid van het bestuur eindigt:
- a. door zijn overlijden;
- b. doordat hij failliet wordt verklaard of hem surseance van betaling wordt verleend dan wel doordat de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen op hem van toepassing wordt verklaard;
- c. door zijn ondercuratelestelling of doordat hij anderszins het vrije beheer over zijn vermogen verliest;
- d. door zijn aftreden, al dan niet wegens het volbrengen van de vijfjaarsperiode dan wel tienjaarsperiode als in lid 6 bedoeld;
- e. door zijn ontslag, verleend door de rechtbank in de gevallen in de wet voorzien;
- f. door zijn ontslag verleend door de minister;
- g. door het aanvaarden van een benoeming tot lid van de raad van toezicht;
- h. door het aanvaarden van een benoeming tot directeur dan wel bestuurder of tot lid van een toezichthoudend orgaan van een instelling op het gebied van de letteren, voor welke benoeming door de raad van toezicht geen ontheffing is verleend.
De raad van toezicht stelt de bezoldiging en verdere arbeidsvoorwaarden van de bestuurder(s) vast met inachtneming van de Wet normering topinkomens, of een daarvoor in de plaats getreden regeling.
Artikel 6. Bestuur: taak en bevoegdheden
Het bestuur is belast met het besturen van de stichting en met het beheer van en de beschikking over het vermogen van de stichting binnen de grenzen van haar doel en onverminderd het bepaalde in artikel 17, en binnen de grenzen van een door de raad van toezicht goed te keuren bestuursreglement.
Bij de vervulling van haar taak richten de bestuurders zich naar het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie.
Het bestuur is, met inachtneming van het bepaalde in artikel 9, bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen, of tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt, alsmede tot vertegenwoordiging van de stichting ter zake van deze handelingen.
Het bestuur kan zich bij besluitvorming over aanvragen van een subsidie laten adviseren door een of meerdere adviseurs of adviescolleges. Leden van adviescolleges worden benoemd op basis van een profielschets en ontslagen door het bestuur.
Bestuursleden doen opgave van hun nevenfuncties aan de raad van toezicht, waaronder bestuursfuncties, commissariaten en adviseurschappen. Een bestuurder dient melding te doen van zakelijke banden tussen de stichting en een andere rechtspersoon of onderneming waarmee de bestuurder – direct dan wel indirect – persoonlijk is betrokken.
Een bestuurder kan geen subsidie ontvangen uit de middelen van het fonds.
Bestuurders kunnen – behoudens ontheffing door de raad van toezicht – geen directielid of bestuurslid zijn van of het lidmaatschap van een toezichthoudend orgaan bekleden van een instelling die eenzelfde of een gelijksoortig doel heeft als de stichting met uitzondering van die functies die zij qualitate qua bekleden.
Het bestuur doet een voorstel aan de raad van toezicht omtrent de besluitvorming en de werkwijze van het bestuur waarin begrepen de informatievoorziening aan de raad van toezicht. Deze regels worden schriftelijk vastgelegd in een bestuursreglement en vastgesteld door de raad van toezicht. Doet het bestuur geen voorstel voor een bestuursreglement, dan is de raad van toezicht bevoegd het bestuursreglement zelfstandig vast te stellen.
Besluiten van het bestuur kunnen te allen tijde schriftelijk worden genomen.
Het bestuur stelt de volgende plannen op en herziet deze zo nodig;
- a. een jaarlijks beleidsplan met de daarbij behorende begroting;
- b. een voortschrijdend meerjarenbeleidsplan;
- c. een plan inzake een adequaat risicobeheersings- en controlesysteem;
- d. eventuele andere plannen als van tijd tot tijd door de raad van toezicht te bepalen.
De plannen behoeven de goedkeuring van de raad van toezicht.
Artikel 7. Bestuur: vertegenwoordiging; tegenstrijdig belang
Het bestuur vertegenwoordigt de stichting.
In geval er twee bestuurders zijn, komt de vertegenwoordigingsbevoegdheid ook aan iedere bestuurder individueel toe.
Het bestuur kan functionarissen met algemene of beperkte vertegenwoordigingsbevoegdheid aanstellen. Ieder van hen vertegenwoordigt de stichting met inachtneming van de begrenzing aan zijn bevoegdheid gesteld. De titulatuur van deze functionarissen wordt door het bestuur bepaald.
Bij ontstentenis of belet van één bestuurder is de overblijvende bestuurder met het gehele bestuur belast. In geval van ontstentenis of belet van alle bestuurders en functionarissen als bedoeld in het vorige artikellid is de persoon die daartoe door de raad van toezicht is of wordt aangewezen, tijdelijk met het besturen van de stichting belast. Gaat de raad van toezicht niet binnen vier weken tot een zodanige aanwijzing over dan kan (zolang de raad van toezicht daartoe niet een persoon heeft aangewezen) de minister, al dan niet op verzoek van één of meer belanghebbende(n), een persoon aanwijzen die tijdelijk met het besturen van de stichting is belast.
Onder belet wordt in dit artikel in ieder geval verstaan de omstandigheid dat
- a. de bestuurder gedurende een periode van meer dan zeven dagen onbereikbaar is door ziekte of andere oorzaken; of
- b. de bestuurder is geschorst.
De bestuurder die een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie, meldt dit terstond aan de raad van toezicht en verschaft daarover alle relevante informatie.
De raad van toezicht besluit of er sprake is van een belang dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie.
Een bestuurder neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming indien de betreffende bestuurder daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie.
Wanneer hierdoor geen bestuursbesluit kan worden genomen, wordt het besluit genomen door de raad van toezicht.
Artikel 8. Verstrekken van subsidie
Het bestuur beslist over het verstrekken van subsidie of andere vormen van ondersteuning met inachtneming van een of meerdere reglementen met daarin de besluitvorming, de werkwijze, de procedures, de criteria voor het verstrekken van subsidies of andere vormen van ondersteuning en de verplichtingen die aan de ontvanger worden opgelegd als bedoeld in artikel 15.
Artikel 9. Goedkeuring besluiten van het bestuur
Onverminderd het elders in deze statuten bepaalde, zijn aan de goedkeuring van de raad van toezicht onderworpen de besluiten van het bestuur omtrent:
- a. het verkrijgen, vervreemden, bezwaren, huren, verhuren en op andere wijze in gebruik of genot verkrijgen en geven van registergoederen;
- b. de strategie van de stichting die moet leiden tot realisatie van de statutaire doelstellingen;
- c. de financiering van de strategie van de stichting;
- d. het ter leen verstrekken van gelden, alsmede het ter leen opnemen van gelden waaronder niet is begrepen het gebruik maken van een aan de stichting verleend bankkrediet;
- e. het benoemen van de externe accountant;
- f. duurzame rechtstreekse of middellijke samenwerking met een andere organisatie of instelling en het verbreken van zodanige samenwerking
- g. het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidsstelling voor een schuld van een derde verbindt;
- h. het aanstellen van functionarissen als bedoeld in artikel 7.3 en vaststellen van hun bevoegdheid en titulatuur;
- i. het optreden in rechte, met uitzondering van het nemen van die rechtsmaatregelen die geen uitstel kunnen lijden;
- j. het vaststellen van de hoofdlijnen van het arbeidsvoorwaardenbeleid voor de medewerkers en van het beleid ten aanzien van de adviseurs van het fonds;
- k. het sluiten en wijzigen van arbeidsovereenkomsten waarbij een beloning wordt toegekend boven die, welke uit bestaande regelingen voortvloeien;
- l. het treffen van pensioenregelingen en het toekennen van pensioenrechten boven die, welke uit bestaande regelingen voortvloeien;
- m. de beëindiging van de dienstbetrekking van een aanmerkelijk aantal (minimaal drie) werknemers tegelijkertijd of binnen een tijdsbestek van zes maanden;
- n. de aanvraag van faillissement en van surseance van betaling van de stichting.
De raad van toezicht kan bepalen dat een in het eerste lid bedoeld besluit, evenwel met uitzondering van het vervreemden, verkrijgen of bezwaren van registergoederen, niet aan zijn goedkeuring is onderworpen, indien het daarmee gemoeide belang een door de raad van toezicht te bepalen en schriftelijk aan het bestuur op te geven waarde niet te boven gaat. Evenmin is een besluit aan de goedkeuring onderworpen wanneer dit voortvloeit uit een van de goedgekeurde plannen genoemd in artikel 6.9.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.